L’association Pasar Malam…

L’association Pasar Malam se réjouit de la ré adhésion* de

Alfred Birney!


alfred birney

Écrivain néerlandais, né en 1951 aux Pays-Bas d’une mère hollandaise et d’un père indo-néerlandais de Surabaya, descendant d’une famille de planteurs aux origines chinoise et écossaise, Alfred Birney réside à La Haye où il écrit depuis 1987 des romans (surtout), des essais, des critiques, des articles journalistiques (parfois).

Son style est à la fois narratif, expérimental, rêveur, tour à tour chaleureux et distant. En revanche dans ses essais et critiques il adopte volontiers un ton mordant, ironique, humoristique aussi.

Ses thèmes récurrents : la solitude, l’amour, et la musique ; le racisme, l’histoire coloniale et postcoloniale.

Citons quelques ouvrages liés a l’Indonésie :

- Vogels rond een Vrouw, In de Knipscheer, 1991, traduit en indonésien Lalu Ada Burung, Galang Press, 2002 (Des oiseaux autour d’une femme).

- De Onschuld van een Vis, In de Knipscheer, 1995, traduit en indonésien Ikan Tanpa Salah, Galag Press, 2004 (L’innocence d’un poisson).

La trilogie des rivières:

- Rivier de Lossie, In de Knipscheer, 2009.

- Rivier de IJssel, In de Knipscheer, 2010.

- Rivier de Brantas, In de Knipscheer, 2011.

*Alfred Birney a été membre de Pasar Malam en 2006


Collection du Banian/Association Pasar Malam

Johanna Lederer
14 rue du Cardinal Lemoine – 75005 Paris
Téléphone : 01 56 24 94 53
afi.pasar-malam@wanadoo.fr

http://pasarmalam.free.fr

Indisch Anders 2010

indisch-anders-2010 Stichting Tong Tong geeft drie bladen uit: De Pasarkrant, De Sobat en Indisch Anders. De Pasarkrant is het informatiebulletin van de Tong Tong Fair voorheen Pasar Malam Besar. De Sobat verschijnt driemaal per jaar voor donateurs. Indisch Anders is de gratis boekenkrant bij het Tong Tong Festival.

Waarom deze kranten niet in één jaarlijkse uitgave worden samengevoegd begrijp ik niet helemaal, al heb ik de ontwikkeling wel zien ontstaan. De naamsverandering van de Pasar Malam Besar in Tong Tong Fair is voor een belangrijk deel ingegeven door de wens om van het eetimago af te komen waarmee de Pasar Malam Besar jarenlang werd achtervolgd. Mij dunkt dat je dan juist een boekenkrant als Indisch Anders in de Pasarkrant stopt, om zo de aandacht te vestigen op het brede culturele aanbod van de Tong Tong Fair. Nu worden boekenlezers apart bediend, wat op zich zo slecht nog niet is, maar de Pasarkrant wordt er naar mijn smaak te mager van. Vrij Nederland werkte ooit zo: een weekkrant waarin een glossy werd geleverd en een boekenbijlage. Dat was wel handig: ik nam de boekenbijlage eruit en maakte met de rest de open haard aan. Toen Vrij Nederland later de boel ging samenvoegen ben ik de rest ook maar gaan lezen.

Indisch Anders is bedoeld voor lezers met belangstelling voor de koloniale en postkoloniale geschiedenis en literatuur. De gratis boekenkrant wordt in een oplage van liefst 50.000 exemplaren verspreid via boekwinkels, bibliotheken, theaters en musea door heel Nederland. De inhoud:

Siem Boon (hoofdredacteur) probeert voor de zoveelste maal wat ik en vele anderen ook hebben gedaan: de positie van mensen uit mengculturen toe te lichten. Een bijna hopeloze taak, maar wie weet gaat het uiteindelijk toch nog lukken… Edy Seriese (directeur IWI) gaat diep in op het boek The Inheritance of Loss, een bestseller van Kiran Desai… Rabin Baldewsingh (wethouder) schrijft een brief aan Tjalie Robinson, multiculturalist pur sang… Nicolette Smabers (schrijfster) publiceert een prozafragment uit een work in progress… Peter van Amstel (musicoloog) gaat in op boeken over Balinese dans en muziek… Sylvia Dornseiffer (directeur Amsterdams Fonds voor de Kunst), Hans Moll (redacteur NRC), Marion Bloem (schrijfster) en ik vormen een kwartet van ‘eminente veellezers’ die hun favoriete boeken van het afgelopen jaar mogen presenteren… Tineke Hellwig (wetenschapper) bespreekt een Maleise roman over Indonesische geschiedenis… Bert Paasman (wetenschapper) bekijkt kritisch de eregalerij van het Letterkundig Museum (waar Indische schrijvers ondervertegenwoordigd zijn)… Leslie Boon (publiciste) komt met een verslag rond het Monument Indië-Nederland in Amsterdam… Siem Boon schrijft een mooi In Memoriam voor Rudy Kousbroek… Eva van Geleuken (neerlandica) interviewt Pauline Slot naar aanleiding van haar boek over de eerste vrouw van Pablo Neruda: een Nederlandse met Indische wortels… Tot slot een oriëntalistische kijk van Pamela Pattynama (wetenschapper) op de film Avatar en verder aandacht voor veel nieuwe boeken…

Je zou wensen dat er geen apartheid heerste in de literaire kritiek en dat het multiculturele verleden van Nederland als vanzelfsprekend week in week uit de pers haalde. Maar nee. Daarom is Indisch Anders niet zomaar een uitgave naast de Pasarkrant en De Sobat van Tong Tong, maar een noodzaak. Of de teksten en besproken boeken ooit onder de ogen komen van het stelletje boerenkinkels dat de canon onnadenkend predikt met hun troeteldier Multatuli op de sokkel als antikoloniale schrijver (wat hij helemaal niet was), valt te hopen. Maar verwachten doe ik dat niet.

De gitaarrevolutie

Op gevoel (5) De gitaarrevolutie

fender stratocaster In Amerika woonde een man die de achternaam Fender droeg. Ook hij keek naar gitaren, maar met een revolutionair oog en zag uiteindelijk niet meer dan een stuk hout met een hals, bespannen met zes snaren. Hij bedacht dat als je het geluid elektrisch versterkte, je helemaal geen holle klankkast nodig had. Fender degradeerde de gitaar tot een plank, waarin hier en daar sleuven zaten voor de elektronica. De hals werd met een paar schroeven aan de plank vastgeschroefd en voor de stemmechanieken vond hij een enkele rij wel genoeg. De Fender-gitaar was geboren, het goedkoopste stuk rotzooi uit de gitaargeschiedenis, maar met een unieke vorm en futuristisch geluid. Elke Indo-rocker werd verliefd op de glanzende Fender Stratocaster, een gitaar waarmee je heerlijk kon showen. Indo-rockers, met The Tielman Brothers als trendsetters, waren latere beroemdheden als Jimi Hendrix en Eric Clapton vooruit. Lang voor Jimi Hendrix speelde Andy Tielman al met zijn tanden. Lang voor Eric Clapton vertolkte Andy Tielman al ballads. En Paul McCartney kreeg gitaarles van Andy Tielman in de vieze kleedkamers van het nachtclubcircuit van Duitsland, nog voordat The Beatles waren geboren.

De Tien Geboden der Muziek werden compleet ondersteboven gehaald. Gebod nr 1 werd: Een gitaar moet glanzen. Gebod nr 2: Een band moet sex-appeal hebben. Gebod nr 3: Ongeacht de moeilijkheidsgraad van het repertoire moet een band voortdurend in beweging zijn op het podium.

Voor roem kenden Indo’s stellig geen gebod. Roem veronderstelt een mentaliteit.

