Then he was a she

hat logo meneer b Then she was a he is een omkering van het zinnetje Then he was a she, uit dat obscure nummer van Lou Reed, getiteld: Take a walk on the wild side. Dit voor wie de speelse verwijzing van de titel van mijn vorige log niet helemaal begreep. Het nummer (waarin travestie voorkomt, geen transseksualiteit) brengt me nare herinneringen aan een tijd waarin ik met veel te veel mensen een verwaarloosd herenhuis bewoonde, veel te veel voor mijn kamer betaalde en er veel te veel ellende had van mijn benedenburen. De politie verdacht hen van het handelen in drugs en kwam zo eens per week het herenhuis binnenvallen. Het pand werd aan ons onderverhuurd door een alcoholist die als stroman door een makelaar in vastgoed werd gebruikt, een boef die de grond wilde verkopen aan een of andere projectontwikkelaar van Jupiter of Mars. Jaren zeventig, de man was zijn tijd vooruit. Wanneer de politie huiszoeking kwam verrichten, kreeg ook ik bezoek en werd mijn kamer overhoop gehaald. Mijn benedenburen juichten altijd weer zodra de politie weg was. Dan werd Lou Reed gedraaid. Toch had hij één nummer dat ik erg mooi vond: Perfect day. Maar nu ik het met volwassener oren beluister, hoor ik weinig meer dan André Hazes in het nummer terug. De herinnering aan een lied is vaak mooier dan het lied zelf. Overigens was mijn dag perfect. Geen tegenwind op de fiets naar de boulevard. De zee glimlachte me vriendelijk toe. De haring smaakte bijna als een kerstkalkoen. Maar mijn herinnering zal me wel weer bedriegen.

Memory Lane (3)

hat logo meneer b Misschien had Modiano het lied van een of andere Amerikaan en vertrouwde hij te veel op andermans herinnering? Modiano staat erom bekend als een dwangneuroticus hele telefoonboeken door te lezen, op zoek naar namen. Vindt hij een naam die hem aanspreekt, dan noteert hij die met het adres, waar hij het huis omzichtig gaat bekijken als decor om een verzonnen verhaal aan te verbinden. Wie weet gaat hij ook zo met liedjes om. De lezer krijgt het volgende tekstfragment te lezen:

Memory Lane
Only once do horses go down Memory Lane
But the traces of their hooves still remain

Het boek begint als een verkapte detective en eindigt met een verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog. Alles is vaag, herinnering, er is niets dat nog moet komen. Typerend is de illustratie van het bal-masqué waarover een van de personen uit het groepje vaak vertelde. Niemand is precies die hij of zij overkomt. Personen proberen de schijn op te houden nog altijd zo flamboyant te leven als weleer. Maar de doorzichtigheid maakt hen triest.

Modiano’s boeken worden allengs zelf waarover ze gaan: raadsels van de herinnering. Ik zie nu, na 20 jaar, pas dat Paul Contour aan een regelmatig terugkerende nachtmerrie leed. Hij droomt van lange rijen paarden die naar het slachthuis worden gedreven. Er komt geen eind aan, en opeens blijkt hijzelf in een rij slachtpaarden te lopen. Hij is een slachtpaard geworden… Voor deze verwijzing naar de vergassing van miljoenen joden mag best een tekst van een lied geofferd worden.

Memory Lane (2)

hat logo meneer b In Memory Lane is de handel rond paarden een belangrijk gegeven. Er hangt ene Paul Contour rond, die beweert zigeunerbloed te hebben maar denkelijk een provinciaal is. Na een start als advocaat ging hij de paardenhandel in. Een beroep waarbij je veel moest praten had iets weerzinwekkends, vond hij. Omgang met paarden maakte een mens edel. Wat hij deed was de veetreinen bij de abattoirs afwachten. Hij koos afgekeurde en tot de slacht veroordeelde racepaarden uit, kocht ze en lapte ze op in zijn stallen, waarna hij ze tegen een hoge prijs aan paardenfokkerijen verkocht. Zo redde hij deze dieren het leven. Zoals ik gisteren schreef, ging Memory Lane volgens de verteller over paarden die bij zonsopgang voorbijkomen maar niet terug zullen keren… Het liedje kwam in het groepje terecht via de Amerikaanse Doug. Patrick Modiano presenteert het als een lied dat over paarden gaat. In werkelijkheid ging het lied, volgens mij, over een verloren, vluchtige liefde:

