Op de eerste dag van mijn bedevaart reisde ik met de trein naar het vliegveld, waar ik als enige door de douane werd gefouilleerd. Er zaten alleen blanke mensen in het vliegtuig, Nederlanders en Schotten door elkaar, de meeste passagiers ongetwijfeld met nauwe familiebanden.
In Schotland aangekomen had ik geen last van de douane. Ik liet me met de eerste de beste taxi naar Aberdeen brengen. In de granieten stad nam ik het eerste het beste logement dat de taxichauffeur me voorstelde. Het was een huis dat zich in krapte en benauwdheid liet vergelijken met een ordinair Nederlands pension ergens in de provincie.
De gastvrouw nodigde me uit in de keuken en serveerde soep met brood. Ze schoof gemoedelijk bij me aan en stak een sigaret op terwijl ze me guitig mededeelde dat het in de overige vertrekken verboden was te roken.
Ik vond haar Hollands aandoen, ze sprak alleen in een andere taal. Misschien was het makkelijker de mensen voortaan maar te onderscheiden in Europeanen en Aziaten, bedacht ik, met mijzelf als Euraziatisch ertussenin.
Ze blies nonchalant een wolk sigarettenrook naar het gebarsten plafond. Net als ik, moest ze een jaar of veertig zijn. Ze zag er gezellig slonzig uit. Ik vroeg me af waar haar echtgenoot uithing, als ze die al had. Ze babbelde tegen me aan over haar dagelijks leven en klaagde over buitenlandse IT-ers die ze vaak in huis kreeg.
‘Ze bevlekken het beddengoed,’ zei ze, ‘en laten ranzige boekjes in de nachtkastjes achter.’
Daarop begon ze over de lasten van het leven, niet de materiële maar de spirituele. Reïncarnatie was volgens haar een troost en vloek tegelijk.
‘Jullie geloven daar toch ook in reïncarnatie, of niet?’
‘Ik weet het niet,’ zei ik, wars van zweverige gesprekken, die ik al te vaak had gevoerd. En ik vroeg me af wat ze bedoelde met ‘jullie daar’. Ze had mijn paspoortgegevens genoteerd en gezien dat ik uit Nederland kwam. Bedoelde ze ‘jullie daar in Nederland’ of ‘jullie Euraziaten’, mocht ze mij voor zo iemand houden? ‘Euraziaat’ was nog een puur Engelse term, die ze tot mijn spijt in Nederland niet gebruikten.
Nergens ter wereld was ik voor een Nederlander aangezien. Meestal voor een Indonesiër, een Indiaan of Maori. In Indonesië, waar komaf een nog grotere rol speelt dan in Nederland, was ik aangezien voor een Molukker, Menadonees of toch gewoon voor een Indo, wat daar weinig meer betekent dan dat je een lichte huidskleur hebt en veel op een acteur lijkt uit de een of andere film of televisieserie. Indonesiërs hebben er weinig weet van dat er een half miljoen Indo’s in Nederland rondlopen met een geschiedenis die teruggaat tot de beginjaren van de VOC. In de negentiende eeuw speelden Indo’s een grote rol in het amusementsleven in Nederlands-Indië, men zag ze veel op de toneel- en muziekpodia en ze zijn ook in het huidige Indonesië nooit van dat imago afgekomen. Dat was voor sommigen zo slecht nog niet, zolang ze de schoonheidsnorm wisten te halen. In Nederland kon Indo-etniciteit juist een hindernis zijn bij casting voor film of toneel, maar weer minder op de muziekpodia, al lagen ook daar beperkingen: een serieuze Surinaamse Country & Western-band, om maar wat te noemen, zou heel wat uit te leggen hebben.
‘Je hoeft denk ik niet iets te wéten om ergens in te geloven,’ poneerde de vrouw nog om het gesprek gaande te houden.
Maar ik zweeg, deed alsof ik vergeten was waar het over ging en boog me peinzend over mijn soepkom.
De vrouw liet het gesprek maar rusten, drukte haar sigarettenpeuk uit en ging de ruiten van de keukenkasten poetsen. Later, toen ik op bed lag te rusten, hoorde ik haar beneden zingen.
Wat zong ze? Was het iets in Gaelic? Waren haar ouders, haar grootouders, haar overgrootouders en allen die hun voorgingen in Schotland geboren? Was zij zo vast geworteld in dit land dat ze er eenvoudig geen weet van had? Dat was voor mij iets om jaloers op te kunnen worden.
Het nieuws wordt niet bijzonder breed uitgemeten. De NCRV komt met een reportage, maar het NOS journaal wordt niet gehaald. Googles standaard nieuwspagina maakt er ook geen gewag van. Uiteraard niet: Google filtert en displayed het meest gelezen nieuws. Het is ook geen goed idee om Googles standaard nieuwspagina als krant te gebruiken. Dit terzijde.
