Mijn naam is meneer B. en ik eet geen kreeft. Het is niet zo dat ik uit principe geen kreeft eet. Ik bedacht het slechts toen ik vanmiddag een kolonie kreeften gadesloeg. Het was in een van die supermarkten in China Town, de bak stond op borsthoogte en de dieren kropen over elkaar heen in fris gehouden water. Het aantal verbaasde me, het moesten er wel vijftig zijn. Chinezen eten alles, dat is mij bekend, maar het eten van kreeft associeer ik eerder met het mediterrane leven. Ik was ooit dol op island hopping, ik at van alles aan de haventjes op de Griekse eilanden, maar géén kreeft. Dat ze levend worden gekookt kan een bezwaar van me zijn geweest. De onwil mijn onervarenheid te tonen met het eten van kreeft kan hebben meegespeeld. De dieren waren prijzig indertijd. Het was not done om kreeft te eten. Kreeft was iets voor de nouveau riche en overige aanstellers. Thans is het eten van kreeft bijna een volksaangelegenheid geworden. Er zijn mensen die vinden dat ze ‘alles’ moeten hebben geprobeerd voor ze sterven. Zoiets is natuurlijk onmogelijk. Zouden ze ‘alles’ vervangen met ‘zoveel mogelijk’, dan wekten ze althans de indruk over het leven te hebben nagedacht, ondanks een dergelijke armzalige levensinstelling. Ik zou op mijn beurt nooit het tegenovergestelde zeggen. Het lijkt me eerlijk gezegd wel lekker om me eens aan kreeft te wagen. Maar dan moet er wel iemand tegenover je zitten, in een jurk, ze jongleert met een muiltje op haar tenen onder een wiebelende tafel en verleidt je benen tot een tango onder tafel, enfin de zee klotst loom tegen de kaderand, er zijn lichtjes in de verte, alles bevindt zich in de verte, geen helderziende kan vooruit zonder turen in de verte. Ik kijk liever achterom.
Tagarchief: mensen
Van oude gewoonten, de verwarring die niet voorbijgaat
De Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) heeft een auto gestuurd om mij van huis te halen en weer terug te brengen. Mijn chauffeuse ziet er goed uit, rijdt swingend en is een onderhoudend gesprekspartner. Ze oriënteert zich als antropologe op de gevolgen voor Nederlandse soldaten buitengaats die een kameraad verliezen. Maakt dat verlies ze terughoudender of juist wraakzuchtig? Interessante vraag. Ik maak haar attent op mijn roman De onschuld van een vis (1995), die de verregaande gevolgen beschrijft van de oorlog die Nederland in Indonesië voerde.
Ik bereid me niet meer voor op lezingen. Ik beklim het podium en zie wel. Mijn leerschool kreeg ik in Indonesië tijdens mijn promotournees, waartussen onverwachte gastcolleges en optredens werden gewurmd. Er is wel een groot verschil tussen de podia daar en hier. Aan de overkant heeft het publiek een helderder beeld van de koloniale geschiedenis dan hier. Dat is niet verwonderlijk, want het waren de Nederlanders die kwamen, zagen, overwonnen, verloren en weer gingen.
Jonge Indonesiërs zeggen graag dat ze niet weten waar Nederland ligt en dat het hun ook helemaal niet interesseert, maar ze kennen wél allemaal de speelfilms waarin de vrijheidsstrijd jegens de ‘belanda’s’ wordt opgerakeld, zoals Nederlanders die kennen met hun wrok jegens de ‘moffen’. Suffe Nederlandse toeristen krijgen soms te horen dat het leven in de koloniale tijd beter was en dat Indonesiërs zelfs zouden wensen dat ze weer terugkwamen. Het is bespottelijk dat er nu nog Nederlanders zijn die deze beleefdheidsuiting serieus nemen. Ik trof er zelfs eentje tijdens de workshop in Felix Merites, Amsterdam, waar de chauffeuse me had afgezet.
