De laatste tijd kijk ik tenminste één film per week uit op de televisie. Dat is veel voor mijn doen. Meestal doe ik het om bij te komen van de een of andere afspraak. The mind clearen. De programmamakers moeten zoveel mogelijk kijkers trekken, dus echt goede films zijn zeldzaam. Meestal zijn ze oud voor het grote publiek, zoals Panic (2000) van Henry Bromell. De film gaat over een huurmoordenaar. Ik schreef ooit een verhaal over een huurmoordenaar, dus het thema sprak me aan. Gaat het in mijn verhaal over fictie en werkelijkheid en vrouw versus man, in deze film gaat het tussen vader en zoon. De vader is namelijk de opdrachtgever, een control freak met duistere kanten. De moeder is the godmother maar blijft vrijwel buiten beeld. De zoon komt in gewetensconflict en gaat bij een psychiater te rade. Omdat zijn vader erachter komt, zet hij uitgerekend de psychiater van zijn zoon op de lijst van veroordeelden. De zoon raakt in een uiterst lastig parket. In flashbacks krijgen we te zien hoe vroeg de vader al is begonnen zijn zoon te leren schieten. Eerst op eekhoorns. Wanneer nu zijn eigen zoontje, pas zes, thuiskomt met het verhaal dat hij iets ergs heeft gedaan, samen met zijn grootvader – een eekhoorn doorgeschoten – neemt de huurmoordenaar een besluit. Het is moeilijk om geen begrip voor de vadermoord aan het slot van de film te krijgen.
Tagarchief: moord
Omtrent racisme
Een vloedgolf van discussies over racisme naar aanleiding van de moord op meer dan 30 studenten en een leraar op de Virginia Tech university kon niet uitblijven toen bekend werd dat de dader van Zuid-Koreaanse komaf was. Op een willekeurig weblog (dode link) van een studente komt een stoorzender langs met, vrijuit vertaald, het volgende:
“Wat een zielig stelletje zijn jullie, om van te kotsen. Ik heb in Korea en Japan gewoond en die landen zijn zo’n beetje de meest racistische waar ik ooit was. Kinderen die half Koreaans zijn worden als honden behandeld en zijn de eersten die van school getrapt worden. In Amerika heb ik vaak genoeg Koreaanse kinderen horen roepen naar Filippino’s dat zij de ‘nikkers van Azië’ zijn. Wij zijn de besten en de rest sucks. Dat is toch echt een cultuur die racisme en haat uitbroedt.”
Hij heeft een punt, deze woesteling, maar ook niet meer dan dat. Racisme is inderdaad niet voorbehouden aan blanken, het komt zo’n beetje overal ter wereld voor. Een weldenkende Koreaan die dat toegeeft is niet moeilijk te vinden. Het begrip racisme kent overigens vele in- en uitgangen, zoals ‘vooroordelen’, ‘vreemdelingenhaat’ enzovoort. Ikzelf heb in Indonesië gezien dat Chinezen van de 7e (zevende!) generatie nog aparte bewijzen moeten overleggen bij diverse officiële loketten, waar Javanen dat helemaal niet hoeven. Dit gedoe bestond al tijdens de kolonisatie van de Nederlanders, die ooit apartheid in wetten waren gaan vastleggen. Nou kun je minderheden over de hele wereld wel verwijten dat ze lange tenen hebben en zelf ook discrimineren, maar intussen hebben blanken de luxe nooit en masse in de verdediging te worden gedwongen. Hoe zou dát nou komen?