I am with you
Wandering through Memory Lane
Living the years laughter and tears over again
I am dreaming yet of the night we met
When life was a lovely refrain

You were so shy saying goodbye there in the dark
Only a glance full of romance and you were gone
Though my dreams are in vain
My love will remain
Strolling again Memory Lane with you

Zo luidde het overbekende lied uit de jaren twintig althans. Heeft Patrick Modiano’s romanheld Doug in een reusachtige dichterlijke vrijheid misschien zijn eigen Memory Lane geschreven?

Uit mijn humeur

hat logo meneer b Mijn naam is Meneer B. en één van mijn hinderlijkste eigenschappen is mijn receptief vermogen. Vooral ikzelf heb er last van. Was ik gisteren nog volkomen in balans na mijn bezoek aan de cardioloog, die mij achteraf gezien weinig wijzer maakte met het obligate zinnetje ‘je moet naar je lichaam luisteren’, vandaag werd die verstoord door iemand die ooit werkster heette, daarna hulp in de huishouding, thans interieurverzorgster en over enkele jaren wellicht apartment manager heet. Mijn thuishulp belde een kwartier te vroeg aan en verstoorde zodoende mijn ontbijt, dat ik graag alleen nuttig, zonder enig verbale begeleiding, ongeacht van wie. Ik had al speciaal voor haar mijn rooster gewijzigd, opdat zij morgen een of ander huwelijksfeest kon bijwonen, en nu bleef ze ook nog drie kwartier bij mij aan tafel zitten, klagend over haar mobiele telefoon, die ze bij haar vorige cliënt had laten liggen. Ik verdacht haar van opzet en voorzag een vroegtijdig vertrek. Ik ontvluchtte mijn huis en fietste naar de zonnige boulevard. Ik voelde me niet zo optimaal als gisteren, lichtelijk misantropisch ook. In de haven kocht ik een gestoomde makreel van een lekker viswijf, zo’n klassiek type met haren onder de visolie, een liederlijk schort om en van vet druipende vingers die onze bankbiljetten zo fraai bijkleuren. Na thuiskomst verraste mijn thuishulp me inderdaad met een buitengewoon vroegtijdige aftocht. Ik kan dingen voorvoelen, maar gebeuren ze eenmaal, dan ben ik danig uit mijn humeur. Het is als het luisteren naar je lichaam: niemand hoort je.

De dag is dood

hat logo meneer b Een blik op de kalender zegt me dat ik lang ben weggeweest. Met deze afgezaagde zin begin ik het nieuwe jaar. Dat ziet er weinig hoopvol uit. Maar wat wil je, elke eerste dag van elk nieuw jaar geeft me het idee dat de wereld een afschuwelijk godsgericht over zich heeft gekregen. Voor zover ik weet is het vuurwerk dat men op oudejaarsnacht afsteekt, bedoeld om de boze geesten te verjagen die het oude jaar hebben verkracht, belazerd en mishandeld. Het schijnt dat de kwaliteit van vuurwerk elk jaar verbetert. Niet langer zijn het de Chinezen die het beste vuurwerk maken, maar de Hollanders. Veel vuurwerk was er niet rond mijn onderkomen, maar het had een uiterst indringende werking. The morning is dead, and the day is too… Werkelijk. Inktzwarte openingszin uit Burning Of The Midnight Lamp van Jimi Hendrix. Ik weet niet wat mij bezielt vandaag, maar ik wilde plotseling een langspeelplaat van Donovan terughoren. Op de achterkant van de platenhoes heb ik ooit genoteerd: 28.8.1971. Ik was twintig toen. Er was een meisje, een Duitse, een onmogelijke liefde. Donovan had een lied over een zwerver die zijn meisje moest achterlaten omdat zijn leven nu eenmaal zo was. Ramblin’ Boy heet het. De taal is bijzonder beschaafd, om niet te zeggen tuttig vergeleken met de rauwe teksten die men thans de strot uit doet komen. Maar het leven blijft onveranderlijk, zelfs op een dag waarop de wereld zo dood lijkt dat het onmerkbaar zou kunnen vergaan.

