Notities van Tanja

logo alfred birney De ontboezemingen van de Nederlandse guerillastrijdster Tanja Nijmeijer worden verslonden door de lezers in Colombia. De dagboeken van de 29-jarige vrouw, die de naam Ellen of Eillen als schuilnaam gebruikt, zijn gevonden in een veroverd guerrillakamp en gepubliceerd in de Colombiaanse krant El Tiempo. De dagboeken bieden een nogal ontluisterende blik in het leven bij de FARC, een marxistische rebellenbeweging. Op de website van de NOS vind je een vertaling uit delen van haar dagboeken. Even los van je eventuele mening over haar keuze om de wapens op te pakken, maakt haar tekst voor mij in elk geval duidelijk dat er geen weblog gaat boven de intimiteit van het dagboek, dat niet is geschreven om door de hele wereld gelezen te worden. De notities van Tanja maken vrijwel elk weblog plat. Alleen het boek kan webijveren met dergelijke intieme teksten.

Indisch Anders

logo alfred birney De jaarlijkse Pasar Malam Besar is op handen, ik zie het aan de bedrijvigheid in de keuken van mijn achterburen een straat verderop. Ze hebben de keuken in een uitbouw achter één van de huizen, die al langer dan een eeuw meegaan. Ooit woonde een familielid van me in die straat. Verder terug in de tijd liet de romanschrijfster Dé-lilah in haar debuutroman Gecompromitteerd (1897) haar heldin er een poosje bivakkeren. Men hield er toen nog huisbedienden op na. Thans zijn de huizen veelal opgesplitst in appartementen. Ik denk dat men toen alle parterres van een uitbouw is gaan voorzien, zeker weten doe ik dat niet. Ze zien er uit als veredelde schuren, er zijn mensen die erin slapen. Maar mijn Chinees-Indische buren gebruiken de uitbouw alleen om te koken, en dan éénmaal per jaar gedurende enkele weken. Dat gaat dag en nacht door en ik weet na acht, negen jaar niet altijd niet wat er nou precies gebakken wordt. Dat het voor een toko op de Pasar Malam Besar is, staat buiten kijf. In het begin slenterde er nog een oude man rond, die om de haverklap door zijn vrouw met de mattenklopper naar binnen werd gejaagd. Toen hij was verdwenen had ze het rijk voor zich alleen, maar ik zie haar nu ook niet meer, misschien ligt ze op sterven of is ze al dood. Het gaat nu heel hard met de Indische mensen van het eerste uur, het lijkt wel alsof ze het leven uit rennen. Inmiddels doet onze – tweede – generatie nog haar best de Indische cultuur dynamisch te houden, zoals met het uitbrengen van de jaarlijkse boekenkrant Indisch Anders. Ik bespreek hierin Theodor Holmans nieuwste roman Tjon. De krant is gratis in toko’s, kiosks en dergelijke verkrijgbaar.

Kostelijk

logo alfred birney De brief van het Algemeen Dagblad komt als een verlossing. De gratis krant verstopt mijn brievenbus, die toch al wordt geteisterd door een overmaat aan ongevraagde post, want schrijvers krijgen nogal eens manuscripten van wildvreemden toegestuurd, cadeautjes van fans, post van schimmige organisaties en zo meer. Het AD plus de bulkreclamefolders zijn al voldoende om mijn brievenbus met haar anachronistische afmetingen dagelijks te verstoppen. Mijn Marokkaanse buurjongens vinden dat een schrijver hier helemaal niet thuishoort, een schrijver hoort in een villa ergens in de duinen of zo, en daar kan ik me wel in vinden. Het AD denkt kleiner en vraagt me in een brief of mijn gratis abonnement nog wel ‘actueel’ is. Laat ik niets horen vóór 1 februari, dan zal het gratis abonnement automatisch stopgezet worden. Maar het reactieformulier gebruiken is natuurlijk beleefder. Ze bieden liefst 50 procent korting op een jaarabonnement! Hm, de reisbijlage heeft altijd wel de juiste dikte voor onder mijn jack op de fiets tijdens mijn revalidatierondjes. Maar die heeft dat gratis huis-aan-huisblad waarmee we al meer dan een halve eeuw worden getreiterd óók. Enfin, het formulier. De naam van mijn contactpersoon? Hm, zal mijn ex-hoofdredacteur van de Haagsche Courant wel zijn. De reden van mijn gratis abonnement? Eh… een straf voor mijn verzet tegen de leugenachtige fusie? Het verraad van de lafbekken bij de krant? Of zal ik schrijven dat ze mij mijn baantje maar terug moeten geven, zodat er weer eens iets kostelijks te lezen valt? Zouden ze dat woord nog kennen: kostelijk?

