Sura & Baya

soerabaja Ik ben in je voetsporen getreden, duizenden dagen heb ik de seizoenen getrotseerd in liefde, haat, verlangen en verbijstering. Je was gekomen van heel ver, je hebt je opgericht als een monster uit de zee, waar je dacht je verleden van je af te kunnen spoelen. Maar wie waren het die je achter je liet: geslagen, verkracht, vermoord, drijvend in de kali die stonk naar de dood en die jou begeleidde naar de haven aan de monding van de rivier? Ze noemen het de Kali Mas, de Gouden Rivier, waar ooit een Sura en een Baya met elkaar vochten, gedoemd om in een eeuwige omstrengeling te bevriezen in het stadswapen van Surabaya, jouw geboortestad op de Noord-Oostelijke punt van Java. Je vertelde me verhalen van de oorlog, avonden lang, je vertelde me hoe je bloed en verderf zaaide met je krijgsmakkers in de dorpen van je jeugd. Wilde je je jeugd met vlammenwerpers en granaten te lijf gaan, om zo de sporen van schaamte en schande uit te wissen? Je werd nooit erkend door je vader, maar je moeder gaf jou het leven niet om de levens van anderen te verwoesten. Wat heb je gedaan? Wie jaagden jou zo op toen de strijdbijl tussen Nederland en Indonesië was begraven? Een Nederlandse legerkapitein bracht jou naar de boot. Zes weken lang voer je op zee en op het laatst was je zo paranoïde dat je overboord sprong en bent gaan zwemmen. Ben je gek geworden in de oorlog of ben je eenvoudig gek geboren? Ik ben in je voetsporen getreden en heb je verhaal geschreven, keer op keer, en niemand heeft me begrepen, laat staan dat ze jou begrepen. Ik trad in jouw voetsporen en reisde terug naar Java. Ik nam niet de boot, ik nam het vliegtuig en kwam droog en schoon aan land op Java. Ik vond de Jembatan Merah, de Rode Brug over de Kali Mas, waaronder het mythische gevecht plaatsvond tussen de Haai en de Krokodil, die het water rood kleurden van de wonden die de dieren elkaar toebrachten. Wie was jij? De haai of de krokodil? Ben ik de brug die zich over jouw verleden buigt zonder zijn eigen spiegelbeeld in het water te kunnen zien? Is er iemand die me volgen kan, helemaal tot hier?

* * *

Deze tekst schreef ik voor de foto-expositie van Fabio-Romano del Castelletto, november 2011 in de Maldoror Galerie, Den Haag. Op twee van zijn fotowerken, in de traditie van de oude Chinese schilderkunst op papieren rollen (scrolls), bracht ik de tekst met een stift aan. Om het fotopapier niet te bevlekken, droeg ik een speciale handschoen. De scrolls zijn te koop bij Fabio-Romano del Castelletto. Serieuze gegadigden kunnen zich via het contactformulier op deze website tot de kunstenaar wenden.

De Birnies

alfred birney De Birnies
Documentaire
Rotterdam 1997
Joop de Jong & Liane van der Linden
Video € 13,85 excl porto
VHS speelduur 54 minuten
Uitverkocht!

De Indische Diaspora, deel I: De Birnies, een Indische familie uit Deventer toont drie generaties van een Indische familie. Elisabeth Birnie-Birnie, haar zoon Johan, jeugdvoorlichter bij de KJJB, en haar achterneef, de schrijver Alfred Birney zijn telgen uit een belangrijke en kleurrijke plantersfamilie op Oost-Java. Zij zijn de hoofdpersonen in deze documentaire, waarin wordt verhaald over de ontginning van de Oosthoek van Java, over de oorlog in Nederlands-Indië en de lange nawerking ervan. De documentaire, met muziek van Fernando Lameirinhas, is verkrijgbaar op video (VHS en NTSC).

Elisabeth Birnie-Birnie is de weduwe van Fred Birnie, de laatste directeur van het familieconcern in tabak, koffie, indigo, suiker en rubber op Oost-Java. Zij heeft 100 meter familiearchief laten onderbrengen bij het gemeentearchief van Deventer en er ruim drie jaar lang gewerkt aan een genealogie. Ze vatte de geschiedenis van honderd jaar ondernemerschap op Java samen in een familiekroniek.

Haar zoon Johan is jeugdvoorlichter bij de KJJB: de Vereniging van Kinderen uit de Japanse Bezetting en Bersiap 1941 – 1949 en verzorgt lezingen met een nadruk op zijn oorlogservaringen.

Alfred Birney zet met zijn verhaal een contrapunt in de familiegeschiedenis. Zijn vader is de niet-geëchte zoon van een Birnie-telg en diens Chinese vrouw, vandaar die andere schrijfwijze van de familienaam. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd vocht Alfreds vader tegen Indonesië. Nog jaren daarna zit hij ‘s nachts gewapend met zijn mariniersdolk ‘peloppers’ achterna tot in de slaapkamer van de jonge Alfred. Die vader figureert in twee van Alfreds romans – Vogels rond een vrouw en De onschuld van een vis – reden waarom Elisabeth hem een brief schreef met de vraag of hij eigenlijk een Birnie is. Hiermee herstelt zij voor Alfred wat zijn vader altijd heeft moeten ontberen: tot de familie behoren. Al die Birnies tezamen vertellen de geschiedenis van Nederland in Indië, of beter gezegd, de Indische geschiedenis van Nederland.

De documentaire is gemaakt door Liane van der Linden en Joop de Jong, in opdracht van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 met financiële steun van het Ministerie van VWS en de medewerking van het Indisch Wetenschappelijk Instituut. De video is niet meer verkrijgbaar.


What’s in a name? Birnie / Birney

At least a history. The shields of Birney (left) / Birnie (right) appear somewhat weird to me – maybe funny to you – having these three legs underneath the bow and arrow. They look somewhat different, but in fact they are similar. What’s in a shield? At least a story.

birney shield birnie shield

According to family documents 1473-1733, preserved in the ‘Charterchest’ of Broomhill; disclosed by John Birnie of Broomhill (year unknown), the story goes like this:

The account of Birnie of that Ilk

There is in wrytt a tradition in the family, that in the year of God 838, or thereby, Alpin, King of Scots, with many of his prime men being taken prisoners in battle by the Picts and thereafter murdered in cold blood, and the King’s head in a base manner set on a pole in one of their chieff cities, Kenneth the Second, his son, a brave prince, soon rais’d ane armie to be revenged on the actors of so barbarons a murder. All his followers were desperate and resolute, and had many conflicts several days together, amongst whom was one Birnie, Irish, and in English Bright, then called because of his glittering armour, and his two sons, who having several tymes signalized themselves, yet one evening pressing furiously into the thickest of the Picts, were all three, with several others, surrounded and made prisoners. Night by this tyme putting ane end to the fight, they had each of them one leg putt fast in a pair of stocks to prevent their escape, till the Picts had more leisure to put them to death. The father knowing very well what would come to them, advysed the cutting off of each of their legs: which done, they made a shift to return to their own men, and, at the next battle fatal to the Picts, they were observed to behave themselves with a new cowrage, wherewith the losse of their legs had animate them. The fortune of the Scots at length prevailling, this King Kenneth, in his just revenge, laid not asyde his arms untill he had extirpated the whole nation of the Picts: their possessions he devyded amongst his men, as they most deserved, and upon Birnie he bestowed a baronie of land near Elgin in the shyre of Murray, yet bearing his name, and which his posterity enjoyed for a long tyme thereafter, and gave them for their arms Gules, in resemblance of the late bloody battle, a Feasse, the mark of honour betwixt the bow and arrow in full draught, the most ancient arms then in use, and the three legs couped at the thigh, in perpetual remembrance of their valour.

