Bintaro kalender 2008

De eigenaren van Toko Mirasa in Den Haag en Sultan Printing Service in Rotterdam zijn in februari van dit jaar als ambasadeurs van de Horizon Holland Foundation diverse projecten in Indonesië gaan bekijken. Eén van die projecten was Huize Bintaro voor gehandicapte weeskinderen onder de stichting Yayasan Sayap Ibu. Het tehuis staat onder leiding van Mevrouw Nasution, die ondanks haar leeftijd van 85 nog steeds actief is.

De bewoners van Yayasan Sayap Ibu Bintaro zijn meestal te vondeling gelegde baby’s met zware lichamelijke handicaps. De kosten voor medisch onderhoud en dagelijkse verzorging van de kinderen bedragen momenteel 3500 euro per maand. Dat is erg veel geld in Indonesië. Er ligt een plan om alle kinderen van de stichting in één nieuw te bouwen onderkomen bijeen te brengen. Dan kunnen de kosten drastisch omlaag worden gebracht en meer kinderen worden geholpen.

Toko Mirasa en Sultan Printing Service hebben de afgelopen maanden 25 adverteerders geworven voor het uitbrengen van een speciale kalender voor Yayasan Sayap Ibu. De kalender voor 2008 is net verschenen en kost 10 euro inclusief porto (zowel binnen als buiten Nederland!). De opbrengst van de verkoop van de kalender gaat volledig naar de deposit voor het beoogde nieuwe opvanghuis, dat plaats moet bieden aan 80 – 100 baby’s.

Aardigheden van de kalender zijn dat alle Nederlandse schoolvakanties van alle districten worden getoond, naast algemene, christelijke, islamitische en hindoe feestdagen. De kalender is ook als muuragenda te gebruiken. Als cadeautje voldoet hij natuurlijk ook!

Help de kinderen van Bintaro en maak 10 euro over op giro 2400060 ten name van Stichting Horizon Holland onder vermelding van “kalender”. Zet uw naam, adres en postcode bij de omschrijving en u krijgt de kalender zo spoedig mogelijk thuisgestuurd.

Meer informatie:
www.sayapibubanten.org
www.horizonholland.org
www.mirasa.nl

Bron:
www.alfredbirney.nl

Webmasters: neem gerust dit hele bericht over op je website. Zet ook deze voettekst erbij om het door te geven. Dank!

Zoeken naar Nieuw-Voordorp?

logo alfred birney weblog Soms komen er e-mails binnen van mensen die zoeken naar feiten en/of verhalen rond Huize Nieuw-Voordorp, ooit een weeshuis, later een gezinsvervangend tehuis voor kinderen uit getroebleerde gezinnen. Ze komen van mensen die mijn boeken Bewegingen van heimwee en/of Het verloren lied hebben gelezen of erover hebben gehoord of via een zoekmachine mijn website vonden. Huize Nieuw-Voordorp vormt een belangrijk decor in beide boeken, de verhalen en verhaallijnen zijn goeddeels fictief. De romanfiguren zijn allemaal ontsproten aan mijn fantasie. Toch bieden de boeken veel herkenbare details, ze geven een realistisch beeld van het leven in Nieuw-Voordorp in de jaren zestig. De laatste tijd kloppen ook nazaten van oud-bewoners bij mij aan. Ze krijgen altijd antwoord, al heb ik dit hoofdstuk uit mijn leven intussen achter me gelaten. Onlangs werden mijn broer en ik benaderd door ex-leidinggevenden die een reünie wensen volgend jaar op Hemelvaartsdag, ooit de traditionele jaarlijkse sportdag en jaarlijkse reünie van ex-pupillen. De laatste reünie die ik bezocht vond plaats ergens halverwege de jaren tachtig in de zaal van de katholieke kerk naast het oude terrein, waar inmiddels prijzige architectonische vluggertjes van flatgebouwen de omgeving deprimeren. Er was ook nog een reünie voor (oud-) Voorschotenaren in 2004 in 2004, die bezocht werd door enkele ex-pupillen van Nieuw-Voordorp. Mijn broer heeft nu een forum gelanceerd waar je oproepen kunt plaatsen, berichten achterlaten, herinneringen uitwisselen enzovoort. Als iedereen met een website en een binding met Nieuw-Voordorp een link plaatst, komt het tehuis wellicht virtueel weer tot leven en volgt er wie weet nog een reünie. Click hier.

