Verveling na het schrijven

Elke schrijver kent het, het zogenaamde gat waarin je valt na voltooiing van een boek. Het gat ziet er na elk boek anders uit, voelt anders, je kunt er geen staat op maken. Ik weet nog dat ik na Bewegingen van heimwee zes weken lang elke dag in de kroeg ben gaan zuipen. Na Vogels rond een vrouw ben ik als een idioot op mijn racefiets door de duinen gaan jakkeren. De onschuld van een vis bezorgde me een half jaar lang pseudo-hartritmestoornissen. Herinneringen aan mijn andere boeken komen nu even niet direct naar boven. Ik heb net een essaybundel afgerond en verveel me nu. Ik doe alles uit verveling. Ik fiets uit verveling. Ik blog uit verveling. Ik maak mijn huis schoon uit verveling. Het is wel een lekkere verveling. O ja, je krijgt de nawerking in twee etappes: 1. als je je manuscript klaar hebt. 2. als het boek uit is. De essaybundel gaat over koloniale literatuur, canonisering, etniciteit en racisme. Verschijnt denkelijk in de loop van het volgende jaar.

Gat

logo alfred birney Elke schrijver kent het, het zogenaamde gat waarin je valt na voltooiing van een boek. Het gat ziet er na elk boek anders uit, voelt anders, je kunt er geen staat op maken. Ik weet nog dat ik na Bewegingen van heimwee zes weken lang elke dag in de kroeg ben gaan zuipen. Na Vogels rond een vrouw ben ik als een idioot op mijn racefiets door de duinen gaan jakkeren. De onschuld van een vis bezorgde me een half jaar lang pseudo-hartritmestoornissen. Herinneringen aan mijn andere boeken komen nu even niet direct naar boven. Ik heb net een essaybundel afgerond en verveel me nu. Ik doe alles uit verveling. Ik fiets uit verveling. Ik blog uit verveling. Ik maak mijn huis schoon uit verveling. Het is wel een lekkere verveling. O ja, je krijgt de nawerking in twee etappes: 1. als je je manuscript klaar hebt. 2. als het boek uit is. De essaybundel gaat over koloniale literatuur, canonisering, etniciteit en racisme. Verschijnt denkelijk in de loop van het volgende jaar.

Metamorfose

logo alfred birney Als je veel schrijft of hebt geschreven, dan krijg je een handschrift dat men wel een ‘doktershandschrift’ noemt. Ik heb zo’n handschrift. Mijn geschreven teksten zien er het mooist uit wanneer je ze een kwartslag draait. Je krijgt dan iets wat op Chinees lijkt. De afgelopen avond ben ik meer tijd kwijt geweest aan het ontcijferen van mijn eigen handschrift dan het invoeren van de correcties, die ik de afgelopen zomer lekker in de zon op mijn balcon maakte. Het gaat om een essaybundel rond koloniale literatuur in het tijdvak 1880 – 1910. Drie boeken van drie beroemde schrijvers worden vergeleken met drie pendanten van minder bekende schrijvers. De beroemden heten Multatuli (althans zo noemde die ijdeltuit zich), P.A. Daum en Louis Couperus. De minder bekenden heten Dé-lilah (althans zo noemde zij zich), Victor Ido en J. E. Jasper. De eerste drie zijn blanken (totoks), de laatste drie Indo-Europeanen (Indo’s). Wat ik allemaal betoog kan ik moeilijk in een paar zinnen kwijt, maar het komt erop neer dat het perspectief van de Indo-Europeaan altijd genuanceerder was dan dat van zijn of haar totok tegenpool. En dat dat genuanceerde perspectief moeilijk werd (en wordt) opgepakt door die trage breinen van die suffe literaire smaakmakers rond de Amsterdamse Grachtengordel, waar de Hollandse handelsgeest het nog altijd wint van schoonheid, in welke kunstvorm dan ook. Ik had daarover een gesprek eergisteravond met een bevriende kunsthistoricus, die uiteraard met Italië als zo’n beetje het tegenovergestelde kwam aanzetten. Hij had een verukkelijke uiensoep bereid naar Paul Bocuse, slecht voor mijn gezondheid maar goed voor mijn humeur, ik ben de naam vergeten van de Italiaanse wijn die ik meebracht, ik had hem voorgekoeld, het is nu 2 september, de avonden worden koel, de nachten nog net niet koud, ik zou even weg willen vluchten naar een warm eiland, eerst mijn paspoort maar eens vernieuwen, dat ding is al twee jaar verlopen, er staan fraaie stempels in, die ben ik straks kwijt. Ze hebben afschuwelijke plannen met biometrische paspoorten, dubbele vingerafdrukken, irisscans. Handel in paranoia, als je het mij vraagt.