Koreaans is een ander verhaal
Nu de verbijstering en het verdriet plaats maken voor woede om de grootste massamoord door één persoon in de Amerikaanse geschiedenis, vliegen de discussies alle kanten op. In Europa wordt vooral gewezen op het bespottelijke gemak waarmee je in Virginia een vuurwapen kunt aanschaffen, het is er in elk geval simpeler dan een rijbewijs halen. In Amerika zelf wordt op sommige weblogs keihard gezegd dat het dodental een normaal dagelijks gemiddelde is van wat er momenteel in Irak onder Amerikaans gezag wordt neergemaaid, dus dat “we” (Amerikanen) niet moeten zeiken. “Wij doen al jarenlang niets anders dan oorlog voeren buiten onze landsgrenzen en als er zoiets als dit gebeurt, komt zelfs de president, die vindt dat iedereen het recht heeft een vuurwapen te hebben, een kijkje nemen.” Dit klinkt allemaal bijzonder cynisch van Amerikanen die zich schamen voor hun land. Al snel ging het gerucht dat een “Asian man” de dader was en het viel me op dat er nergens racistische uitspraken te vinden waren. Wat als de dader een Arabier zou zijn geweest? Had men de vinger dan direct weer in de richting van Al Qaida gestoken? Inmiddels is bekend dat de dader een eenzelvige “Koreaanse student” was, een immigrantenzoon die al meer dan 14 jaar in Amerika woonde en er een permanente verblijfsvergunning had. Naar verluidt droeg hij nog de Koreaanse nationaliteit. Het is deze nationaliteit die aldoor onderstreept wordt in de media. Een enkele weblogger schrijft: He may not have US citizenship, but he’s as good as American. Er zal een regen van excuses uit Korea naar Amerika komen overwaaien, geheel naar de Aziatische adat. Intussen schrijft een Aziatisch-Amerikaanse socioloog een verkapt verweer op zijn weblog voordat hij en zijn fellow Asians worden aangevallen. Dát is het wat het betekent tot een minderheidsgroepering te behoren: je aldoor in de verdediging gedrongen voelen.
De liefde kent geen plagiaat
Ik ken Nabokov beter uit zijn Russische periode. ‘Masjenka’ uit 1926 sprak me meer aan dan ‘Lolita’, ik las het rond 1975. Ik herinner me een Russische zomer, een landgoed, een verliefdheid. Het was in een tijd van leeswoede, waarin ik simultaan romans las. ‘Lolita’ stamt uit Nabokovs Amerikaanse periode. Ik denk dat meer mensen de verfilming van Stanley Kubrick kennen dan het boek zelf. Ik ken geen van beide varianten. Het boek verveelde me al na de derde bladzijde en van de film ken ik alleen het beroemde affiche van een meisje met hartvormige zonnebrilglazen. Dito lolly in haar mond. Het schijnt dat Nabokov het lolitamotief had gestolen van een zekere Heinz von Lichberg. Deze vergeten schrijver publiceerde in 1916 een bundel met het korte verhaal ‘Lolita’. Beide schrijvers woonden tijdens het interbellum in dezelfde Berlijnse buurt. Nabokov moet het verhaal hebben gekend toen hij na de moord op zijn vader naar Parijs vertrok en vandaar naar Amerika emigreerde. Nabokovs klassieker is uit 1955. Ik was vier. Er zitten bijna 40 jaar tussen beide boeken. Dat is ongeveer evenveel als tussen mij en Naomi. Onder plagiaat versta ik het min of meer overschrijven van andermans teksten. In Nabokovs geval zou ik spreken van een bewerking op een thema dat aan niemand in het bijzonder kan worden toegeschreven. Maar zijn Berlijnse collega verzon de naam Lolita. Haar Japanse zusje uit Junichiro Tanizaki’s klassieker ‘De liefde van een dwaas’ uit 1925 zou in de Engelse vertaling bekend worden als Naomi…
Ich bin ein Doitser
Sinds de moord op Theo van Gogh heb ik al honderd keer moeten lezen dat ‘de multiculturele samenleving op een mislukking is uitgedraaid.’ Zo lijkt het alsof er ooit plannen zijn gemaakt een multiculturele samenleving te scheppen. Ik kan me niet herinneren dat enig Europees land zich ooit als immigratieland heeft geprofileerd, zoals de USA of Australië dat ooit deden. Zeggen dat ‘de multiculturele samenleving op een mislukking is uitgedraaid’ klinkt als: ‘wij hebben ons best gedaan, maar jullie hebben er een zootje van gemaakt.’
Nou ben ik als columnist maar even niet zo dom om dat tegen te spreken, want straks is mijn brievenbus te klein. Maar ik kan natuurlijk wel voor mezelf spreken, dat schijnt momenteel nog wel te kunnen. Kijk: als de Duitse minister van Binnenlandse Zaken roept dat alle Turken die al lang in Duitsland wonen of er zijn opgegroeid zichzelf voortaan ‘Duitser’ moeten noemen, dan beginnen mijn hersenen te knarsen. En anders doet mijn geheugen mij wel in schateren uitbarsten.
Ik ben zelf een halve eeuw terug in Den Haag geboren. Met een Engelse achternaam en een Aziatisch uiterlijk. Hoe dat allemaal mogelijk was zal ik maar even achterwege laten, want voor die geschiedenis is zelfs de zaterdageditie van de Haagsche Courant nog te klein. Maar goed, mijn naam is Alfred Alexander Birney. Aangenaam.