Naschrift:

Op de reünie is mij veel gevraagd naar de boeken die ik schreef over Nieuw-Voordorp en of en waar ze nog verkrijgbaar zijn. Het gaat om drie titels, het is fictie (autobiografisch proza), ik zet mijn auteursnaam er even bij, omdat die makkelijk verkeerd gespeld wordt:

Alfred Birney: Tamara’s lunapark (1987)
Alfred Birney: Bewegingen van heimwee (1989)
Alfred Birney: Het verloren lied (2000)

Tamara’s lunapark telt acht hoofdstukken, waarvan er één in Nieuw-Voordorp speelt (scène van een nachtelijk bezoek van een paar jongens aan een paar meisjes in de meisjesvleugel). Bewegingen van heimwee speelt veelal in Nieuw-Voordorp, één hoofdstuk gaat zelfs over de reünie van eind jaren tachtig. Het verloren lied is over het algemeen als mijn beste werk bestempeld en speelt in drie tehuizen: Nieuw-Voordorp in Voorschoten, Welkom in Arnhem en Dalvey in Scheveningen.

Bovenstaande titels verschenen bij Uitgeverij Knipscheer. Die is per e-mail te bereiken via indeknipscheer@planet.nl . Van de eerste twee boeken zijn er nog enkele restexemplaren direct bij de uitgeverij te bestellen. Zet in de subject line van je e-mail: “boeken van birney” (zonder aanhalingstekens). Vraag in je mail naar de titel(s) die je wenst, naar de prijs en levertijd. De uitgever is over het algemeen snel met antwoorden op e-mails, telefoneren is niet aan te raden.

Het derde boek, Het verloren lied, volgens velen het mooist van alles dat ik ooit schreef, is nog gewoon verkrijgbaar via de bekende kanalen als Bol.Com, Azur, Plantage Books, Noord Nederlandse Boekhandel etc. Bij een zoekactie typ je in onder auteur: Birney, Alfred. Omdat het boek al acht jaar oud is, hebben de internetwinkels het boek niet altijd in voorraad.. Gevolg is dat zodra er een exemplaar is verkocht er een nieuwe bestelling bij de uitgever wordt geplaatst. Hier gaat 48 uur overheen. Is het boek dus niet verkrijgbaar, probeer het dan na 48 uur opnieuw. Wie alleen in de traditionele boekhandel koopt, die moet het boek laten bestellen. Kies een goede boekhandel,. Geen AKO of BRUNA, die verkopen alleen actueel werk.

Wie de oudere titels tweedehands wil hebben, gaat www.antiqbook.nl. Tik in bij schrijver achternaam: birney, alfred. Niet: birney, want dan krijg je de zooi van naamgenoten erbij. Ook niet: alfred birney, want dan krijg je: not found.

Voor wie wil lezen maar niet wil kopen, ga naar de plaatselijke bibliotheek en vraag er de boeken te laten van de KB: http://www.kb.nl/

Okay, nough said? Als je nog vragen hebt, ga naar mijn website www.alfredbirney.com en stuur me een mailtje. O, eh, geen verzoeknummers, ik schrijf niet meer over Nieuw-Voordorp, drie boeken is wel genoeg en beter dan Het verloren lied kan ik het nooit meer.

De reünie was geweldig, fare thee well NV-ers.