Information about The Parish of Birnie (County of Elgin, Synod of Moray, Presbytery of Elgin) show something different about the meaning of the name BIRNIE:

This parish was named Brenuth about the beginning of the 13th century: A name probably derived from Brae-nut, i.e. ‘High land abounding in nuts’; for many hazle trees once grew upon the fides of the hills and banks of the rivulets, and the general appearance of the parish is hilly. The natives pronounce it Burn-nigh, i.e. ‘A village near the burn or river’. This etymology is descriptive enough of the particular place now called Birnie.

‘The surnames of Scotland’ in The New York Public Library (year unknown) says:

BIRNIE, BIRNEY. From Birnie in Moray. James de Brennath (the early form of the place name), burgess of Elgin, was one of an inquest concerning the King’s garden there in 1261. William de Brennath, dictus Tatenel, witnessed the gift by Hugh Herock, burgess of Elgin, to the church of Elgin in 1286, and Andrew de Brenach was clerk to Sir Dovenald, earl of Mar in 1291. Walter de Branach was the king’s chaplain in Moray, 1360. William de Byrneth, canon of the church of Moray, appears as a witness in 1463, Nicholas Birne was a chaplain in 1514, and William Byrny was burgess of Edinburgh in 1558. Birny 1568, Byrnye 1568, Birney 1589, Birnye 1614.

Note from Alfred Birney:

When I visited Moray in 1998 to follow River Lossie, in search for the old place called Birnie, locals told me they had just changed the name Birnie into Thomshill. There was a bar left though, called Birnie-Inn, not to mention Birnie Church of course.

* * *



Genealogie familie Birnie *




* Voorbeeld: na 1e generatie vindt men in de marge de cijfers 1 en 2 onder 2e generatie. De 2 staat voor Johan Willem (1803), die een vertakking krijgt in de stamboom. Men vindt hem terug onder 3e generatie, nummer g2-2 (de 2e van de 2e generatie). Achter nummer 3 in de marge staat de naam George (1831). Scroll omlaag naar de Tak Johan Willem en zoek onder 4e generatie naar nummer g3-3.

De kinderen van de twee hoofdtakken zijn bij elkaar opgeteld. Vandaar het hoge nummer 14 in de marge bij de naam Willem. Volg hem verder onder 5e generatie, g4-14. Daar gaat hij samen met zijn nicht Aleida Birnie, die overigens ook hoger op de pagina te vinden is onder de Tak Gerhard David.

 


De stamboom verhaalt in het centrum nadrukkelijk van het Indisch Birnie-tijdperk, met als oermoeders Djemilah en Rabina, de Oost-Javaanse vrouwen van de planters Gerhard David en George. Buitenechtelijke relaties, zo talrijk in Nederlands-Indië, worden niet vermeld. Daarom loopt het spoor vanaf Willem naar de vader van Alfred Birney dood.

Voor de gebroken tak kan men terecht bij de beknopte stamboomtekening Birnie / Birney. Daar vindt men een bekende traditie uit het oude Indië terug, waar door familieverwikkelingen rond al dan niet geëchte kinderen omgekeerde namen nogal eens voorkwamen. De omkering van ie uit Birnie in ey uit Birney is wat subtieler, maar ook verwarrend, omdat er geen uitsluitsel bestaat over de eeuwenoude schrijfwijze van een en dezelfde naam.


1e generatie

David (uit Schotland ~ Gerardine v. Goor (huwelijk in 1772)
George 1775-1830 ~ Aleida Dwars

2e generatie

George (1775-1830) ~ Aleida Dwars
Gerhard David 1799-1819
Anna Stevendina 1800-overl.
1 Steven 1801-1868 ~ Anna Helena van Schuppen
2 Johan Willem 1803-1848 ~ Maria Louise van Schuppen (a)
~ Adriana Christina Roelans (b)
 
3e generatie

g2-1 Steven (1801-1868) ~ Anna Helena van Schuppen
George 1830-1894
Pieter 1831-1832
Pieter 1833-1877
Aleida 1835-1846
1 Gerhard David 1837-1917 ~ Djemilah (a)
(zie verder Tak Gerhard David)
~ Enna Folkersma (b)
Steven ?
Johan Willem 1841~1864
Anna Philippina Carolina ?
Anna Philippina Carolina 1845-1917
Steven Lodewijk George 1847-1875
Aleida Maria Louisa 1849-1925
Wilhelmina Elisabeth 1855-1923
2 Steven 1855-1939 ~ Emma Sanders
 
g2-2 Johan Willem (1803-1848) ~ Maria Louise van Schuppen (zie verder Tak Johan Willem)
Aleida Anna Philippina 1827-1901
Carolina 1829-1858 ~ Johan Willem George van Haarst
3 George 1831-1904 ~ Rabina
4 Gerhard David 1836-1887 ~ Madeleine Frederika John
~ Adriana Christina Roelans
Maria Louise 1839-1834
Francoise Carolina Johanna 1840-1922
Johanna Adriana 1842-1925 ~ Dr. Willem v.d. Lee
Maria Louise 1843-1844
5 Adriaan Frans Roeland 1845-1882 ~ Elisabeth Hendrika Maria Syrier
 

Tak Gerhard David

4e generatie

g3-1 Gerhard David (1837-1917) ~ Djemilah
1 Anna Helena 1864-1948 ~ Mathias Sanders
2 Johan 1866-1958 ~ Albertine Kranenburg
3 Aleida 1868-1947 ~ Willem Birnie
4 Steven 1869-1946 ~ Marcona
Gerhard David 1872-1873
5 Wilhelmina Elisabeth 1874-1952 ~ Carel Johan August Meerdink
6 Anna Philippina Carolina 1876-1939 ~ Willem Bok
7 Aleida Maria Louisa 1877-1913 ~ Johan Wiger Folkersma
8 George (Joris) 1879-1955 ~ Sophia Charlotte Zinsmeester (a) (echtsch.)
~ Johanna Kramer (b) (echtsch.)
~ Maria Ehrlicher (overl.)
~ Maria Riesenegger (d)
9 Gerhard David (Kwik) 1884- ~ Marietje (Virginia Maria) v.d. Eb
 
g3-2 Steven (1855-1939) ~ Emma Sanders
Gerhard David 1884-.
Johanna 1885-1976
Anna Helena 1887-1968
Catharina 1888-1986
10 Gerhard David 1891-1955 ~ Catharina Jacoba von Ziegenweidt
 
