Schrijf een pizza

logo alfred birney Toen ik debuteerde werd het aantal schrijvende mensen in Nederland geschat op 20.000. Eind vorige eeuw was het aantal vertienvoudigd: 200.000. Nou had ik vanavond de televisie aan laten staan na een uitzending over de Olympische Spelen in China. Ik stond wat met vis, rijst en komkommer in de keuken te freaken toen ik iets over Idols voor schrijven hoorde. De verslaggever zei dat er momenteel 1.000.000 Nederlanders aan zoiets als een roman of verhalenbundel bezig zijn. Eén miljoen! Hoe komen ze aan dat getal? Worden webloggers meegeteld? Dat moet haast wel. Veel webloggers dromen van een boekuitgave. Elk mens heeft een verhaal, right? Een groepje wedstrijdvee mag zijn opwachting maken voor de televisiecamera. Well, you can’t judge a book by the cover. Evenwel… de jury… Kwam dat vee dáár de stallen voor uit? Een kandidaat vertelde dat hij energie kreeg van schrijven. Hoe kan dat nou? Je wordt er hartstikke moe van, man! Werk dag en nacht aan een roman, een jaarlang, en je bent zo mager als een lat. Plus volkomen vervreemd van de wereld. Een wereld die nauwelijks begrijpt waar je het eigenlijk over hebt. Maar je schrijft tenminste goed. Daar gaat het om. Helaas, wat ik uit die monden hoorde komen stelde teleur. En hoopvol tegelijk. Er verschijnt al genoeg rotzooi, dat moet maar eens afgelopen zijn. Uitgevers worden dagelijks overladen met manuscripten. Ze klagen over het enorme aanbod. Waarom dan toch een wedstrijd uitschrijven? Het heeft iets weg van een pizza bestellen. Customized. Got it?

Freeze your darlings

logo alfred birney Het leven is afscheid nemen en voor de verandering ging dat gisteren op een feest en niet op een begrafenis. Ja, ik heb drie maanden niets van me laten horen, nou dan weet u het wel ongeveer. Ongeveer, hè? Ik bedoel het is niet elke dag begrafenis. Wij zwaaiden uit in een bibliotheek aan een Amsterdamse kade de directeur van een befaamd literair mecenaat, een instantie die het schrijverspeloton bijeenhoudt. Die is nodig om te voorkomen dat er voortaan maar een stuk of tien literaire schrijvers in de boekhandel liggen. Vergelijk het met kijken naar een wielerronde met maar tien renners. Het programma bestond uit verschillende onderdelen. Het lopend buffet met nazit en dans was uiteraard het leukst. De receptie had ik overgeslagen, want zo’n tocht naar Amsterdam ervaar ik als een hele onderneming, zwaarder dan een vliegreis van zestien uur naar Jakarta, om maar wat te noemen. Ik kon vrijwel direct het theater in. Het onderhoudendst was de een of andere Vlaamse schrijver, die zich als enige aan de toegemeten tijd van zeven minuten hield. Hij slingerde een geweldige tekst de zaal in, vol virtuose kwinkslagen die niet door iedereen werd begrepen en gewaardeerd, want ook onder literatoren bevinden zich stupide personen. Later zag ik nog een meisje – ik bedoel een jonge vrouw – heel aardig dansen, een tikje bestudeerd. Ze herinnerde me aan de tijd waarin ik nog kon woekeren met mijn energie. Als aandenken kregen we mee een boekje getiteld: Kill your darlings. Het mecenaat was nieuwsgierig naar ons werk-in-uitvoering, de rotzooi die achterblijft tijdens het proces van schrappen, waarover ooit ene Sir Arthur Quiller-Couch een kleine eeuw geleden schreef: “Whenever you feel an impulse to perpetrate a piece of exceptionally fine writing, obey it – whole-heartedly – and delete it before sending your manuscript to press. Murder your darlings.” Eén van de gevraagde auteurs voor het boekje had deze boodschap écht begrepen en zijn computers met darlings aan de straat gezet. Anderen hadden hun geschrapte teksten ingevroren. Ik las hun kruideniersproza in de stoptrein bij nacht huiswaarts. De afgedankte teksten lieten het beste proza van webloggers met schrijfaspiraties ver achter zich. Helaas zegt dat niets meer in een tijd dat het om hele andere dingen gaat dan zoiets als kwaliteit. Dansende meisjes? Nou, vooruit dan.