Alfred

Wat is nou gezond?

logo alfred birney Een test onder Nederlandse kinderen zegt dat ze te dik zijn, maar toch tevreden met zichzelf. Ze snoepen veel en bewegen weinig. Wat de test niet zegt is dat kinderen meer binnen dan buiten spelen tegenwoordig. Ik ga nu even uit van mijn eigen waarneming. Hoe zou het anders kunnen dat kinderen behalve hun overgewicht ook nog te maken hebben met pesten, muisarmen en ademhalingsproblemen. Wie wordt gepest, die blijft binnen. Wie binnen blijft, die pakt een muis en surft naar cybercontacten. Die kunnen je ook pesten, maar die click je sneller weg dan die vervelende treiterkous bij je in de klas. Enfin, de test is het begin van een landelijke gezondheidscampagne waar zo’n 1000 basisscholen aan meedoen. Fijn. Hoe snel lees je over “ademhalingsproblemen” heen. Mijn zoon klaagde afgelopen zondag over de lucht en dan fietsten we nog door de duinen met een fris briesje uit zee. Gisteren stond ik met dat rare warme weer voor april voor een dilemma. Fietsen voor mijn gezondheid of thuisblijven voor mijn gezondheid? Fietsen schijnt volgende de jongste onderzoeken ongezonder dan autorijden. Maar auto’s zijn juist voor het grootste deel debet aan de luchtverontreiniging. De antirooklobby danst hysterisch de horlepiep bij het idee aan rookvrije cafés, maar is te corrupt om de auto-industrie aan te pakken. Het is 800.000 jaar vliegen met het Amerikaanse ruimteveer voor een enkele reis naar de Planeet 581 C. En dan moet je nog maar zien of je daar wat lekkerder adem kunt halen dan hier bij ons.

Uit mijn boekenkast

logo alfred birney Ik heb nog altijd mijn boekenkast niet opgeruimd. Nog altijd = een jaar of 8. Wél heb ik een speciale plank voor vertaalde Japanse en Chinese literatuur. De schrijvers zijn wel door elkaar gehusseld, klassiek en modern. Ook immigrantenkinderen zitten erbij. Eén van hen heet Yoji Yamaguchi. Hij was volgens de flaptekst van uitgeverij Van Gennep (1996) redacteur bij de befaamde uitgeverij Hartcourt Brace. Hij is in 1963 geboren en voor de rest weet ik weinig van hem. Te oordelen naar de informatie die op het internet te vinden is (oppassen op naamgenoten hier, één van hen is bokser) is het bij die ene roman gebleven: Face of a Stranger (1995). Yoji Yamaguchi schreef nog een gids voor Japans-Amerikaanse genealogen en lijkt voornamelijk zijn kost te verdienen als editor, een beroep dat in Nederland nooit echt van de grond is gekomen.

Ik las de afgelopen week de Nederlandse vertaling Het gezicht van de foto. Het boek beviel me aanvankelijk zeer, maar gaandeweg begon de tragikomische toon me tegen te staan. Het aantal personen begon ook wel erg in de richting van een minder gewenst aantal uit een 19e eeuwse Russische roman te gaan. Het boek is het relaas van Japanse immigranten die aan het begin van de twintigste eeuw proberen een bestaan op te bouwen in Californië. Jongens vinden met enig geluk werk als huissloof bij oude wijven, meisjes worden zonder enig geluk onder valse beloften naar Amerika gelokt, want hun schip is de haven nog niet uit of ze zijn tot hoer gedegradeerd. De plaats van handeling in Californië is China Alley, een vieze wijk die al lang verlaten is door de Chinezen en zo troosteloos is dat geen Japanse immigrant zich geroepen voelt de naam te veranderen. Hier vindt een soap plaats tussen hoeren en de Japanse maffia.

Yoji Yamaguchi maakt van mannen suffe klunzen en van vrouwen intelligente opperwezens, geheel naar de trend van de jaren negentig maar wel wat ongeloofwaardig rond 1900. De enige interessante zin in het hele boek klinkt in een discussie tussen twee oudere Japanse immigranten, waarbij de ene zich afvraagt wat ‘innerlijke assimilatie’ in godsnaam is. Waarop de ander zegt: ‘De opvatting dat we ons niet alleen als Amerikanen moeten gedragen, maar ook hun manier van denken moeten overnemen.’ Dit, althans voor mij, uiterst belangrijke motief komt aldus zeer terloops ter sprake en sterft dan weer snel onder een melige ontwikkeling die Yoji Yamaguchi beter in een filmscript had kunnen stoppen. Dat krijg je ervan als redacteuren gaan schrijven.