‘Aangenaam, Mister Beurnie. Waar komt u vandaan?’
‘Uit Nederland.’
‘Ja, nee, ik bedoel waar u vandaan komt.’
‘Uit Ne-der-land. Ich bin ein eh… Holländer, ich meine: Niederländer.’
‘O, maar daar ziet u niet naar uit.’
Volgt een beknopte geschiedenisles van mijn kant, al duizend keer door mij herhaald, waar ook ter wereld. Ik kan nergens maar dan ook nergens zonder meer zeggen dat ik een Nederlander ben. Ik word namelijk beoordeeld op mijn kop. Als ik zeg dat mijn vader uit Nederlands-Indië afkomstig is, dan heb ik het over een kolonie die niet meer bestaat. Nou, daar wordt dan meteen Indonesië van gemaakt. En dan zegt de ander: ‘O, dus u bent Indonesisch.’
Ik kan nog wel een kwart eeuw doorgaan met dat geschiedenislesje van me, maar het blijft toch water naar de zee dragen. Zodra ik over de grens ben, noem ik mezelf ‘Eurasian’. Dan weten ze het ongeveer wel. Daar kom ik tegenwoordig het makkelijkst mee weg. Maar niet met ‘Nederlander’. Dat geloven ze alleen in Den Haag, de ‘weduwe van Indië’, die overigens ook haar beste tijd al heeft gehad.
Nou, ziet u die Turken uit Berlijn al aan de grens van Timbuktu zeggen dat zij ‘Doitser’ zijn? Ja? Nee, hè? Doitser! Die worden toch uitgelachen daar, joh. En in München ook.
Haagsche Courant, vrijdag 26 november 2004
Camera’s (1)
George Orwells verdaagde visoen op de voorpagina van de Haagsche Courant afgelopen dinsdag: een muur van beeldschermen bij Politie Haaglanden. Multiple straatbeeld van Den Haag, door 270 camera’s verzonden, en wij mogen tegen de achterhoofden van de beroepsvoyeurs aankijken. (Ga ik zo even wat aan doen.) Is het leven te beveiligen? Ik dacht het niet. Terwijl jij op het CS in de loop van een pistool kijkt, is voyeur numero 1 net even naar de wc en zit voyeur numero 2 met zijn vriendinnetje te sms-en. Voyeur numero 3 roept uit: ‘Hé, daar wordt er eentje voor zijn kop geschoten! Net echt!’ Tegen de tijd dat hun kornuiten op hun mountainbikes ter plekke zijn valt de camera toevallig uit, want laatkomers schaden het imago van de politie. Men bewaart de videobeelden ‘in elk geval een week’. Kan het vager? De moord op u, slachtoffer ener zot, kan je familie straks op een cd-tje krijgen tegen een nog vast te stellen vergoeding. Zo verdient de politie zichzelf terug, mits ze het eigentijds aanpakken natuurlijk. Ik bedoel: wie lult er nou nog over recht op privacy, geen hond toch? Dat woord is verbazingwekkend afwezig in het artikel dat de foto vergezelt (let op: de foto vergezelt dus niet het artikel). Past niet bij de sappige terzijde over de mooie blondine die de eerste dagen door de agenten werd begluurd. Onze beroepsvoyeurs bleken zich gelukkig snel te vervelen en zijn spoedig weer ‘aan het werk’ gegaan. Wát nou werk? Beetje zitten gluren. Noemen ze werk! Klagen wat over notoir gespuis, maar oppakken en eh… eh… ophangen… ho maar! Ja hoor eens hier, ik verkondig ook maar even de mening van boeren, burgers en buitenlui, want die willen wel weer terug naar de galg, de schandpaal, het kielhalen en wat er allemaal niet meer voor onzaligs de revue passeerde de voorbije eeuwen. Reality TV! Seks, jaloezie, moord, roof en welzijn! Veelbelovend, die 270 camera’s om incidenten te voorkomen, misdrijven te signaleren en opsporing te vereenvoudigen. Draaiboek overbodig. Nou, je zal vandaag per ongeluk die moordenaar van morgen toch een vuurtje geven. Dan ben je mooi verdacht, niet dan? Trouwens: één moord in de hoerenbuurt en die camera’s hangen daar ook. Zin in koffiedik? Ja? Nou, een politieagent die een oogje op u heeft belt op zekere dag bij u aan en vertelt u dat hij het bewijs in een cd-tje bij zich draagt dat uw man regelmatig de Geleenstraat frequenteert. U laat zich troosten en beleeft een wilde middag met de agent. Maar die man van u is ook niet gek met die verstopte webcam in de boekenkast tegenover de sofa. Verslagen laat hij zijn hoofd achter zijn beeldscherm zakken, maar wordt opgebeurd met een lekkere beurt van zijn secretaresse. Een collega van de agent in de voyeurcentrale zoemt in en denkt: wow, wat een lekker wijf! En ziet niet hoe op een ander beeldscherm een oude vrouw aan het Spui wordt beroofd. Privacy is arbitrair, weet u.
