Ik heb mijn boekenkast afgezocht naar een essay van een schrijfster die ooit beweerde dat fotograferen geen kunst is. Ik kon het niet vinden, of ik was te lui om het te vinden, mijn boekenkast is een doolhof, werkelijk. Als ik me nou de naam van de schrijfster maar herinnerde, dan zou dat het zoeken een stuk makkelijker maken. Het is een Amerikaans schrijfster, geliefd bij literatuurwetenschappers die met hun hoofd en niet met hun hart lezen. Ze schreef of zei ooit dat fotograferen niets anders is dan simpelweg een knopje indrukken. Ik ben het daar wel mee eens. Natuurlijk heb je zoiets als een oog nodig, timing, gevoel voor verhoudingen and all that, maar voor de rest is het toch echt simpelweg een knopje indrukken. Kijk maar op het internet: de fotoblogs zijn niet van de lucht. Veel foto’s van luchten trouwens, zonsondergangen, de regenbogen vliegen je om de oren. Ik heb een simpel cameraatje, een paar jaar geleden inderhaast gekocht ergens in Indonesië, ik dacht dat ik wel foto’s kon gebruiken voor een beetje couleur locale. Nooit gebruikt. Ik kijk naar binnen als ik schrijf. Kortom, ik neem fotografie niet serieus. Natuurlijk mag niemand daaronder lijden. Toch heb ik gisteren een slachtoffer gemaakt: niemand minder dan mijn eigen tweelingbroer. Now, ain’t that no shame? De jongen moest op voor een jujutsu-examen en ik zat tussen het publiek. De sensei vroeg me of ik foto’s van mijn broer wilde maken en griste diens fototoestel bij hem vandaan (wat moet een jujutsuka ook met een camera op de mat, dat is tegen alle regels). Ik kreeg het in mijn handen geduwd en zag meer dan één knopje. Het duizelde me, werkelijk. Fotograferen is in elk geval moeilijker gemáákt dan toen in de jaren dertig die Amerikaanse schrijfster, wier naam u maar van me tegoed moet houden, zo op dat ene knopje afgaf (niks Freudiaans, I presume). Ik keek wat dom om me heen en vond een slimmerik die het toestel op automatic zette. Daarna ben ik gaan schieten: veel broer, veel mooie vrouwen. Het gaat tegenwoordig bijzonder snel met die foto’s, dus ik kreeg vandaag al bericht. Ze waren allemaal mislukt, vanwege een verkeerde instelling, iets met een knopje. Plus… ik had alle voorgaande 400 foto’s die mijn broer had gemaakt, overschreven. Dat betekent: uitgegomd. Mijn broer was niet boos, zijn examen was immers geslaagd. En ik heb de persoonlijke herinnering weer eens een dienst bewezen.
Tagarchief: internet
Nyknayman online
Het bericht van gisteren dat Birma het complete internet in eigen land heeft platgelegd, klopt vandaag niet meer. Eén van Birma’s bekendste weblogs Nyknayman is op dit moment van schrijven althans in de lucht. Overigens heeft slechts één procent van de Birmese bevolking de beschikking over het internet. Hoe de verhouding ligt als je de internetcafés meetelt, is niet duidelijk. Het is heel opvallend dat monniken de straat opgaan om te protesteren. Boeddhisten laten zich zelden van die kant zien. Liever dit dan die afschuwelijke zelfverbrandingen van weleer in Vietnam.
Notities rond Tanja
Het voordeel van een tijdelijke abonnement op Google Alerts is dat ook alternatieve nieuwsbronnen tevoorschijn komen. Het moet niet zo zijn dat de grote kranten het internet in hun broekzak steken. Ik heb een Alert lopen op Tanja Nijmeijer. Waarom? Nou, in grote literatuur gaat het, in elk geval volgens Gerard Reve, om drie dingen: religie, liefde en de dood. In het verhaal van Tanja spelen nou precies die drie zaken. Daarom is deze jonge vrouw zo aansprekend. In haar dagboekfragmenten, zoals die zijn gepubliceerd door de NOS, speelt liefde een grote rol. Dat haar dagboek is gevonden en soldaten haar halfnaakt hebben zien vluchten, maakt speculaties los over haar eventuele dood. Iedereen, hoe men ook over haar denkt, wil weten of ze nog in leven is. Per slot vormt de FARC de religieuze component. Tanja gelooft of geloofde immers in de FARC. Ik kreeg gisteren twee serieuze stemmen binnen, één van Trouw en één van Ravage Digitaal. Van die laatste internetkrant had ik nooit gehoord. Het is de moeite waard er kennis van te nemen. Wat moet je immers met een éénstemmig lied? Ikzelf weet niet goed wat ik van deze jonge vrouw moet denken. Ze trok de uiterste consequentie uit haar politieke bewogenheid. Dat bevalt me. Maar de wapens oppakken en gaan schieten, al is het op helikopters – ook daar zitten mensen in – keur ik af.