The Tielman Brothers kregen een lucratief contract van de Fender Company aangeboden om reclame voor die ‘planken’ te maken. Maar ja, een Indo was een Indo en morgen was er weer een dag. The Tielman Brothers speelden al in Duitsland, Nederland was veel te klein voor ze en Amerika kon nog wel even wachten. Maar Amerika wachtte niet. The Tielman Brothers hadden net zo beroemd kunnen worden als de Fender-gitaar en misten de grootste kans uit de geschiedenis van de Indorock.

De rest van de wereld zat niet stil. Engelse en Amerikaanse bands bespeelden ook die Fender-planken, maar anders. Hoe? Het verschil lag in timing. Indo-muzikanten speelden nooit op de tel, ze dansten rond het strakke stramien van de vierkwartsmaat, zo verschillend van die Engelsen en Amerikanen, die met strak spel de wereld zouden gaan veroveren.

Indo-muzikanten die met hun Hawaiian-muziek nergens in Nederland meer terechtkonden, althans niet op de grote podia, probeerden hun geluk in Amerika. Tevergeefs. Hawaiian-muziek had afgedaan. Krontjong was in Indonesië achtergebleven. Indo’s wilden dat niet weten, maar het was een feit. Welke Hollander luisterde trouwens naar zoiets als krontjong?

Indo-muzikanten raakten meer en meer aangewezen op de Indische podia, de Indische feestjes doorheen het land, de Pasar Malam in Den Haag voorop. Marginaal werd hun rol, maar minder puristische Indo’s sloten zich aan bij Hollandse bands. En andersom: Hollandse jongens kwamen in Indo-bands spelen. Een mooi symbool voor het einde van de beruchte raciale vechtpartijen, waarachter vaak jaloezie speelde van Hollandse jongens om het geflirt van hun meisjes met Indo’s.

Fragment uit het verhaal “Op gevoel”
Copyright © 2006 Alfred Birney
Meulenhoff, 2006: Indisch leven in Nederland (red. Annemarie Cottaar)

Mary Brückel, de moeder van de pasar malams

Pasar malam betekent avondmarkt. In Indonesië vind je ze waar je maar komt. De Nederlandse evenknie heet Braderie en vindt plaats in de middag. Pasar malams in Nederland vind je ook overal, het hele jaar door, maar deze festivals hebben doorgaans een diepere betekenis dan de avondmarkten in Indonesië. Op Nederlandse pasar malams ontmoeten mensen uit Indische kringen elkaar, er is altijd muziek en soms worden er films vertoond, vinden er lezingen plaats enzovoort. De grootste pasar malam van de wereld was de Pasar Malam Besar, die onlangs werd omgedoopt naar Tong Tong Fair om zo de nadruk op het culturele aspect van de Indische cultuur te leggen in de hoop om niet voor de zoveelste keer als een grootschalig eetfestijn te worden afgeschilderd.

De naam Tong Tong komt van het gelijknamige tijdschrift onder aanvoering van Tjalie Robinson, ooit geheten Onze Brug en thans bekend onder de naam Moesson. Hoe dat allemaal zit met die naamsveranderingen, dat moet u mij maar niet vragen, ik vind het al ingewikkeld zat om ze ook maar neer te pennen. De genoemde namen brengen bij sommigen van de oudere generatie Indo’s en/of Indische mensen nog altijd heftige reacties teweeg, onder wie bij Geraldine Brückel-Lang.

Naar de smaak van Geraldine krijgt haar schoonmoeder Mary Brückel-Beiten te weinig credits in de biografie Tjalie Robinson, biografie van een Indo-schrijver (2008) van Wim Willems. Nou vind ik dat zelf nogal meevallen, ik herinner me althans niet te hebben gelezen dat Wim Willems zijn held Tjalie Robinson als de oprichter van de Pasar Malam Besar/Tong Tong Festival heeft neergezet. Hij zet hem veeleer neer als voortrekker van de Indische gemeenschap in Nederland. Dat hij daarin soms wat ver gaat – bijvoorbeeld door op het podium van Crossing Border te beweren dat de Indische gemeenschap niet had kunnen bestaan zonder Tjalie Robinson – maakt nu even niet uit.