5e generatie

g4.1 Anna Helena (1864-1917/1948) ~ Mathias Sanders
Djemilah Johanna 1886-1974 ~ Dr. Reich (a)
~ A. Kummer (b)
Jan Maurits Willem 1887-19 ~ Elly Huizinga
Mathias (Bol) 1896-1976 ~ Kathy Yzerman
George Gerhard (Dick) 1901- ~ Helen Cherrie
 
g4.2 Johan (1866-1958) ~ Albertine Kranenburg
1 Gerhard David Ipo 1894-1923 ~ Wilhelmina van Houten
2 Ipo 1895-1985 ~ Constantia Eleonore v.d. Berg (a)
~ Anna Catharina Reigersman (b)
3 Johan 1898- ~ Frances Baldwin Ward (a)
~ Marjorie Finch (b)
4 Ferdinand Steven 1902-1976 ~ Rosa Garcia
5 David 1903- ~ Helen Wood
6 Djemilah Elisabeth 1909-1986 ~ Philip Barker Benfield
 
g4.3 Aleida (1868-1947) ~ Willem Birnie
7 Hans Frederik 1893- ~ Elisabeth Blanche Simonin (a)
~ Regine du Planty (b)
Francoise Marie Catharine 1899-1980
 
g4.4 Steven (1869-1946) ~ Marcona
8 Johanna Francisca 1900-1981 ~ Lambertus Hendrik de Boer
9 Otto Johan 1902-1943
10 Steven Willem (Pim) 1904-1977 ~ Fieke Meerdink
11 Frans Louise Gerhard 1905-1981 ~ Ingeborg Zeigan (a)
~ Ina Elisabeth Werlemann (b)
12 Gerhardine Bernhardine 1908- ~ Hendrik Schultz
13 Maria Johanna (Mieke) 1910-1944
14 Marcon 1913-1943 ~ Victorine Charlotte Sophie van Stenis
 
g5.5 Wilhelmina Elisabeth (1874-1952) ~ Carel Johan August Meerdink
Jacob Herman 1902-1921
Augustina Sophia 1904- ~ Steven Willem Birnie
Milah 1909- ~ – (gesch.)
 
g4.6 Anna Philippina Carolina (1876-1939) ~ Willem Bok
Alessandro Lino Epicuro Birnie 1903-1927
 
g4.7 Aleida Maria Louisa (1877-1913) ~ Johan Wiger Folkersma
Aurelia Djemilah Enna 1901- ~ G.J. Tjalsma
Adriana Catharina Cornelia 1903-1986 ~ M.C. Heymans (a)
~ J. Hoogcarspel (b)
 
g4.8 George (Joris) (1879-1955) ~ Sophia Charlotte Zinsmeester
- – Johanna Kramer
- – Maria Ehrlicher
15 Lukas 1923- ~ Beryl Davies
- – Maria Riesenegger
16 Joris 1925-1973 ~ Monique Alice Clemente (a) Carpantier
~ Etelka Gerarda Zoë de Koster B
17 Roland 1926- ~ Augusta Davalle
18 Walter 1927- ~ Agnès Maria Theresia v.d. Vergate
 
g4.9 Gerhard David (Kwik) (1884) ~ Virginie Maria v.d. Eb
19 Carol Alexander 1916-1950 ~ Johanna Carolina van Zijl
20 Enno Willem 1918- ~ M. Radke
 
g4.10 Gerhard David (1891-1955) ~ Catharina Jacoba von Ziegenweidt
Emma Marie 1920-
Catharina Jacoba 1922-
Steven 1923- ~ Henriëtte Klijn
Carel Frederik Theodoor 1925- ~ Bea Heringa
21 Gerhard David 1927- ~ Enny van Brussel (a)
~ Thea M.B. Kuin (b)
Frans 1937- ~ Florence Tellier (a)
~ Corrie van Haasteren (b)
 
6e generatie

g5.1 Gerhard David Ipo (1894-1923) ~ Wilhelmina van Houten
Gerhard David 1918- ~ Danica Milosavljere (a)
~ (D.M.) Jenny van Hall (b)
1 Johan 1920- ~ Emma de Vries
2 Derk Herman 1920- Elisabeth Overdijking (a)
~ Hillegonda Birnie (b)
 
g5.2 Ipo (1895-1985) ~ Constantia Eleonora van de Bergh
- – Anna Catharina Reigersman
Marietine 1941- ~ H.P.C. Reinhold (a)
~ Mr. W.F. van Leeuwen (b)
 
g5.3 Johan (1898-19 ) ~ Francis Baldwin Ward
Richard Steven –
- – Marjorie Finch
2 kinderen
 
g5.4 Ferdinand Steven (1902-1976) ~ Rosa Garcia
Fernando –
Amanda –
en anderen
 
g5.5 David (1903-19 ) ~ Helen Wood
 
g5.6 Djemilah Elisabeth (1909-1986) ~ Philip Barker Benfield
3 kinderen
 
g5.7 Hans Frederik (1893- ) ~ Elisabeth Blanche Simonin
Elaine Sonia (aangenomen) 1916-
 
g5.8 Johanna Francisca (1900-1981) ~ Lambertus Hendrik de Boer
4 kinderen
 
g5.9 Otto Johan (1902-1943)
 
g5.10 Steven Willem (Pim) (1904-1977) ~ Fieke Meerdink
 
g5.11 Frans Louis Gerhard (1905-1981) ~ Ingeborg Zeigan
Dieter 1934- ~ Marianne Slothouber
- – Ina Elisabeth Werlemann
 
g5.12 Gerhardine Bernhardine (1908- ) ~ Hendrik Schultz
 
g5.13 Maria Johanna (Mieke) (1910-1944)
 
g5.14 Marcon (1913-1943) ~ Victorine Charlotte Sophie van Stenis
Steven 1939- ~ Joke Bosmeyer
 
g5.15 Lukas (1923- ) ~ Beryl Davies
 
g5.16 Joris (1925-1973) ~ Monique Alice Clemente Carpantier
2 kinderen
- – Etelka Gerarda Zoë de Koster
6 kinderen
 
g5.17 Roland (1926- ) ~ Augusta Davalle
2 kinderen
 
g5.18 Walter (1927- ) ~ Agnès Maria Theresia v.d. Vergate
 
g5.19 Carol Alexander (1916-1950) ~ Johanna Carolina van Zijl
1 kind
 
g5.20 Enno Willem (1918- ) ~ M. Radke
 
g5.21 Gerhard David (1918- ) ~ Danica Milosavljere
- – (D.M) Jenny van Hall
 
7e generatie

g6.1 Johan (1920- ) ~ Emma de Vries
2 kinderen
 
g6.2 Derk Herman (1920- ) ~ Elisabeth Overdijking
2 kinderen
- – Hillegonda Birnie
1 kind
 