De seizoenen

hat logo meneer b Er is een 40 jaar oude song van een jeugdige Paul Simon: ‘April come she will’. Bezongen wordt de liefde die ontluikt in april, bloeit in mei en van toon verandert in juni. In juli vliegt ze zonder waarschuwing weg, om in augustus te moeten sterven. September brengt de herfst en de herinnering. Wie zoiets meemaakt, ziet later meestal ook dit romantisch beeld sterven. Geliefden komen en gaan in onverschillig welk jaargetijde. Liefdes kunnen elk uur van de dag doven. Wie over een perfecte liefdesbarometer beschikt, voelt direct wanneer de kaarsvlam moet gaan vechten om niet te verdrinken in het vet dat als dodelijk lava rond de lont komt drijven. Misschien is de herinnering aan de liefde wel het mooist, mooier dan de liefde zich zelf ooit kan manifesteren. Zelfs de herinnering aan een herfstliefde kan mooi zijn, tenzij het buiten zo guur is als de afgelopen dag. Het plein was van de wind, niet van de mensen. Gail en Rachel kwamen in de herfst van 1970. De winter bracht blues en jaloezie, geen jas was warm genoeg. Ik raakte hen uit het oog in de vroege lente. Mijn lied over deze Amerikaanse meisjes begint dus in de herfst en eindigt in het voorjaar. Geen lied voor klassieke tenoren, eerder een popsong die nooit doorbrak. Christien, die haar 35e jaar niet haalde, was het langst bij me en lijkt daarom mijn grootste liefde. Is ze het? Ik ontmoette haar in de winter. Er lag geen sneeuw. Het regende.

Keuken

hat logo meneer b De avond viel kalm, zonder wind, ik zag een vleermuis over de daken aan de overkant scheren. Toch waren de mensen onrustig vandaag, vanwege de naderende volle maan. De meesten zijn het zich niet bewust, ze turen vaker naar het stoplicht dan naar de maan. Toen het te koud werd op de drempel van mijn balkon, ben ik in de keuken gaan zitten. Ik stak een kaars aan en onderging er verder het vallen van de avond. De eerste regel van een lied van Leonard Cohen klonk in mijn hoofd: ‘I lit a thin green candle, to make you jealous of me…’ Hij was onlangs in het nieuws. Zijn manager en ex-minnares heeft vijf miljoen dollar uit zijn pensioenkas verduisterd tijdens de vijf jaren waarin de zanger zich terugtrok in een zenklooster in Californië. Nu, na zijn zeventigste, moet hij weer de planken op om zijn brood te verdienen. Hij beklaagt zich niet, zoals een zenboeddhist betaamt. Ik herinner me een televisiedocumentaire over hem. Hij woonde ergens in zijn eentje in een monsterlijk groot huis. Niettemin kroop hij het liefst weg in een hoekje in de keuken. Die neiging heb ik ook. De keuken is een plek die niets vraagt, zelfs niet dat je er komt koken. De keuken is een niemandsland, er is geen kok die er zijn bed neerzet. Literaire meesterwerken lees je in de keuken, pulp op het strand. Misschien zou een keuken met zeezicht mijn ideale plek zijn.