Hoewel de biografie van Wim Willems in de eerste plaats over Tjalie Robinson gaat en niet over postkoloniaal Nederland, vindt Geraldine Brückel-Lang dat de aandacht van de biograaf voor haar schoonmoeder Mary Brückel-Beiten niet ver genoeg gaan. Daarom heeft ze een alleraardigste reader gemaakt: een plak- en knipselboek van de rol die Mary Brückel speelde in de vroegste jaren van postkoloniaal Nederland. Het laat zien hoe Mary al pasar malams organiseerde voordat Tjalie er ook maar aan dacht, onder meer door afdrukken van brieven tussen beiden. De reader is tweetalig en bestaat veelal uit krantenknipsels en fotokopieën van brieven in het Nederlands en de Engelse vertalingen ernaast. Lekker voer voor biografen, al is Mary’s rol niet echt onbekend in Nederland. Niet alles wordt door Geraldine vertaald, zoals de volgende wel zeer smakelijke passage uit een brief van Tjalie aan Mary:

Ik heb nog altijd zo’n stille hoop (of onbewezen overtuiging) dat je nog eens gaat schrijven. Ik heb je opmerkzaam gadegeslagen; ook je omgeving; ook je werk. Je hebt meer van het leven meegemaakt dan b.v. Maria Dermoût, die een heel lieve vriendin van me is, of Hella Haasse, die niet schrijven kan. Of Anna Blaman, die te veel moet opblazen omdat er in werkelijkheid te veel leegte is in haar.

Tjalie schrijft ook nog dat ze daarbij niet direct moet denken aan zoiets als de roman: Let op mijn woorden: de tijd van de roman is voorbij… (1958)

Geïnteresseerden in Geraldine’s boekje over de moeder van de pasar malams in Nederland kunnen haar mailen: wimbruck@telus.net (Canada). Koningin Beatrix kreeg er eentje gratis. U natuurlijk niet ;-)

Pasar Malam Indonesia update

pasar malam Het nieuws van het Nederlands Indisch Cultureel Centrum blijkt wat mank te gaan onder zuivere informatie en steunt bij nader inzien te veel op geruchten. Er staat namelijk wel een Indonesië-paviljoen op de aanstaande Tong Tong Fair. Alleen staat de Ambassade er niet. Verder is de Pasar Malam Indonesia met zijn 3500 vierkante meter ten opzichte van de 20.000 vierkante meter van de Tong Tong Fair met een toegangsprijs van 5 euro eerder duur te noemen. Gedetailleerde informatie ontbreekt verder, omdat er momenteel eenvoudigweg geen enkele informatie uit de eerste hand op het internet te vinden is. Een vergelijking met een van de vele Pasar Malams die het hele jaar door in het hele land te vinden zijn, zou beter op zijn plaats zijn.

Pasar Malam Indonesia

pasar malam Volgens het Nederlands Indisch Cultureel Centrum krijgt Den Haag er een tweede Pasar bij. Van donderdag 1 tot en met maandag 5 april 2010 organiseert de Indonesische Ambassade in Den Haag een eigen Pasar Malam Indonesia. Vijf dagen, analoog aan de Indonesische panca sila. Dat is niet niks.

De Indonesische Ambassade zou zich met het Indonesië paviljoen van de Tong Tong Fair hebben teruggetrokken om met een eigen festival te komen, met uitsluitend Indonesische stands en producten. Men wil de emotionele banden die de mensen in Nederland met Indonesië hebben versterken. Een woordvoerder deelde mee dat het gaat om originele en betaalbare producten en originele warungs. Wat dat met emotionele banden te maken heeft, is op zijn minst vaag te noemen.

De Pasar Malam Indonesia, die minder commercieel zou zijn, wordt net als de oude Pasar Malam Besar / de huidige Tong Tong Fair gehouden op het Malieveld en heeft een oppervlakte van 3500 m2. Het Indonesië paviljoen, de vorige locatie dus op de Tong Tong Fair, besloeg een oppervlakte van bijna 1000 m2.