Buzz
Gisteren was ik op een ouderwetse boekpresentatie van collega Kees Ruys, een reisverslaafde romanticus die erg goed kan schrijven over zijn belevenissen in Indonesië. De boekpresentatie was lekker ouderwets. Ze vond plaats in een knusse boekhandel die zich specialiseert in reisboeken: Reisboekhandel Stanley & Livingstone in het Haagsche. Een stapel boeken, wijn, hapjes en een signerende schrijver. Dat. Plus het weerzien met mensen van wie ik dacht dat ze al dood waren of die dachten dat ik al dood was. Een enkeling zag er nog even jong uit als weleer en later hoorde ik dat hij speciaal zijn baard liet staan om er ouder uit te zien. Ooit gehoord dit? Nee? Zet die televisie dan eens uit. Voor wie schrijfambities heeft en alvast een moderne boekpresentatie wil boeken, volgen hier enkele tips. Huur Krasnapolsky af. Laat de NOS, BBC en CNN aanrukken met hun cameraploegen. Huur een colonne mooie vrouwen in die de VIPS van de Amsterdamse Grachtengordel naar het hotel lokt. Hoe onnozeler de VIP, hoe beter voor u. Zorg voor een flitsende demo on stage (niet te lang, de mensen hebben haast), indien mogelijk met Oprah Winfrey als interviewer. Vergeet geen trailer te laten maken voor uw speciaal in het leven geroepen flashy website. Het kost wat geld, maar als je het zo aanpakt dan hoef je je geen zorgen te maken over wat er allemaal aan zin of onzin in je boek staat. Zelf heb ik liever de ouderwetse manier, dus na de borrel bezoeken wij met een stuk of 15 personen een Indonesisch restaurant aan de Grote Markt. Erg gezellig. Mooie eloquente vrouwen, keurige erudiete heren. Ik licht één van mijn tafelgenotes in dat ik op dergelijke avonden altijd wel wat verkeerds zeg. En neem me voor dat op die avond niet te doen. Het lukt, bijna… Helaas schiet ik vlak voor ons vertrek nog even uit mijn slof tegen een oudere heer, die volgens mij iets totaals verkeerd zegt. Ik vraag de welingelichte tafelgenote of ik zonet misschien wat agressief was. Ze beaamde dat ik het was, ja, agressief, en ze liet er nog wat opvoedkundige woorden achteraan komen. Die ben ik helaas weer vergeten. Al dat ik kan zeggen is dat ik weer eens helemaal mezelf was. U zult begrijpen dat het internet nog niet bijster leeft in Haagsche literaire kringen, maar dat een ouderwetse boekpresentatie natuurlijk geen zin heeft zonder buzz. So buzz this one please…***
*** Hier stond een link, die is thans dood.
Treuren met Arvo Pärt
Ik ben dol op treurmuziek, maar ik ben wel heel kieskeurig. Arvo Pärt kan geen slechte treurmuziek schrijven. Wat er met het Vienna Philharmonic Orchestra aan de hand is, weet ik even niet. Dit orkest werd altijd geleid door de grootste vrouwenhaters ter wereld – goed, laten we zeggen Europa – ze vonden het maar een gedoe om te spelen met vrouwen, ze waren te vaak ongesteld etc. Er is heel veel gedoe over optredens en lidmaatschap van vrouwen geweest en de eerste vrouw die de zooi mocht dirigeren moest wachten tot 2005 (het orkest is opgericht in 1842). Naast seksisme speelde ook racisme, dat zal niemand verbazen, beide grootheden zijn nauw met elkaar verbonden, volgens mij kunnen ze zelfs niet buiten elkaar. Intussen is er een Vienna Philharmonic Women, waarover ik momenteel niets op het internet kan vinden, op deze korte film na op YouTube. De vrouwen laten hier in elk geval horen dat ze hun instrumenten bijzonder mooi kunnen laten treuren, geheel in de geest van Arvo Pärt.