Ik moest er een discussie inluiden met voorlezen uit eigen werk. Ik was het podium nog niet af of ik kreeg in de gaten dat er drie partijen waren en ik mijn positie als Indo weer eens moest gaan verdedigen in een zaal waarin het wemelde van mensen die een of andere gesubsidieerde club vertegenwoordigen en dus meer belang dan belangstelling hebben.
Onder het motto dare2connect was een dag georganiseerd die in het teken stond van culturele uitwisselingen tussen Nederland en Indonesië. Nou is dat een hels karwei – je zou er een volle week voor moeten uittrekken -vooral als je zo volledig mogelijk wilt zijn. Literatuur, film, architectuur, godsdienst, de koloniale geschiedenis… bijna alles wat je kunt bedenken kwam in drie simultane workshops aan de orde.
Ikzelf was ingedeeld bij de workshop Nederlandse cultuurmakers met Indonesische roots. Uiteraard mag je dan een flink percentage Indo’s in de zaal verwachten. Hetgeen een Nederlander deed verzuchten waarom de Indo weer zo nodig centraal moest worden gesteld. Ja, dat krijg je als je een Indo de workshop laat openen met een verhaal over Indisch leven in Nederland. De klacht van de man amuseerde me wel, het is immers altijd zo dat Nederlanders en Indonesiërs centraal worden gesteld en de Indo er maar tussen bengelt.
Op een vraag van de gespreksleidster leek het me interessant te melden dat ik als schrijver vóór 9/11 geen scepsis ontmoette in Indonesië. Na die vervloekte datum werd ik argwanender tegemoet getreden, er was een mondiale godsdienstoorlog uitgebarsten en ik werd de kant van de christenen op geduwd.
Een Nederlander ervoer mijn relaas als een aanval op de Indonesiërs en meende voor hen in de bres te moeten springen. Kan het neokolonialer? Hij verklaarde dat de Indonesiërs na de aardbeving verleden jaar heel vriendelijk waren toen hij met een stel collega’s in Yogyakarta, waar ze op tournee waren, als vrijwilliger meehielp een provisorische brug te bouwen. Ik vond die anekdote zo onnozel dat ik hem dat liet voelen. Gelukkig deed hij het verdere uur zijn mond niet meer open. Dat kwam niet alleen door mij. Een Indonesisch kunstenaar verklaarde namelijk ijskoud dat Indonesiërs slechts geïnteresseerd zijn in landen waar ze kunnen studeren, werken of hun kunsten kunnen vertonen. Duitsland, België en Frankrijk stellen zich gastvrijer op dan Nederland.
Ondanks allerlei goedbedoelde pogingen een brug te slaan tussen Nederland en Indonesië, al is het maar cultureel, lijkt de afstand tussen beide landen alleen maar groter te worden. Dat ligt in de eerste plaats aan de beroerde kennis van de gemiddelde Nederlander van zijn koloniale geschiedenis en zijn visie erop. Als een halve eeuw na de dekolonisatie nog altijd de termen Indisch, Indo en Indonesisch door elkaar worden gehaald, weet men dan eigenlijk wel waarover het gaat? In het verslag van dare2connect word ik bijvoorbeeld een Indonesiër met gemengd bloed genoemd. Toegegeven, zo Indonesisch als op de foto van die dag heb ik er inderdaad nooit eerder uitgezien.
