Schrijven aan een essaybundel

alfred birney schrijft

Alfred Birney is bezig aan de voltooiing van een essaybundel. Het boek wordt in het voorjaar van 2012 verwacht. Geconcentreerd werken maakt de schrijver a-sociaal en lastig te bereiken. Hopelijk heeft u wat geduld als u antwoord op een e-mail verwacht. Dank u!

Update 1 september 2011: het werk is inmiddels voltooid. De schrijver keert terug naar de fictie.

Contact? Vul uw e-mailadres goed in!

apenstaartje Mensen die contact opnemen, vullen vaak hun e-mailadres verkeerd in op het contactformulier. Deze website draait geen programma die e-mailadressen op hun juistheid controleert. Gevolg is dat ik mijn antwoord terugkrijg van hun isp’s (internet service providers). Sommige e-mails zijn buitengewoon belangrijk. Heeft u mij onlangs een serieus verzoek ingediend of bent u met een aanbod gekomen, wilt u dan opnieuw contact opnemen? For the time being zetten wij het emailadres wel rechtsboven in de sidebar. U kunt er desgewenst op clicken als u met een mailclient, zoals Outlook Express, werkt. Wij kijken intussen uit naar een andere mailform, die de gebruiker eraan herinnert een juist adres in te vullen.

Eindredactie, enfin

hat logo meneer b Ziezo, ik heb mijn naschrift teruggekregen van mijn eindredacteur. Het kon haar goedkeuring wegdragen. Een groot geluk voor haar, want ik was niet van plan er iets aan te veranderen. Haar kritische kanttekeningen betreffen alleen formuleringen en spelling. Elke zin, elk woord is gewikt en gewogen. Gelukkig ging het per e-mail. Verleden keer moest ik het doen met haar gekriebel in de kantlijn, wat een straf is. Ze kwam heel hulpvaardig langs om haar aantekeningen voor te lezen en toe te lichten. Ze zei dat meer schrijvers moeite hebben met haar kriebelhandschrift. Corrigeren en redigeren op het beeldscherm gaat niet, dat levert tekstverwerkersproza op, of weblogproza of zelfs cms-proza. Ik neem aan dat ze eerst dat dunne potlood van haar heeft gebruikt. Ik vraag me af hoe het bij de krant gaat tegenwoordig. Mij dunkt loopt niet de eerste de beste recensent langs de brievenbus van zijn krant of er zijn bijdrage te posten. Zo ging dat ooit. Een recensent van de Volkskrant zag de hele week uit naar dat ene loopje van zijn huis naar de brievenbus. Wat een opwindend leven had die man toch. Dat was het echte papierwerk. Zo werk ik ook nog. En ook mijn leven is, dat begrijpt u, zeer opwindend. Zo trotseerde ik vandaag het hectische verkeer op mijn mountainbike, om maar iets te noemen. Dat was werken geblazen. De dwarrelende wind was zo venijnig dat ik niet eens naar de zee kon kijken terwijl ik over de boulevard fietste. Ik was voortdurend bedacht op auto’s die van hun lijn weken. De badplaats is nog vol toeristen. Vakantielezers…

Spam

logo alfred birney Een poosje wist ik de dans te ontspringen, maar sinds ik een zooi rondzendmails heb ontvangen is de SPAM niet meer om aan te slepen. Het zijn niet alleen newbees die hun massamails per CC verzenden in plaats van BCC, ook mensen die al jarenlang op het internet zitten gebruiken gewoon CC. Zelfs fatsoenlijke organisaties zijn zo dom om CC te gebruiken. Weten ze dan niet dat iedereen je hele adressenboek kan lezen? Met één muisclick heb je het hele adressenbestand op je pc, voor je het weet heb je 1000 adressen van mensen die je helemaal niet kent. Waarom halen ze die functie eigenlijk niet standaard uit die emailprogramma’s? Zal ik anders ook maar adressen gaan sparen? Een keertje spammen als er een nieuw boek uitkomt? Met gebruik van CC.