De vraag is of Tong Tong Fair voorheen Pasar Malam Besar met deze ontwikkeling blij moet zijn. Deze organisatie verliest immers een grote standhouder. Bovendien zijn er nog altijd mensen die eenvoudigweg niet aan de nieuwe naam – Tong Tong Fair – gewend zijn. Het is de bedoeling van de Tong Tong Fair om de aandacht en het accent van het festival op de cultuur te leggen. Dat is te begrijpen, maar veel mensen komen toch voor de gezelligheid, je kunt ze de diepere cultuuruitingen niet door de strot duwen.

De naamsverandering van de Pasar Malam Besar stuitte overal op weerstand. De naam was duidelijk genoeg: de grootste Pasar Malam ter wereld. Die bestaat nu feitelijk niet meer. De organisatie houdt voet bij stuk en heeft er niet voor gekozen de naam alsnog terug te draaien. Of de Tong Tong fair daarmee zijn eigen graf heeft gegraven zal de toekomst uitwijzen.

Aan de Pasar Malam Indonesia is een “Miss Indonesisch” verkiezing gekoppeld. Dat zet, voorlopig, de trend. Maar als deze Pasar Malam een succes wordt en zich gaat uitbreiden met minder voor de hand liggende culturele projecten, dan krijg je wederom een strijd tussen Indonesiërs en Indo’s. Een culturele, zonder kogels en bajonetten maar met veel haat en nijd.

De entree begint verrassend laag. Voor slechts € 5,00 kun je er de hele dag rondstruinen. Vreemd is dat verdere gegevens nog ontbreken, een maand voordat het festival van start gaat.

* Lees de update over dit bericht!

Bezoekersafname Pasar Malam Besar

De bezoekersafname van 25.0000 mensen op de Tong Tong Fair voorheen Pasar Malam Besar kan niet alleen geweten worden aan het mooie en/of het slechte weer. De naamsverandering krijgt eenvoudig geen steun van het publiek. Maar het verdwijnen van Indische mensen van het eerste uur weegt volgens mij écht door. Veel haastige mensen die elkaar op zijn Hollands bijkans van de sokken lopen. Nooit eerder gezien daar. Men behoort te slenteren.

Zendelingen en legerpredikanten

Zo te zien is uitgeverij Athenaeum-Polak en van Gennep bezig de nieuwe Indische uitgeverij, of tenminste een serieuze concurrent van Bert Bakker, voor nonfictie te worden. Dat zou kunnen komen door het succes van Reggie Baaij over zijn boek over de njai. Ik heb het niet gelezen, maar uit wat ik erover hoorde meende ik te moeten opmaken dat de njai een beetje als slachtoffer is neergezet, in elk geval als een persoon om wie de Belanda’s zich nog even schuldig moeten gaan voelen. Een dergelijk perspectief doet het wel aardig hier in Holland. Kom je met een boek over de njai met een grote smoel, dan wordt de boel ineens een stuk complexer. Maar goed, ik moet dat boek nog lezen.

Omdat ik nu en dan een gastrecensie schrijf, weten de auteurs me in elk geval te vinden. Een paar dagen geleden kreeg ik een e-mail van Kristine Groenhart met de mededeling dat haar debuut Leer mij je liefhebben, het bewogen leven van een domineesvrouw op 8 mei aanstaande bij genoemde uitgeverij zal verschijnen. Kristine Groenhart is geboren in Dordrecht (1964) en woont sinds tien jaar in Zuid-Engeland. Ze is Neerlandica.

Het boek gaat over de grootouders van de debutante en verhaalt vanuit het perspectief van de grootmoeder, afgewisseld met fragmenten uit dagboeken, brieven en andere documenten, ook van de grootvader, die van 1934 tot 1948 zendeling en legerpredikant was op Sumatra.

