Volgens mij lezen ze mijn weblog. Ze denken zeker dat ik niks te doen heb. Klopt! Maar een mens hoeft toch niet altijd wat te doen hebben? Nou, ik was nog niet onder de douche vandaan of mijn redacteur van het AD belde. Tijdens mijn ontbijt, die ’s middags plaatsvindt, belde ik hem terug. Tussen de gebruikelijk roddels door polste hij me of ik zin had in een of ander boek over kolonialisme tussen 1890 en 1950 of zoiets. Hij wist er ook het fijne niet van, maar het boek is in elk geval onderweg naar de krant. Het is een uitgave van het KITLV, onze schatbewaarder van Neerlands koloniale verleden, dus ik ben natuurlijk razend benieuwd naar wat voor schitterends of flets de ijverige uitgeverij van het instituut nu weer op de markt brengt. Het boek zal een dezer dagen bij me in de bus vallen en het KITLV kennende zal het wel weer een kloeke uitgave zijn. Kost me dagen om te lezen, dus de volgende week ben ik in elk geval van de straat.
Ook de redacteur van Archipel Magazine liet van zich horen. Hij geeft me een week extra in het deadlinespelletje. Maar met die klus voor de krant in het vooruitzicht heb ik daar helemaal niets aan. Het is dus gokken of werken. Gokken betekent: het boek van het KITLV afwachten, er een recensie over schrijven en dan pas iets voor Archipel Magazine doen. Ik loop dan het risico dat ik te laat ben en zo de kans mis om onderaan mijn nieuwe bijdrage de komst van een nieuw boek van mijzelf aan te kondigen. Feitelijk is de klus voor Archipel Magazine belangrijker dan die voor het AD, dat toch wel wekenlang de tijd heeft, ze lieten mijn recensie van de biografie over Tjalie Robinson toch ook een maand in de koelkast liggen.
Maar hoe schrijf ik zo snel een behoorlijk verhaal voor Archipel Magazine? Een verhaal kost me een week, anders wordt het niks. Heb ik echt niets meer in mijn archieven liggen? Het is werkelijk een zootje in mijn mappen, veel doublures, verschillende versies, er zit niets anders op dan er de bezem doorheen te halen. Dan blijft er vast wel wat hangen. Ja hoor, een verhaal van krap 500 woorden en een verhaal van ruim 1000 woorden. Beide verhalen was ik straal vergeten. Het eerste is een melancholieke schets en voorlopig afgerond op 16 mei 2008. Het tweede is een nogal heftig stuk autobiografisch proza, dat ik waarschijnlijk in één keer uit mijn toetsenbord hamerde. Het is gedateerd 7 november 2007 en hoeft alleen nog maar geredigeerd te worden. Dat red ik makkelijk in een week, zelfs al metamorfoseert het.
Dit is toch wel dé perfecte manier van werken voor me. Verhalend proza schrijven wanneer je wilt, de boel vergeten en pas opgraven zodra iemand iets van je nodig heeft. Zo verras je jezelf ook nog eens.
Mijn nieuwste verhaal in
Het is altijd weer een feest wanneer er ergens een nieuw verhaal van je verschijnt, op papier welteverstaan. Mijn nieuwste verhaal is getiteld Matagora, naar de naam van de hoofdpersoon, en staat afgedrukt in het herfstnummer van Archipel. Het verhaal speelt in de jaren vijftig en zestig. Het is mooi opgemaakt, jammer alleen dat iemand heeft zitten klungelen door om en om gedachtestreepjes voor mijn aanhalingstekens te zetten, kennelijk om de dialoog tussen moeder en zoon te verduidelijken, met als gevolg dat de typografie rommelig oogt. Het is ook altijd wat met die eindredacteuren en vormgevers. Ik heb nog nooit iemand gehoord die zijn of haar tekst precies terugzag zoals die was aangeleverd: in geen krant, tijdschrift of boek. Op zich is dat zo’n ramp niet, als het er allemaal maar beter op werd. Maar dat is in vrijwel alle gevallen niet zo. Blijft een feest natuurlijk, een nieuw verhaal, en op elk feest gaat er wel wat aan scherven.
Gisteren rondde ik een verhaal af op 1200 woorden voor Archipel Magazine. Dus geen 1203 woorden, of 1198 of zoiets, nee: 1200. Ik ben erg overdreven in het tellen van woorden. Je wordt bij voortduring gedwongen steeds je tekst weer helemaal door te lezen. Je komt altijd wel iets tegen dat eruit kan, of bondiger kan worden geformuleerd. En anders betrap je jezelf wel op vaagheden. Het tellen van woorden moet snel en makkelijk gaan, reden waarom ik het schrijfpakket van Open Office nooit serieus ben gaan gebruiken. Nu eindelijk een dergelijke functie eenvoudig is ingebouwd, deugt de spellingchecker weer niet. Een spellingchecker is belangrijk voor wie in een taal schrijft met een spelling die door een stel idioten een aantal malen per eeuw overhoop wordt gegooid. Ik schrijf balkon nog steeds met een c. Jules Deelder schijnt sigaret nog met een c te schrijven. Spelling is voor apen zonder creatief vernuft. Maar daar wilde ik het helemaal niet over hebben. Ik wilde alleen maar zeggen dat het heel spannend is om voor Archipel Magazine te schrijven. Het tijdschrift dreigde al een paar keer te verzuipen in het geweld van gratis kranten en magazines, maar wist zich toch steeds overeind te houden. Het is treurig dat allerlei tijdschriften uit Indische hoek nooit tot samenwerking hebben kunnen komen. Eén groot blad, daar droomde ik van toen ik in 1998 per ongeluk een stap in die Indische wereld zette. Ik had nog geen idee van de kleinzieligheid in de strijd der ego’s.
