Verwacht

alfred birney de dubieuzen

Nadat Alfred Birney in 1998 zijn veelbesproken bloemlezing Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren had gepubliceerd, dook de schrijver nog dieper in de boeken. Dat resulteerde in Yournael van Cyberney (2001), waarin hij onder meer de maakbaarheid van de literaire canon onder de loep neemt. Nu brengt hij in De dubieuzen (2012) enkele opzienbarende boeken van vergeten schrijvers onder de aandacht. Het multiculturele leven in het voormalige Nederlands-Indië wordt daarin heel anders beschreven dan in boeken van beroemde schrijvers als Couperus en Multatuli. In dit diepgravend maar levendig geschreven essay over onze koloniale literatuur worden opvallende en verrassende parallellen met ons huidige anti-multiculturele klimaat getrokken, waarin racisme, vreemdelingenhaat en religieuze uitingen tegenstellingen uitlokken en leiden tot fel debat.

Het boek wordt verwacht in april

Bierviltjesroman

updated: 28-11-2011

logo alfred birney Het Museum Meermanno Westreenianum is het oudste boekenmuseum ter wereld, met een wereldberoemde collectie zeldzame boeken. Mijn officieus prozadebuut De brave mol (1984) ligt er bijvoorbeeld, in een bibliofiele uitgave (75 exemplaren).

Het museum wordt met sluiting bedreigd door de draconische bezuinigingen op cultuur onder het kabinet Rutte. Daarom zet het museum allerlei acties op touw om geld in te zamelen. In Den Haag organiseert het van 20 tot en met 27 november de Week van het Schrift. Op verschillende plaatsen in de stad wordt aandacht gegeven aan de veelzijdigheid van het schrift: van kleitablet tot e-reader, handgeschreven brieven, een demonstratieve tocht, de kunst van het schoonschrijven en… een bierviltjesroman.

Haagse auteurs zullen in vier cafés op de achterkant van bierviltjes in gezamenlijke sessies verhalen schrijven. Het publiek wordt aangemoedigd om actief en creatief aan het schrijfproces deel te nemen. Of de verschillende sessies uiteindelijk een samenhangende roman zullen opleveren, is natuurlijk niet bekend, en ook spannend. Ook kunnen niet alle schrijvers op alle sessies aanwezig zijn en het is tevens mogelijk dat er nog andere schrijvers opduiken, die later zijn opgespoord dan aanvankelijk de bedoeling was.

Deelnemende schrijvers zijn: Sjaak Bral, ondergetekende Alfred Birney, Roel Janssen, Mohana van den Kroonenberg, Marly van Otterloo, Hans Sahar, Anja Sicking en Marcel Verreck.

De schrijfsessies duren ongeveer 2,5 uur en vinden plaats op de volgende locaties:

1. Bodega De Paas. Dunne Bierkade 16a. Zondag 20 november: 16.00 uur (thriller).

bierviltjesroman cafe de paap

Zeven van de acht schrijvers waren aanwezig in Bodega De Paas. De sfeer was hilarisch en het verhaal dat die namiddag ontstond absurd, in de goede zin van het woord. De projectleider van het museum zal de boel later licht redigeren voor een eventuele uitgave in een krant of in een boekje.

2. Perscentrum Nieuwspoort. Lange Poten 10. Donderdag 24 november: 15.00 uur (actuele politiek).

bierviltjesroman alfred birney nieuwspoort

Zes van de acht schrijvers hadden zich afgemeld. Alleen Hans Sahar en ik zouden verschijnen. Maar Hans Sahar kwam niet. De sfeer in Nieuwspoort vond ik niet geweldig, ik ergerde me aan te luid sprekende televisiejournalisten die er rondhingen. Omdat ik als enige schrijver aanwezig was, besloot de projectleider van Meermanno mee te schrijven. AFK nam zijn taak over en typte de teksten van de bierviltjes op een netbook. Eenmaal thuis zag ik op Facebook dat Hans Sahar jarig was…

AFK

3. t Gulle Gasthuis. Oude Molstraat 20b. Vrijdag 25 november: 17.00 uur (doktersroman).

