Ook slechte kunst houdt de zee niet tegen

otterness Na mijn vorig bericht herinnerde ik me dat de klimaatverandering in eerste instantie grote gevolgen zou krijgen voor de grote kunst van de grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness. Van de weeromstuit ben ik me maar even in beide schrikbeelden gaan verdiepen. Het zit zo: de Sprookjesbeelden van de grote Tom Otterness vormen thans als voorportaal van het museum een permanente gratis buitententoonstelling. Maar er is een groot probleem: klimaatverandering. Voor de Sprookjesbeelden van de grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness is in 2004 een speciaal terras aan de boulevard geschapen. De bronzen sculpturen verbeelden voornamelijk beroemde sprookjesfiguren als Gulliver, Hans & Grietje en Pinokkio, maar ook iemand die een haring in zijn keel laat glijden. De grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness heeft dus een referentiekader dat in elk geval de grote lectuur van de Donald Duck ontstijgt.

Helaas is de plek bij Beelden aan Zee één van de zwakke schakels in de kustwering bij Scheveningen. Eén springtij bij nieuwe maan en de huizenmarkt van heel Den Haag ligt op zijn gat en vele inwoners liggen in plastic zakken vanwege te weinig kisten om de verdronkenen in te verpakken. Voor dit gevaar is weer eens een buitenlandse architect aangetrokken – architecten schijnen wij zelf namelijk niet te hebben – en in het plan van De Sola-Morales moet een verharde zeewering worden aangelegd. Dat had een Scheveningse visser natuurlijk niet kunnen bedenken, en ook de piekeraar van de grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness niet, in wie wij stellig de grote Gulliver moeten herkennen. Het plan moet tussen 2008 en eind 2010 zijn gerealiseerd. Dus ná 2007, het jaar waarin Nederland volgens het Pentagon onder water zal lopen. De grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness zal helaas niet op zijn oude plek kunnen rekenen, waar uiteraard nieuwbouw zal verrijzen. Zelfs kan hem nog niet verteld worden wat er in de tussentijd met zijn beelden moet gebeuren. Mij dunkt is de beste oplossing die infantiele blikzooi op het vliegtuig naar Amerika te zetten. Er is vast wel een regeling voor kunstobjecten die ergens een land worden uitgezet .

See my friends

logo alfred birney Eén de mooiste dingen met vrienden is dat je nooit hoeft bij te praten, al heb je elkaar bijna een decennium niet meer gezien. De tijd krijgt het niet voor elkaar iets onhandigs tussen oude vrienden te frommelen. De tijd kan niet alles namelijk. Een oude vriend kwam onverwachts, althans voor mij. Ik had afgesproken bij een of ander vaag hotel in de stad met zijn ex-vriendin, die inmiddels van man numero zoveel af is en nu een vriend heeft die graag gitaar wil leren spelen. Mooie kans voor mij om te zien of ik het nog wel leuk vind om, na een jaar of tien pauze, iemand gitaar te leren spelen. Enfin, de zon scheen, het was lekker op het terras en toen zag ik mijn oude vriend aan komen fietsen. Ik zag hem in de weerspiegeling van het hotelraam, ik zag hem als in een film. We kwamen te spreken over dingen waarover je niet spreekt op een weblog en we kwamen te spreken over muziek, film, kunst en al die dingen waarover je wél spreekt op een weblog. We kwamen babbelend bij the sixties uit, want ja, daar is voor ons heel veel begonnen. We vonden elkaar in See my friends van The Kinks. Het is een nummer dat zelden genoemd wordt door zogenaamde Kinks-liefhebbers. Maar wij luisteren juist vrijwel alleen naar dát nummer en nauwelijks naar de rest van die band. Wát is het dat het nummer voor ons zo mooi maakt? Er wordt getreurd, houden wij misschien van treurzang? Ray Davies schreef het naar aanleiding van het verscheiden van het zusje van hem en zijn broer, die de tweede stem zingt.

