De Dubieuzen

alfred birney alfred birney de dubieuzenAlfred Birney
De dubieuzen
Essay
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2012
Ingenaaid, met flappen, 224 blz
Cover Aafke de Jong
ISBN 978-90-6265-695-0
Prijs: €18,50
Bestellen

Nadat Alfred Birney in 1998 zijn veelbesproken bloemlezing Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren had gepubliceerd, dook de schrijver nog dieper in de boeken. Dat resulteerde in Yournael van Cyberney (2001), waarin hij onder meer de maakbaarheid van de literaire canon onder de loep neemt. Nu brengt hij in De dubieuzen (2012) enkele opzienbarende boeken van vergeten schrijvers onder de aandacht. Het multiculturele leven in het voormalige Nederlands-Indië wordt daarin heel anders beschreven dan in boeken van beroemde schrijvers als Couperus en Multatuli. In dit diepgravend maar levendig geschreven essay over onze koloniale literatuur worden opvallende en verrassende parallellen met ons huidige anti-multiculturele klimaat getrokken, waarin racisme, vreemdelingenhaat en religieuze uitingen tegenstellingen uitlokken en leiden tot fel debat.

De pers:

Het is heerlijk weer eens een essay te lezen waarbij de schrijver geen blad voor de mond neemt maar keihard zegt en schrijft wat hij vindt. Vooral omdat hij niet alleen de vergeten Indische literatuur maar ook de nog amper gelezen Nederlandse klassiekers tevoorschijn haalt, er het stof vanaf blaast en er nieuw leven aan geeft.. Literatuurplein

Birney’s felle polemiek laat zien dat de canon van de Nederlandse literatuur getuigt van ‘blanke arrogantie’ jegens de Indo. – NRC

Alfred Birney is milder geworden. Maar juist daarom is hij gezaghebbender dan hij ooit geweest is. Indisch Anders

Eerder…

alfred birney de dubieuzen aafke de jong glenn pennock

Op vrijdag 20 april wordt in Mondiaal Centrum Haarlem het nieuwe boek De dubieuzen van Alfred Birney gezellig ten doop gehouden.

Presentatie & Receptie

van 20.30 – 22.00 uur
(zaal open 20:00 uur)

Programma

Glenn Pennock speelt gitaar, Alfred Birney wordt geïnterviewd door Peter de Rijk en Aafke de Jong treedt op met een Balinese solodans. Tot slot signeert de schrijver zijn boek. Speciale gast is Marjolein van Asdonck, hoofdredacteur van maandblad Moesson. De toegang is gratis.

Locatie
MCH [Mondiaal Centrum Haarlem]

Lange Herenvest 122
2011 BX Haarlem
023 – 542 3540

U bent allen van harte uitgenodigd hierbij aanwezig te zijn.
Reserveren vooraf is wenselijk, maar niet noodzakelijk voor late beslissers: indeknipscheer@planet.nl

Exclusief en alleen op 20 April, ter gelegenheid van de lancering van Alfred Birney’s boek: De Dubieuzen. Een CD met 3 dubieuze nummers van het multitalent Glenn Pennock:

glenn pennock

XTRA!

3 dubieuze gitaarnummers van Glenn Pennock voor Alfred Birney’s boek De dubieuzen… Scroll omlaag voor downloadlink.