Mail up, evenwel…

logo alfred birney Mijn webmail is weer up, maar zo te zien is er nogal wat verloren gegaan in de periode waarin mijn host allerlei technische capriolen moest uithalen om de mail van een miljoen adressen van de ene naar de andere server te transporteren. Dit betekent dat mail van mij wellicht zijn bestemming niet heeft bereikt en andersom: dat uw mail mij niet heeft bereikt. Heeft u iets belangrijks – een miljoen euro cash voor een noodruftige schrijver om maar wat te noemen – laat het mij dan nog een keer weten voordat u besluit de boel te doneren aan de een of andere schurk in Timbuktu of zo.

Mail down

logo alfred birney Mijn host is bezig een miljoen webmailadressen te verhuizen. Daar zit ik bij. Ik kan 48 uur lang geen mail versturen en ontvangen. Ook ben ik bezig met het wisselen van computers, zodat ik ook momenteel mijn popmail niet kan gebruiken. Ik heb geduld. U ook?

Apocalyps volgens Cormac McCarthy

logo alfred birney Als iemand mij vraagt of ik die en die schrijver al eens heb gelezen, dan begin ik meestal te gapen. Veel verder dan bladzijde 10 kom ik toch niet. Herlezen doe ik wel, om nog eens te kijken hoe de meesters en meesteressen het deden. En anders een boek van de plank koloniale en postkoloniale literatuur pakken, als studieobject. Laatst zat een dame naast me aan een diner, die de naam van een schrijver in de mond nam die ze drie keer voor me moest spellen. Het was een Amerikaan, dat beviel me al niet. De dame kon me ook niet uitleggen wat er nou zo goed was aan die schrijver. Dat beviel me weer wel. Ze had eerder namen laten vallen die me bevielen, dus ik vroeg haar of ze me de naam van de schrijver wilde mailen. Ik vergeet namelijk snel namen. De mail kwam: Cormac McCarthy. Ik surfde naar een online bookstore en bestelde maar meteen zijn laatste roman. Ik verveelde me toch al zo achter die eeuwige computer, het werd weer eens tijd om een boek te lezen. Het boek heet De weg (2007) en is een, denkelijk wat rammelende, vertaling van The Road (2006). Maar je stapt een wereld binnen die jou niet meer loslaat, nooit meer. Een wereld die vrijwel is verwoest, waar de zon niet meer schijnt, het ellendig koud is en de dagen hooguit enkele uren duren. Een man van een jaar of veertig trekt met zijn ongeveer tienjarig zoontje langs verlaten wegen. Hun core bizz: eten zoeken. Soms komen er desolate figuren voorbij, of menseneters tegen wie de man zijn zoontje beschermt. Hij bewaart de laatste kogel in zijn pistool voor zijn zoontje, dat hij heeft uitgelegd hoe je voor je kop te schieten. De man heeft zijn verleden in een wereld zoals wij die kennen, zijn zoontje kent alleen de vergane wereld. Ik kan me geen hopelozer roman herinneren, en tegelijk geen boek zo vol van liefde tussen een vader een zoon. Ik kan me ook niet herinneren dat ik nog dagenlang wakker ben geworden met de herinnering aan een boek. Het boek herinnert ons, zoals iemand in The Guardian schrijft aan wat wij mensen te verliezen hebben. Dat is veel, heel veel, onnoemelijk veel. Als je wilt weten wát, lees dit boek dan. Elke schrijver die dit leest zal jaloers zijn op het idee. Hoed af voor de uitwerking ervan.