Het zuiden van Nederland was nog niet bevrijd door de geallieerden of de slogan Indië verloren, rampspoed geboren galmde als een mantra in de Haagse regeringsgebouwen. De eerste scheepsladingen met mariniers, gerekruteerd in Brabant en Limburg, bleken niet voldoende en na een grondwetswijziging waren dienstplichtigen de klos. Onder die jongens bevond zich mijn oom Jan. ‘Ons Jan’, zo genoemd in het Helmondse, kwam tegen zijn zin als soldaat in de zelfgeproclameerde republiek Indonesië terecht, wendde direct na aankomst buikkrampen voor, misselijkheid, hoofdpijnen en een volslagen afkeer van de tropische hitte.
Het werd eens tijd dat we het te horen kregen: volgens een vers rapport van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) overlijden jaarlijks 21.000 Nederlanders in eigen land als gevolg van het slechte milieu. Er sterven meer mensen aan luchtverontreiniging hier dan in onze buurlanden, dus ook meer dan in Duitsland met dat afschuwelijke Ruhrgebied. Er wordt nogal wat nadruk gelegd op het schadelijke fijnstof, alsof de autolobby erop aangedrongen heeft. Veertien procent van alle sterfgevallen in ons land staat in relatie tot het slechte milieu. Als direct gevolg van de luchtvervuiling sterven in Nederland jaarlijks 3600 mensen. Dat zijn er zo’n tien per dag. Het slechte milieu zorgt voor onder meer hart- en vaatziekten, kanker en aandoeningen aan de luchtwegen. En wij maar hysterisch doen over rookvrije zones, werkplekken en cafés. Uiteraard reageren organisaties als Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu geschokt op de jongste cijfers. Hun woordvoerders stappen in hun auto’s om naar weer een volgende vergadering te rijden, waar men leutert over verplichte roetfilters op vervuilende auto’s, alsof er auto’s bestaan die niet vervuilen. Persoonlijk vind ik nieuwe auto’s viezer ruiken dan oude. Als fietser hang ik nogal eens achter die uitlaatpijpen. Oude auto’s ruiken gewoon naar uitlaatgassen. Bij nieuwe auto’s is het alsof ze niet alleen benzine maar ook plastic verbranden. Intussen is in Arnhem een proef gestart naar de hoeveelheid schadelijke stoffen die verkeersdeelnemers inademen. Men laat mensen op de fiets naar het werk gaan en meet dan de gesteldheid van de luchtwegen. Er wordt beweerd dat nog niet eerder zo uitgebreid is onderzocht welke verkeersdeelnemers het meeste last hebben van luchtverontreiniging. Dat is een leugen. Er zijn allang uitgebreide metingen verricht, al heel lang. Uit welingelichte bronnen weet ik dat de rapporten klaar liggen op de ministeries. Belangrijkste conclusie: fietsen is ongezonder dan autorijden. Ik word gewoon langzaam vermoord. Maar er zal geen enkele maatregel volgen op welk rapport dan ook. Daarvoor zijn de mensen gewoon te dom.
BNR-radio meldde gisteren dat hart- en vaatziekten van de topnotering op de hitlijst der doodsoorzaken zijn verdreven door kanker. De BNR-radiodokter liet zich hier vervolgens nogal sceptisch over uit, aangezien Nederlanders allengs de wanstaltigheid der Amerikaantjes overnemen door overdoses aan junkfood. Hart- en vaatziekten nemen niet af, maar zijn tegenwoordig wat makkelijker te genezen. Het is dus opvallend dat zorgverzekeraars, in navolging van het kabinetsbeleid, het gebruik van goedkopere cholesterolverlagers wensen. Het hoofd van het onderzoeksinstituut meldde overigens dat veel patiënten op eigen houtje binnen enkele jaren na een hartinfarct stoppen met het innemen van cholesterolverlagers. Hier kan ik me wel iets bij voorstellen. Mijn cholesterolwaarden waren goed, zijn goed en blijven goed want ik weet wat ik eet. Toch moet ik die medicijnen slikken, die wie weet straks uit Rusland komen met minuscule druppeltjes polonium. Het hoofd van het onderzoeksinstituut noemt het weinig slim van de overheid om niet na te gaan of de goedkope cholesterolverlagers wel het juiste effect hebben bij patiënten. Nieuwe typen medicijnen, weliswaar duurder, werken bij veel patiënten beter. Volgens mij doet de overheid gewoon aan een gluiperige vorm van bevolkingbeperking. Volgens een ervaringsdeskundige uit mijn omgeving bestaat er een maximum aantal behandelingen per jaar. Al staan er operatiekamers leeg en cardiologen te springen om te mogen opereren, het getal regeert. Ook de ernst van iemands hartklachten heeft geen invloed op de wachtlijsten, tenzij de sirenes loeien. En tenzij je natuurlijk een bekend politicus bent, onverschillig eentje die het oprotbeleid dan wel de solidariteit predikt.