© 2007 Alfred Birney
Archipel Magazine, herfstnummer 2007
Maanziek en zo
Het verkeer is niet agressief maar nerveus, mensen vergeten naar de lucht te kijken. Mijn zoon dacht dat het al volle maan was omdat de kids uit zijn klas zo opgewonden waren, maar nee: de maan is pas vol aanstaande zaterdag om 15:30 uur. Volgens de oude Chinezen begint de yang-energie af te nemen op het ogenblik van opperste volheid, vandaar dat een volle lijn in de I Tjing dan beweegt naar zijn tegenpool: yin. Zo werkt het ook met de maan: die gaat naar een nieuwe schijngestalte. Mensen reageren sterker op een toename van energie dan op iets dat zijn hoogtepunt heeft bereikt. Extra gevoelig voor volle maan-standen zijn chronisch zieken, want zij houden dan veel meer vocht vast. Hoe het zit met manisch depressieven en overige neuroten zou ik even niet weten. En wat te denken van de zee? Die heeft een bondgenootschap met de maan. Als die Engelse weerkundige Piers Corbyn gelijk krijgt met zijn voorspelling dat wij een megastorm te verduren zullen krijgen, dan zullen we wel zien of er sprake is van echte passie tussen het veel bezongen hemellichaam en the unfathomable sea according to Shelley.
Notities rond Tanja
Het voordeel van een tijdelijke abonnement op Google Alerts is dat ook alternatieve nieuwsbronnen tevoorschijn komen. Het moet niet zo zijn dat de grote kranten het internet in hun broekzak steken. Ik heb een Alert lopen op Tanja Nijmeijer. Waarom? Nou, in grote literatuur gaat het, in elk geval volgens Gerard Reve, om drie dingen: religie, liefde en de dood. In het verhaal van Tanja spelen nou precies die drie zaken. Daarom is deze jonge vrouw zo aansprekend. In haar dagboekfragmenten, zoals die zijn gepubliceerd door de NOS, speelt liefde een grote rol. Dat haar dagboek is gevonden en soldaten haar halfnaakt hebben zien vluchten, maakt speculaties los over haar eventuele dood. Iedereen, hoe men ook over haar denkt, wil weten of ze nog in leven is. Per slot vormt de FARC de religieuze component. Tanja gelooft of geloofde immers in de FARC. Ik kreeg gisteren twee serieuze stemmen binnen, één van Trouw en één van Ravage Digitaal. Van die laatste internetkrant had ik nooit gehoord. Het is de moeite waard er kennis van te nemen. Wat moet je immers met een éénstemmig lied? Ikzelf weet niet goed wat ik van deze jonge vrouw moet denken. Ze trok de uiterste consequentie uit haar politieke bewogenheid. Dat bevalt me. Maar de wapens oppakken en gaan schieten, al is het op helikopters – ook daar zitten mensen in – keur ik af.
Bedelaar terug van vakantie
Ze staat er weer, de bedelares van de supermarkt om de hoek. Ik dacht dat ze was gerepatrieerd om van haar centen te gaan leven, maar nee: ze is gewoon met vakantie geweest. Ik denk dat ze er een week of zes uit is geweest, ik vermoed richting Armenië, waar ze naar zeggen vandaan komt. Ik denk dat er weinig landen zijn waar bedelaars zich vliegreizen kunnen permitteren. De een of andere Rotterdamse politicus riep de burger al eens op om vooral geen geld aan bedelaars te geven, ze hebben immers allemaal een uitkering. Nou, van zo’n uitkering kan een doorsnee verwend stuk Hollander natuurlijk niet leven, tenzij het gaat om de voorziening in de eerste levensbehoeften. Onze bedelares, met haar lijdzame snoet, speciale sjofele outfit en dat éne Straatnieuwskrantje (ze heeft er altijd maar één, als een soort vrijbrief of vergunning), heeft de onhebbelijkheid om in de supermarkt te gaan staan. Ze hoort buiten, zoals een bedelaar betaamt, maar zij staat binnen, ook als de zon schijnt en het lekker weer is. Ze stelt zich enigszins verdekt op naast de stapel boodschappenmandjes, maar fixeert vandaar elke klant die de kassa passeert. Dat maakt haar aanwezigheid zo dominant. Ze is lang gedoogd, maar mensen beginnen allengs te mopperen. Er zijn er een hoop die geen vakantie hebben gevierd, ze leven in stille armoede, die nog stiller is dan tien jaar geleden. Stel er komen 1000 klanten per dag binnen en één op de tien geeft haar 50 eurocent. Dat is 5000 eurocent per dag. Per week van zes dagen (onze bedelares heiligt de zondag) wordt dat 300 euro = 1200 euro per maand = 12000 euro per jaar. Ik reken tien maanden, aangezien haar vakantie niet wordt doorbetaald. Daar staat tegenover dat ze geen inkomstenbelasting en ziektekostenpremies hoeft te betalen. Bedelen is niet zwaar, het is wel een kunst. Kunstenaars moeten zijn vrijgesteld van het betalen van belasting. Alle kunstenaars. Zoals in Ierland. Maar daar blijkt inmiddels de boel mis te gaan, reden waarom U2 naar Amsterdam is uitgeweken. Waar zou onze bedelares haar toevlucht nemen als zij voortaan belasting moest betalen?