Bedelaar terug van vakantie

logo alfred birney Ze staat er weer, de bedelares van de supermarkt om de hoek. Ik dacht dat ze was gerepatrieerd om van haar centen te gaan leven, maar nee: ze is gewoon met vakantie geweest. Ik denk dat ze er een week of zes uit is geweest, ik vermoed richting Armenië, waar ze naar zeggen vandaan komt. Ik denk dat er weinig landen zijn waar bedelaars zich vliegreizen kunnen permitteren. De een of andere Rotterdamse politicus riep de burger al eens op om vooral geen geld aan bedelaars te geven, ze hebben immers allemaal een uitkering. Nou, van zo’n uitkering kan een doorsnee verwend stuk Hollander natuurlijk niet leven, tenzij het gaat om de voorziening in de eerste levensbehoeften. Onze bedelares, met haar lijdzame snoet, speciale sjofele outfit en dat éne Straatnieuwskrantje (ze heeft er altijd maar één, als een soort vrijbrief of vergunning), heeft de onhebbelijkheid om in de supermarkt te gaan staan. Ze hoort buiten, zoals een bedelaar betaamt, maar zij staat binnen, ook als de zon schijnt en het lekker weer is. Ze stelt zich enigszins verdekt op naast de stapel boodschappenmandjes, maar fixeert vandaar elke klant die de kassa passeert. Dat maakt haar aanwezigheid zo dominant. Ze is lang gedoogd, maar mensen beginnen allengs te mopperen. Er zijn er een hoop die geen vakantie hebben gevierd, ze leven in stille armoede, die nog stiller is dan tien jaar geleden. Stel er komen 1000 klanten per dag binnen en één op de tien geeft haar 50 eurocent. Dat is 5000 eurocent per dag. Per week van zes dagen (onze bedelares heiligt de zondag) wordt dat 300 euro = 1200 euro per maand = 12000 euro per jaar. Ik reken tien maanden, aangezien haar vakantie niet wordt doorbetaald. Daar staat tegenover dat ze geen inkomstenbelasting en ziektekostenpremies hoeft te betalen. Bedelen is niet zwaar, het is wel een kunst. Kunstenaars moeten zijn vrijgesteld van het betalen van belasting. Alle kunstenaars. Zoals in Ierland. Maar daar blijkt inmiddels de boel mis te gaan, reden waarom U2 naar Amsterdam is uitgeweken. Waar zou onze bedelares haar toevlucht nemen als zij voortaan belasting moest betalen?