Uit verveling

logo alfred birney Soms, als ik geen zin heb om te schrijven, ga ik met mijn website zitten spelen. Zoeken naar de ultieme vormgeving. Bezoekers die dan toevallig op mijn website zijn, kunnen na elke click het hele decor zien veranderen. Webmasters en mensen die een weblog bijhouden, weten onmiddellijk wat er gaande is en denken: ik kom morgen wel weer terug. Of ze amuseren zich door te kijken naar de metamorfoses die mijn website ondergaat, inclusief de foutmeldingen die opdoemen wanneer ik met zoiets als een plugin in de weer ben of het een of andere architectonische wanproduct overhoop haal en het nog lelijker maak dan het al was. Maar mijn ouderwetse lezers, die liever lekker met een boek op de bank zitten, zouden kunnen denken dat hun computer aangevallen wordt door iets engs in mijn website, of dat mijn website wordt aangevallen door een terroristische organisatie. Snel trekken ze de stekker uit het stopcontact en gaan naar de kerk of naar de moskee of naar de tempel of ze gaan lekker eh… iets anders doen. Laatst ontving ik een spammail die zogenaamd verzonden was vanaf een oud e-mailadres van mijzelf. Dat betekent dat die mail waarschijnlijk door duizenden mensen is ontvangen, die nu allemaal denken dat het domein www.alfredbirney.nl een heel griezelige bedoening is. Maar dat is weer een ander verhaal. Als u de façade van mijn website aldoor ziet veranderen, weet dan dat de schrijver zich mateloos zit te vervelen.

Raadsel uit de Maleise bellettrie

logo alfred birney Maya Sutedja – Liem, collega publicist in Archipel Magazine, mailde me naar aanleiding van mijn tweedelig artikel Goena-goena volgens P.A. Daum en Victor Ido in genoemd tijdschrift. Ter sprake komt onder andere een verhouding tussen de zoon van een Indonesische huishoudster en een blanke Europese vrouw, een kwestie waarop in de koloniale tijd een zwaar taboe rustte en waarover veelal slechts angstvallig werd geschreven. Maya kent een boek uit het Maleis, waarin het taboe-onderwerp vrijmoedig bij de kladden wordt genomen.

Het verhaal is getiteld Njai Isah en geschreven door een zekere Ferdinand Wiggers, een Indo-Europeaan die gewoonlijk in het Maleis publiceerde. Het verhaal verscheen aanvankelijk als feuilleton in een Maleise krant in 1903 en daarna in enkele boekdelen. Het gaat over een Nederlands meisje dat een verhouding krijgt met de zoon van hun Indonesische bediende en zwanger raakt. Om haar reputatie niet te schaden moeten man en kind worden weggemoffeld. Het meisje zelf ziet zich gedwongen een Nederlandse man te vinden om mee te trouwen, wat gepaard gaat met goena-goena en meer van die typische motieven uit de koloniale bellettrie.

Maya heeft slechts twee delen in een Leidse bibliotheek kunnen opsporen. Omdat het motief nogal spectaculair was voor die tijd vraagt zij zich af of het boek misschien geen vertaling is van een Nederlands verhaal. Ikzelf neem aan van niet, omdat de fatsoensrakkers eerder in Nederland dan in het voormalige Nederlands-Indië gezocht moesten worden. Het colofon in het boek geeft geen uitsluitsel, wat indertijd niet ongebruikelijk was. Als uitgever wordt genoemd de NV tot exploitatie van Mal. week- en andere bladen in Nederlandsch-Indië. Meer is niet bekend.

Over de schrijver heeft Maya het volgende kunnen achterhalen. Ferdinand Wiggers (1862-1912) was een zoon van de Nederlandse (?) Frederik Ernst Wiggers en de Indonesische Pela (of Helena?). Ferdinand Wiggers huwde eveneens een Indonesische vrouw, genaamd Tjanting (later genoemd Enerstina Hermina?). Van de vijf kinderen die uit dit huwelijk voortkwamen, bleven twee zonen in leven: Norbertus Petrus (1886 – ?) en Ernst Ferdinand (1890-?). Ferdinand Wiggers was redacteur bij verschillende Maleise dagbladen, waarin hij veel publiceerde, wat soms tot een boekuitgave leidde. Daarnaast vertaalde hij ook veel Europese romans naar het Maleis, waaronder Van slaaf tot vorst van Melati van Java.