De slaapwandelaar
Mijn zoon heeft Neptunus in het eerste huis van zijn horoscoop en dat maakt hem wat dromerig. Hij is vergeetachtig, een eigenschap waar ik jaloers op nou moeten zijn met dat krankzinnige olifantengeheugen van me. Toen ik hem gisteravond per openbaar vervoer wegbracht naar zijn grootmoeder, bij wie hij zou overnachten, ontdekte hij halverwege de reis dat hij de oplader van zijn mobiele telefoon was vergeten. We stonden op het busplatform van Den Haag CS, in de omtrek waarvan ik ooit 16 jaar lang woonde en nu een labyrint van bouwputten de lucht vervuilen, in harmonie met de Utrechtse Baan, via welke dagelijks een paar honderdduizend auto’s de stad in- en weer uitgaan. Mijn zoon en ik maakten rechtsomkeert in zo’n afgrijselijk voertuig van Randstadrail, dat hopeloze project dat nog altijd kinderziektes vertoont, en haalden de oplader van zijn gsm op. Ik moest nog een vriend bezoeken en begeleidde hem naar de tramhalte, ik had geen tijd meer om hem naar zijn grootmoeder te brengen. Vanmiddag belde hij op vanuit Parijs, waar hij met zijn grootmoeder lekker op een terrasje aan de Seine zat. Hij belde me omdat hij naar zijn zeggen niet kon sms’en. Ik bevond me toevallig in zo’n telefoonwinkel en daar zeiden ze me dat met +31 voor elk Nederlands nummer het sms’en vanuit Parijs zou moeten gaan. Ik heb nog altijd geen sms gekregen, maar hij zal het wel goed maken met zijn Neptunus in het eerste huis. Ik bedoel: zulke mensen komen al dromend altijd wel op de goede plek terecht. Zijn grootmoeder kennende zal hij ook wel niet in een kinderachtig hotel verblijven. Lekker zappen in de avond op zijn hotelkamer, of lezen in het boek dat hij uit mijn kast heeft getrokken. Croissantjes in de ochtend als krachtvoer voor de vele culturele uitstapjes waar zijn grootmoeder hem op zal trakteren. De vrouw is een connaisseur. Ze zal hem vast heel veel vertellen en laten zien en hij zal ongetwijfeld heel veel vergeten. Op dat ene mooie meisje na, dat hem op zekere dag in een flits zal passeren.