Tak Johan Willem
4e generatie

g3-3 George (1831-1904) ~ Rabina
11 David 1862-1931 ~ Hillegonda van Delden
12 Carolina 1864-1933 ~ Hendrik Johan Haverman
13 Maria Louisa 1866-1895 ~ Christiaan Vermeer
14 Willem 1868-1939 ~ Aleida Birnie
15 George Louis Johan 1869-1942 ~ Louise Berkhout (a)
~ Angèle Combremont (b)
16 Frans Johan Carel 1870-1936 ~ Adèle Kauschmann (a)
~ Bartruida (Bé) Moltzer (b)
17 Otto 1873-1928 ~ Trijntje Bruinwold Riedel
18 Rabina Aleida 1879-1978 ~ Jan Vleming

g3-4 Gerhard David (1836-1887) ~ Madeleine Frederika John
Madeleine Frederika 1873-1920
 
g3-5 Adriaan Frans Roeland (1845-1882) ~ Elisabeth Hendrika Maria Syrier
19 Johan Willem 1880-1945 ~ Mathilde Theodora Emile van Ruyvers (a)
~ M. Bernert (b)
 
5e generatie

g4-11 David (1862-1931) ~ Hillegonda van Delden
22 George 1886-1945 ~ Greta Westenbrink Weustmann
23 Pieter Albert 1888-1951 ~ M.L. (Iva) H. Etty
24 Johanna Margaretha 1890-1941
25 Sjewke (Sjuwke) Marie 1894-1979 ~ Alexander Pfältzer (Lex Phältzer)
 
g4-12 Carolina (1864-1933) ~ Hendrik Johan Haverman
George Philip 1890-1942 ~ E.H. Pinke
Rabina 1892-1949 ~ L.M.G. Baas Becking
Davida 1895-1911
 
g4-13 Maria Louisa (1866-1895) ~ Christiaan Vermeer
Alijda Carolina Rabina 1891- ~ W. v.d. Mandele
Georgina 1893- ~ Snetlage (a)
~ G. Englert (b)
 
g4-14 Willem (1868-1939) ~ Aleida Birnie
Hans Frederik 1893- ~ E.B. Simonis (a)
~ Regine de Planty (b)
Francoise Maria Catharina 1899-1981
 
g4-15 George Louis Johan (1869-1942) ~ Louise Berkhout
26 Anna Rabina 1900-1988 ~ Herluf Borch Gümoes
27 Georgette Louise 1904-1964 ~ Robert Gaussen
28 Epke Jeanette 1904- ~ F.C. Visscher
29 Alfred 1907-1977 ~ Elisabeth Birnie**
- – Angèle Combremont
 
g4-16 Frans Johan Carel (1870-1936) ~ Adèle Kauschmann
30 Julius George David 1899-1943 ~ Anna Moltzer
31 Willem Carel 1903-1943
- – Bartruida (Bé) Moltzer
 
g4-17 Otto (1873-1928) ~ Trijntje Bruinwold Riedel
32 Frans 1904-1945 ~ Tine van Blijkshof
33 Johannes Philippus 1905-
34 Otto 1908-1944
35 Sjoukje Rabina 1901- ~ (a) onb.
~ Chris Boone (b)
36 Daisy Theodora 1914- ~ L.J. Joon (a)
~ L.A. de Milly van Heiden
Reinestein (b)
 
g4-18 Rabina Aleida (1879-1978) ~ Jan Vleming
Georgina Rabina Gezina 1915-
Jannina Carolina 1917- ~ E.C. Slot
 
g4-19 Johan Willem (1880-1945) ~ Mathilde Theodora Emilie van Ruyvers
Suzanne 1904-1987
29 Elisabeth 1909- ~ Alfred
- – M. Bernert
 
6e generatie

g5-22 George (1886-1945) ~ Greta Westenbrink Weustmann
 
g5-23 Pieter Albert (1888-1951) ~ M.L. (Iva) H. Etty
6 kinderen
 
g5-24 Johanna Margaretha (1890-1941)
 
g5-25 Sjewke (Sjuwke) Marie (1894-1879) ~ Alexander Pfältzer (Lex Phältzer)
1 kind
 
g5-26 Anna Rabina (1900-1988) ~ Herluf Borch Gümoes
3 kinderen
 
g5-27 Georgette Louise (1904-1964) ~ Robert Gaussen
3 kinderen
 
g5-28 Epke Jeanette (1904- ) ~ F.C. Visscher
3 kinderen
 
g5-29 Alfred (1907-1977) ~ Elisabeth Birnie
5 kinderen
 
g5-30 Julius George David (1899-1943) ~ Anna Moltzer
2 kinderen
 
g5-31 Willem Carel (1903-1943)
 
g5-32 Frans (1904-1945) ~ Tine van Blijkshof
2 kinderen
 
g5-33 Johannes Philippus (1905- ) : Otto zn.
 
g5-34 Otto (1908-1944) : Otto zn.
 
g5-35 Sjoukje Rabina (1901- ) ~ Otto docht.
1 kind
- – Chris Boone
 
g5-36 Daisy Theodora (1914- ) ~ L.J. Joon Otto docht.
2 kinderen
- – L.A. de Milly van Heiden Reinestein
 

** Elisabeth Birnie is de samensteller van deze stamboom


in other words



From Birnie to Birney





18th century onwards



David Birnie ( Scotland ) married with Gerardine van Goor ( Netherlands ) in 1772
and they begot George ( 1775-1830 ) who married Aleida Dwars [ sounds Dutch too ]

This couple, George and Aleida, produced 2 children
branch-1 : Steven ( 1801-1868 ) and
branch-2 : Johan Willem ( 1803-1868 )



branch-1 :


Steven married Anna Helena van Schuppens

Steven and Anna Helena caused the birth of
Steven ( 1855-1939 ) who married Emma Sanders , hereafter branch-1-1
Steven and Anna Helena caused the birth of
Gerhard David ( 1837-1917 ) who married Djemila , hereafter branch-1-2



branch-1-1 :


Steven and Emma Sanders produced Gerhard David ( 1891-1955 ) [ sorry, same name as Steven's brother ]
Gerhard David married Catharina Jacoba van Ziegenweidt
who gave birth to Carel Frederic Theodoor ( 1925-1995 )



branch-1-2 :


Steven’s brother, Gerhard David ( 1837-1917 ) had a daughter Aleida ( 1868-1947 )



branch-2 :


Johan Willem married Maria Louise van Schuppes
[ I guess she was the sister of his brother's wife ]
and caused the birth of
George ( 1831-1904 ) who married Rabina
and their child was Willem ( 1868-1939 )

From some mysterious female(s ?), Willem received 2 children ( in 1893 and in 1899 )

Well, anyway, from this branch a "dotted twig" [ I guess from one of Willem's lovers ] leads to Adolf Birney ( 1925- ), born Sie Swan Nio in Surabaya, but he took the surname of Birney
Adolf married Johanna Henrietta van Kerkoerle in The Netherlands
where today’s Birney twin
Alfred Alexander ( 1951- ) & George Philip ( 1951- ) came on planet Earth

And it is this George Philip Birney who presents this web-site
but his twin-brother Alfred Alexander did all the research
 


De onbekende moeder

logo alfred birney Papier is het veiligst. Het enige gevaar is een flinke brand, dan ben je alles kwijt. Maar je hebt geen last van computervirussen, vergissingen met het opslaan van je gegevens en diefstal als je online werkt, zoals in the cloud. Als ik er niet meer ben, zal alles in the cloud plaatsvinden en de roman zal deels door robots vervaardigd worden.