Ascese en wereldse verlokking
Als ik de televisie uit mijn zoontjes kamer jat en beneden zet, dan ben ik ziek. Iets met griep of zo. Koortsig. Ik kan dan weinig anders doen dan heel stompzinnig televisie kijken. Ik had lang niet meer gekeken en verbaasde me over wat er zoal werd vertoond. Seks word je nog méér de strot door geduwd, als je snel wegzapt dan vliegen de kogels je om de oren. Verder ijdeltuiterij alom van praatprogrammaganzen. Ik moest de televisie trouwens opnieuw instellen, aangezien de plaatselijke aanbieder weer eens de boel heeft omgegooid. Marokkaanse televisie eraf, Surinaamse televisie erop, dat soort zotternij. Voor Al Jazeera moet worden betaald, laat staan voor Indonesische televisie, die zender alleen al kost 120 euro per jaar. Fijn geregeld voor ons 500.000 nazaten uit die contreie. Vanavond had ik schoon genoeg van die afgrijselijke televisie. Ik plukte Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring (2003) van Kim Ki-Duk van de plank en ben eens lekker gaan genieten. Mijn zoon mocht het eerste tafereel meekijken, het was al laat, we gaan de film volgende week samen helemaal bekijken. De film gaat over het leven. Ik bedoel over de eeuwige herhaling van het leven. Over ascese en wereldse verlokking. Ik vergat er bijna mijn fysieke lamlendigheid door. De helft van mijn zoontjes klas heeft kou gevat na de extreem vroege zomer en de intrede van de herfst, dus het zal wel niet aan mij liggen. Ik ben wel al koortsvrij, anders had ik dit niet kunnen of ook maar willen schrijven.
Naschrift: ik zie aan de berichten op het internet dat er buikgriep heerst. Well, all right…
Vriendelijk verzoek voordat men tot jatten overgaat
De een of andere professor voorzag een jaar of tien geleden een enorme toename van informatie met de komst van het internet. Hij vreesde dat selectie steeds moeilijker zou worden en kwaliteitsnomen zouden vervagen. Wat de man wellicht nooit had durven vrezen was dat er ooit een zoekmachine zou komen naar wiens logaritmen webloggers en journalisten zich zouden gaan richten. Een voorbeeld is dat woorden in de titel van je bericht ook terugkomen in je tekst én in je trefwoorden van de tagcloud én als het even kan in het adres van je bericht. Dit vergroot de kans om gevonden te worden. Zet ik dus boven deze tekst de titel Overpeinzingen, dan schrijf ik zoekmachineonvriendelijk. Omdat ik nu voor de derde keer in deze tekst het woord ‘zoekmachine’ gebruik, kan dat woord maar beter in de titel terugkomen. De oude media, zoals tijdschriften, krijgen de digitaliseringkoorts en scannen zich suf in hun zucht de informatieberg nog groter te maken. Onlangs kreeg ik een brief van een magazine dat 30.000 pagina’s digitaal doorzoekbaar wil maken. De afzender meent hiermee een cultuurhistorisch en maatschappelijk doel te dienen. En vraagt mijn toestemming om reeds gepubliceerde en toekomstige artikelen in de database te laten opnemen. Het auteursrecht blijft uiteraard bij mij liggen. Maar wat is dat waard als je geen geld krijgt voor je werk? En dan moet ik ook nog een formulier invullen en zelf envelop en postzegel kopen om mee te werken aan de inflatie van het geschreven woord. Afkopen lijkt me redelijker.