Apocalyps volgens Cormac McCarthy
Als iemand mij vraagt of ik die en die schrijver al eens heb gelezen, dan begin ik meestal te gapen. Veel verder dan bladzijde 10 kom ik toch niet. Herlezen doe ik wel, om nog eens te kijken hoe de meesters en meesteressen het deden. En anders een boek van de plank koloniale en postkoloniale literatuur pakken, als studieobject. Laatst zat een dame naast me aan een diner, die de naam van een schrijver in de mond nam die ze drie keer voor me moest spellen. Het was een Amerikaan, dat beviel me al niet. De dame kon me ook niet uitleggen wat er nou zo goed was aan die schrijver. Dat beviel me weer wel. Ze had eerder namen laten vallen die me bevielen, dus ik vroeg haar of ze me de naam van de schrijver wilde mailen. Ik vergeet namelijk snel namen. De mail kwam: Cormac McCarthy. Ik surfde naar een online bookstore en bestelde maar meteen zijn laatste roman. Ik verveelde me toch al zo achter die eeuwige computer, het werd weer eens tijd om een boek te lezen. Het boek heet De weg (2007) en is een, denkelijk wat rammelende, vertaling van The Road (2006). Maar je stapt een wereld binnen die jou niet meer loslaat, nooit meer. Een wereld die vrijwel is verwoest, waar de zon niet meer schijnt, het ellendig koud is en de dagen hooguit enkele uren duren. Een man van een jaar of veertig trekt met zijn ongeveer tienjarig zoontje langs verlaten wegen. Hun core bizz: eten zoeken. Soms komen er desolate figuren voorbij, of menseneters tegen wie de man zijn zoontje beschermt. Hij bewaart de laatste kogel in zijn pistool voor zijn zoontje, dat hij heeft uitgelegd hoe je voor je kop te schieten. De man heeft zijn verleden in een wereld zoals wij die kennen, zijn zoontje kent alleen de vergane wereld. Ik kan me geen hopelozer roman herinneren, en tegelijk geen boek zo vol van liefde tussen een vader een zoon. Ik kan me ook niet herinneren dat ik nog dagenlang wakker ben geworden met de herinnering aan een boek. Het boek herinnert ons, zoals iemand in The Guardian schrijft aan wat wij mensen te verliezen hebben. Dat is veel, heel veel, onnoemelijk veel. Als je wilt weten wát, lees dit boek dan. Elke schrijver die dit leest zal jaloers zijn op het idee. Hoed af voor de uitwerking ervan.
Zo groen is groene energie
Toen ik de afgelopen middag mijn bed uit kwam en na een douche het balkon opging, voelde de buitenlucht tropisch aan. De lucht was onheilspellend. Ik berekende dat ik de hoosbui voor zou blijven als ik niet bleef dralen. Ik stapte op mijn fiets. Toen ik halverwege mijn dagelijkse rit regendruppels op mijn linnen colbertje zag vallen, schakelde ik een hogere versnelling in. Ik fietste als een idioot om de bui voor te kunnen blijven. Het wordt dus weer eens tijd om de racefiets te gaan pakken en die zware stadsfiets te laten staan. Rond een uur of zes besloot ik om eten te gaan halen, ik had geen zin in koken. Het begon al te regenen toen ik vertrok en ik dacht dat ik ook nu weer de regen voor zou blijven, maar nee: eenmaal in de toko bracht het noodweer los. Het had iets van een tropische regenbui in een milde vorm, maar voor Nederlandse begrippen spectaculair. Ik bleef schuilen en raakte in gesprek met de Indonesische tokohouder over het milieu. Hij vertelde me iets dat ongetwijfeld al veel mensen weten maar mij nog onbekend was: dat de kap van het regenwoud in Borneo onze groene stroom dient. Men laat er bomen kappen om plantages van klapperbomen aan te kunnen leggen. De palmolie wordt door ons gebruikt voor de productie van groene stroom. Zo krijgt het begrip groen een wel heel bedenkelijk karakter. Ik was nooit verder gekomen dan het idee van plaatselijke machthebbers, die hun onderdanen dwingen bossen te kappen voor de productie van hout en dat alleen. Het ligt dus ingewikkelder, veel ingewikkelder. Meer weten? Click maar op de banner.