Acrobatiek

hat logo meneer b Mijn dag is uiterst spectaculair begonnen. Ik werd nu eens níet gewekt door uitbundig bellen aan de voordeur van mijn laatste huishoudhulp, die altijd als een wervelwind binnenkwam en vervolgens ging zitten wachten totdat ik klaar was met mijn toilet en haar een kop thee voor de neus zette. Nu genoot ik van een weldadige rust, er klonk geen muziek van de buren en buiten leek het te sneeuwen: miezerige sneeuwvlokjes van niks en niemendal kwamen de hemel uit gezeken, bijkans een natuurramp waarvoor heel Nederland een dag eerder uitvoerig is gewaarschuwd met een weeralarm van het KNMI. Ik kleedde me in de douche met kleren die ik van het wasrekje haalde. Ik besloot om maar meteen alles van het rekje te halen en beklom daartoe het deksel van de wc-pot. Waarom deed ik dat? Wel, staande op de wc-deksel heb je het wasrekje beneden je. Dat maakt het afhalen van de was zoveel makkelijker. En avontuurlijker. Nu is het zo dat het deksel zo tuttig bolvormig is. Je moet het omzichtig beklimmen. Ik ben daar, mag ik wel zeggen, een ware meester in. Als een ninja maak ik gebruik van de randen, waar het ondeugdelijke plastic steviger is dan in het midden, waar het bolt, zoals heel veel bolt tegenwoordig: auto’s, wasmachines, computers… alles moet de borsten en billen weerspiegelen die de televisiekijker tot vervelends toe krijgt voorgeschoteld in deze werkelijk smakeloze tijd, die mij doet snakken naar de preutsheid van weleer. Maar goed, ik stond daar op de wc-deksel zo’n beetje te dromen over mijn laatste huishoudhulp, een Haagse volksmeid van een uitstervend soort. Het kan zijn dat ik haar diep van binnen toch wel miste en het kan zelfs zijn dat ik van die anderhalve sneeuwvlok genoot die ik langs het raamluikje omlaag zag dwarrelen. Ik vergat mijn acrobatisch geschuif op de wc-deksel, vertrouwde te veel op mijn jarenlange ervaring, en toen gebeurde het.

Langer dan één seconde kan het niet hebben geduurd. Ik hoorde iets aan diggelen gaan, had het gevoel door het ijs te zakken en stond toen opeens naast de wc-pot. Gelukkig had ik mijn badhanddoek als badmat op de vloer gelegd, wat ik lang niet altijd doe, anders was ik misschien uitgegleden en had ik iets gebroken. De deksel lag fraai aan scherven, moet ik zeggen. Andy Warhol zou er zijn graf voor uitgekropen zijn om er een foto van te maken en het tot kunst te bombarderen. De achtergebleven scharnierpunten vond ik echter al te asymmetrisch van vorm. Met een karateslag heb ik dat wat kunnen corrigeren, zodat mijn wc-pot en -bril er thans in elk geval toonbaar uitzien.

Na een wandeling door de zeikerige sneeuw naar de Turkse bakker, die snoefde dat de sneeuw in zijn land vele meters hoog ligt, ben ik de scherven uit de wc-pot gaan halen. Ik verwonderde me over de enorme snelheid waarmee ik uit de wc-pot ben gesprongen. Ik herinnerde me dat ik een fractie van een ogenblik het porselein van de wc-pot heb gevoeld. De natte zoom van mijn spijkerbroek leverde het bewijs. Met hetzelfde been ben ik direct uit de pot gesprongen en op de badkamervloer beland. Ik ben althans geneigd te denken dat ik mijn andere been niet heb gebruikt. Dat zou deze reactie namelijk zo acrobatisch hebben gemaakt. Maar nu begin ik twijfelen. Heb ik misschien toch, in dat bijna ondeelbare ogenblik, heel snel eerst mijn linkervoet op de vloer gezet en toen pas mijn rechtervoet uit de wc-pot getrokken, misschien zelfs dwars door een nog niet beschadigd deel van de klep heen? Een mens kan vele versies verzinnen van iets dat in één seconde gebeurt. Laat staan van een heel leven.