Nieuwe rage: kinderen vermoorden

logo alfred birney Het lijkt wel een rage. Het ene na het andere kind wordt vermoord. Als dit zo doorgaat, dan gaan de kinderen terugslaan en wordt straks de ene na de andere bejaarde door een troep kids vermoord. We leven immers in een wereld van wie-niet-voor-mij-is-die-is-tegen-me. Toen ik in 1964 in een kindertehuis belandde, was echtscheiding nog geen mode en agressie binnen het gezin iets dat verborgen bleef achter vitrages en geraniums in de vensterbanken. Je kon ook nergens heen als kind. Mijn moeder vluchtte eens met mij naar het politiebureau nadat mijn vader me had afgetuigd, maar we werden gewoon weer naar huis gestuurd, met een vrijbrief voor de beul die weer klaarstond om zijn oorlogstrauma’s op ons te botvieren. Enfin, je werd als kind mishandeld, de straat op geschopt, als slaaf gebruikt dan wel misbruikt, maar ik herinner me niet dat er wekelijks een kind werd vermoord. Baby’s worden tegenwoordig ook in zakken aan de vuilnisman meegegeven. Ze vonden er laatst één op de vuilnisbelt. In het huidige tijdsgewricht worden in Nederland jaarlijks 60 tot 70 kinderen per jaar vermoord, meestal door familieleden. Grootste risicogroep vormen kinderen van alleenstaande vrouwen. Wat had ik dan toch een geweldige jeugd eigenlijk in die tehuizen in de jaren zestig. Ik heb er romans over geschreven, zonder klacht overigens, maar echt juichen hoorde je me niet destijds. In Brazilië zoeken straatkinderen elkaar op, ze slapen in groepen en worden door doodseskaders overhoop geschoten. Zo kan het ook. Hey mam, wat is het leven mooi hè?

Winterslaap

hat logo meneer b Als we naast de bekende ‘westerse’ (Babylonische) en Chinese astrologie een nieuwe zouden verzinnen, dan zou ik wel onder het zodiakteken Beer willen vallen. Niet omdat het zo’n lief dier is – al schijnt het voor kinderen en grotere meisjes en ook jonge vrouwen en misschien zelfs ook oudere vrouwen of wie weet zelfs voor bejaarden lekker te zijn om tegenaan te liggen (het moet dan wel een nepbeer zijn) – maar omdat het een winterslaap houdt. Er zijn natuurlijk ook de egels, vleermuizen, marmotten, mollen, hamsters en muizen die een winterslaap houden. Maar als ‘hartpatiënt’ wil ik tweemaal per week een portie verse zalm, dus ik opteer alvast voor het zodiakteken Beer, aangezien dit dier de enige visser is onder de genoemde soorten. Dat ik als Beer een onpeilbaar humeur heb en plotseling agressief kan worden, klopt ook wel. Verder houd ik van honing (die was erg duur vandaag in de supermarkt). Nog een dag of tien en we beleven de kortste dag. In deze periode ben ik bijkans mijn nest niet uit te rammen. Acht uur slaap is niet genoeg, ik ging verleden maand al naar de negen, nu zit ik al op tien uur slaap. Ik krijg bijna heimwee naar toen ik 25 jaar was en zonder problemen het klokje rond sliep. Mijn record ligt geloof ik op 18 uur. Wat er aan die lange slaap vooraf was gegaan, ben ik vergeten. Waarschijnlijk een overdosis aan seks, met nog wat stuff waarover je niet zomaar vrijmoedig kunt bloggen.