Haagsche Courant, vrijdag 1 augustus 2003
ID
Oef, de wekker gaat. Tijd voor een column. Even kijken. Saddam Hoessein? Mwah, exit. Saeed al-Sahaf? Hm, niet leuk meer. Wordt door velen voor dood gehouden. Of hij zit al in Hollywood, kan ook. Balkenende dan maar, die niets anders doet dan door manden vallen? Geen eer aan te behalen, volstrekt oninteressante man. Eerst maar eens even die Marokkaanse jongens voor mijn huis wegjagen. Die knallen al urenlang hun voetbal tegen de zijmuur, ik vind het nu wel genoeg, ik wil schrijven. Ze laten zich niet zomaar wegjagen, vragen om uitstel, wat hopelijk geen dagelijks ritueel wordt, anders moet ik ze in elkaar gaan slaan, wat best wel zielig voor ze zou zijn. Een vriendje van hun die voorbij komt fietsen roept: ‘Marokkanen, hè?’ ‘Ja,’ roep ik: ‘***-Marokkanen!’ Ze lachen, ha ha, ze hebben een etiket, een identiteit, een ID. Vraag: draait de wereld om seks, geld of macht? Wat zegt u? Goed: draait seks dan om identiteit? Draait geld om identiteit? Draait macht om identiteit? Draait alles soms om identiteit? Volstaat een paspoort straks nog voor een vakantievluchtje naar Griekenland? Weet u eigenlijk wel wie u bent? Hoeveel ID-kaarten bezit u? Draagt u een ID-plaatje? Overigens benieuwd naar uw dubbelganger? Bent u soms bang voor identiteitsverlies? Is biseksualiteit een enkelvoudige of dubbele identiteit? Als die 50-miljoen baby’s die jaarlijks niet worden aangegeven geen identiteit hebben, kan er dan in geval van moord op personen uit die groep wel een procesgang volgen? Weet u waar US PATENT 5,629,678 voor staat? Kunt u het woordje identiteit tienmaal achtereen snel en foutloos typen? (Ik niet). Bent u gesteld op uw vrijheid? Zo ja, draait uw vrijheid dan om uw itenditied (Zie je wel)? Kan uw identiteit bestaan zonder wat anderen van u denken en weten? Is identiteit een illusie? Is illusie een collectieve identiteit? Weet u dat de een of andere zot aan deze vragen een roman-in-startpagina heeft gewijd? Nieuw genre! Titel: http://identiteit.pagina.nl/, oproepbaar met een klik van uw muis. Het is één pagina zo’n 300 verborgen pagina’s. Die kunt u doorzappen zoals Julio Cortázars hinkelspel, maar ook van boven naar onderen en van links naar rechts lezen. Als u het cyberboek uit heeft en nog altijd denkt te weten wat identiteit is, dan bent u briljant. Mocht u de mens iets in de plaats van een identiteit kunnen geven, dan mag u zich een genie noemen. Maar wie is zo gek een genie te willen zijn? En wie is die zot eigenlijk achter die internetpagina? Pardon, heeft u geen pc en internet? Wees blij! Geen internetstress! Hoewel… naar Ajax kijken kan ook bloeddrukverstorend werken. Die ***-Italianen maken in de laatste minuut 3-2. Shit, komt door die Koeman, die het bestaat om Van der Meyden, de kwelgeest van de Italianen, te wisselen voor een verdediger. Wat een wandaad. Dat krijg je met die ex-verdedigers die trainer worden. Die zijn identiteitgebonden.