Gebed

hat logo meneer b Heer, ze zijn weer terug Heer, de kudde begint aanstonds weer op hol te slaan Heer, een werkelijk afgrijselijk vooruitzicht Heer, de filemeldingen op de radio worden reeds langer, nemen meer tijd dan het weerbericht, en wat erger is Heer: die radiolui vinden het prachtig als ze filerecords kunnen melden! Voor een file van, zeg, vijf kilometer draaien ze de microfoon niet meer open Heer. Ain’t that no shame, Heer? De leden van de kudde, die almaar uitdijende koeien, rijden je al weer aan met hun winkelwagentjes in de supermarkten Heer, want het is zo Heer dat de kudde zich voedt met karrenvrachten in hun automobielen Heer, waarbij bescheiden winkelmandjes niet passen Heer, reden waarom de kudde zich liever bedient van het winkelwagentje dan het winkelmandje. Er gaat ook zo veel meer in Heer: als de kudde het een beetje bekijkt, dan plempt men het kofferruim der automobielen vol met allerhande rotzooi Heer, alles verpakt met houdbaarheidsdata ver voorbij de Apocalyps Heer, is dat geen bezopen en oerdom optimisme Heer? De zomer was rustig, kalm, Heer, wind en regen even daargelaten, de kudde had zich gespoed richting Thailand, Laos, Cambodja, Bali, Groenland en de Noordpool, waar diverse landen nu al ruzie maken over welk deel welke natie toekomt als de poolkappen eenmaal gesmolten zijn en de helft van de wereld naar Atlantis is, om zo te zeggen. Maar goed, ik moet u eigenlijk dank zeggen dat de kudde intussen weer heelhuids teruggekeerd is, zongebruind and all that. Biedt u de kudde volgend jaar asiel in de respectievelijke vakantielanden, Heer? Dan hebben wij hier onze rust, Heer. Dank u Heer.

Vakantielectuur

hat logo meneer b Mijn zoon wilde een paar boeken meenemen naar Parijs, maar mij leek dat één boek wel voldoende was. Zijn grootmoeder had me gesmeekt de jongen niet méér mee te geven dan een kleine rugzak met alleen de hoogstnoodzakelijke spullen. Ze vond zelfs één onderbroek per twee dagen wel genoeg, maar dat ging me wat ver. Sokken en ondergoed dienen elke dag te worden verschoond, wij houden er geen oude Hollandse gewoontes op na. Maar goed, ik wilde wel op het gewicht van de rugzak letten, dus liet ik mijn zoon één boek kiezen uit de volgende vertaalde titels: Samuel Beckett – Verhalen zomaar; Craig Strete – Doodsriten; Patrick Süskind – Het parfum; J.D. Salinger – De vanger in het koren; João Guimarães Rosa – Het uur en ogenblik van Augusto Matraga; en dan nog twee verzamelbundels: De toppen van Latijns-Amerika (met verhalen van Marquez, Llosa, Bastos etc.) en Reis om de wereld in 80 verhalen (een ratjetoe van schrijvers als Nabokov, Borges, Greene, waartussen heel verrassend een ultrakort verhaal van nota bene de dichter W.B. Yeats!). Mijn zoon houdt van Craig Strete, maar toen ik hem vertelde dat Süskinds roman in Frankrijk speelde leek hem dat ook wel wat. Salinger moest snel afhaken, net als Rosa en de twee verzamelbundels. Nou had ik mijn zoon een half jaar terug eens een bladzijde voorgelezen uit één van die zwartgallige tragikomische verhalen van Samuel Beckett. Die schrijver werd het dus. Mijn zoon heeft een zwak voor onschuldige randfiguren, voor wie de maatschappij te hard is. Een kijkje in de hoofden van dergelijke figuren kan zijn beeld wat verruimen. Het is wel nogal een sprong: van Donald Duck naar Samuel Beckett.