3 x 60 = 180
Waar ik nu weer voor gestraft word, zou ik niet weten, maar ze zullen er wel weer een reden voor hebben, die treitergoden up in the skies. Ik barst van de koppijn en dat is toch werkelijk een zeldzaamheid. Ik heb de pijn niet kunnen wegfietsen in kou en wind temidden van automobilistenterreur. Mogelijk is de zoveelste aanval van burengerucht de oorzaak. Mijn lieve buurman vond het nodig om zijn zondagse Hindi-opera al om 11 uur te gaan bekijken. De man beschikt niet over de fijngevoeligste oren, dus de volumeschuif gaat al gauw naar 9 op een schaal van 10. Ik vrees dat hij ook zo’n homecinema-installatie heeft: in elke kamerhoek een speakerkast plus ergens nog zo’n afgrijselijk subwoofer. Dit adres wordt allengs minder een uitslaaphuis. Ik wil verhuizen. Maar als ik het internet afstruin, zie ik dat iedereen dat wil. De kleinzonen van mijn Scheveningse benedenbuurman zijn ook meesters in lawaai maken. Verder wordt in de eeuwenoude huizen aan de achterkant van dit afschuwelijke flatcomplex altijd geklust. Onverschillig de dag, het jaargetijde of het weer: schuurmachines, drilboren en overige machowerktuigen jagen zelfs mijn 14-jarige zoon zijn nest uit. En dan vragen ze me nog waarom ik ’s nachts mijn boeken schrijf. O ja, ik meldde laatst dat mijn boek af was. Wat ik bedoelde was dat er een versie af is. Drie hoofdstukken van elk op de kop af 60 pagina’s. Zal ik mijn roman 3 x 60 = 180 noemen? Ik heb namelijk nog geen titel voor het boek.
Fietsen met een goddess achterop
Het had vandaag eigenlijk een dagje Deventer moeten worden, maar mijn metgezel voorzag gisteravond hondenweer, dus bliezen we de onderneming af. Het heeft vanmiddag niet geregend, de zon heeft zelfs geschenen, achteraf gezien hadden we net zo goed wél kunnen gaan. Ik hoef er niet veel te doen, ik was er al eens om er een lezing te verzorgen. Ik ken de stad bij nacht. Nu nog een beeld van de stad bij dag en dan kan ik couleur locale aanbrengen in een novelle waaraan ik momenteel intensief werk. Er zijn veel foto’s van Deventer op het internet te vinden, maar dat is niet genoeg. Om ergens over te kunnen schrijven, moet je er zijn geweest. De zee ziet er altijd fraai uit op onverschillig welke foto, tenzij je op de fiets je een weg tegen de wind in baant. Nerveuze automobilisten jakkeren veel te hard over de boulevard. Is het de wind die ze onrustig maakt? De maan, die bijna vol is? Mariska Veres zong aldoor River deep mountain high in mijn hoofd, ik zag vannacht haar live uitvoering op You Tube, opgenomen op 1 januari dit jaar. Waar dachten die automobilisten aan? Ongetwijfeld niet aan haar. Paste hier niettemin geen bedaard tempo in verband met het overlijden van onze Haagse local goddess? De zee was wild, lang niet zo lekker als toen Venus uit de strandtenten kwam schallen. Ik hing veel rond onder de Pier eind jaren zestig, er waren altijd jongens met gitaren, het leven leek eindeloos.
Achter rode gordijnen (2)
Het is vroeg in de ochtend, al zou ik zeggen diep in de nacht, van vrijdag op zaterdag. Ik heb mijn tijd weer eens verkwanseld aan een volledige herinstallatie van mijn computersysteem. Reden: terug naar het hoogstnoodzakelijke. Ik wens één browser. Zoals ik één e-mailadres wens. Eén vrouw. Ik ben gek op laptops, dol op het internet, maar diep van binnen blijf ik die ouderwetse schrijver die aan een schrijfmachine genoeg heeft. Het internet biedt te veel verstrooiing, afleiding, ik heb in zeven jaar meer dan 30 websites gehad, waaraan ik eindeloos sleutelde. Mijn laatste was een weblog, dat nu goddank ter ziele gaat: mijn broers creditcard is geblokkeerd en hij kan zijn account, waaraan ik gekoppeld ben, niet meer betalen. Mijn creditcard is wel valide, maar ik voel me inmiddels te ver verheven boven het alledaagse gezwam van die enorme schare bloggers. Belangrijker: je mist de vrijheid van het schrijven in het verborgene. Natuurlijk ben je kwetsbaar in je boeken, maar alleen het kaft al biedt veiligheid. Kent mijn roodharige overbuurvrouw enige veiligheid als ze ’s nachts de straat opgaat? Ik had net geconcludeerd dat ze wel op vakantie zou zijn gegaan, totdat ik haar thuis zag komen om kwart voor drie. Dat is veel later dan de cafés sluiten. Misschien bezoekt ze met een vriendin ergens een tippelzone, waar het leven hard is, smerig, liefdeloos, rauw, gevaarlijk. Waar ze moet vechten voor haar bestaan. Waar ze leert de man te haten. Geen fabrieksarbeider heeft de lopende band lief.