glenn pennock dubieuzen muziek

HIER DOWNLOADEN

Shot Aafke de Jong tijdens presentatie

aafke de jong tijdens presentatie de dubieuzen alfred birney 2012

Laatste loodjes werken aan een essay

koloniaal In 2003 ontving ik van het Letterenfonds een subsidie voor het schrijven van een essay over koloniale literatuur. Vanwege ziekte in de periode 2006 – 2009 liep de voortgang van het boek ernstige vertraging op. Thans leg ik de laatste loodjes aan het boek, dat vele stadia heeft afgelegd. Boven het manuscript staat “9e versie”, dus dat zegt al genoeg. Ik heb er een slordige vijf jaar aan gewerkt. Laatst ben ik speciaal van Facebook afgegaan om ongestoord te kunnen werken, want, zoals u weet, social media leiden schrijvers van hun werk af. De commentaren van redacteur Jim Rotteveel, duizendpoot Esther Wils, Tjalie-biograaf Wim Willems en redacteur Koos van den Kerkhof heb ik in etappes verwerkt. Ik ben nu bijna zo ver dat ik het uiteindelijke manuscript, tellende ruim 58.000 woorden, kan inleveren en even kan gaan uitrusten. Nog een laatste check en het boek kan in productie. Als het productieschema geen tegenwind te verduren krijgt, zal het boek in april op de markt verschijnen. rss button Wilt u op de hoogte worden gehouden, abonneert u zich dan op dit weblog door op het rss-icoon (voorbeeld hiernaast) te clicken bovenin uw browser.

Rivier de Brantas

alfred birney rivier de brantasAlfred Birney
Rivier de Brantas
Novelle
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2011
Hardcover, ingenaaid, met flappen, 106 blz
Cover Sabrina Luthjens
Bestellen: AKO Boekkado Boek.net Boek-plus Bol.com CosMox ECI Noord Nederlandse Boekhandel Paagman Selexyz Van Stockum Venstra en bij de reguliere boekhandel.
ISBN 978-90-6265-669-1
Prijs: €16,50

Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis spelenderwijs de revue. Iedereen die de reizende gitarist ontmoet lijkt van die ingrijpende geschiedenis doordrongen, in tegenstelling tot veel mensen in Nederland. Herinneringen lijken plaatsbepaald, en de gitarist, met zijn familiewortels op Java en in Nederland, moet lang met zijn vragen wachten voordat hij uiteindelijk een antwoord krijgt van toevallige passanten.

Ik heb een zwak voor preludes, voor dat wat begint, wat worstelt met de aanvang of eenvoudig zonder enige worsteling begint, de prelude als lente die iets groots aankondigt of waarop direct, zonder tussenliggende zomer, het verval van de herfst volgt, de prelude als instrumentaal voorspel zonder vastliggende vorm of als een improvisatie die voor het hoofdwerk wordt gespeeld, dan wel als opwarmer voor de muzikant of als mogelijkheid je virtuositeit te tonen, de prelude desnoods als aanloop waarmee je je instrument stemt, als inleiding van een suite of als een stuk dat aan een fuga voorafgaat en hiermee een contrast vormt, en anders gewoon als officieel muziekstuk, als zelfstandige compositie, in het extreemste geval als opperste vorm van verveling – het maakt me allemaal niet uit: de prelude is mijn favoriete muziekvorm. De prelude laat iets open. Altijd. Maar daar, in dat hotel, met die onaflatende karavaan van herriemakers langs mijn balkon, in het smorende Jakarta onder een deken van smog waar geen satellietcamera doorheen kon gluren, hoorde die gitaarmuziek niet thuis.

De pers:

De vele lagen in het boek maken het een feest om te recenseren: hoe vaker je het leest, hoe meer je ziet. Indisch 3.0

Iedere regel, elk woord staat op de juiste plek. Minder is meer. Er ontstaat een rust die de lezer de tijd en de ruimte gunt ergens over na te denken. Literatuurplein

De schrijver heeft de kunst van het weglaten te ver doorgevoerd. – Vrij Nederland

Na het lezen stroomt het verhaal nog door. Als in een rivier waarbij de stroom nooit eindigt en het water altijd een weg zal vinden. De Aziatische Tijger

Leve de uitgever, die dit kleine boekje met liefde en aandacht heeft laten vormgeven. Nederlands Dagblad

Kalm en prachtig beschreven passeert de koloniale geschiedenis van Indonesië, geschiedenis gezien door het oog van de verteller, vrijend met de dichtkunst, elk woord op de juiste plek en geen woord teveel. Antilliaans Dagblad blad 1 (PDF 158 KB) blad 2 (PDF 249 KB)

Pover verslag van een bezoek aan grootmoeders graf. – Literair Nederland.