Zendelingen en legerpredikanten vormden een bijzondere groep in de voormalige kolonie. Ik bedoel: ze kwamen geen tabak planten, ze namen geen dienst bij het KNIL, ze waren niet op jacht naar rijke “inlandsche” weduwen (Victor Ido heeft daar een mooie roman over geschreven: In vreemde sferen), nee: ze kwamen God brengen. Bij de kolonisering van Zuid-Amerika door de Portugezen en Spanjaarden was dat allemaal all in, maar de Hollanders hadden elk zo hun specialiteit naast natuurlijk de handel, waarom het allemaal te doen was. Enfin, de Molukken waren al gekerstend, we zullen zien hoe het op Sumatra ging.

De auteur zal met haar boek een dag aanwezig zijn op de 1e editie van de Tong Tong Fair, ofwel op de 51e editie van de Tong Tong Fair voorheen Pasar Malam Besar. Bent u al aan de nieuwe naam gewend?

Uit het leven van een schrijver

Hallo A.,

Hoe gaat het? Ga je dit jaar iets doen op de Pasar Malam, ik bedoel de Tong Tong Fair? Ik heb een vraag. Op verzoek van Johnny Rahaket, violist en koorleider van het 100-koppig Colourful City Koor in Nijmegen, ga ik een bundel samenstellen met een aantal verhalen van zes auteurs, Indisch, Indonesisch en één Nederlander voor het contrast, met als onderwerp de PUPUTAN op Bali, ruim honderd jaar geleden. Ik heb al een paar namen, waar jij er een van bent. Het is onderdeel van de voorstelling PUPUTAN in juni van dit jaar. Hij wil de bundel presenteren op de Tong Tong Fair. Dit betekent dat ik je verhaal, als je mee wilt en kunt doen, – wat ik van harte hoop! – uiterlijk 10 maart moet hebben. Wanneer je ja zegt, mail ik je de voorwaarden. Ik zeg er meteen bij dat er geen vorstelijke gage achter zit, maar vast wel eeuwige roem.

Ik hoor graag van je.

Intussen hartelijke groet van

Z.

Hallo Z.,

Dank voor je uitnodiging, al is het wat kort dag vanwege overige opdrachten. In principe wil ik wel meedoen, maar eerst wil ik de volgende dingen weten:

1. het aantal woorden van het verhaal
2. de termijn waarin het verhaal niet in een andere uitgave mag worden geplaatst
3. het honorarium
4. de namen van de andere schrijvers
5. de uitgever van de bundel
6. de omvang van de bundel
7. de verkoopprijs van de bundel

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Fijn dat je zo snel antwoordt. Ik kan je nog niet op alle vragen antwoord geven, maar wel zo snel mogelijk. Ik ben van 5 t/m 25 februari niet thuis, maar we kunnen wel mailen. Johnny Rahaket wil dit boek koppelen aan de voorstelling Puputan (waarvan het script geschreven wordt door Frans Lopulalan), omdat hij (en ik) steeds weer ontdekken dat men er nauwelijks iets van weet. Schuldgevoel van de Nederlandse kant? Verdringing? De première is op 11 juni en dan volgen er nog een paar voorstellingen in het land. Er wordt hard gewerkt voor en achter de schermen. Zo, nu weet je in elk geval weer iets meer.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo Z.,

Ik antwoord zo snel omdat de uitnodiging erg laat komt. Bij zulke projecten wordt een schrijver gewoonlijk een half jaar tot een jaar tevoren gepolst en niet anderhalve maand voor een deadline. Wordt het boek in eigen beheer uitgegeven misschien? Ik kan Frans Lopulalan wel mailen, maar wat zou hij me dan verder weten te vertellen? Het aantal woorden en de hoogte van het honorarium kun je toch wel alvast noemen? Een goed verhaal heeft tijd nodig, ik ga niets afraffelen, de thematiek is al lastig genoeg. Dus geef de eerste gegevens die een schrijver nodig heeft en niet eerst de deadline.