Fietsen is ongezonder dan autorijden
Het werd eens tijd dat we het te horen kregen: volgens een vers rapport van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) overlijden jaarlijks 21.000 Nederlanders in eigen land als gevolg van het slechte milieu. Er sterven meer mensen aan luchtverontreiniging hier dan in onze buurlanden, dus ook meer dan in Duitsland met dat afschuwelijke Ruhrgebied. Er wordt nogal wat nadruk gelegd op het schadelijke fijnstof, alsof de autolobby erop aangedrongen heeft. Veertien procent van alle sterfgevallen in ons land staat in relatie tot het slechte milieu. Als direct gevolg van de luchtvervuiling sterven in Nederland jaarlijks 3600 mensen. Dat zijn er zo’n tien per dag. Het slechte milieu zorgt voor onder meer hart- en vaatziekten, kanker en aandoeningen aan de luchtwegen. En wij maar hysterisch doen over rookvrije zones, werkplekken en cafés. Uiteraard reageren organisaties als Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu geschokt op de jongste cijfers. Hun woordvoerders stappen in hun auto’s om naar weer een volgende vergadering te rijden, waar men leutert over verplichte roetfilters op vervuilende auto’s, alsof er auto’s bestaan die niet vervuilen. Persoonlijk vind ik nieuwe auto’s viezer ruiken dan oude. Als fietser hang ik nogal eens achter die uitlaatpijpen. Oude auto’s ruiken gewoon naar uitlaatgassen. Bij nieuwe auto’s is het alsof ze niet alleen benzine maar ook plastic verbranden. Intussen is in Arnhem een proef gestart naar de hoeveelheid schadelijke stoffen die verkeersdeelnemers inademen. Men laat mensen op de fiets naar het werk gaan en meet dan de gesteldheid van de luchtwegen. Er wordt beweerd dat nog niet eerder zo uitgebreid is onderzocht welke verkeersdeelnemers het meeste last hebben van luchtverontreiniging. Dat is een leugen. Er zijn allang uitgebreide metingen verricht, al heel lang. Uit welingelichte bronnen weet ik dat de rapporten klaar liggen op de ministeries. Belangrijkste conclusie: fietsen is ongezonder dan autorijden. Ik word gewoon langzaam vermoord. Maar er zal geen enkele maatregel volgen op welk rapport dan ook. Daarvoor zijn de mensen gewoon te dom.
Abusievelijk telefoontje numero zoveel
Mijn mobiele telefoon ging om een uur of half twee af. Hoewel ik ’s nachts aan het werk ben, zijn er toch zeer weinig mensen die mij in de stille uren tussen twaalf en vier storen. Niet uit respect voor de hogere kunsten, maar gewoon omdat men dan slaapt. Maar nu viert de meute weekend, wat ik eigenlijk ook wel zou willen. Omdat ik al veertien jaar mijn zoon elk weekend heb, heb ik al veertien jaar geen weekend meer vrij gehad. Overigens is dit iets dat ik me de laatste tijd pas ben gaan realiseren. Een groot deel van mijn carrière én vrije tijd heb ik opgeofferd voor de jongen en ik heb er geen spijt van. Toch lijkt me zo’n vrij weekend wel eens leuk. Aan de andere kant van de lijn zaten mensen in de heetste ogenblikken van een feestje, ik hoorde dat aan de toon van de stemmen, de hilariteit. Ik had de indruk dat de telefoon die buiten de wil van de eigenaar was gaan bellen, toebehoorde aan een vrouw. Haar stem klonk boven het gekakel van kippen en hanen uit. Ik herkende haar evenwel niet. Nieuwsgierigheid is mij bijna vreemd, maar ik zat me toevallig even te vervelen en probeerde te verstaan wat er werd gezegd. Bijster interessant of opwindend was het niet. Na een minuut of vijf hing ik maar op. Mijn display toonde een nummer, geen naam. Ik zapte mijn lijst vergeefs op de laatste drie cijfers af. Was het iemand die mij ooit belde en die ik nooit aan mijn lijst heb toegevoegd? Of was het iemand die ik persona non grata heb verklaard en uit mijn bestand heb gewist? Dit laatste is niet aan te raden, bedenk ik nu: je kunt beter de persoon in kwestie markeren. XXXnaamXXX. Zoiets.