Consumententest astro.com (3)

logo alfred birney Transits die langer duren dan een dag geven veeleer een trend aan en krijgen daarom ook meestal een vagere omschrijving mee van de astrologen die de taak hebben de tekenen aan de hemel een aardse vertaling te geven. Gisteren selecteerde astro.nl Venus transiterend door mijn 11e huis:

Werkzaam gedurende meerdere weken: In deze dagen kunt u een tentoonstelling van beeldende kunst bezoeken die een uitdaging vormt voor alles wat u tot nu toe onder schoonheid verstond. U zult geamuseerd zijn en niet geschokt: het is inderdaad een nieuwe ervaring die u opdoet. U kunt ook een concert bijwonen met muziek die totaal nieuw voor u is. Deze transit kan duiden op een lange, plezierige vakantie. Het beste is te gaan naar een plaats waar u nog nooit tevoren bent geweest: ook hier vindt u iets volkomen nieuws. Uw ervaringswereld kan verruimd worden doordat uw geliefde u op nieuwe dingen wijst. Er kan tevens iets gebeuren dat een nieuw licht op uw relatie werpt; niet iets wat u verontrust, doch wat uw inzicht verdiept.

Nou ben ik niet bepaald iemand die snel een tentoonstelling bezoekt, tenzij men een limousine laat voorrijden met een chauffeur die het juiste midden weet te houden tussen spraakzaamheid en zwijgzaamheid. Een concert met muziek die totaal nieuw voor me is lijkt me uitgesloten; dat moet dan wel van Venus komen, net als die geliefde natuurlijk. Een vakantie zit er niet in, ik heb zaken te doen. Zeg astro.nl , is een relatie met een nieuwe gitaar ook goed?

Beperking

hat logo meneer b Wil je een goed boek schrijven dan moet je leren erkennen dat je niet alles kunt opschrijven wat je zou willen. Oeverloos geschrijf kan voor jezelf interessant of therapeutisch zijn, maar voor een ander oervervelend om te lezen. Dat betekent niet dat anderen voor jou moeten uitmaken wat jij belangwekkend vindt aan jouw boek-in-wording. Enige maling hebben aan wat anderen van jouw werk vinden is dus wel dienstig, maar ook hier binnen een zekere beperking. De eenvoudigste en tegelijk veronachtzaamste manier om de talloze uitlopers binnen de perken te houden, is het tellen van je bladzijden, of woorden, kortom: het kruidenieren. Ik voltooide een paar dagen terug een vijfde versie van een boekdeel en constateerde tot mijn vreugde dat het precies zoveel bladzijden telde als een eerder deel. Uiteraard zegt dit niets over de kwaliteit van het geschrevene maar wel over de kunst van het schrappen, dat ik me vooral in mijn columnistenjaren eigen heb gemaakt. Ik heb nog één deel te gaan en de kunst die mij nu rest is het aantal bladzijden gelijk krijgen aan de voorgaande delen. Dit mag niet ten koste gaan van allerlei details of uitweidingen of zelfs bijfiguren of wat dan ook. Het is een kunst die zich afspeelt louter op zinsniveau, ook wel schrijfkunst genoemd. De antieke wijzen achter de I Tjing schudden hun hoofd bij het lezen van deze tekst en kalligraferen het 60e hexagram, waarin de vertaler Wilhelm leest: Maar ook in de beperking moet men echter maat weten te houden.

Gestreepte pantalons

hat logo meneer b Vandaag was mijn saaiste dag van het jaar. Beviel wel. Geen hond op de weg, windstil, een neutrale wereld, een neutraal leven, geen enkele surfer op zee. Soort nieuwjaarsdag van mist, slaap en niks. Twee vrouwen lieten mij hun achterste zien. Ik denk niet dat ze hard fietsten, eerder fietste ik nogal traag. De eerste droeg een fijn gestreepte pantalon, die ik wel vaker zie bij vrouwen die zo te zien net van hun werk komen. De tweede zat afschuwelijk op haar fiets, met een holle rug vreemd voorover hangend. Ze trapte een zware versnelling en schokte zwaar met de schouders, alsof ze zich oefende in Zen en de kunst van het Lelijk Fietsen. Zo lang ik nog voorbijgestoken word door personen die in het geheel niet geschapen zijn voor de fiets, gaat het niet goed met me, vind ik. Mijn lijf is namelijk geschapen voor de fiets. In het kader van mijn revalidering forceer ik mezelf niet, wat onderweg tot een bespiegeling leidde over vrouwen in gestreepte pantalons op fietsen. Dat vrouwen lekkerder in broeken fietsen dan in jurken, begrijp ik. Maar waarom dragen ze die gestreepte pantalons? Vallen ze alleen mij op of zijn ze in de mode? Ik droeg die pantalons vroeger wanneer ik naar de kerk moest. Wie heeft ooit die fijne krijtstreep bedacht? Een Italiaan? Een vrouwenkont in een gestreepte pantalon geeft een heel ander effect dan in een spijkerbroek. Alsof een zakelijk soort sex-appeal wordt geschapen voor in glas-en-staalkantoren waarin een neutrale temperatuur heerst.