Gisteren vond ik een klein manuscript terug van 49 bladzijden. Het is uitgetypt op een Olympia Traveller de Luxe en gedateerd 8/9 maart 1986. De tekst is dus nog van voor mijn debuut Tamara’s lunapark. Het is het verhaal van mijn moeder tijdens de oorlogsjaren in Brabant, hoe ze met mijn vader op Java is gaan corresponderen, hoe ze hem in 1950 ontmoette en wat er allemaal plaatsvond tijdens de maanden voor mijn geboorte in Den Haag.

Ik herinner me dat ik op een weekend met een cassetterecorder naar Helmond afreisde om haar een interview af te nemen. De cassettebandjes zal ik ook nog wel ergens hebben liggen. Maar het belangrijkste zal ik er toen wel al hebben uitgehaald. Bovendien wordt de boel gefictionaliseerd, want wat heeft de lezer nou aan droge feiten.

De vondst komt me goed uit. Mijn moeder speelt zelden een rol in mijn werk tot nu toe, maar als kindvrouw kan ze een aardig tegenwicht bieden tegen de vaderfiguur, aan wie ik voor het laatst aandacht zal schenken in een roman (waar ik net aan ben begonnen) en daarna nooit meer.

Ik ben begonnen met schrijven na een periode van enorme verveling. Ik ruimde mijn pc op, gooide kladjes weg, foto’s, muziekbestanden, films, overbodige programma’s – ik overwoog zelfs om weer terug te gaan naar pen en papier. Misschien dat ik dat alsnog doe.

Geen idee wanneer dit boek klaar zal zijn. Met de enorme berg aantekeningen van mijn vader en fragmenten van eigen hand zou het best een dikke pil kunnen worden. Toen ik de Rivieren-novellen schreef, dacht ik dat ik met dat genre nog wel een poosje uit de voeten kon. Alsmaar schrappen van overbodige tekst is me gaan vervelen, zoals alles gaat vervelen. Schrappen begon bijna een neurose te worden. Spreektaal begint nu mijn aandacht te krijgen. Ik gebruikte het al eens in verhalen uit de bundel Fantasia.

In Nijmegen Door Omstandigheden

poster eveline stoel, alfred birney, wim willems, lizzy van leeuwen

Het Bandoeng Project maakt onderdeel uit van het Wintertuinfestival in Nijmegen. Er zijn enkele speciale posters van het Bandoeng project gemaakt, die op bepaalde lokaties, de Centrale Bibliotheek en Indische organisaties als Pelita, worden opgehangen. Je zou kunnen zeggen dat de Indische of postkoloniale discussie traditioneel een apart podium krijgt. Uiteraard moet de oorzaak daarvan worden gezocht in het geschiedenisonderwijs op de middelbare scholen, waar te veel wordt ingezoomd op WO-II achter de duinen en niet in Nederlands-Indië, waar de oorlog veel langer duurde en veel complexer was. Deze geschiedenis is nooit vanzelfsprekend ingebed in de zogenaamde Nederlandse geschiedenis en daarom spreken sommige Indo’s met oog op het komende festival alweer gekscherend van In Nijmegen Door Omstandigheden.

Schrijven aan een boek

Schrijven aan een boek kan merkwaardig associatief gedrag veroorzaken. Zo luister ik deze dagen aldoor naar de onderstaande aria van Händel, het Ombra mai fù uit de opera Serse (Xerxes) (1738), vertolkt door de Japanse countertenor Yoshikazu Mera. Tegelijk leg ik de laatste hand aan het derde en laatste deel van mijn novellenreeks. Het eerste, Rivier de Lossie (2009), speelt in Schotland. Het tweede, Rivier de IJssel (2010), speelt in Nederland en het deel-in-wording (2011, lente) speelt op Java.




Dit derde deel is een quasi roadshow, met terugblikken op onder andere de oorlog die Nederland in Indonesië voerde nadat het land zelf was bevrijd van de Duitsers. Een oorlog die eufemistisch de Politionele Acties worden genoemd, door Ad van Liempt gebombardeerd tot Een mooi woord voor oorlog. Ik ga daar niet diep op in, ook niet op de Japanse bezetting die enkele jaren eerder plaatsvond. Wél op de liefde die een familielid van me opvatte voor een Japanse officier. Zeg maar een verhaal zoals Il portiere di notte (1973) van Liliana Cavani (The Nightporter), maar dan zonder een weerzien. Ik beschreef het al eens in het verhaal Zonder gezicht, gepubliceerd in de verzamelbundel Vertrouwd en Vreemd (2000), maar bewerk het nu in een andere context.

Er is veel geschreven over zogeheten “troostmeisjes” maar weinig tot niets over meisjes die eenvoudig een liefdesaffaire hadden met Japanse officieren. Mijn vader haatte Japanners en alles wat met Japans te maken had. Veel Indische mensen en Indo’s haatten Japanners. Ik ben opgegroeid in een milieu waarin de haat jegens Japanners nog sterker was dan de huidige weerzin van Hollanders jegens Marokkanen op alle denkbare niveaus, tot aan de landelijke politiek toe.

De haat die mijn vader koesterde tegen de Japanners heb ik niet overgenomen. Mijn broer evenmin. Hij nam ooit luitlessen bij een Japanse leraar, in een tijd waarin de vader van een vriend van me met een hakbijl een piano van Japans fabrikaat te lijf ging, die zijn dochter in alle onschuld had aangeschaft.

Japanners kunnen gek zijn op Europese kunst en cultuur. En andersom, Europeanen kunnen dol zijn op Japanse kunst en cultuur. Literatuur, gevechtskunst, muziek, schilderkunst, beeldende kunst, architectuur… Kunstenaars staan veelal boven het ordinaire geweld van alledag of proberen gedachtes aan oorlog te bezweren door zich in de kunstuitingen van de (voormalige) tegenpartij in te leven. Yoshikazu Mera is zo iemand. Zijn stem klinkt hemels. Cross-over artiesten geven me altijd hoop op een fatsoenlijker wereld. Altijd.

Die eeuwige oorlog

logo alfred birney weblog Nu de meerderheid van de eerste generatie Indische mensen van de aardbodem is verdwenen, beginnen hun nazaten zich roeren in (veelal zelfuitgegeven) memoires en geschriften. Er zitten flink wat mensen bij die een (blanke) vader hadden, die al de oorlog in werden ingestuurd (de zogenoemde Politionele Acties in Indonesië: “Een mooi woord voor oorlog” volgens Ad van Liempt) voordat Nederland helemaal bevrijd was geworden door de geallieerden.