Een boeiende, interessante en goed geschreven novelle. Biblion.

Met vijftig korte hoofdstukken componeert Birney een kloppende puzzel. Reizen van plaats naar plaats en bewegen in de tijd gaan naadloos hand in hand. Als ‘Tweede generatie’ is het uiteindelijk geen sinecure van foto’s, enkele door de oudere generatie vertelde herinneringen, een enkele levensechte herinnering en de eigen fantasie een totaalverhaal tot stand te brengen dat levensecht overkomt. Hierin slagen getuigt van vakmanschap. Jill Stolk in Den Haag Centraal.

Het is ongelooflijk hoeveel verschillende aspecten van het koloniale verleden Birney oproept. Zijn novelle van nog geen honderd bladzijden zou evengoed een roman fleuve kunnen zijn van vele delen. Aan het toch al schitterende kralensnoer van de Nederlands-Indische literatuur heeft Birney drie parels toegevoegd.. Kester Freriks in East Magazine

Interview nav voltooiing rivieren-trilogie – AD (PDF 6,5 MB)

Eenzaamheid


gao man

Volgens mij komt deze figuur je tegemoet en beweegt hij zich niet van je vandaan. Los van de richting kun je evengoed de ervaring hebben dat hij zich helemaal niet beweegt, omdat hij zo in gedachten verzonken is. Veel tekeningen van de eerste Chinese Nobelprijswinnaar voor literatuur Gao Xingjian lijken een eenzaamheid te ademen die je tegelijk wel en niet kent.

Come-back van Glenn Pennock

Afgelopen vrijdag vierde Glenn Pennock zijn comeback als schrijver. Ik dacht dat hij nooit meer op het schrijverspodium terug zou keren, maar nu staat hij er toch weer, weliswaar met gitaar, maar dat is welhaast usance onder Indo-schrijvers. Het was een erg gezellige avond, en vooral bijzonder. Want er zijn maar weinig schrijvers die na 23 jaar afwezigheid hun literaire snoet weer laten zien.

glenn pennock presentatie

Glenn Pennock (1953) is de schrijver van wie ik een fragment koos om mijn beruchte bloemlezing Oost-Indische inkt (1998) mee af te sluiten. Ik heb nooit uitgelegd waarom ik een fragment van hem koos, dat doe ik nu:

De bloemlezing opent met een wonderlijk stuk proza uit de Itinerario (1595-96) van Jan Huygen van Linschoten (+/- 1562 – 1611), waarin wordt verhaald van een vis die zich onder een zeilschip heeft vastgeklemd en met zijn enorme staart 14 dagen lang met tegendraadse zwembewegingen het schip in achterwaartse richting dwingt. Het leek me aardig om mijn bloemlezing te eindigen met een modern vissenverhaal. Ik vond dat in Glenn Pennock’s roman Het vuur van de draak (1988). Daarin wordt een sprekende vis opgevoerd, met een geheel eigen grammatica – knap proza.

Oost-Indische inkt werd bij de verschijning op het Achtuurjournaal aangekondigd als een belangrijk overzicht van de Nederlands-Indische literatuur, beginnend bij Jan Huygen van Linschoten en eindigend bij Glenn Pennock. Nou was Glenn Pennock toevallig onvindbaar, wat onhandig was in verband met het regelen van auteursrechten. Maar een vriend van hem wist waar hij uithing en stuurde hem een kaartje met de mededeling dat zijn naam op het Journaal was genoemd in verband met het verschijnen van etc etc.