Follow

logo alfred birney Ik ga denk ik maar een auto kopen. Kan ik met de tuffende niet-rokers het milieu verder gaan verzieken. Mijn zoontje mag dan halverwege deze eeuw gezellig met een gasmasker over straat. Maar hemel, die auto’s van tegenwoordig zien er niet uit. Het is allemaal dezelfde fantasieloze blikzooi met veel oog voor zuinigheid in brandstofverbruik (zodat we nóg meer kunnen rijden), veel computergefreak (sprekende wegwijzers, dan hoef je niet te denken), op afstand bestuurde vergrendeling (leuk voor zappers), 100 watt hifi-installaties (zodat je het verkeer om je heen niet hoort) en meer van die ongein. Geef mij maar een ouderwetse VW of Citroën Traction Avant waar mijn Brabo opa met zijn dronken kop eens de vaart mee in reed (hij won tweemaal de staatsloterij en had de volgende dag alweer een nieuwe). Die auto’s hadden een eigenheid, wat zeg ik, een ego! Haal ik me wel een probleem mee op de hals, want die ego’s kenden geen therapeuten indertijd. Dus dat wordt sleutelen en dat kan ik niet met die verwende schrijfvingertjes van me.

Het VW-busje is mijn favoriet, liefst een T1 (1948-1966), want daar reed Ome Willem in. Wie Ome Willem is doet er nu even niet toe, dat komt later wel. Eerst maar onze Craig. Die reed, moderner, in een T2 (1967-1979). Mwah, ging nog wel. Enorme zeikerd van een vent overigens, maar hij reed lekker, smooth you know, yeah!

Craig was een naar het stadshippiedom afgegleden ex-militair en toerde een poosje door Holland in een VW-busje met Duits kenteken. Achterin lag een matras, waarop we blowden, gitaar speelden en zemelden over de zin van het leven. Onze tochten waren doelloos en dus perfect, aangezien wij de doelloosheid als de tao van het leven beschouwden. Maar Craig was een kapotte grammofoonplaat, die bleef hangen bij een alarmknop die Amerika het sein kon geven onmiddellijk haar raketten op Rusland af te vuren. Craig had zwetend van angst achter die knop gezeten. De Derde Wereldoorlog had ooit in Craigs handen gelegen! Gitaarspelen kon hij niet. Wat een handicap voor een traumadier. Hij had wel een cassettespeler aan boord, met maar één bandje, dat eindigde met ‘Follow’ van Richie Havens, die zwarte folkartiest die op Woodstock even niet wist wat ie moest zingen en spontaan ‘Freedom’ begon te schreeuwen. Ik heb zijn eerste elpee nog, bekrast, bevlekt, doorleefd. ‘Follow’ staat erop. Als ik dat draai, dan zit ik weer in Craigs busje. Zonsondergang in 1972. Neonlicht. Kalklijnen spelen op het asfalt. Richie Havens zingt: ‘If all the things you see ain’t what they seem… Then don’t mind me, cos I ain’t nothing but a dream…’

We zwijgen, Craig erbij. Wat kan het leven mooi zijn. Met zo’n lied dan, hè? Laat dat VW-busje eigenlijk maar zitten ook. Muziek, tabak en de Haagsche Courant. Dat is zat, joh.