Soms neemt iemand contact met me op, met de vraag of ik kan helpen bij het uitrafelen van allerlei oorlogstoestanden in Indië/ Indonesië. De laatste tijd reageer ik veelal narrig dat ik niets meer met die vervloekte oorlog te maken wil hebben. Ikzelf ben, of liever gezegd was, meer geïnteresseerd in de ervaringen van kinderen van ouders met een oorlogstrauma: de gekte die kinderen overgedragen kregen. Het beste voorbeeld daarvan is mijn roman De onschuld van een vis (1995), herdrukt in Indische gezichten.

Fictie is voor mij een bevredigender manier om de nasleep van een oorlog te tonen dan non-fictie. Ik geloof niet zo in non-fictie. Ik geloof dat zodra je de pen oppakt je de geschiedenis al begint te kleuren. Er zijn acht familieleden van mij door de Japanse bezetters de dood ingejaagd. Als fictieschrijver zoek ik naar de kern van oorlog en volg dan liever één persoon die de dood in wordt gejaagd dan acht personen. Mijn vader schreef zijn oorlogservaringen neer gedurende de dertien jaar waarin ik met hem leefde. Ik hoorde elke avond die ratelende schrijfmachine. Eenmaal uit huis weggehaald door de kinderbescherming en geplaatst in een internaat hoorde ik die dominante schrijfmachine niet meer. De oorlog in Indië raakte op de achtergrond.

Later, toen ik een grote jongen was en ik mijn vader regelmatig bezocht, vroeg ik om verhalen over zijn jeugd van vóór de oorlog. Kortom: de Tjalie Robinson stuff. Dan begonnen de verhalen over de jacht, goena-goena en mooie Chinese meisjes, maar die mooie vertellingen gingen naadloos en in no time over in die afschuwelijke verhalen over de oorlog. En weer later kreeg ik te maken met Indische instanties die zich via allerlei invalshoeken met de oorlog bezighielden. Toen mijn vader stierf in 2005 kreeg ik een klap. Er viel iets weg. Ik donderde in een gat. Ik moest me opeens met iets anders gaan bezighouden dan met die vervloekte oorlog. Ik begon de oorlog te haten, als ik dat al niet deed, en probeerde de oorlog af te zweren. Evenwel, oorlog komt altijd wel terug in mijn boeken (mijn postkoloniale werk, niet in de rest van mijn proza), eenvoudig omdat oorlog bij de wereldgeschiedenis hoort en omdat mensen nu eenmaal jaloers, egoïstisch en oorlogszuchtig zijn.

In mijn novelle Rivier de Lossie (2009) speelt de herinnering aan een hele verre oorlog, tussen de Scoten en de Picten. Dat is in de negende eeuw na Christus. Er komt ook een flits van de oorlog in Nederlands-Indië voorbij. Maar het eigenlijk verhaal gaat heel ergens anders over. Zo ook in Rivier de IJssel (2010). Oorlog speelt wel op de achtergrond, maar de koloniale geschiedenis, de handelsgeest van de Hollanders en racisme staan veel meer op de voorgrond. Maar dan… Ergens schrijf ik het volgende in Rivier de IJssel:

Alexander bleef niet lang in Batavia en trad in dienst als controleur bij het Binnenlandse Bestuur. Hij begon zijn ambtelijke loopbaan in Blitar, een plaatsje in de buurt van Kediri op Oost-Java.
     Blitar… Die naam deed me denken aan een wonderlijk verhaal van mijn vader. In dat kleine plaatsje had hij zijn eerste levensjaren bij familie van zijn moeder doorgebracht. Ze had hem erheen gestuurd vanwege een zweer achter het oor. Als die niet zou genezen, was hij ten dode opgeschreven. Een oom heeft hem met kruiden uit de jungle behandeld. Zo stond het in zijn memoires geschreven.
     Maar laat Blitar nou juist dát ene plaatsje zijn waar hij twintig jaar later als jongeman tijdens de oorlog met een troep Nederlandse mariniers met vlammenwerpers mensen uit hun huizen heeft gebrand!
     Wie snapt zoiets?

Verwarring, vragen waar geen antwoord op komt, rusteloos zoeken naar zoiets als waarheden, hopeloos constateren dat racisme mijn overgrootmoeder al overkwam in 1870 in Deventer. Maar ook: de liefde, de muziek, onvergetelijke ontmoetingen, rivieren die blijven stromen terwijl mensen komen en gaan. Ik verwerk allerlei motieven in een novelle en hoop dat er een juweel tevoorschijn komt. De herinnering aan mijn vaders oorlog laat ik allengs achter me. Het was zijn oorlog. Het is verdomme mijn oorlog helemaal niet.

Maar dan… Archipel Magazine komt uit. Zomaar een zomernummer rond Bali. Toerisme, toch? Stuit ik zowaar op een artikel met de titel: De getuigenissen van FX Harsono (zie de vorige post op dit weblog). Midden op de tweede bladzijde prijkt een vetgedrukte quote:

‘Op beide doeken staan familieleden afgebeeld naast in 1951 door zijn vader gefotografeerde doodshoofden, die in de buurt van Blitar voor herbegrafenis uit Chinese massagraven waren opgegraven.’

Wacht eens even. Mijn vader is daar als een beest tekeer gegaan, heeft er kampongs platgebrand en locals overhoop geschoten, als ik zijn memoires moet geloven. Stel dat dat echt zo was? Zijn moeder was een Chinese. Zijn oom was een Chinees. Het wemelde kennelijk van de Chinezen in Blitar. Volgens het artikel zijn er 191 Chinezen tijdens de vrijheidsstrijd in 1947 en 1948 vermoord door Indonesische vrijheidsstrijders, die de Chinezen als medestanders van de Nederlanders zagen.

Begin ik nu stilaan iets te begrijpen wat een mens helemaal niet zou moeten begrijpen? Dat mijn vaders afgrijselijke wandaden met een stel Nederlandse mariniers een persoonlijke wraakoefening was? Kijk, je kunt de oorlog wel achter je willen laten, of die van je vader, maar je blijft er toch je hele leven aan herinnerd worden. Dit soort geschiedenissen krijgen geen plek in de Nederlandse geschiedenisboeken. Ze krijgen een plek in de beeldende kunst van een kunstenaar die ik niet ken, en in de boeken van een schrijver die hij niet kent.

Javaans Vuurwerk in Reisgids Indonesië Oorlogsplekken 1942-1949

reisgids indonesie Ik schreef een roadshowverhaal onder de titel Javaans Vuurwerk voor De Reisgids Indonesië – Oorlogsplekken 1942-1949. Het boek, met belangrijke historische informatie, maakt de reiziger letterlijk en figuurlijk wegwijs in de oorlogsjaren van 1942 tot 1949, van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tot aan de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië. Een zoektocht naar de sporen van dit verleden: interneringskampen, begraafplaatsen, musea, monumenten en andere plekken van herinnering. Een gids met historische achtergronden én actuele beschrijvingen en leestips. Een gids die ooggetuigen,
en zeker ook kinderen en kleinkinderen inzicht geeft in de jaren van toen binnen de context van het postkoloniale heden.