Is dit wel zuivere thee?

hat logo meneer b De naam Pecco, de thee waarmee mijn zoon eergisteren thuiskwam, schijnt een verhaspeling van de naam Pakhoe, die de Chinezen gaven aan deze gedroogde, nog niet ontloken allerjongste theeblaadjes van de Camelia Sinensis. Deze thee diende als relatiegeschenk aan het geteisem, geboefte, of hoe noem je die lui, van de VOC. De thee werd vers in een speciaal blik gestopt en vervolgens in een fraai gesneden theekistje verpakt. De sjacheraars van de VOC, die, om het maar even anachronistisch te stellen, weinig meer waard waren dan een kartonnen doosje met een dozijn theezakjes, gaven de bijzondere kistjes met de Pakhoe thee op hun beurt aan leden van het Huys van Oranje. Van de weeromstuit gebruikte het Huys van Oranje de thee om zijn gasten te behagen. Met de verdere verspreiding van deze thee ging uiteraard de kunst van het theezetten verloren. Jonge thee dient langer te worden getrokken dan oude, dus er zal menig soiree rond een pot hete slootwater zijn gehouden. Gasten met fronsende wenkbrauwen werd haastig gewezen op de leverancier en de naam van de thee, waarmee de naam Oranje Pecco ontstond. De naam wordt tot de dag van vandaag misbruikt door malafide theehandelaren die bijvoorbeeld fijngemalen, gedroogde brandnetelsoepstengels aan de man willen brengen. Die doen dat natuurlijk in fraai gevormde zakjes met labels waaraan buitensporige aandacht is gegeven. Is de thee die mijn zoon meenam wel zuivere Oranje Pecco? Hij komt immers van het Pickwick-syndicaat, dat zich al sedert 1753 schuldig maakt aan de Hollandisering van thee.

Vergankelijkheid

hat logo meneer b De zomer was kort, heet. De zomer is een herinnering nu. Mijn lichaam houdt van warmte, hitte zelfs, maar misschien is ook dat een herinnering straks. Ik was maar één keer op het strand, met mijn zoon en een vriendje van hem, en fietsend op de terugweg stortte ik in, kwam amper nog vooruit. Ik had me te druk gemaakt om het gedrag van de jongens op het strand. Ik heb er de fut niet meer voor op een stel van die snotneuzen te letten. Had ik mezelf overschat? Welnee. Een door mijn cardioloog verordonneerde fietstest gaf een afwijking aan de kransslagader te zien. Hij was ondanks de goede waarden in mijn bloed, altijd achterdochtig gebleven. Nu had hij eindelijk iets gevonden waarmee hij het team in het concurrerende ziekenhuis – want dat zijn ze hier in Holland: concurrenten – kon overtuigen van de noodzaak mij nogmaals op de behandeltafel terug te zien. Doet me deugd, al blijft het knarsetanden met dat getreuzel van ze, reden waarom veel Nederlanders hun heil in Belgische ziekenhuizen zoeken. Het is een kwestie van wachten nu: twee, drie, vier, vijf weken. Misschien zal ik dan een nieuw hoofdstuk aan een roman-in-wording hebben toegevoegd. Ik ben weer een beetje gaan geloven in fictie, ja. Nooit gedacht, nee. Waar ik niet in geloof, is een commercieel succes. Mijn ambitie is een andere. Helaas gedragen uitgevers zich aldoor vaker als speculanten, en hun redacteuren zich als managers. Het publiek begrijpt dat. Kunst moet lonen. Wie wil zulk publiek?