Vele jaren later ontmoette ik Glenn Pennock weer en hij vroeg me of ik destijds zijn bedankbrief nog had ontvangen uit Amerika, waar hij tien jaar lang in het gitaristencircuit bleek te hebben meegedraaid. Dat was niet het geval, want uitgevers kunnen nogal slordig omgaan met de post, wat niet verwonderlijk is met al die troep van amateur-schrijvers die ze dagelijks op de stoep geplempt krijgen. Glenn en ik werden vrienden en nu en dan trad hij op als gitarist bij een boekpresentatie of lezing van me.

glenn pennock en alfred birney podium tong tong fair

Ik herinner me nog de boekpresentatie van Glenn Pennock’s roman Het vuur van de draak in 1988. Hij leidde toen een pencak silat-school en luisterde zijn feestje op met een pencak silatdemonstratie ergens in Amsterdam. Nu dan, 23 jaar later, vrolijkte hij zijn boekpresentatie in het Mondiaal Cultureel Centrum in Haarlem op met een gitaarshow van hemzelf en een stel vrienden.

Glenn Pennock’s derde boek is getiteld Als gitaren schreeuwen. Vandaar. Het boek is net zo vormgegeven als mijn rivierentrilogie en andere nieuwe uitgaven van Uitgeverij In de Knipscheer. Die mooie, kleine gebonden boeken, met zilveren belettering op de hardcover rug en een omslag met flappen, lijkt onderhand het fraaie handelsmerk van die uitgeverij te worden. Het boek verschijnt morgen, op maandag 10 oktober. Je kunt kiezen: rennen of clicken naar een boekwinkel.

East Magazine herfst 2011

east magazine EAST is de voortzetting van Archipel Magazine. De (postkoloniale) Indische cultuur heeft het loodje moeten leggen en daar ben ik niet bijzonder blij mee. Ik mocht immers elk kwartaal een postkoloniaal verhaal schrijven en ik was helemaal vrij in de keuze van mijn thema’s. Het enige Indische tijdschrift dat er nu nog toe doet is Moesson, ’s wereld grootste Indische magazine overigens, dat in 37 landen wordt gelezen. Onlangs mocht ik er een verhaal in publiceren en het kan zijn dat dat nog wel een paar keer gaat gebeuren.

Wat heeft EAST dat Archipel niet heeft? Om kort te gaan: het bestreken gebied is flink uitgebreid met China, Japan, Taiwan, Thailand, Cambodja, Birma, Laos, Vietnam en de Filippijnen. Indonesië blijft de kern, met Maleisië. Wat een uitstapje naar Hawaii, de 50e staat van de VS, in het herfstnummer doet, valt nu even buiten mijn begripsvermogen. Als ik het voor het zeggen had, dan volgde ik gewoon de oude scheepvaartroutes van de Hollanders en richtte ik me op alle landen die met het koloniale verleden van de Hollanders te maken hebben gehad. Dus ook Zuid-Afrika, en natuurlijk de Cariben. Dán maak je een statement. Dán geef je geschiedenisles, wat zo broodnodig in deze tijden van armoedig cultuurbesef, vreemdelingenhaat, racisme en wat al niet meer.

Maar ik blijf nog wel verbonden aan EAST, hoewel niet actief want mijn terrein is de (postkoloniale) literatuur, al vind ik nu en dan iemand een interview afnemen ook wel uitdagend, maar dan moet het wel om een bijzonder persoon gaan. Ik wacht gewoon op een opdracht, want ja, ik ben al sinds 2004 niet in Indonesië geweest en de Nederlands-Indische geschiedenis vind ik interessanter dan het huidige Indonesië, waar de hele wereld zo’n beetje aandacht aan besteedt, tot en met CNN en BBC World News.

Voor het herfstnummer van EAST heb ik het romandebuut Oog van de naald van Griselda Molemans besproken. Het stuk staat er mooi in, over twee volle bladzijden. Voor meer informatie over de inhoud van het blad, surf naar: EAST.