Schrijven en slapeloosheid

Ik was het eigenlijk zo’n beetje vergeten, ik heb immers lang niet meer aan iets gewerkt dat omvangrijker is dan een column, een artikel of een schrijfklus voor derden. Maar deze maand staat in het teken van het schrijven aan een stuk proza van ongeveer 20.000 woorden. De lengte van de tekst vraagt dus om een voortdurende concentratie. Het fenomeen creativiteit is vaak onderwerp van onderzoek geweest, maar altijd een raadsel gebleven. Ik dacht dat ik de truc lang geleden had gevonden door gewoon te stoppen met denken aan je manuscript zodra je je schrijftafel verlaat om te gaan slapen. De beste truc kwam van Aya Zikken, die zei dat je moet stoppen wanneer je weet hoe je morgen verder kan. Maar die trucs ben ik verleerd, ik moet ze me weer eigen maken. Zal wel lukken. Zal wel moeten. Het was een rare nacht. Schrijven van 00.00 – 03.00 uur. Naar bed om 03.30 uur. In slaap rond 04.00 uur. Plotseling wakker om 07.00 uur, veel te vroeg, normaal gesproken slaap ik in een ruk door tot noen. Malend blijven liggen tot 08.00 uur. Eruit, slaappil innemen, een boterham naar binnen werken, even met de computer spelen, iets overbodigs downloaden en weggooien. Om 09.00 uur terug naar bed. Wat heeft me wakker gehouden? De gedachte aan het schrijven of de gedachte aan de jungle van uitgevers, redacteuren, schrijvers, kranten, podia? De I Tjing zegt dat je moet doen zonder denken aan het resultaat. In welk hexagram staat dat ook weer?

N.B. Het plaatje is van Amano.

Schrijfziekte

hat logo meneer b Naast griep heerst de schrijfziekte. De een is nog niet vertrokken of de ander hangt aan de bel. Ditmaal een vrouw wier manuscript ik al zeven jaar terug las. Ze heeft haar boek inmiddels een aantal malen herschreven. Het ligt, als ik me niet vergis, al langer dan een jaar bij een grote bekende uitgever. De een of andere vage redacteur aldaar heeft het er kennelijk moeilijk mee om duidelijk te zijn en wijst de schrijfster in spé niet zonder meer af. Maar hij staat ook niet aan haar voordeur amechtig met een contract te zwaaien. In elk geval heeft hij les numero 1 uit het hoofdstuk Hoe ga ik met aspirant-schrijvers om wel erg letterlijk genomen: Zeg nooit nee. Je kunt een heel eind komen met nooit nee zeggen, maar het leven kent ook ogenblikken waarop je duidelijk nee moet kunnen zeggen, wil je althans niet in een spiraal terechtkomen van halve toezeggingen, vage afspraken en meer van dat wat relaties tussen mensen zo enorm complex maakt wanneer ze niet eerlijk tegen elkaar durven te zijn. Gelukkig wordt mij nu alleen maar om een advies gevraagd inzake het benaderen van een andere uitgever. Dus hoef ik alleen maar te zeggen: kies geen uitgever maar een redacteur. Wie is uw favoriete contemporaine Nederlandse auteur? Pluis uit wie zijn of haar redacteur is. Is het een man? Versier hem. Is het een vrouw? Versier haar. Er lopen er een stuk of twee rond die de moeite waard zijn. Hooguit drie. Succes!