De Reisgids Indonesië – Oorlogsplekken 1942-1949 is een praktische gids bovendien, die de reiziger ter plekke de weg wijst met informatie over bijvoorbeeld hoe de, soms moeilijk traceerbare, locaties te vinden, over logies en eten en drinken. Fraaie (detail)kaarten helpen daarbij.

Een uitbreiding van de gids is te vinden op de website: www.reisgidsindonesië.com. Via de website wordt de informatie van de gids actueel gehouden en worden objecten ontsloten waarvoor in de gids geen plaats was of waarover de informatie gebrekkig. Bezoekers aan de site kunnen nieuwe of gewijzigde informatie aandragen.

Redactie: M.C.A. van Bijnen, Noes Lautier, S.J. van Schuppen

Auteurs: Hans van den Akker, Alfred Birney, Ferry Bounin & Paulien van der Geest, Esther Captain en Wim Manuhutu.

Uitgeverij Open Kaart: 2010
ISBN: 978-90-75437-41-6
300 blz. €29,95.

De gids is te bestellen bij o.a. Bol.com en in de reguliere boekhandel.

Deze uitgave en de daarbij behorende website zijn tot stand gekomen in het kader van het programma Erfgoed van de Oorlog van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Archipel lente 2010

archipel magazine lente 2010 Een voorpublicatie van mijn novelle Rivier de IJssel staat afgedrukt in de nieuwe Archipel Magazine. Mooie opmaak, met de snoet van een leuk meisje erbij, dat in het geheel niet lijkt op de heldin Susie uit het boek, maar dat geeft natuurlijk niet. Archipel Magazine heeft zijn eigen stijl. Plus een eigen formule, maar die gaat veranderen. De verrekijker gaat meer richting Indonesië en omringende landen. Het Indische accent zal verdwijnen. Wél blijft er aandacht bestaan voor oosterse invloeden in ons land, maar dan breder. De koersverandering zal geleidelijk worden doorgevoerd. Laten we het nummer eens doorbladeren:

Het blad opent met de gebruikelijke korte berichten, over de naderende Tong Tong Fair en een lezersreis naar Bali, maar begint daarna direct met een flink reisverslag van Ed Caffin over het nog ongerepte Lombok. Kirsten Vos neemt afscheid van haar lezers in haar column en het blad gaat verder met een verslag van Wouter Muller over zijn Roots ’n Music-lezersreis. Dan een zeer Indisch interview met de nieuwe directeur Yvonne Agnes van het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek in Arnhem. Ik haat afkortingen, men spreekt al van het IHCB. Als ze er nou ook nog de A van Arnhem en de G van Gelderland aan vastplakken, dan krijg je bijna iets uitspreekbaars: de IHCBAG (de IHC Bag = een Indische rugzak of zo). De directeur ziet er vriendelijk uit en zegt onder meer dat ze uitziet naar de reisgids Sporen van Oorlog. Dat doe ikzelf ook, want ik mocht er een verhaal voor schrijven. Het boek zal worden gelanceerd op maandag 17 mei ergens in Amsterdam, zo staat in mijn agenda genoteerd. Nadere gegevens volgen op deze site.

Wulan Mei Lina is een fotografe die voor Indonesische begrippen zeer gewaagde foto’s maakt en die in boeken onder de toonbank door laat verspreiden. Ze komt uit een Surabaya’s multireligieus gezin; haar vader was een toegewijd moslim en haar moeder een christen. De zus van Wulan Mei Lina is zo streng christelijk, dat ze zelfs niet met mannen omgaat. Ja, zo kan het ook aan de overkant, dat christenen nog fanatieker dan moslims. Is u dat bekend misschien, heren Pauw en Witteman en overige teeveelui?

Hans Vervoort blijft lichtvoetig, zoals we van hem gewend zijn. Interessant is dat hij aantoont dat de projectontwikkelaars in Thailand en Maleisië zo gek nog niet zijn, vergeleken met die op Bali. Thailand bijvoorbeeld beschikt over zeer goede ziekenhuizen en trekt dus hordes van de gepensioneerden onder de Grijze Golf naar zich toe. Na zijn column een verslag van een feest in Yogya. Is Archipel al zo Indonesisch? Gaat wel, want er volgt een artikel over Advocaat Johannes van den Brand, de Multatuli van Deli. Mooi dat zulke figuren toch nog herdacht worden.

Frans Lopulalan is de minst lichtvoetige columnist van Archipel. Ik ben benieuwd of hij kan blijven. Misschien alleen als hij over Molukse zaken ter plekke schrijft? We zullen zien. En hoe zal de boekenrubriek eruit gaan zien straks? Nu staan er nog allerlei boeken over Nederlands-Indië vermeld, zoals de herdruk van mijn bloemlezing Oost-Indische inkt.

Garuda Indonesia gaat na vijf jaar afwezigheid weer vliegen op Nederland. Ze beginnen met een Airbus, die vliegt via Dubai, waar veel Indonesiërs werken. Er komt ook een grotere Airbus voor een directe lijn naar Amsterdam. Kijk, daar zit ik nou net op te wachten. Als je dan toch in zo’n afschuwelijk vliegtuig moet, dan maar liever in één ruk van 15 uur door naar Jakarta, dan heb je dat in elk geval gehad. Alhoewel, de benen strekken in Dubai is misschien ook wel lekker.

Een artikel over een spiritueel rustoord op Bali. Emma Kwee die haar column buitengewoon lollig afsluit. Zij behandelt Indonesische zaken, dus ik neem aan dat ze blijft. Ikzelf ben overigens bezig aan een vertaling van een stuk van een Indonesische schrijver en cineast… Voor in het nieuwe nummer.

En dan de eerste tekenen van het nieuwe concept van Archipel: een verslag van Hollandse sporen op Taiwan. Er is officieel Nederlands DNA vastgesteld op dat eiland. Tja, die Hollanders veranderden van koeienmelkers in love machines in de VOC-tijd, toch?

Keep Schepel eindigt, neem ik aan, zijn kritische reeks stukken over het gedoe rond het Indisch Huis. Voer voor insiders. Snapt geen love machine wat van. Ik helaas wel.

Wie is Paul Agusta? Dat is een van de vele filmmakers uit Indonesië, die een enorme drukke filmindustrie kent, waar men in het zuinige Nederland gewoonweg geen idee van heeft. Zijn schokkendste uitspraak is wel: ‘Waarom zou je kwaliteitsfilms maken als shit sells?’ Maar wanneer je het artikel leest, blijkt gelukkig dat hij het niet over zichzelf heeft.

Na mijn voorpublicatie over twee bladzijden volgt tot slot de gastronomische rubriek. Benieuwd of er gaat worden ingezoomd op Indonesisch eten in de toekomst en niet op Indisch eten. Wat de verschillen zijn? Tja, daarvoor moet je eerst bij Indische mensen in Nederland gaan eten (niet in een restaurant) en dan bij Indonesische mensen op Java of zo. Probeer daar maar eens om sambal badjak te vragen. Om maar wat te noemen. De geheimen van de Indische keuken nemen de mensen van de eerste generatie mee in hun graf. Sommige van hun kinderen benaderen de kwaliteit behoorlijk. Maar die koken thuis.