Veel make-up, géén opinie

logo alfred birney De HC van vrijdag krijgt altijd mijn speciale belangstelling. Niet alleen omdat mijn wekelijkse column (thans een feuilleton) er in staat, maar ook omdat de culturele bijlage zo goed is. Die staat er vandaag niet in. Opvallend is de make-up, die wekelijks met vettere lagen wordt aangebracht. De schreeuwerige rode banen uit de verfdoos van het AD zijn een maand terug al de voorpagina van de HC komen ontsieren. Nu wordt opeens voor de frontpagecolumn het voorbeeld van de Volkskrant genomen. Nogal misleidend. Immers: de nieuwe krant zal in tabloid-formaat verschijnen en helemaal geen frontpagecolumns meer hebben. Maar het kan erger: de nieuwe krant, die voor de time being AD / Haagsche Courant zal gaan heten, zal in het geheel geen ruimte meer bieden aan een culturele pagina. Geen aandacht meer voor literatuur, kunst and what have you. Wilt u het nog erger? Dat kan. Er zal zelfs geen ruimte meer zijn voor opiniepagina’s. Veel make-up dus en geen opinie. Het tabloid als een dom blondje dagelijks bij u in de brievenbus.

Oom Soen

logo alfred birney Mijn vader kreeg in zijn eerste levensjaar te kampen met een lelijke zweer achter zijn oor, die niet wilde genezen. De artsen van zijn vader, Europeanen van faam, gaven hem op. Moeder Swan kon haar kleine nakomeling niet zien sterven en gaf hem aan haar jongere broer Soen ter genezing mee naar Blitar, een plaatsje niet ver van moeder Swans geboorteplaats Kediri. Mocht oom Soen met zijn Oosterse geneeskunst falen, dan diende hij de kleine diep in de rimboe te begraven, binnen de loop van rivier de Brantas.

Oom Soen wikkelde hem in lompen en een oude sarong en nam hem mee, weg uit het drukke en hete Soerabaja. Ik weet niet hoe oom Soen reisde midden jaren twintig in de vorige eeuw, er waren al auto’s en treinen, misschien ging hij deels te paard langs rivier de Brantas.

In Blitar kreeg Oom Soen hulp van twee zusters en een paar nichten. Na twee jaar werd de kleine nakomeling genezen en enkel nog wat gehinderd door rachitis teruggestuurd naar zijn moeder in Soerabaja. Moeder Swan gaf hem voortaan driemaal daags levertraan te slikken tegen de rachitis. Tegensputteren kwam de kleine op tien zweepslagen te staan.

Oom Soen kwam pas weer terug in mijn vaders verhalen toen de man oud was: half blind en mank, gewapend met een stok. De man scheen over uitzonderlijke gaven te beschikken en moest in zijn jonge jaren de geheimen van de gevechtskunst hebben geleerd van een oude Chinese meester. Naar gelang de aard van de straf die hij wenste uit te delen kon hij met een doeltreffende tik van zijn stok iemands arm of been naar keuze voor een week verlammen, voor een maand of voor drie maanden. Een langzame dood met een looptijd van drie tot zes maanden was ook mogelijk, maar dan met een tik op iemands borst. Het ergste dat oom Soen kon doen was iemand met een uitgesproken vloek naar de andere wereld helpen.

Zoals alle meesters der gevechtskunst verstond oom Soen ook de buitengewone geneeskunst. Zijn handoplegging scheen wonderbaarlijk. De door hem gebrouwde drankjes en zalfjes vonden gretig aftrek tot in de wijde omgeving. En zoals alle grote geesten verstond oom Soen de kunst van het alleen zijn. Hij bewoonde een klein huis ergens aan de rand van Soerabaja, waar hij dagelijks zijn planten verzorgde totdat de rimboe voor hem begon te zingen wanneer de pendule zesmaal sloeg en de avond viel.

Het was lang na de oorlog en mijn vaders vlucht uit Indonesië dat het overlijdensbericht van oom Soen per brief tot hem kwam. De mensen uit de omgeving hadden gezegd dat in het uur van zijn dood de pendule stil was blijven staan en dat tegelijk met hem alle planten in en rond het huis waren gestorven.

Haagsche Courant, vrijdag 14 januari 2005