De slaapwandelaar

hat logo meneer b Mijn zoon heeft Neptunus in het eerste huis van zijn horoscoop en dat maakt hem wat dromerig. Hij is vergeetachtig, een eigenschap waar ik jaloers op nou moeten zijn met dat krankzinnige olifantengeheugen van me. Toen ik hem gisteravond per openbaar vervoer wegbracht naar zijn grootmoeder, bij wie hij zou overnachten, ontdekte hij halverwege de reis dat hij de oplader van zijn mobiele telefoon was vergeten. We stonden op het busplatform van Den Haag CS, in de omtrek waarvan ik ooit 16 jaar lang woonde en nu een labyrint van bouwputten de lucht vervuilen, in harmonie met de Utrechtse Baan, via welke dagelijks een paar honderdduizend auto’s de stad in- en weer uitgaan. Mijn zoon en ik maakten rechtsomkeert in zo’n afgrijselijk voertuig van Randstadrail, dat hopeloze project dat nog altijd kinderziektes vertoont, en haalden de oplader van zijn gsm op. Ik moest nog een vriend bezoeken en begeleidde hem naar de tramhalte, ik had geen tijd meer om hem naar zijn grootmoeder te brengen. Vanmiddag belde hij op vanuit Parijs, waar hij met zijn grootmoeder lekker op een terrasje aan de Seine zat. Hij belde me omdat hij naar zijn zeggen niet kon sms’en. Ik bevond me toevallig in zo’n telefoonwinkel en daar zeiden ze me dat met +31 voor elk Nederlands nummer het sms’en vanuit Parijs zou moeten gaan. Ik heb nog altijd geen sms gekregen, maar hij zal het wel goed maken met zijn Neptunus in het eerste huis. Ik bedoel: zulke mensen komen al dromend altijd wel op de goede plek terecht. Zijn grootmoeder kennende zal hij ook wel niet in een kinderachtig hotel verblijven. Lekker zappen in de avond op zijn hotelkamer, of lezen in het boek dat hij uit mijn kast heeft getrokken. Croissantjes in de ochtend als krachtvoer voor de vele culturele uitstapjes waar zijn grootmoeder hem op zal trakteren. De vrouw is een connaisseur. Ze zal hem vast heel veel vertellen en laten zien en hij zal ongetwijfeld heel veel vergeten. Op dat ene mooie meisje na, dat hem op zekere dag in een flits zal passeren.

Apocalyps volgens Cormac McCarthy

logo alfred birney Als iemand mij vraagt of ik die en die schrijver al eens heb gelezen, dan begin ik meestal te gapen. Veel verder dan bladzijde 10 kom ik toch niet. Herlezen doe ik wel, om nog eens te kijken hoe de meesters en meesteressen het deden. En anders een boek van de plank koloniale en postkoloniale literatuur pakken, als studieobject. Laatst zat een dame naast me aan een diner, die de naam van een schrijver in de mond nam die ze drie keer voor me moest spellen. Het was een Amerikaan, dat beviel me al niet. De dame kon me ook niet uitleggen wat er nou zo goed was aan die schrijver. Dat beviel me weer wel. Ze had eerder namen laten vallen die me bevielen, dus ik vroeg haar of ze me de naam van de schrijver wilde mailen. Ik vergeet namelijk snel namen. De mail kwam: Cormac McCarthy. Ik surfde naar een online bookstore en bestelde maar meteen zijn laatste roman. Ik verveelde me toch al zo achter die eeuwige computer, het werd weer eens tijd om een boek te lezen. Het boek heet De weg (2007) en is een, denkelijk wat rammelende, vertaling van The Road (2006). Maar je stapt een wereld binnen die jou niet meer loslaat, nooit meer. Een wereld die vrijwel is verwoest, waar de zon niet meer schijnt, het ellendig koud is en de dagen hooguit enkele uren duren. Een man van een jaar of veertig trekt met zijn ongeveer tienjarig zoontje langs verlaten wegen. Hun core bizz: eten zoeken. Soms komen er desolate figuren voorbij, of menseneters tegen wie de man zijn zoontje beschermt. Hij bewaart de laatste kogel in zijn pistool voor zijn zoontje, dat hij heeft uitgelegd hoe je voor je kop te schieten. De man heeft zijn verleden in een wereld zoals wij die kennen, zijn zoontje kent alleen de vergane wereld. Ik kan me geen hopelozer roman herinneren, en tegelijk geen boek zo vol van liefde tussen een vader een zoon. Ik kan me ook niet herinneren dat ik nog dagenlang wakker ben geworden met de herinnering aan een boek. Het boek herinnert ons, zoals iemand in The Guardian schrijft aan wat wij mensen te verliezen hebben. Dat is veel, heel veel, onnoemelijk veel. Als je wilt weten wát, lees dit boek dan. Elke schrijver die dit leest zal jaloers zijn op het idee. Hoed af voor de uitwerking ervan.