Maya is bezig stukken uit Njai Isah te vertalen. Ze beoogt de uitgave van haar vertalingen van korte Maleise verhalen in het komende jaar en zit nu met de brandende kwestie: in welke brontaal is het verhaal geschreven: het Maleis of het Nederlands? Stuur even een mail als u Maya Sutedja – Liem kunt helpen.

Uitnodiging

logo alfred birney Een mailtje van de krantenredactie. Een zekere meneer, wiens naam ik vast wel ken (nou, niet dus) wil graag mijn telefoonnummer om mij te polsen over deelname aan een forum. Ik mail de redactie terug dat die meneer mij maar een mailtje moet sturen. Het voordeel van e-mail is dat je meteen ziet wat men van je moet. Aan de telefoon moet je vaak een half uur naar iemands gezwets luisteren eer men ter zake komt. Maar meneer heeft zijn paladijnen. Ik krijg iemand van een mij bekende stichting aan de lijn: of een zekere meneer mij mag bellen over deelname aan een forum op de Pasar Malam Besar. ‘O, de Pasar! Goed, zeg die meneer maar dat hij mij kan mailen.’ ‘Meneer houdt niet erg van mailen,’ zegt de stem: ‘hij praat liever.’ Nou, ik zie het al voor me: een inleiding van een uur op een podium, ik mag in twee minuten mijn zegje doen, de anderen idem, er komt wat gelul uit de zaal en je kunt weer naar huis. ‘Zeg meneer maar dat ik niet van telefoneren houd en dat hij mij kan mailen. Mijn e-mailadres is…’ Weken later ontvang ik een mail via mijn mailprovider, die zo vriendelijk is geweest de punt nl achter mijn domeinnaam om te zetten in punt info, want die meneer die zo goed is aan de telefoon denkt dat de hele Nederlandse schrijverswereld een punt nl achter zijn naam heeft staan. Punt nl is voor boeren, meneer! Maar goed, uw mail toont dat u een volhouder bent, u overlaadt mij met maar liefst twee telefoonnummers plus vier websiteadressen, dus u kent het internet wel hè? Moet ik op het podium straks gaan uitleggen ‘hoe Indische kunstenaars binnen het kunstenveld integreren?’ Zegt u mij dat het forum bestaat uit ’intermediairs’ en dat u hoopt ‘nog enkele kunstenaars te vinden die een bijdrage kunnen leveren? Met name als een auteur die zijn Indische achtergrond prominent benoemt en erin is geslaagd zijn naam te vestigen?’ Watte? Hoe bedoelt u: prominent benoemen? Alles goed en wel, maar u rept met geen woord over een honorarium, mijn beste meneer! Eerst dát maar regelen? Okay? Tot later ja? Doei! Hey hoi, bent u daar weer? Watte? Een voorgesprek in Utrecht? Houdt daar de beschaving niet op? Hoe kom ik daar? Met de trein? Kost dat nou joh? Hoezo voorbespreking? Dacht u soms dat ik te voorprogrammeren was? Hey, wie denk je wel niet wie je voor je hebt joh, zakkenwasser! Ik ben toch een gevestigde naam, volgens u? Nou dan. Huldigt u soms de opvatting dat musici, artiesten, de kantinejuf, de portier en uzelf wel betaald moeten worden, maar schrijvers niet? Hallo bent u daar weer, meneer? Als ik het niet dacht! U bericht mij dat ‘niet kan worden voorzien in een honorarium, dit wegens budgettaire omstandigheden…’ Nou joh, dan kan ik toch beter maar een column gaan schrijven. In uw jargon heet dat: integreren binnen het mediaveld. Niet dat ze daar weten wát je waard bent. Maar wel dát je wat waard bent. Lees anders deze column voor joh. Is betaald.

Haagsche Courant, vrijdag 28 mei 2004