Vandaag waren er vier schrijvers aanwezig, onder wie de heren Marcel Verreck en Sjaak Bral. De sfeer in het bomvolle café, dat ik nog kende als “Het Proeflokaal”, was geweldig, met een meelevend publiek. Het verhaal werd een komische draak van een mini doktersromannetje, dat aan het einde van de sessie door de nachtburgemeester werd voorgelezen. De foto’s die ik maakte met mijn verouderde Nokia zijn mislukt, veel te donker, ze lijken nergens op. Het is wachten op actiefoto’s van allerlei mensen die het deden onweren met hun flitsapparaten in het kleine, gezellige café.

gulle gasthuis

bierviltjes birney bral verreck

4. Bodega De Posthoorn. Lange Voorhout 39a. Zaterdag 26 november: 19.00 uur (Haags literair).

Anja Sicking, Marly van Otterloo, een gastschrijver en ik zaten nogal ongelukkig in een hoekje van het café weggestopt, een situatie waaronder de interactie met het publiek wat te lijden kreeg. We hadden afgesproken om elk steeds één zin te schrijven. Het verhaal begon wat stroef, maar kreeg toch een aardig einde. Het is overigens onmogelijk om in twee uur een puur literair verhaal te schrijven, dat zag je duidelijk aan het tempo dat Anja Sicking en ik er op na houden: veel doorhalingen…

De actie voor Museum Meermanno lijkt te zijn gelukt. Probleem is dat het museum elk jaar zijn financiële doelen zal moeten halen. Het zijn niet in eerste instantie de idiote bezuinigingen van het kabinet die de wereld van de kunsten bedreigen. Het is de brede nationale steun die het krijgt van het onnadenkend publiek, voor wie televisie en internet wel zo ongeveer genoeg is.

Come-back van Glenn Pennock

Afgelopen vrijdag vierde Glenn Pennock zijn comeback als schrijver. Ik dacht dat hij nooit meer op het schrijverspodium terug zou keren, maar nu staat hij er toch weer, weliswaar met gitaar, maar dat is welhaast usance onder Indo-schrijvers. Het was een erg gezellige avond, en vooral bijzonder. Want er zijn maar weinig schrijvers die na 23 jaar afwezigheid hun literaire snoet weer laten zien.

glenn pennock presentatie

Glenn Pennock (1953) is de schrijver van wie ik een fragment koos om mijn beruchte bloemlezing Oost-Indische inkt (1998) mee af te sluiten. Ik heb nooit uitgelegd waarom ik een fragment van hem koos, dat doe ik nu:

De bloemlezing opent met een wonderlijk stuk proza uit de Itinerario (1595-96) van Jan Huygen van Linschoten (+/- 1562 – 1611), waarin wordt verhaald van een vis die zich onder een zeilschip heeft vastgeklemd en met zijn enorme staart 14 dagen lang met tegendraadse zwembewegingen het schip in achterwaartse richting dwingt. Het leek me aardig om mijn bloemlezing te eindigen met een modern vissenverhaal. Ik vond dat in Glenn Pennock’s roman Het vuur van de draak (1988). Daarin wordt een sprekende vis opgevoerd, met een geheel eigen grammatica – knap proza.

Oost-Indische inkt werd bij de verschijning op het Achtuurjournaal aangekondigd als een belangrijk overzicht van de Nederlands-Indische literatuur, beginnend bij Jan Huygen van Linschoten en eindigend bij Glenn Pennock. Nou was Glenn Pennock toevallig onvindbaar, wat onhandig was in verband met het regelen van auteursrechten. Maar een vriend van hem wist waar hij uithing en stuurde hem een kaartje met de mededeling dat zijn naam op het Journaal was genoemd in verband met het verschijnen van etc etc.

Vele jaren later ontmoette ik Glenn Pennock weer en hij vroeg me of ik destijds zijn bedankbrief nog had ontvangen uit Amerika, waar hij tien jaar lang in het gitaristencircuit bleek te hebben meegedraaid. Dat was niet het geval, want uitgevers kunnen nogal slordig omgaan met de post, wat niet verwonderlijk is met al die troep van amateur-schrijvers die ze dagelijks op de stoep geplempt krijgen. Glenn en ik werden vrienden en nu en dan trad hij op als gitarist bij een boekpresentatie of lezing van me.

glenn pennock en alfred birney podium tong tong fair

Ik herinner me nog de boekpresentatie van Glenn Pennock’s roman Het vuur van de draak in 1988. Hij leidde toen een pencak silat-school en luisterde zijn feestje op met een pencak silatdemonstratie ergens in Amsterdam. Nu dan, 23 jaar later, vrolijkte hij zijn boekpresentatie in het Mondiaal Cultureel Centrum in Haarlem op met een gitaarshow van hemzelf en een stel vrienden.