Voorpublicatie in Archipel

archipel In het zomernummer van Archipel Magazine veel aandacht voor Bali, zoals ecotoerisme, een fenomeen dat mijn wenkbrauwen doet fronsen. Van Step Vaessen krijgen we het verhaal van haar als meisje uit Limburg tot onverschrokken dame in Jakarta, eerst als correspondent voor de NOS en nu ook voor Al Jazeera. Ze heeft geen huis meer in Nederland, is ook niet nodig, ze voelt zich Jakartaanse en haar zoontje al helemaal. Bog-Bog Magazine is de naam van Bali’s Cartoon Tijdschrift. De hoofdredacteur is vier jaar geleden met het tijdschrift begonnen en krijgt inmiddels – en zeker na de rel om de Deense cartoons – aanbiedingen van talloze cartoonisten van over de hele wereld. Hans Vervoort kijkt nog even terug op die mallotige uitspraak van onze minister-president, die zei dat we weer terug moesten naar de VOC-mentaliteit. Aanvankelijk moest ook Hans Vervoort lachen, maar nu bekijkt hij de zaken wat genuanceerder. Verschil tussen hem en Jan Peter Balkenende is helaas dat hij de overzeese geschiedenis van Nederland kent en onze minister-president wat dat betreft een sukkel is. Frans Lopulalan zet zijn column over de beroemdste gorilla ter wereld en diens Rotterdamse aanbidster in koloniaal perspectief. Hij zal ongetwijfeld wel weer een lading boze brieven over zich heen krijgen. Er staat te veel in Archipel om op te noemen. Ikzelf mag het doen met voorpret, en heel graag! Een voorpublicatie van mijn komende boek staat fraai achterin afgedrukt.

Bokito en neokolonialisme

logo alfred birney Mijn bevriende collega Frans Lopulalan belde voor een social talk. Hij vroeg me of ik nog op tijd was geweest met de deadline die Archipel Magazine nogal laat had gesteld. Nee, ik had geen tijd meer gehad om een nieuw stuk te schrijven maar kon gelukkigerwijs nog met een voorpublicatie komen uit mijn nieuwste boek Rivier de Lossie, dat in het najaar verschijnt. Frans Lopulalan zelf blijkt een column te hebben gewijd aan de beroemdste gorilla van deze nog jonge eeuw: Bokito. Hij brengt het gedrag van de vrouw in verband met koloniale neerbuigendheid. Ik moest lachen toen hij me dat vertelde. Als je lang bezig bent met fenomenen als macht, seksisme, racisme en kolonialisme, dan zie je in elk geval snel de link tussen (neo-)kolonialisme en de vrouw die zo geobsedeerd was door Bokito. Sla je de wereldliteratuur met de leestechnieken van Edward Said (1935 – 2003) op kolonialisme na (zie bijvoorbeeld: Culture and imperialism, 1993), dan slaat de schrik je om het hart. Blijf je in Edward Said’s voetspoor volgen, dan kun je gemakkelijk teleurgesteld raken over het volslagen gebrek aan zelfinzicht en zelfkritiek bij degenen die de zogenaamde ‘juiste’ boeken canoniseren voor ons nageslacht. De hoofdredacteur van Archipel Magazine krijgt onderhand wel grijze haren van de giftige columns van Frans Lopulalan, maar blijft ze toch plaatsen. Ik vroeg mijn collega hoe het intussen met zijn weblog is, waar hij al ruim een jaar terug aan begonnen is. Wanneer kom je eens met wat nieuws joh? ‘Morgen,’ zei hij.