Haagsche Courant, vrijdag 23 januari 2004

De verstomming

logo alfred birney 1. Where have all the flowers gone. Protestsong van Pete Seeger. Eens zag ik Marlène Dietrich het lied in het Duits vertolken op de televisie, lang geleden. Ze toverde een traantje in een van haar ooghoeken, zonder dat haar make-up begon te lopen. Knappe aanstellerij.
2. The universal soldier. Tegen zijn zin in, het lijflied van Donovan, geschreven door Buffy St.-Marie. De soldaat als slaaf van dictators en overige machtswellustelingen. Fraaie gitaarbegeleiding van Donovan. Is Bob Dylan helemaal niks bij vergeleken.
3. The eve of destruction. Lied van eendagsvlieg Barry McGuire, een navolger van Bob Dylan met een rauwe stem en veel baardhaar en zo.
4. Blowin’ in the wind. Dylan himself. Als zelfs padvinders je liedjes zingen, hoe groot ben je dan wel niet in je eenvoud? Maar ja, de inhoud van de song wordt gewoonlijk tamelijk onnadenkend opgedreund.
5. It’s good news week. Beetje gekke song van een band die zich Hedgehoppers Anonymous noemde. Een hedgehopper vliegt onder radargolven door, overigens. Cynische tekst: it’s good news week, someone dropped a bomb somewhere… Muzikaal geproduceerd, met mooie ritmische breaks. Beetje oorlog al.
6. Welterusten meneer de President. Tekst van de onlangs overleden Lennaert Nijgh, vertolkt door zijn grote vriend Boudewijn de Groot. Deze protestsong telde mondiaal niet mee, zoals Nederland thans niets, maar dan ook niets voorstelt op het internationale podium. Vandaar de mogelijkheid van zo’n halfzachte stelling: we staan wel politiek achter Amerika maar niet militair. Hoe dat dan zit met die wapentransporten over Nederlandse spoorrails en met die raketten in Turkije, dat moet je iemand van gereformeerde huize maar laten uitleggen.
7. People got to be free. The Rascals. De eerste protestsong waar je op kon dansen, volgens mij. Beetje ongerichte songtekst, dat wel.
8. Give peace a chance. John Lennon. Gemaakt anarchistisch sfeertje rondom dit protestlied. De meligheid nabij, zal ik maar zeggen.
9. The unknown soldier. The Doors. Oog voor de soldaat die wordt geëxecuteerd, terwijl men thuis aan de ontbijttafel het televisienieuws aanhoort. Alsjeblieft, kan het actueler?
10. Machine Gun. Lang uitgesponnen oorlogsscène van Jimi Hendrix met zijn Band of Gypsys. De oorlog is overal, boven je hoofd, naast je, achter je. Hendrix zoemt in op een soldaat die wordt neergeknald, realistischer kan niet. Het genie is beroemd om zijn pratende, scheurende en huilende gitaar. Nu tovert hij zijn witte Fender Stratocaster om in een machinegeweer, waarmee hij aan de vooravond van de jaren zeventig ook nog en passant de protestsong de vernieling in schiet. Ongewild, zeker, maar wat zijn hoogtepunt bereikt moet natuurlijkerwijs naar zijn dieptepunt terug. Zou het protestlied nu nog een serieus internationaal popgenre zijn geweest, dan moest je wel heel erg snel zijn wilde je je lied de hitparade in zingen. De door Bush en Co beoogde oorlog is zo kort van duur, dat je lied geen schijn van kans zou hebben actueel te worden. Misschien draaien ze hier op de radio dáárom wel die oude liedjes uit de jaren zestig, al is het maar voor de vorm. Of uit nostalgie.

Haagsche Courant, vrijdag 21 maart 2003

De B.-dimensie

logo alfred birney De minister-president spreekt! Een verademing na de polariserende graffiti van die LPF-novicen op de muren van het Binnenhof. Je valt bijna in slaap van zijn tekst in de krant van gisteren, maar goed, het is tenminste een betoog. Gewoonlijk spreekt hij zonder iets te zeggen. Nu is het nog net niet zo dat hij zijn heimwee bezingt naar een tijd waarin Hollandse vrouwen getooid met hoofddoekjes bij de grutter een onsje suiker gingen halen en ’s avonds de pantoffels voor hun Hollandse echtgenoten klaarlegden, maar dat lied staat wel op zijn diskman. De premier ziet namelijk een bijzondere dimensie: een morele. Einstein zou zich achter het hoofd hebben gekrabd, maar die schijnt inmiddels ook al achterhaald met zijn god-dobbelt-niet-theorie. Balkenende dobbelt wel, al is zijn inzet hooguit een versleten fiche uit het casino van vijftig jaar terug. Hij bepleit de terugkeer van de morele dimensie in de politiek, zegt dat de overheid niet moet voorschrijven maar wel grenzen moet stellen, enzovoort. Zijn geroep is netter dan dat gekraai van dat LPF-ongeregeld, maar vaag is het wel. Citaat: “in de relatie tot God komt de mens pas volledig tot zijn recht”. Was die God niet zoiets als Allah? Gedoe met die profeten, hè? Er zijn wijze lieden die menen dat de ellende niet begint bij raciale verschillen maar bij godsdienstige. Aardig thema voor de door Balkenende gewenste Nederlandse variant op de Noorse Commission on Human Values. Christelijke morele grenzen zijn bijvoorbeeld zo mooi, dat ze eeuwenlang zijn overschreden.

Haagsche Courant, woensdag 4 september 2002