Glenn Pennock’s derde boek is getiteld Als gitaren schreeuwen. Vandaar. Het boek is net zo vormgegeven als mijn rivierentrilogie en andere nieuwe uitgaven van Uitgeverij In de Knipscheer. Die mooie, kleine gebonden boeken, met zilveren belettering op de hardcover rug en een omslag met flappen, lijkt onderhand het fraaie handelsmerk van die uitgeverij te worden. Het boek verschijnt morgen, op maandag 10 oktober. Je kunt kiezen: rennen of clicken naar een boekwinkel.

Schrijvers vanuit de verdediging

letterenhuis Verleden week vierde het Letterenhuis zijn nieuwe onderkomen met een bescheiden feestje voor het team, schrijvers en nog zo wat lui die eromheen hangen. Het is soms wel aardig om een troep van je collega’s bijeen te zien: nieuwkomers en oudgedienden. Ik herinner me te hebben staan babbelen met Anja Sicking, Mohana van den Kroonenberg, Marian Boyer, Kester Freriks en Nicolaas Matsier. Mijn redacteur liep er ook rond en hij gaf me het advies om vooral de ruimte te nemen in mijn roman-in-wording, omdat ik toch al geserreerd kan schrijven. Alsof hij mijn gedachten las. Gepriegel in novellen, waarin geen enkele zwakke bladzijde mag staan, is een geweldige uitdaging, maar als het verhaal vraagt om een roman dan moet dat maar. Het is lang geleden dat ik aan zo’n omvangrijke klus werkte: Het verloren lied.

In het huidige politieke klimaat krijgen kunstenaars de wind van voren. Het grote publiek denkt inmiddels dat kunstenaars vele miljoenen opslurpen uit de subsidiepot zonder er daadwerkelijk iets tegenover te stellen. Ook schrijvers worden intussen gevonden door subsidiespeurders die met de verbetenheid van wolven achter hun gesubsidieerde werkplekken de jachthoorn blazen. Het jongste tijdschrift van het Nederlands Letterenfonds, een jonge fusie van het Fonds voor de Letteren en het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, slaat dan ook een verdedigende toon aan. Stukken van allerlei schrijvers moeten de onwetenden duidelijk maken waar een schrijver staat, wat een schrijver doet en wat een schrijver betekent voor het land en de taal waarin hij of zij schrijft. Het heeft iets weg van roepen in een woestijn, want welke onverlaat leest zoiets als drukwerk van het Nederlands Letterenfonds? Quotes van buitenlandse uitgevers en schrijvers staan op het omslag, dat wordt gesierd door een oude boom, die zich in tweeën splitst:

“De wereld van het woord en dus de boekenmarkt verandert volop. Veel uitgeverijen van nu produceren en gedragen zich alsof ze deel uitmaken van de ‘entertainmentindustrie’ en niet van de markt van ideeën.” – André Schiffrin.

Mwah, niet bijster fraai neergepend, tamelijk onvolledig ook, maar het is een redelijk statement.

“Ik geloof niet dat de digitale technologie de functie van de uitgever radicaal zal veranderen de komende jaren. De selectieve functie is het hart van ons vak. Ik denk dat het papieren boek en het e-book gedurende een heel lange tijd naast elkaar zullen blijven bestaan, en ik geloof niet dat het papieren boek ooit totaal zal verdwijnen.” Jean Mattern.

Hier is de tweede zin het sterkst. Die gaat over het scheiden van het kaf van het koren. Over de rest valt te discussiëren en of het papieren boek nooit zal verdwijnen, daar heb ik mijn twijfels over. Maar dat heeft natuurlijk niets te maken met de creativiteit van de schrijver.

De mooiste quotes staan binnen in het blad. Arnon Grünberg vraagt zelden direct subsidie aan, maar is collegiaal en slim genoeg om zijn broeders en zusters niet af te vallen, zoals Boudewijn Büch gewoon was te doen. Ook grijpt Arnon Grünberg weer eens zijn kans om Nederland met Duitsland te vergelijken. Dat lijkt een olijke hobby van hem. Op zijn weblog liet hij eens weten dat Duitsers Nederlanders in beleefdheid verre overtreffen. Nou is dat natuurlijk al zo sinds de VOC, sla er de scheepsjournalen van Duitse lieden maar op na. Maar toch een enorme sneer voor de goede verstaander.