Schrijfles

hat logo meneer b Ik ontving vandaag een jonge vrouw die mij maanden geleden een manuscript te lezen gaf. Het was een novelle en toch heeft het me veel werk gekost. Ze is de laatste persoon voor wie ik dit soort klussen gratis doe, want het kost veel tijd je in te lezen, het manuscript te ontleden en er dan ook nog redactionele aanwijzingen bij te zetten. Redacteuren die bij uitgeverijen werken, doen dat in de regel heel vluchtig – dat is onder meer een reden waarom ze zoveel manuscripten terugsturen, ze hebben gewoon geen tijd voor al dat werk – maar ik ben consensieus te werk gegaan. De novelle had dat ook wel verdiend, de jonge vrouw ook want haar moeder kan heerlijk rijsttafel maken en is zo ongeveer een zus van me. Bent u uitgever en uit commerciële overwegingen nieuwsgierig naar de schoonheidsfactor van deze jonge vrouw, dan kan ik u zeggen dat die hoog ligt. Goed gebekt ook, kan zó in een late night talkshow. Verder is ze intelligent en heeft ze niet éénmaal gezegd dat ze het eigenlijk zus of zo bedoelde, wat je bijna altijd hoort van schrijvers in spé. Ik heb haar verteld over het klassieke verschil tussen de novelle en de roman, haar gebruik van trucs ontbloot en gezegd dat ze niet bang moet zijn voor eenvoud. Toen ze vertrok droomde ze hardop over een uitgever en ze liet zich ontvallen dat er momenteel wel héél erg veel mensen zijn die schrijver willen worden. Was het niet zo? Ja…

Verveling

hat logo meneer b Men zegt van schrijvers die net een boek af hebben dat ze in een gat vallen. Dat gat kan vele vormen aannemen. Het ergst lijkt mij een bodemloze put. Als je daarin valt, dan blijf je namelijk vallen. Ik herinner me momenteel maar één gat. Na de voltooiing van mijn tweede manuscript hing ik negen weken lang elke avond in de kroeg rond. Of was het na publicatie van mijn tweede boek? Zo te zien maakt mijn geheugen weinig onderscheid tussen het één of het ander. Ik had mezelf als deadline gesteld 18 februari, wanneer het Chinese jaar van het Zwijn begon. Maar ik was een maand te vroeg. Wanneer is een boek af trouwens? Toen twee van mijn romans in een speciale editie werden gebundeld, heb ik nog zitten krassen in de originele drukken. Ik kan niet zeggen dat er momenteel een vers manuscript naast me ligt, want er ligt helemaal niks. Het staat op de harde schijf van mijn laptop en uit voorzorg heb ik ook een kopie naar de server van mijn host gestuurd. Dit vanwege het enorme verlies dat ik lijd door een domme fout met een herinstallatie van mijn systeem. Er gaat nauwelijks een dag voorbij of ik zoek weer iets dat voorgoed uit mijn laptop verdwenen is. Vandaag zijn dat de financiële gegevens over de afgelopen twee jaar, die mijn boekhouder nodig heeft. Het is jammer dat ik ’s nachts leef, want ik krijg opeens een enorme zin in stofzuigen. Ramen zemen…

Verveling na het schrijven

Elke schrijver kent het, het zogenaamde gat waarin je valt na voltooiing van een boek. Het gat ziet er na elk boek anders uit, voelt anders, je kunt er geen staat op maken. Ik weet nog dat ik na Bewegingen van heimwee zes weken lang elke dag in de kroeg ben gaan zuipen. Na Vogels rond een vrouw ben ik als een idioot op mijn racefiets door de duinen gaan jakkeren. De onschuld van een vis bezorgde me een half jaar lang pseudo-hartritmestoornissen. Herinneringen aan mijn andere boeken komen nu even niet direct naar boven. Ik heb net een essaybundel afgerond en verveel me nu. Ik doe alles uit verveling. Ik fiets uit verveling. Ik blog uit verveling. Ik maak mijn huis schoon uit verveling. Het is wel een lekkere verveling. O ja, je krijgt de nawerking in twee etappes: 1. als je je manuscript klaar hebt. 2. als het boek uit is. De essaybundel gaat over koloniale literatuur, canonisering, etniciteit en racisme. Verschijnt denkelijk in de loop van het volgende jaar.

Gat

logo alfred birney Elke schrijver kent het, het zogenaamde gat waarin je valt na voltooiing van een boek. Het gat ziet er na elk boek anders uit, voelt anders, je kunt er geen staat op maken. Ik weet nog dat ik na Bewegingen van heimwee zes weken lang elke dag in de kroeg ben gaan zuipen. Na Vogels rond een vrouw ben ik als een idioot op mijn racefiets door de duinen gaan jakkeren. De onschuld van een vis bezorgde me een half jaar lang pseudo-hartritmestoornissen. Herinneringen aan mijn andere boeken komen nu even niet direct naar boven. Ik heb net een essaybundel afgerond en verveel me nu. Ik doe alles uit verveling. Ik fiets uit verveling. Ik blog uit verveling. Ik maak mijn huis schoon uit verveling. Het is wel een lekkere verveling. O ja, je krijgt de nawerking in twee etappes: 1. als je je manuscript klaar hebt. 2. als het boek uit is. De essaybundel gaat over koloniale literatuur, canonisering, etniciteit en racisme. Verschijnt denkelijk in de loop van het volgende jaar.