Nachtmoeheid

hat logo meneer b Iemand vroeg me laatst of het niet ongezond was ’s nachts te leven. Dat vraag ik mezelf al jaren af. Talloos zijn de schrijvers die de nacht boven de dag verkiezen. Je maakt je wereld klein, evenzo de kans afgeleid te worden. Geen muziek dat van de buren door de muren heen komt dreunen, geen gekrijs van kinderen voor je deur en in de tuinen, geen geboor, geschuur, getimmer van gepensioneerden die in klussen hun tao naar de hemelse verlichting zijn gaan zien. Kortom: alle tijd om te denken. Schrijven is voor 95 procent denken. Het beeld van de schrijver die zijn typmachine laat ratelen, klopt niet. Dat is het beeld van de journalist. De schrijver moet alles zelf doen, draagt volledige verantwoordelijkheid voor wat hij of zij schrijft, er is geen systeem waarin je je kunt verschuilen. Dat maakt schrijven zwaar. En de nachten kunnen lang worden, als ze dat al niet zijn. Afgelopen zomer legde ik mijn nachtverslaving nog voor aan mijn cardioloog. Hij zag er niets ongezonds in. ‘Als je maar een ritme hebt’, was zijn boodschap. Ambulancebroeders, om maar dicht bij huis te blijven, leven met hun wisseldiensten ongezonder dan schrijvers. Evenwel… als je in de winter in de ochtend naar bed gaat en om twee uur je bed uitkomt, rest jou niet meer dan drie uur daglicht. Daar ligt het spook van de depressie op de loer. Ik heb er nog geen last van. Toch begint er zoiets als nachtmoeheid bij me op te treden.

Tijd

hat logo meneer b De mensen hebben het druk. Een paar jaar terug klonk het nog als een hilarische smoes om onder afspraken uit te kunnen komen: tja, druk-druk-druk hè? Nu is het geloof ik een verplichting. De één bijt zich vast in zijn werk, de ander zet zich met hart en ziel in voor zijn zoveelste relatie, weer een ander raakt volkomen in paniek wanneer hij ziet dat er een uurtje leeg is over vijf weken in zijn agenda. Sekscontact met de snelheid waarmee je een hamburger wegwerkt mag tegenwoordig ook weer, de dames doen er niet moeilijk over want ook zij hebben het druk en staan percentueel inmiddels gelijk aan de man op de schaal van hart- en vaatziekten. Dat hebben ze toch maar mooi bereikt. Het druk hebben heeft in elk geval één voordeel: je hoeft niet over jezelf na te denken. Gaat het op je werk niet goed, dan ligt de oorzaak bij je collega’s. Loopt je relatie niet lekker, dan is je partner niet communicatief. Wil het niet vlotten met je hobby (bloggen of schrijven is dat tegenwoordig), dan zijn het de kinderen die je tijd opvreten. Intussen zit ik lekker op het balkon in de zon met een Pilot V Ball Grip 07 in mijn manuscript te krassen. Daar neem ik alle tijd voor. Dit biedt uiteraard geen garantie voor een goed boek. Het kost namelijk evenveel tijd om een goed als een slecht boek te schrijven. De tijd nemen is tegenwoordig geen keuze meer. Eerder een protest.

Manier van werken

hat logo meneer b Ik heb zojuist een kort verhaal afgerond en per e-mail aan een tijdschrift gestuurd dat waarschijnlijk zijn laatste jaargang beleeft. Het verhaal telt 507 woorden, dat is 5 + 0 + 7 = 12 = 1 + 2 = 3. Ja, ik liet me even gaan voor ik de laatste hand legde aan het verhaal. Met Google Earth spoorde ik via het internet mijn vorige flat op. Ik zag het huis, de ligging, zo perfect voor een kluizenaar, en vroeg me af waarom ik daar in hemelsnaam ben weggegaan. Redelozer kan ik nauwelijks zijn, immers toen ik er woonde wilde ik er weg, altijd maar weg. Jaar in en uit speurde ik advertenties af om er weg te kunnen. En nu ga ik zitten zeuren dat het er zo fijn was. Zoals toen ik dáár woonde, alles zo fijn was geweest op een plek waar ik eerder woonde, een kindertehuis of all places. Ik lijk mijn moeder wel, die kon ook zo zeuren, mijn vreselijke moeder, die een hoofdrol speelt in het verhaal dat ik zojuist heb gepost. De vrouw spoelt de pasgeboren caviaatjes van haar kinderen door de wc terwijl zij op school zitten. Ik heb de data genoteerd waarop ik aan het verhaal werkte: zondag 19 november 2000; maandag 26 maart 2001; dinsdag 9 november 2004; woensdag 19 juli 2006. Vier dagen dus, waarschijnlijk slechts enkele uren, maar wel over een periode van zes jaar. Deze manier van werken was ooit exemplarisch voor mij. Dáár, in die flat.