Sexy woordinflatie

Een greep uit 4.360.000 resultaten op Google:

Het Van Abbe moet meer sexy worden. Qurius moet meer sexy worden. Tijdens het openingsdebat werd gesproken over het meer sexy maken van het onderhoudsvak. ICT moet weer sexy worden. Je moet opleiden, coachen, groeien als mens én als professioneel aantrekkelijker maken, meer sexy. Wij laten zien waarom de langdurige zorg wel sexy is. Over het algemeen boek ik alleen de vrouwelijke, de wat meer sexy opdrachten. Wanneer is iets te sexy. Sexy boeken kopen bij Selexyz. Single & Sexy is een boek dat zeker niet mag ontbreken in je strandtas! Echt sexy van Renate Dorrestein, een boek dat je echt moet lezen. Is onze maatschappij echt te sexy geworden? Twitter is sexy? Tweetbot is een nieuwe Twitter-applicatie voor de iPhone en iPod touch, met een bijzondere interface. Maar geen is zo sexy als de nieuwe Asus 1008HE. Volkswagen lanceerde de sexy New Beetle. Binnenshuis kan alles natuurlijk wel een tikje meer sexy! En van wie het wel wat meer sexy mag. De bedoeling van een galajurk is toch wel dat je er sexy uitziet. Is het nodig dat de kerk meer sexy wordt? Een lastig thema? Maak sexy reclame. Welkom op de site van een creatief, bevlogen en sexy elftal. WK-tweets Zuid-Afrika: geen sexy voetbal meer. Vrouwen die van voetbal houden zijn sexy. De krant halen met sexy projecten is daarom niet voldoende. Roken is niet meer sexy. Journalistiek is niet sexy meer. Dat was met cabaret zo, met mijn studie en met de reclame, maar van al die dingen is schrijven voor mij toch het meest sexy. En dan denk ik weer: waarom moet het sexy? Het Fries is gewoon niet sexy. Wandelen in het zand, sexy, vakantie. Kan erotiek in literatuur nog wel sexy zijn? Koken is sexy! Ik ben altijd van mening dat een merk sexy moet zijn. Duurzaam geproduceerde mode die ook nog eens hartstikke hip en sexy is. Is je merk wel sexy genoeg voor Social Media? Maar een beetje meer initiatief vinden de meeste mannen al sexy. Is ecologisch sexy? Slimme mannen zijn sexy, zo blijkt uit onderzoek naar de relatie tussen intelligentie en vruchtbaarheid. Jongens die hockey spelen zijn sexy is lid geworden van Facebook. Pizza eten kan zo sexy zijn. Saai is het nieuwe sexy. Etc. Etc.

Interview Alfred Birney in Moesson


alfred birney moesson


Deze maand in Moesson:
UP CLOSE & PERSONAL
Sinds zijn debuut in 1987 is Alfred Birney niet meer weg te denken binnen de Indische literatuur. In Moesson legt Birney zijn ziel bloot.
Surf naar Moesson voor een abonnement in een speciale aanbieding, of kijk er onder contact naar de verkooppunten van het maandblad.

Rivier de Brantas


rivier de brantas alfred birney

Alfred Birney
Rivier de Brantas

Novelle
Nieuw! Vers van de pers!
Ingenaaid gebonden, met flappen, 106 blz.
ISBN 978-90-6265-669-1 € 16,50
Bestellen:
AKO
Boekkado
Boek.net
Boek-plus
Bol.com
CosMox
ECI
Noord Nederlandse Boekhandel
Paagman
Selexyz
Van Stockum
Venstra
Wannabooks


Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis spelenderwijs de revue. Iedereen die de reizende gitarist ontmoet lijkt van die ingrijpende geschiedenis doordrongen, in tegenstelling tot veel mensen in Nederland. Herinneringen lijken plaatsbepaald, en de gitarist, met zijn familiewortels op Java en in Nederland, moet lang met zijn vragen wachten voordat hij uiteindelijk een antwoord krijgt van toevallige passanten.