Ik ben weer eens te braaf geweest

logo alfred birney W.F. Hermans pestte zijn uitgever wel eens door zijn manuscript op de uiterste datum in te leveren. Een deadline was een deadline. Hermans was altijd ruim op tijd klaar met zijn boeken, toch wachtte hij met inleveren. Hij genoot van het idee dat zijn uitgever alle afspraken met drukkers, kranten, boekhandelaren en zo meer had gemaakt en nu zwetend van de zenuwen wachtte op zo iemand als een schrijver, die je eigenlijk nooit helemaal vertrouwen kon. Het was in een tijd waarin een deadline geen vooruitgeschoven datum was met gestolen tijd die uitgevers zich toe-eigenen voor een weekje Tel Aviv, weekendje Barcelona of waar ze ook maar heen vliegen omdat het leven zo zwaar is voor een uitgever. “Gelukkig hebben we mooie meiden achter onze telefoons zitten die al die dichters en romanciers op een nette manier afzeiken, anders kregen we die zielepoten zelf achter ons aan. Maar… ja… stel… je… eens… voor… Er kan áltijd een megaseller bij zitten! Handel is handel, boeken zijn handel, zo is dat!” Ik zit intussen even aan de kant van de media, heeft iets dubieus ja, want ik heb zonet een stuk ingeleverd over Tjon, de jongste roman van Theodor Holman. Ze zullen wel raar opkijken als ze zien hoe ik dat boek de hemel in prijs, want Alfred Birney kan zo lekker katten. Tja, en zich goed aan deadlines houden. Was ik maar zo sardonisch als die W. F. Hermans, ik had immers tot uiterlijk maandagochtend kunnen wachten. Het zou tactisch sterk zijn geweest, er zou geen tijd meer zijn om in mijn tekst te gaan zitten rotzooien. Nu hebben ze nog een weekend waarin ze me kunnen bellen om me te vragen of het boek écht zo goed was. Of er écht niet ergens een kritische nooit bij kan. Ik neem gewoon de telefoon niet op.

Dan die andere jaarwisseling maar

hat logo meneer b Om vijf voor twaalf op de laatste dag van dit jaar mijn manuscript in schone staat uit de printer laten rollen, dat haal ik natuurlijk nooit met 180 A4-tjes. En al helemaal niet met die dagen van terugval, zoals gisteren: met veel pijn en moeite mijn bed uitgekomen, hijgend de trappen af om de voordeur van het nachtslot te halen voor als mijn zoon op de stoep staat, terug in bed voor een uurtje extra slaap, dan er weer uit, er weer in, tja… totdat je besluit om toch maar op te staan omdat een mens nu eenmaal op moet staan. Ze zijn niet te voorspellen, die dagen, dus dan weet u dat alvast voor het geval u ooit in uw leven wordt verrast met een hartinfarct en daarvan moet herstellen. Maar ik ben stoer. Ik klom op de fiets voor wat ik tegenwoordig noem mijn ‘cardiorondje’. Helaas, op de hoek van de straat voelde ik het al: dit wordt helemaal niks. Dan maar naar de supermarkt. En ja, het is alsof de mensen voelen dat je zwak bent. Ze duwen je met hun winkelmandjes in de rug, alleen maar omdat je zo rustig aan doet terwijl zij zo enorm gestresst zijn met die hel van de kerst in het vooruitzicht. De puree met veldsla smaakte niet bijster, mijn gehaktballen waren veel te hard, maar mijn zoon vond het allemaal wel meevallen. Na het eten deed ik een dutje van een uur op de bank. Ik heb vier uur kunnen schrijven en dat is ook wel een normaal maximum. Ik denk dat ik mijn deadline maar verzet naar het Chinese nieuwjaar: 18 februari 2007. Dan begint het jaar van het Zwijn. En kenners weten dat wat niet afkomt in het jaar van het Zwijn wel helemaal nooit af zal komen.