In het zomernummer van Archipel Magazine veel aandacht voor Bali, zoals ecotoerisme, een fenomeen dat mijn wenkbrauwen doet fronsen. Van Step Vaessen krijgen we het verhaal van haar als meisje uit Limburg tot onverschrokken dame in Jakarta, eerst als correspondent voor de NOS en nu ook voor Al Jazeera. Ze heeft geen huis meer in Nederland, is ook niet nodig, ze voelt zich Jakartaanse en haar zoontje al helemaal. Bog-Bog Magazine is de naam van Bali’s Cartoon Tijdschrift. De hoofdredacteur is vier jaar geleden met het tijdschrift begonnen en krijgt inmiddels – en zeker na de rel om de Deense cartoons – aanbiedingen van talloze cartoonisten van over de hele wereld. Hans Vervoort kijkt nog even terug op die mallotige uitspraak van onze minister-president, die zei dat we weer terug moesten naar de VOC-mentaliteit. Aanvankelijk moest ook Hans Vervoort lachen, maar nu bekijkt hij de zaken wat genuanceerder. Verschil tussen hem en Jan Peter Balkenende is helaas dat hij de overzeese geschiedenis van Nederland kent en onze minister-president wat dat betreft een sukkel is. Frans Lopulalan zet zijn column over de beroemdste gorilla ter wereld en diens Rotterdamse aanbidster in koloniaal perspectief. Hij zal ongetwijfeld wel weer een lading boze brieven over zich heen krijgen. Er staat te veel in Archipel om op te noemen. Ikzelf mag het doen met voorpret, en heel graag! Een voorpublicatie van mijn komende boek staat fraai achterin afgedrukt.
Mijn bevriende collega Frans Lopulalan belde voor een social talk. Hij vroeg me of ik nog op tijd was geweest met de deadline die Archipel Magazine nogal laat had gesteld. Nee, ik had geen tijd meer gehad om een nieuw stuk te schrijven maar kon gelukkigerwijs nog met een voorpublicatie komen uit mijn nieuwste boek Rivier de Lossie, dat in het najaar verschijnt. Frans Lopulalan zelf blijkt een column te hebben gewijd aan de beroemdste gorilla van deze nog jonge eeuw: Bokito. Hij brengt het gedrag van de vrouw in verband met koloniale neerbuigendheid. Ik moest lachen toen hij me dat vertelde. Als je lang bezig bent met fenomenen als macht, seksisme, racisme en kolonialisme, dan zie je in elk geval snel de link tussen (neo-)kolonialisme en de vrouw die zo geobsedeerd was door Bokito. Sla je de wereldliteratuur met de leestechnieken van Edward Said (1935 – 2003) op kolonialisme na (zie bijvoorbeeld: Culture and imperialism, 1993), dan slaat de schrik je om het hart. Blijf je in Edward Said’s voetspoor volgen, dan kun je gemakkelijk teleurgesteld raken over het volslagen gebrek aan zelfinzicht en zelfkritiek bij degenen die de zogenaamde ‘juiste’ boeken canoniseren voor ons nageslacht. De hoofdredacteur van Archipel Magazine krijgt onderhand wel grijze haren van de giftige columns van Frans Lopulalan, maar blijft ze toch plaatsen. Ik vroeg mijn collega hoe het intussen met zijn weblog is, waar hij al ruim een jaar terug aan begonnen is. Wanneer kom je eens met wat nieuws joh? ‘Morgen,’ zei hij.
Als een speciaal team van dertig wetenschappers gedurende zes weken 3400 kilometer van de Yangtze hebben uitgekamd en nog altijd de Chinese vlagdolfijn (Lipotes vexillifer) niet hebben gevonden, dan wordt hij als uitgestorven beschouwd, ondanks de hoop die een enkele rasoptimist nog koestert. De dolfijn in kwestie heeft twintig miljoen jaar op aarde geleefd en mocht daarom de pers halen. Dat was zo’n twee weken terug en tel er nog twee bij op en je kunt deze dolfijn tevens als vergeten beschouwen. Een vergelijking met
Enfants d’Asie Contes, légendes et reportages pour les cultures et la vie quotidienne des enfants d’Asie du Sud-Est