Raadsel uit de Maleise bellettrie

logo alfred birney Maya Sutedja – Liem, collega publicist in Archipel Magazine, mailde me naar aanleiding van mijn tweedelig artikel Goena-goena volgens P.A. Daum en Victor Ido in genoemd tijdschrift. Ter sprake komt onder andere een verhouding tussen de zoon van een Indonesische huishoudster en een blanke Europese vrouw, een kwestie waarop in de koloniale tijd een zwaar taboe rustte en waarover veelal slechts angstvallig werd geschreven. Maya kent een boek uit het Maleis, waarin het taboe-onderwerp vrijmoedig bij de kladden wordt genomen.

Het verhaal is getiteld Njai Isah en geschreven door een zekere Ferdinand Wiggers, een Indo-Europeaan die gewoonlijk in het Maleis publiceerde. Het verhaal verscheen aanvankelijk als feuilleton in een Maleise krant in 1903 en daarna in enkele boekdelen. Het gaat over een Nederlands meisje dat een verhouding krijgt met de zoon van hun Indonesische bediende en zwanger raakt. Om haar reputatie niet te schaden moeten man en kind worden weggemoffeld. Het meisje zelf ziet zich gedwongen een Nederlandse man te vinden om mee te trouwen, wat gepaard gaat met goena-goena en meer van die typische motieven uit de koloniale bellettrie.

Maya heeft slechts twee delen in een Leidse bibliotheek kunnen opsporen. Omdat het motief nogal spectaculair was voor die tijd vraagt zij zich af of het boek misschien geen vertaling is van een Nederlands verhaal. Ikzelf neem aan van niet, omdat de fatsoensrakkers eerder in Nederland dan in het voormalige Nederlands-Indië gezocht moesten worden. Het colofon in het boek geeft geen uitsluitsel, wat indertijd niet ongebruikelijk was. Als uitgever wordt genoemd de NV tot exploitatie van Mal. week- en andere bladen in Nederlandsch-Indië. Meer is niet bekend.

Over de schrijver heeft Maya het volgende kunnen achterhalen. Ferdinand Wiggers (1862-1912) was een zoon van de Nederlandse (?) Frederik Ernst Wiggers en de Indonesische Pela (of Helena?). Ferdinand Wiggers huwde eveneens een Indonesische vrouw, genaamd Tjanting (later genoemd Enerstina Hermina?). Van de vijf kinderen die uit dit huwelijk voortkwamen, bleven twee zonen in leven: Norbertus Petrus (1886 – ?) en Ernst Ferdinand (1890-?). Ferdinand Wiggers was redacteur bij verschillende Maleise dagbladen, waarin hij veel publiceerde, wat soms tot een boekuitgave leidde. Daarnaast vertaalde hij ook veel Europese romans naar het Maleis, waaronder Van slaaf tot vorst van Melati van Java.

Maya is bezig stukken uit Njai Isah te vertalen. Ze beoogt de uitgave van haar vertalingen van korte Maleise verhalen in het komende jaar en zit nu met de brandende kwestie: in welke brontaal is het verhaal geschreven: het Maleis of het Nederlands? Stuur even een mail als u Maya Sutedja – Liem kunt helpen.