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Het idee van een boekje is pas een week geleden geboren. We zaten met de gedachte dat we iets moesten doen om wat kennis over de puputan te verspreiden. Het zijn toch zeer tragische en bittere momenten in de geschiedenis van Indonesië en ik denk ook een beetje van Nederland. Vandaar mijn vrij late verzoek. Het aantal woorden heeft een ruime marge: 2000 -3000. Het honorarium: dat kunnen wij niet geven. Behalve natuurlijk een aantal boeken voor elke auteur. Wij hopen dat de auteurs deze gelegenheid willen aanpakken als een vorm van PR. In elk geval schrijft Paula Gomes een verhaal, en Carola Eijsenring, een beginnend schrijfster die al verschillende prijzen won in Brabant. Verder zal mijn opdrachtgever Johnny Rahaket overleggen met Frans Lopulalan om een fragment van zijn script in het boek op te nemen. De Indonesische auteur die wij hebben benaderd is Agus Sarjono, een grote naam in de Indonesische literaire wereld en daarbuiten. Heeft in opdracht van de Universiteit Leiden en de Heinrich Böll Stichting gewerkt en verbleef daarvoor twee keer acht maanden in respectievelijk Nederland en Duitsland. Hij gaat deze verhalen ook vertalen in het Indonesisch en wij gaan praten over publicatie, in en na overleg met de auteurs. Hij is onder meer redacteur van het literaire tijdschrift Horizon. Ik meen uit je mail op te maken dat je “not amused’ ofwel een beetje geïrriteerd bent. Terecht, ik ben niet duidelijk genoeg geweest, waarvoor mijn excuses. Ik ken jou als een gedegen werker en je zult zeker niets afraffelen, dat hoort niet bij jou. Maar de tijd is inderdaad krap en hoe dit komt heb ik hierboven uitgelegd. Als je, na dit gelezen te hebben, denkt dat je het onder deze omstandigheden niet kunt of wilt, even goede vrienden. Ik hoop alleen dat je aan me denkt als overenthousiast voor de goede zaak: een beetje eerherstel voor de Balinees.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo Z.,

Nou, dat “not amused” is natuurlijk iets dat door gaat klinken in mijn mails omdat ik wel vaker vage uitnodigingen krijg met summiere informatie. Te vaak heb ik iets geschreven en er niets voor betaald gekregen, zelfs geen boek opgestuurd gekregen en ga zo maar door, ook voor buitenlandse contacten. Deze gang van zaken wordt met de tijd ook “normaler”: men krijgt een idee, men stuurt even een mailtje en dan ziet men wel weer. Nou blijk jij ook al aan die rare mode mee te gaan doen. “Het idee voor het boekje is een week geleden geboren.” Wat is dat nou, Z.? Ik ben toch geen beginner of zo? Als jij het niet was geweest, dan had je mail allang weggemieterd ja, maar ik vind jou toevallig aardig. Kijk, die vragen van me zijn doodsimpel en de antwoorden daarop horen gewoon in een uitnodiging, zelfs al heb je er geen antwoord op. Dus: uitgever, aantal woorden, eventueel honorarium, oplage etc. Of: wij kunnen u helaas geen honorarium bieden, het idee is pril etc. Dan kan ik direct bepalen of ik er mijn energie in moet gaan stoppen. Maar dat weet je nu wel. Het heeft trouwens niets met Indo’s te maken, de hele wereld werkt zo en dat bevalt me in het geheel niet, amen. Schrijvers als sluitpost van de begroting, dat zit me tot hier, dat moet zo niet doorgaan, dat is een schande. Maar goed, ik blijf in principe, uit sympathie voor jou, nog een klein beetje beschikbaar. Rest mij nog één vraag: wordt het een “boekje” (zo’n stapeltje ingelijmd papier met een kris erop die door het hart van de een of andere Balinees gestoken wordt) of wordt het een serieuze uitgave? Dus: wordt het gewoon een aardige gelegenheidsuitgave dat tijdens en na de voorstellingen wordt uitgedeeld of verkocht, of wordt er een ISBN-nummer aan vastgeplakt en staat er de naam van een uitgever op? Laat me dat nog even weten. Waarom kwamen jullie hier trouwens niet drie jaar eerder mee? Deze zaak is in 1906 al ruimschoots herdacht, een van mijn uitgevers is met de heruitgave gekomen van een boek over die rare actie van die stomme Belanda’s. Beetje mosterd na de maaltijd.