Veel plezier met het lezen van Archipel Magazine!

Zoeken

Op gevoel (8) Zoeken

Ik zag nog niets in de Hawaiian-muziek van een grootheid als Sol Hoopii, die traditionele Hawaiian-muziek combineerde met Amerikaanse jazz. Deze virtuoze pionier speelde steelguitar, liet met de gitaar plat op schoot een flessenhals over de snaren glijden en zou later als groot voorbeeld dienen voor meestergitarist Ry Cooder. Volgens mijn vader speelde zijn broer al zo in Soerabaja vóór de oorlog, waar hij ooit de tweede plaats haalde bij een steelguitarwedstrijd.

Ik leerde mezelf mijn gitaar in allerlei alternatieve stemmingen zetten en had niet veel moeite om op die manier te spelen. Maar het verveelde snel. En waar ik mijn hersens over brak en mijn vingers dus nauwelijks aan toekwamen, was de krontjongmuziek, de échte, dus niet de nepzooi van Indo-liedjes gezongen achter de piano. Nee, de muziek van bijvoorbeeld een krontjongoctet, gewapend met gitaren in diverse maten, viool, ukelele en cello. Er stond letterlijk geen maat op, de muziek was onmogelijk in één maatsoort onder te brengen, wendingen waren te onverwacht om met potlood in notenschrift op papier te kunnen zetten. Ik begreep er niets van.

Krontjong luisterde naar andere wetten. Zoals leden van een klassiek westers strijkkwartet bij de uitvoering van, zeg, Mozart, Beethoven of Bartók vooral goed naar elkaar moeten luisteren, moeten die van een krontjongorkest elkaar vooral goed aanvoelen. Een strijkkwartet leest, een krontjongorkest doet dat niet.

Rond mijn vijfentwintigste jaar leerde ik mijn tweede gitaarleraar kennen, toevalligerwijs weer een Indo. Vreemd… als ik in de spiegel keek zag ik nooit een Indo, ik zag mezelf ongekleurd. Maar als ik bij mijn leraar binnenstapte voor mijn wekelijkse klassieke gitaarles, dan zag ik een Indo en verwonderde ik me over zijn muziekkeuze. Al die gitaarmuziek van Fernando Sor, Augusto Barrios en Abel Carlevaro detoneerde met zijn gestalte van een forse, ongepolijste Indo van Borneo. Verborg hij misschien iets?

Ja. Naast zijn baan als gitaarleraar aan het conservatorium van Den Haag en op de Stedelijke Muziekschool van Delft leefde hij zich uit op de saxofoon. In de weekends speelde hij in een latin-orkest, tussen de Hollanders en Antillianen. In die hoedanigheid heb ik hem nooit zien spelen, zoals ik mijn vader nooit heb zien luisteren naar zijn krontjong. Want zodra ik de huiskamer binnenkwam, zette mijn vader zijn krontjong- of Hawaiian-muziek af en legde een grammofoonplaat van The Rolling Stones op de draaitafel. Je kunt niet al je muziek delen met anderen. Zeker niet als het een opera van herinneringen in je wakker roept.

Fragment uit het verhaal “Op gevoel”
Copyright © 2006 Alfred Birney
Meulenhoff, 2006: Indisch leven in Nederland (red. Annemarie Cottaar)

Vier, vijf snaren

Op gevoel (6) Vier, vijf snaren

davey Mijn vader was geen gitarist, mijn vader was een drummer, zijn muziek een ritmisch gehamer tegen de papierrol van zijn Remington-schrijfmachine. Bezongen werd de oorlog op Java, tot in detail beschreven. Zijn paranoia nam groteske vormen aan, er viel niet langer met hem samen te leven, de kinderbescherming haalde mij en mijn broertjes en zusjes weg en we zagen hem nog maar om de paar weken op de zondagmiddag tijdens het bezoekuur in een Voorschotens tehuis waar wij waren ondergebracht. De overige zondagmiddagen waren voor onze Brabantse moeder, die in haar vroegste huwelijksjaren als ‘hoer van een Indischman’ was nageroepen wanneer zij met ons over straat ging, en nooit meer over die schaamte heen zou komen.

Op mijn vijftiende verjaardag zag ik mijn vader het hek komen binnenwandelen met een kartonnen gitaardoos onder zijn arm. Het instrument was rood gespoten met een zwarte rand. De hoogste snaar knapte al in de eerste week en ik moest wekenlang sparen voor ik een reservesnaar bij een achterafzaak in een regenachtig straatje in Leiden kon kopen.

Ik was verplicht mijn gitaar aan de muur boven mijn bed in de slaapzaal te hangen, wilde het instrument niet steeds door de barbaarse tengels van mijn groepsgenoten in de dagzaal gaan. Gitaren horen niet aan de muur, ze verwelken, drogen uit, ze lijken op castraten wie de tong is uitgerukt. Maar de huisregels waren zó streng dat ik niet dagelijks op mijn jeugddroom kon spelen.

Op een dag kregen wij bezoek van Davey, een jongen uit het dorp, een Indo met lange haren, een gerafelde spijkerbroek en een spijkerjack waarop een Engelse vlag was genaaid. Zijn bezoek was bijzonder. Ten eerste kwamen er nauwelijks jongens of meisjes uit het dorp naar ons tehuis, omdat veel ouders dachten dat wij er zaten omdat we niet deugden. Ten tweede speelde Davey buitengewoon goed gitaar, zo goed dat zelfs de leiding van het tehuis naar zijn gitaarspel kwam luisteren.

Davey zong ook. Hij kende complete teksten van Bob Dylan van buiten, speelde de liedjes van The Beatles beter dan zijzelf en haalde zelfs muziek uit mijn gitaar als er twee snaren waren gesprongen. Was hij langs geweest, dan klonk mijn gitaar als een harp. Davey was mijn held, hij was groter dan welke popster ter wereld ook.

Toen ik hem vroeg hoe hij op vier snaren kon spelen, zei hij dat het een kwestie van stemming was. Hij draaide wat aan de stemmechanieken en zette de gitaar in een krontjong- of Hawaiian-stemming.

‘Je weet toch wel wat krontjong is, hè?’ vroeg hij me met een lachje, guitig, omdat die muziek allang uit de mode was.

Ik vroeg hem of hij Indorock kon spelen.

‘Ja,’ zei hij, ‘die spelen zó… Maar wij, wij spelen tegenwoordig zó…’

Wie waren ‘wij’? Bedoelde hij onze hele generatie of de tweede generatie Indo’s?

Er was geen tijd voor zulke vragen. Davey communiceerde bij voorkeur via de gitaar. Hij was pas vijftien toen zijn band een plaat opnam en de plaatselijke kranten haalde. Maar zijn band, met twee Indo’s en twee Hollanders, redde het niet tegen de overmacht van Haagse bands als The Golden Earrings, Shocking Blue, Q 65, The Motions of zelfs maar The Incrowd.

Fragment uit het verhaal “Op gevoel”
Copyright © 2006 Alfred Birney
Meulenhoff, 2006: Indisch leven in Nederland (red. Annemarie Cottaar)