Iemand als Cees Nooteboom verbaasde zich eens over het respect die de Amerikanen voor schrijvers tonen: in New York rolden ze een rode loper voor hem uit toen hij eens een literaire prijs kwam ophalen. Hopelijk is hij niet door dat ene voorval zo verschrikkelijk naast zijn schoenen gaan lopen, maar dit terzijde. Gauw terug naar Arnon Grünberg:

“Dit kabinet is in het zadel geholpen door kiezers die zich er niet voor schamen dat ze meer van hun auto houden dan van Goethe. Een Nederlands verschijnsel trouwens, soortgelijke geluiden hoor je zelden in Duitsland. Dat zo veel Nederlanders deze voorkeur hebben, valt te betreuren, maar het is de realiteit. Om Brecht te parafraseren: je kunt het volk wel afschaffen, al zal dat ook in 2011 niet zonder bloedvergieten gaan.”

Nogal gammel geformuleerd, maar de parafrase mag er zijn.

De mooiste quote komt van Marjolijn Februari:

“Nederland hecht een groot belang, een publiek belang, aan schrijvers. Het enige probleem is dat niemand ze wil betalen.”

Uiteindelijk kom je uit op het begrip kwaliteit. Wat is kwaliteit? Wie bepaalt het? Het vervelende is, dat kwaliteit een beleving veroorzaakt die direct met taalgevoel verband houdt. En gevoel is een fenomeen zo ongrijpbaar voor de meeste mensen, dat ze het verwarren met emotie.

vrijdag 23 september 2011

Raamvertelling

raamvertelling Op zondag 11 september 2011, van 11 tot 11, vindt er in de Maliestraat, Den Haag, een live raamvertelling plaats. Alfred Birney doet mee, met Gerbrand Bakker, Saskia de Coster, Kees ‘t Hart, Thomas Lieske, Marcel Möring, Gustaaf Peek, Christiaan Weijts, Frans P. Thomése en diverse dichters, acteurs en muzikanten. De literaire straatparade is breed van opzet, gevarieerd, en… gratis (op Literair Theater Branoul na). Schrijvers zitten achter de ramen en kunnen bespied worden, maar zij kunnen ook u bespieden en zelfs over u schrijven. Voor alle informatie surf naar raamvertelling.nl, een kersverse site die dagelijks wordt bijgewerkt.

Update:

Alfred Birney’s defintieve programma.

Zondag 11 september

Den Haag, Maliestraat 12

14:15 – 14:55 u Theater Branoul. Ontbijten met Birney
15:30 – 16:30 u. Elders in het straatje. Aantekeningen uit het sousterrain (voor de voyeurs)


Grotere kaart weergeven

Brief van De Contrabas

Geachte heer Birney,

Beste Alfred,

Laat ik je maar tutoyeren, ook al hebben we elkaar maar één keer ontmoet, vroeger, in Nijmegen. Jij was te gast bij het Literair Café in het inmiddels verdwenen O42 en ik was mederedacteur van een, tsja, literair tijdschrift(je) dat Tristan heette.

Niet lang na je optreden zou je in het laatste nummer van dat blad publiceren, een kort verhaal denk ik, en een medewerker schreef een ‘essay’ over je werk, dat toen uit twee romans bestond. Tristan verdween (gelukkig) en ik verloor je, ergens eind jaren negentig, in literaire zin uit het oog.

de contrabas literair magazine

Daar is onlangs verandering in gekomen. Ik las je drie meest recente novelles (Rivier de Lossie, Rivier de IJssel en Rivier de Brantas), allemaal verschenen bij In De Knipscheer en het boek Yournael van Cyberneylees verder op De Contrabas.

Wat is factie?

logo alfred birney Fictie (van het Engelse fiction) is een term voor teksten ontsproten aan de verbeelding die niet op de realiteit gebaseerd is. Non-fictie heeft betrekking op de werkelijkheid. Met name romans en novelles worden beschouwd als fictie, ook als ze deels op ware feiten berusten. Is het laatste evident, dan spreekt men ook wel van factie (van het Engelse fact). Factie is dus een literair genre waarin feiten en fictie tot een verhaal worden gesmeed.

Alfred Birney Wintertuinfestival Nijmegen

wintertuin festival 2010 Op zaterdag 27 november organiseert Literair Productiehuis Wintertuin in samenwerking met Stichting Muhabbat een speciaal avondprogramma binnen het Wintertuinfestival: Bandoeng aan de Waal.

Auteur Alfred Birney, journaliste en schrijfster Eveline Stoel en hoogleraar Wim Willems zullen onder leiding van Wim Brands de rol van het Indisch literair erfgoed binnen de Nederlandse letteren onderzoeken. De avond wordt ingeleid door cultureel antropologe Lizzy van Leeuwen.