Oostenwind, zwak tot matig, 4°C

hat logo meneer b Toen ik langs het Huis van Bewaring fietste – dat heet nu anders maar ik vergeet die bespottelijke naam steeds weer – moest ik denken aan Misty Roses van Tim Hardin. Het nummer is enig in zijn soort in het rijtje liedjes dat de folkzanger achterliet voor hij zich het graf in zoop en snoof. Het nummer kreeg een bossa nova beat mee, Tim Hardin zal het wel in een romantische bui hebben geschreven. Ik dacht aan het nummer toen de Watertoren mistig opdoemde terwijl ik langs een rijtje nieuwbouwvilla’s fietste. Ik vroeg me af wat er nou eigenlijk zo romantisch is aan mistige rozen. Je ziet ze op ansichtkaarten, grammofoonplatenhoezen en misschien ook wel in reclamefolders die in bulkverpakking je brievenbus verstoppen. Ik denk dat een mistige roos alleen te pruimen is wanneer je lekker op een bank in zo’n villa zit bij een behaaglijke kamertemperatuur. Glas warme wijn erbij en zo. Woon je in een villa tegenover het Huis van Bewaring, dan lijkt mij de achtertuin geschikter voor een rozenstruik. Tijdstip van de mist ligt tegen de avond, maar dan moet je wel een kok in huis hebben, anders heb je geen tijd om lekker tegen je minnares aan te hangen om zo te genieten van die mistige rozen. Niks voor een arme schrijver natuurlijk, dit allemaal. De krant tussen mijn borst en jack volstaat nog maar net bij die waterige oostenwind. Wandelaars bij een mistige zee. Wat zouden ze zingen? How can we hang on to a dream?

Verse zalm

hat logo meneer b Sinds mijn hart een aanval te verduren heeft gekregen, is mijn lichaam veel gevoeliger voor allerlei veranderingen in de atmosfeer. Als een dweil rond het middaguur opgestaan. Plotselinge regen brengt veel zuurstof in de lucht, het zou me goed moeten doen, maar mijn lichaam acclimatiseert trager. Is Japan nog één van de weinige landen waar men een echte lente, zomer, herfst en winter kent? De geleidelijkheid der seizoenen lijkt me een weldaad. Of heeft ook daar de luchtverontreiniging het klimaat ziek gemaakt? Eigenaardig dat in een dichtbevolkt land als Japan, waar de luchtverontreiniging hoog is, de mensen zeer oud worden. Ligt het Japanse geheim in hun keuken? Medische hulp schijnt er op een hoog niveau te staan. Een correspondent van een Nederlandse krant werd er op een ochtend onwel tijdens het scheren. Hij belde de ambulance, die binnen twee minuten arriveerde. De behandeling begon al voordat hij op een brancard naar het ziekenhuis vervoerd werd. Ze lieten hem in geen geval een half jaar wachten voor ze hun klus afmaakten, zoals mij is overkomen. Het is een fabel dat dotteren van de kransslagader een mens in korte tijd weer opgewekt maakt. Misschien geldt dit voor patiënten bij wie vernauwingen aan het licht kwamen nog voordat het hart een tik kon krijgen. Toch heb ik op een slechte dag als deze vanmiddag nog wat kunnen krassen in een manuscript aan de keukentafel. Daarna ben ik gaan slapen, om in de avond voor mijn zoon en mij verse zalm te kunnen bereiden.

Raadsel uit de Maleise bellettrie

logo alfred birney Maya Sutedja – Liem, collega publicist in Archipel Magazine, mailde me naar aanleiding van mijn tweedelig artikel Goena-goena volgens P.A. Daum en Victor Ido in genoemd tijdschrift. Ter sprake komt onder andere een verhouding tussen de zoon van een Indonesische huishoudster en een blanke Europese vrouw, een kwestie waarop in de koloniale tijd een zwaar taboe rustte en waarover veelal slechts angstvallig werd geschreven. Maya kent een boek uit het Maleis, waarin het taboe-onderwerp vrijmoedig bij de kladden wordt genomen.