Haagsche Courant, vrijdag 25 april 2003
Gods Prullenbak
Weer eentje dood, iedereen gaat maar dood, je wordt er doodziek van, elke week is het prijs, het lijkt wel alsof ze geen zin hebben in alweer zo’n neplente zonder zon en hoop. Niet dat ik een rouwkaart ontving, de dood valt tegenwoordig per e-mail in het postvak, met de virusmeldingen, spam en funny mail. De dood van een Indische jongen is behalve de dood van een individu ook een knaag aan de Indische gemeenschap, die gedoemd is uit te sterven. Of ik dat treurig moet vinden weet ik niet, de Indische geschiedenis is niet bijster vrolijk. Achterlijk van de CPNB om nooit eens een Indische auteur uit te nodigen het boekenweekgeschenk te schrijven. Theodor Holman lijkt me wel geinig. Die schrijft zo’n boekenweekgeschenkje in een weekend in de etalage van de Bijenkorf, als het moet met de camera’s op zich gericht. De literatuur is onderhand wel toe aan een gimmick, als je het reilen en zeilen van de CPNB in ogenschouw neemt. In 1992 stond de boekenweek in het teken van Nederlands-Indië. Kregen we een geschenkje over weerborstels van een Brabander. In 2001 luidde het thema: tussen twee culturen. Kregen we een uit het Engels vertaalde folder van een ex-vogelvrije megasellerauteur, zonder weerborstels maar met baard. Uit protest begon ik een multiculturele internetsite. Wie deden er mee? Indo’s, Molukkers en Surinamers. Geen Irakees, Turk, Marokkaan of Iraniër te bekennen. Wel later schijnheilig e-mailen dat ze de weekreportages prachtig vonden. Maar meedoen? Ho maar! Te druk met pr-geslijm met de CPNB-maffia, die hen eerder zo hard liet vallen, in plaats van die club de vernieling in schrijven. Maar ja, een pen is geen raket, hè? En die lui van de CPNB lezen toch niet, hebben ze geen tijd voor. Ze volgen de toptien en dat is het. Vandaar die afgezaagde boekenweekthemaatjes. Dit jaar dus: de dood. Met een verbluffende diepzinnigheid stoppen ze er ook het leven in. De grote drie thema’s uit de literatuur, dames en heren: liefde, God en de dood. Kan een deur wijder worden opengetrapt? Als ze nou eens voor een ander perspectief hadden gekozen, okay. Maar dan zetten ze er weer zo’n provinciaaltje op. De CPNB en het koor der recensenten, journalisten en overige medialui kraaiden twee jaar terug nog: ‘De Nederlandse literatuur bestaat niet meer, is allang multicultureel geworden!’ Intussen werden tientallen multiculturele Nederlandstalige schrijvers gestraft omdat ze hadden vergeten in het Engels te schrijven. Cult-uitgeverij Vassallucci haalde nog een jochie van de schoolbanken om hem een roman te laten bakken waarmee ook hij een fatwa over zich heen zou krijgen. Kan het dommer? Je moet nu echt voor je kop geschoten worden als je zo nodig die boekentoptien in wilt. Dan ben je beroemd. En dood. Ongevraagd dan, hè? Mocht de CPNB ooit zelf de moord stikken, dan zijn we nog niet verlost van de CPGP: de Collectieve Propaganda van Gods Prullenbak. Wat dát is? Windows heeft er in elk geval een icoontje voor… Click! Weet u zeker dat u de rouwfolder naar de prullenbak wilt verplaatsen? Ja / Nee.