Centraal staat een debat over de Indische traditie binnen de Nederlandse letteren: de problemen bij de representatie ervan op terreinen als de postkoloniale identiteitsvorming, de cultuuroverdracht en het levend houden van de herinnering (tempo doeloe). De vorm van het debat is vergelijkbaar met het wekelijks tv actualiteitenprogramma Buitenhof, want podia moeten commercieel zijn en menen zich daarom dan ook aan dat afgrijselijke medium te moeten spiegelen. Gelukkig kijk ik geen teevee dus ik heb geen idee hoe ik me op het podium televisieachtig zou moeten gedragen.

Gespreksleider is Wim Brands. Projecttleider is drs. Peter van den Vrijhoef

TEL: 024-3230975 (Muhabbat)06-53553757 (privé)
Datum / tijd: 27 november 2010 (21.30 uur)
Plaats / locatie: De Lindenberg in Nijmegen

Sneeuwsporen tot de nokbalk

verhaal halen Het verhaal Sneeuwsporen tot de nokbalk werd voor het eerst gepubliceerd in de Haagsche Courant van vrijdag 4 maart 2005 en heeft een poosje op dit weblog gestaan. Later is het herschreven en opgenomen in een verzamelbundel ter gelegenheid van het festival Verhaal Halen 2010, tijdens welke Alfred Birney het overigens niet ten gehore bracht (hij besloot enkele andere verhalen voor te dragen).

Vijftig schrijvers worden elk ondergebracht bij aardige mensen die hun huis ter beschikking stellen voor literair publiek dat graag hun favoriete schrijvers van dichtbij wil zien voorlezen en met hen in gesprek wil treden. De huizen lagen dit jaar in en aan de rand van het Statenkwartier in Den Haag. Aan deze editie werkten mee:

Robert Anker, Alfred Birney, Carla Bogaards, Aaf Brandt Corstius, Hugo Brandt Corstius, Jan Brokken, Bart Chabot, Paulien Cornelissen, Philip Freriks, Renske de Greef, Kees ‘t Hart, Yvonne Keuls, Jan Kuitenbrouwer, Nicolaas Matsier, Hannes Meinkema, Anil Ramdas, K. Schippers, Rob Schouten, Martin Šimek, Franca Treur, Carolina Trujillo, Hans Vandenburg, Christiaan Weijts, Rob Wijnberg, Kader Abdolah, Gerbrand Bakker, Kees van Beijnum, Roel Bentz van den Berg, Hanna Bervoets, Wim de Bie, Hassnae Bouazza, Connie Braam, Wim Brands, Jelle Brandt Corstius, Elsbeth Etty, Jerry Goossens, Bas Haring, Mensje van Keulen, Rachida Lambaret, Rik Launspach, Christine Otten, Marja Pruis, Tomas Ross, Allard Schröder, Nicolette Smabers, Carolijn Visser, Jacq Vogelaar, Frank Westerman en Joost Zwagerman.

De bundel kon worden afgehaald door bezoekers van het festival op enkele aangewezen plekken. Het is onduidelijk of er een handelseditie volgt.

Schrijvers displaced

Ik nam gisteren met een aantal collega schrijvers van het zomerfeuilleton Doelwit Den Haag (Den Haag Centraal) plaats op de rand van het podium op de gemoderniseerde eerste etage van de Haagse Centrale Bibliotheek tijdens de aftrap van het festival Huilen in Den Haag. Kees ’t Hart hoorde me iets mompelen over “geen tafel op het podium” en zei ironisch berustend: “Dit is onze plaats.”

haagse schrijvers openbare bibliotheek den haag 2010



We werden in sneltreinvaart bevraagd naar onze ervaringen bij het schrijven van het, deels geregisseerde, feuilleton. De algemene teneur was, tamelijk voorspelbaar, dat de literaire schrijvers wat moeite hadden met het vooraf door Tomas Ross in elkaar gedraaid plot. Veel literaire auteurs zijn gewend zonder plot te werken, en ik al helemaal. Toch vond ikzelf het wel een aardige ervaring om aan het project mee te werken. Dat probeer ik in het volgende filmpje uit te leggen.

(filmpje tijdelijk niet beschikbaar)

De filmer ondervond last van het felle tegenlicht: buiten scheen de zon, binnen was het schaduwrijk en wij schrijvers zaten met onze rug naar het raam gekeerd. Of het commentaar aan het eind van mijn babbel als een compliment is bedoeld of niet, is me niet helemaal duidelijk. Denkelijk wordt er ongeveer gezegd: “Dit was het vreselijkste slot van een aflevering die ik ooit heb meegemaakt.”

Gruwelijk was het inderdaad.