Het verhaal is getiteld Njai Isah en geschreven door een zekere Ferdinand Wiggers, een Indo-Europeaan die gewoonlijk in het Maleis publiceerde. Het verhaal verscheen aanvankelijk als feuilleton in een Maleise krant in 1903 en daarna in enkele boekdelen. Het gaat over een Nederlands meisje dat een verhouding krijgt met de zoon van hun Indonesische bediende en zwanger raakt. Om haar reputatie niet te schaden moeten man en kind worden weggemoffeld. Het meisje zelf ziet zich gedwongen een Nederlandse man te vinden om mee te trouwen, wat gepaard gaat met goena-goena en meer van die typische motieven uit de koloniale bellettrie.

Maya heeft slechts twee delen in een Leidse bibliotheek kunnen opsporen. Omdat het motief nogal spectaculair was voor die tijd vraagt zij zich af of het boek misschien geen vertaling is van een Nederlands verhaal. Ikzelf neem aan van niet, omdat de fatsoensrakkers eerder in Nederland dan in het voormalige Nederlands-Indië gezocht moesten worden. Het colofon in het boek geeft geen uitsluitsel, wat indertijd niet ongebruikelijk was. Als uitgever wordt genoemd de NV tot exploitatie van Mal. week- en andere bladen in Nederlandsch-Indië. Meer is niet bekend.

Over de schrijver heeft Maya het volgende kunnen achterhalen. Ferdinand Wiggers (1862-1912) was een zoon van de Nederlandse (?) Frederik Ernst Wiggers en de Indonesische Pela (of Helena?). Ferdinand Wiggers huwde eveneens een Indonesische vrouw, genaamd Tjanting (later genoemd Enerstina Hermina?). Van de vijf kinderen die uit dit huwelijk voortkwamen, bleven twee zonen in leven: Norbertus Petrus (1886 – ?) en Ernst Ferdinand (1890-?). Ferdinand Wiggers was redacteur bij verschillende Maleise dagbladen, waarin hij veel publiceerde, wat soms tot een boekuitgave leidde. Daarnaast vertaalde hij ook veel Europese romans naar het Maleis, waaronder Van slaaf tot vorst van Melati van Java.

Maya is bezig stukken uit Njai Isah te vertalen. Ze beoogt de uitgave van haar vertalingen van korte Maleise verhalen in het komende jaar en zit nu met de brandende kwestie: in welke brontaal is het verhaal geschreven: het Maleis of het Nederlands? Stuur even een mail als u Maya Sutedja – Liem kunt helpen.

Burn-out

hat logo meneer b Het internet begint me stierlijk te vervelen. De meerstemmigheid van weleer verstomt bijkans bij het mondiale gesprek van de dag, wat thans neerkomt op berichten over christenen versus moslims en vice versa. Duizenden weblogs besteden aandacht aan dezelfde issues. Wie niet voor mij is, is tegen mij. Die leus regeert. Genuanceerd denken past niet bij de snelheid van een muisclick, dus ik grijp maar terug op de papieren krant. Helaas dreigt de krant, na de verloren race met de televisie, nu achter het internet aan te hollen. Het zappen gaat evenwel sneller met zo’n tabloid in je handen. De krant is verder vrij van virussen, pop ups, pop unders, floating ads, spyware en ad aware en je leest een artikel eerder helemaal uit. Zoals het bericht van de nieuwste richtlijnen van psychologen, dat je bij een burn-out zo snel mogelijk weer aan het werk moet. Uitrusten is uit den boze dus. Interessant is dat de krant verplegend personeel als eerste risicogroep noemt, terwijl Wikipedia softwareontwikkelaars hoog op de lijst heeft staan. Nou meen ik zelf een burn-out te hebben, maar aangezien schrijven niet als werken wordt beschouwd, behalve dan door de Belastingdienst, lijkt het me lastig om weer als een idioot op een volslagen zinloze roman te gaan zitten broeden. Trouwens: tegen de tijd dat je boek in de pers besproken wordt, is het uit de winkelschappen verdwenen. Nog even en de uitgevers zetten een houdbaarheidsdatum op onze omslagen. Het is dit soort geklaag waarmee ik u even wilde vervelen.