Ik heb een zwak voor preludes, voor dat wat begint, wat worstelt met de aanvang of eenvoudig zonder enige worsteling begint, de prelude als lente die iets groots aankondigt of waarop direct, zonder tussenliggende zomer, het verval van de herfst volgt, de prelude als instrumentaal voorspel zonder vastliggende vorm of als een improvisatie die voor het hoofdwerk wordt gespeeld, dan wel als opwarmer voor de muzikant of als mogelijkheid je virtuositeit te tonen, de prelude desnoods als aanloop waarmee je je instrument stemt, als inleiding van een suite of als een stuk dat aan een fuga voorafgaat en hiermee een contrast vormt, en anders gewoon als officieel muziekstuk, als zelfstandige compositie, in het extreemste geval als opperste vorm van verveling – het maakt me allemaal niet uit: de prelude is mijn favoriete muziekvorm. De prelude laat iets open. Altijd. Maar daar, in dat hotel, met die onaflatende karavaan van herriemakers langs mijn balkon, in het smorende Jakarta onder een deken van smog waar geen satellietcamera doorheen kon gluren, hoorde die gitaarmuziek niet thuis.

De pers:

De vele lagen in het boek maken het een feest om te recenseren: hoe vaker je het leest, hoe meer je ziet. Indisch 3.0

Iedere regel, elk woord staat op de juiste plek. Minder is meer. Er ontstaat een rust die de lezer de tijd en de ruimte gunt ergens over na te denken. Literatuurplein

En na het lezen stroomt het verhaal nog door. Als in een rivier waarbij de stroom nooit eindigt en het water altijd een weg zal vinden. De Aziatische Tijger

Het postkoloniale Indische debat

logo alfred birney weblog Het probleem met het postkoloniale debat in Nederland is dat er geen postkoloniaal debat is. Nou klinkt dit wat flauw, dus ik zal het wat genuanceerder zeggen: het postkoloniale debat in Nederland is afhankelijk van incidentele oprispingen bij de aandacht voor de Indische, Surinaamse en Caribische literatuur en, breder getrokken, voor boeken afkomstig van immigranten en hun nazaten. Wie wil weten wat koloniale en postkoloniale literatuur behelst, moet lezen Europa Buitengaats; koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen onder redactie van Theo D’Haen.

Onlangs trok een nieuw Indisch boek de aandacht van recensenten, onder wie er velen zaten die dachten dat het wiel was uitgevonden. Het boek is van Eveline Stoel, getiteld Asta’s ogen. Het is een documentair geschreven boek dat toevallig zijn weg vindt naar het grote publiek. Ik zeg toevallig, omdat er jaarlijks tientallen van dergelijke boeken verschijnen, al decennia lang. De meeste van die boeken belanden in de prullenbakken van de redactielokalen, een enkele titel vindt zijn weg.

Boeken als Asta’s ogen hebben als voordeel dat de Indische geschiedenis weer even levend wordt. Ik zeg: even. Want die geschiedenis wordt niet werkelijk levend gehouden, althans niet in de officiële canon. Onze beroepslezers hebben beroerd geschiedenisonderwijs genoten en in het kielzog daarvan dus net zulk beroerd literatuurgeschiedenis. Ze hebben geen helder zicht op de verschillen in perspectief tussen blanke en niet-blanke schrijvers uit Nederlands-Indië en de Cariben. Vanzelfsprekend geven zij hun beperkte kennis van de (post)koloniale literatuur door aan hun studenten, die op hun beurt doodleuk boeken als Orpheus in de desa en Oeroeg hoogtepunten noemen in de Indische literatuurgeschiedenis.

Let wel: het gaat hier niet over smaak, maar over perspectief. Een voorbeeld hiervan is de kritiek van Tjalie Robinson op Oeroeg, een stuk geschreven in 1948. Dit stuk, vol met sterke argumenten, heeft nooit enige invloed gekregen op de smaakmakers van de Nederlandse literatuur. Hoe komt dat?