Haagsche Courant, vrijdag 14 maart 2003
Vanwege een oorlogserfenis
Het was nacht, de konijnen sliepen op het strand, ik zag een langoor waken, en toen was jij in het tropische bos en ik moest je zoeken. Ik had niets te vrezen, het was maar een spelletje. Ik doolde, zocht en vond je op een open weide. Het werd ernst. Je wilde vechten en ik werd weer bang voor je. Je lachte om mijn ongeoefendheid, je hoonde me en daar stond je, je was weer jong en knap, je bruine ogen glansden vreemd in indigo en rood en je mond vertrok zich weer zo spottend. Ik viel op de grond, de warme aarde, ik slaakte een schreeuw, hij vulde de slaapkamer, mijn vriendin zij werd niet wakker. Nu zit ik beneden in mijn kamerjas na te rillen aan mijn bureau en de konijnen van het strand staan onbewogen op een cd-hoes met de titel Multiplication. Maar de gitaar van Eric Gale zwijgt en jouw geest vult de ruimte. Je ruikt naar sigarenrook, pepermuntjes en Indische kruiden…Wanneer sterf je nou eens de moord man, je hebt me nu al lang genoeg gekweld, zoals jouw slachtoffers jou vanuit het hiernamaals zijn blijven kwellen. Eens zal je ze voor je stervende ogen zien opdoemen. Volgens de verhalen die je me voor het slapengaan vertelde, zijn het er velen, honderden, die jij met mes, bajonet, pistool, geweer, handgranaat, benzine, lont en lucifer de dood in hebt gejaagd… Of was het er in werkelijkheid maar één, was het ooit maar één persoon wiens dood jij op je geweten hebt: een oude schoolvriend misschien die in het vijandelijke kamp terecht was gekomen omdat hij niet wilde vechten voor de Hollanders, in wie jij de broeders zag van een vader die jou nooit heeft willen erkennen? Misschien herinner jij je in je eenzaamste ogenblikken voor de slaap je komt halen de dag nog en het kwade uur waarin jij je dolk in zijn lijf voelde glijden en je kotsend op hem lag omdat hij je niet wilde loslaten. Je hebt je losgerukt en bent van hem weggerend, maar niemand behalve je moeder heeft de onschuld uit je ogen zien verdwijnen. Een jaar later is je oude schoolvriend op die ene dag aan jouw voeteneinde verschenen, ongrijpbaar als een kakkerlak die zich zou gaan multipliceren… Het jaar daarop kwamen zijn twee gedaanten terug en deelden zich op in vieren. In het daaropvolgende jaar kwamen zij terug met vier en deelden zich op in achten. En zo, in ongeremde vermenigvuldiging bewoont inmiddels een heel leger het dodenrijk waarin jij als stichter wordt verwacht, zodat men in koor kan gaan zingen: Soerabaja Papa, welkom thuis, welkom in ons midden. Wij zijn intussen met zo velen en toch zijn wij nog altijd bang voor u. Vertel ons wat wij hebben misdaan, opdat u voor ons kunt bidden, zoals wij altijd voor u zijn blijven bidden toen u na de oorlog hopeloos uw weg zocht in de bakstenen jungle van dat verre Holland, waar gesloten deuren zich niet laten intrappen omdat een onbegrijpelijke macht dat steeds verhoedt, iets dat oneindig sterker is dan de toverkunsten van de knapste man uit onze jeugd in Indië, de doekoen die pas wilde sterven toen hij zeker wist dat de Hollanders eindelijk voorgoed waren vertrokken.
Haagsche Courant, vrijdag 21 februari 2003
Alias ‘Gunsalvo’
Ja, over de doden niets dan goeds. Uitgezonderd zekere personen, anders kunnen we geen geschiedenis schrijven. Gonsalves begon zijn loopbaan ooit als bestuursambtenaar in Nederlands Nieuw-Guinea en eindigde die als adviseur van de LPF. Een jaar of acht geleden publiceerde Vrij Nederland een document rond de ‘pacificatie’ in Nieuw-Guinea onder Gunsalvo eind jaren vijftig. De NRC vond dat later maar smakeloos. De man was er destijds al stevig over aan de tand gevoeld, had eerherstel gekregen, waarom nog langer zeuren? Nou, rond moord en mishandeling kent ons land niet alleen verjaring, maar ook een doofpotcultuur en die wil weleens wankelen. Eventjes. Want men wist zo gauw geen betere procureur-generaal te vinden die als een afgerichte tjelleng naar drugsbaronnen knorde en tegelijk Molukkers in de smiezen hield, veurwaer geen sinecure heren! Dat de overijverige ambtenaar ooit vanuit een hinderlaag Papoea’s in de rug neerknalde of ze persoonlijk aan een heuse marteling onderwierp waren details, geen rechtsgang waard, het ging maar om ‘inboorlingen’. Gonsalves heeft zijn herinneringen, beter gezegd getuigenissen, nog gepubliceerd, wellicht als zalf voor zijn geschonden imago. Soit. Maar wat moest hij als gepensioneerde nou opeens als adviseur van de LPF na de dood van Pim Fortuyn? Zou Nawijn het idee van herinvoering van de doodstraf misschien via die ouwe driftkop aan de borreltafel influisterd hebben gekregen? Te laat, maar zo’n Gonsalves had hem stellig nog kunnen leren hoe men zich de schandpaal weer uitdraait.
Haagsche Courant, maandag 9 december 2002