Krant van gisteren

hat logo meneer b Ik heb mijn boekenkast nog altijd niet opgeruimd, mijn boeken staan niet op alfabetische volgorde naar auteur. Nu kan ik Robert Vernooy niet vinden. Ik denk dat het om De tijd van de gesel gaat, waarin het ethische vraagstuk aan de orde komt van zelfmoord als daad van solidariteit aan de anderen. Ik herinner me de thriller nauwelijks, wél dat mijn collega zich enorm over dit soort vraagstukken kon opwinden. De laatste keer dat ik hem zag en sprak was tijdens een boekpresentatie in Amsterdam, een jaar of tien geleden, waarbij wij met vier andere auteurs tegelijk het podium beklommen. Ik moest aan hem denken toen ik in de krant van gisteren een bericht las over een zelfmoordkliniek in Zwitserland, die zeer in trek is bij Nederlanders. In Nederland heeft men tegenwoordig de mogelijkheid om een ernstig zieke de laatste dagen van zijn leven in een zeer diepe slaap te brengen voordat de dood intreedt. Men spreekt dan niet van euthanasie maar van palliatieve sedatie. Deze omzeiling van de euthanasiewet wordt door een groeiende groep Nederlanders als onbevredigend ervaren, reden waarom men afreist naar Dignitas in Zwitserland. Leden die aan allerlei voorwaarden voldoen, kunnen daar barbituraat als drankje krijgen, een narcosemiddel dat niet voor narcosen wordt gebruikt omdat het daarvoor te gevaarlijk is. Zwitserland krijgt thans problemen met het imago rond sterftoerisme. Toch voorzie ik geen verbod op, veeleer een toename van dit soort klinieken. En het bijkans verplichte sterven, later, wanneer je de samenleving te veel geld gaat kosten.

Rivier de Lossie (feuilleton)

logo alfred birney Ik krijg vragen of ik nog columns schrijf voor de Haagsche Courant en zo ja, waarom ik ze dan niet meer online zet. Het antwoord is tweeledig. In het kader van de naderende fusering van de Haagsche Courant en 7 andere regionale kranten met het AD heb ik besloten mijn bijdrage aan de meer dan 100 jaar oude Haagsche Courant ouderwets af te sluiten met een feuilleton, getiteld Rivier de Lossie. Het feuilleton was ooit een van de grote krachten achter het verschijnsel krant. Mijn laatste bijdrage aan de onafhankelijke Haagsche Courant krant is een symbolische. Waarom dan toch niet het feuilleton online zetten? Rivier de Lossie wordt gecomponeerd rond een ballade van de Britse folkzanger Donovan, getiteld The ferryman’s daughter. Alle 7 strofen van de ballade worden volledig geciteerd in de beoogde 18 afleveringen. Een krant heeft hierover afspraken inzake copyrights. Ikzelf heb dat niet, ik ben niet gerechtigd de ballade online te zetten, ook niet in een verhaal. Donovan heiligt het auteursrecht, hij eiste al eens dat iemand zijn teksten van een website haalde. Als schrijver ben ik de eerste die daar alle begrip voor heeft, ook ik moet vechten voor mijn auteursrecht.

Veel make-up, géén opinie

logo alfred birney De HC van vrijdag krijgt altijd mijn speciale belangstelling. Niet alleen omdat mijn wekelijkse column (thans een feuilleton) er in staat, maar ook omdat de culturele bijlage zo goed is. Die staat er vandaag niet in. Opvallend is de make-up, die wekelijks met vettere lagen wordt aangebracht. De schreeuwerige rode banen uit de verfdoos van het AD zijn een maand terug al de voorpagina van de HC komen ontsieren. Nu wordt opeens voor de frontpagecolumn het voorbeeld van de Volkskrant genomen. Nogal misleidend. Immers: de nieuwe krant zal in tabloid-formaat verschijnen en helemaal geen frontpagecolumns meer hebben. Maar het kan erger: de nieuwe krant, die voor de time being AD / Haagsche Courant zal gaan heten, zal in het geheel geen ruimte meer bieden aan een culturele pagina. Geen aandacht meer voor literatuur, kunst and what have you. Wilt u het nog erger? Dat kan. Er zal zelfs geen ruimte meer zijn voor opiniepagina’s. Veel make-up dus en geen opinie. Het tabloid als een dom blondje dagelijks bij u in de brievenbus.