Dit soort vraagstukken behoren bekend te zijn bij deelnemers aan een postkoloniaal debat. Anders weet je niet waarover het gaat. Afgelopen zaterdag werd er een dergelijk debat gevoerd in Nijmegen, er werd althans een poging ondernomen.

Op het podium nemen plaats Wim Willems, Eveline Stoel, Lizzy van Leeuwen en ik. Gespreksleider is Wim Brandts.

Wim Willems zit al 30 jaar met zijn neus in de materie, is biograaf van Tjalie Robinson en ziet soms door de vele bomen het bos niet meer. Eveline Stoel is een nieuwkomer die het zich kan permitteren onbevangen en ongehinderd door een veelheid aan kennis haar zegje te doen. Lizzy van Leeuwen doolt rond in het niemandsland tussen wetenschap en essayistiek en heeft de neiging het gesprek al te technisch voor de toehoorders te maken. Ikzelf doe vooral aan het begin van zo’n debat niets anders dan iedereen maar meteen in de rede vallen omdat ik denk dat ik het allemaal beter weet. Mij word herhaaldelijk door Wim Brandts ingefluisterd dat ik even mijn mond moet houden en dan gedraag ik me wel. Diezelfde Wim Brandts is een journalist (en dichter) met veel ervaring op het gebied van postkoloniale en etnische literatuur. Hij leidt het debat in strakke banen, omdat het anders een gekijf van jewelste wordt.

Dat een dergelijk debat nooit een bevredigend einde krijgt, dat weet je van te voren, al is het maar omdat meer dan de helft van de gesprekstijd opgaat aan het uitleggen van waar het nou eigenlijk allemaal om gaat. Toch zijn dit soort gesprekken zinvol. Want er zijn altijd mensen in de zaal die ermee aan de gang gaan, erover gaan nadenken, ook al hebben ze de helft maar begrepen.

Mijn punt is dat het postkoloniale debat een vanzelfsprekend onderdeel zou moeten zijn van het algehele literaire debat. Dat de postkoloniale geschiedenis als een wezenlijk en onlosmakelijk onderdeel zou moeten worden gepresenteerd van de algemene Nederlandse geschiedschrijving.

Maar ja… ís er überhaupt wel een literair debat? En wordt de canon van de Nederlandse geschiedenis wel écht vernieuwd met dat beetje VOC-gelul dat eraan is toegevoegd? Wanneer zijn we zover dat we vanuit verschillende perspectieven naar onze eigen (literatuur)geschiedenis kunnen kijken?

Wim Willems brak aan het einde van het debat, voor een volle zaal, een lans voor de Turkse schrijver Sadik Yemni, die klaagde dat hij als Turk alleen maar om zo te zeggen over kamelen mag schrijven. Dat vond Wim Brandts wel aardig om de avond mee af te sluiten. Nieuw is de klacht van Yemni natuurlijk niet. Ik schreef het al tien jaar geleden in mijn Yournael van Cyberney, een e-zine dat ik later herschreef en in boekvorm liet uitgeven. Dit zeg ik niet uit gelijkhebberigheid. Maar om te illustreren dat conclusies die ooit door schrijvende immigrantenkinderen worden getrokken niet direct door blanke Nederlanders worden overgenomen. Nee, die nemen ook nog eens tien jaar de tijd om tot dezelfde conclusie te komen. En als het even kan brengen ze het alsof het zelf hebben bedacht. Het komt er uiteindelijk toch steeds weer op neer dat je pas wordt geloofd zodra je een heel blank peloton achter je hebt. Een van de weinigen die dat tot dusver voor elkaar kreeg was Salman Rushdie. Maar daarvoor moest ie wel eerst een fatwa over zich heen krijgen. En zo ben ik weer terug bij af bij mijn eerste aflevering van Yournael van Cyberney, tien jaar geleden.