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Natuurlijk heb je gelijk. Ik ín mijn enthousiasme spring ik erin, ja, gaan we doen. Laat ik even voorop stellen dat ik niets betaald krijg voor dit project, zal ik maar zeggen. Ik ga nu proberen je het verhaal te vertellen vanaf het begin.

1. Johnny Rahaket zei zo’n anderhalf jaar geleden in een gesprek tegen mij: Eigenlijk gaat een bepaalde vorm van puputan nog steeds door, anno nu. Ik wil er iets mee doen. Uitgangspunt was zijn vader, KNIL-man, je moet doden als het moet, want je bent militair. Ik heb Johnny ooit geïnterviewd en het is een bitter verhaal. Hij stelde zijn koor voor om naar Bali te gaan en les te nemen in kecak, in de opmaat naar de puputan-voorstelling. Dat was in juni/juli vorig jaar. Zo’n zestig koorleden zijn gegaan. Ik was erbij als tolk. Ik heb het zien groeien. De lessen zijn allemaal gefilmd, zodat de bewegingen en ‘commando ‘s’ etcetera goed waren. Praktisch niemand had nog ooit van de puputan gehoord. Er is een puputan kerkhof op Bali, maar die is van recente datum, van 1947. Terug in Nederland heeft Johnny Frans Lopulalan benaderd om het script te schrijven. Als je ziet wat het koor nu doet en kan ben je sprakeloos. Het is een groot project en ik heb begrepen dat de TV belangstelling heeft. Mijn rol in het geheel is op de achtergrond meekijken, meelezen, meedenken.

2. Het boek. Om de draad met het publiek nog een beetje vast te houden, leek het een goed idee een boek(je) samen te stellen over de puputan. Johnny gaf mij de vrije hand in het benaderen van auteurs. Omdat ik Indische ben, and proud to be one, wilde ik aanvankelijk alleen Indische auteurs. Maar al pratende leek het ook spannend er een Nederlandse en een Indonesische auteur bij te halen. Ik had iemand in gedachten omdat hij een prettige schrijfstijl heeft, al is hij meer een Midden-Oosten kenner. Maar na een gesprek met Frans kwam ik op Ewald van Vugt die twee jaar geleden een boek over de puputan heeft geschreven. Zijn uitgever In de Knipscheer heb ik gepolst en die heeft er wel oren naar. Wanneer het te lang gaat duren, wil Johnny het in eigen beheer uitgeven. Gebonden met een hard kaft, of gelijmd met een gelamineerde kaft, dat weet ik nog niet.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo Z.,

Dat boek van Ewald van Vugt was een heruitgave, het was al eerder in 1986/87 uitgebracht. Ik heb me het lazarus lopen zoeken maar ik heb het waarschijnlijk uitgeleend en zoals je weet komen geleende boeken nooit retour. Beroerd geschreven vond ik het, niet om doorheen te komen, maar Ewald VanVugt is wel dé kenner bij uitstek over Puputan 1906, hij heeft er ook lezingen over gegeven. Ik ben nu dat boek van Edita Morris aan het lezen, Poepoetan, want mijn kennis van de Balinese geschiedenis is slecht, ik heb me altijd verdiept in de Javaanse zooi, dat vond ik al meer dan genoeg. Ik ben nu aan het kijken of ik inderdaad iets zinnigs of iets moois over Puputan zou kunnen schrijven. Technisch kan ik dat wel, maar je moet ook een drive hebben, een wil om het te doen, en die ontbreekt nog bij mij, niet omdat ik niet betaald krijg maar omdat ik helemaal niets heb met Puputan, het verhaal heeft me eenvoudigweg nooit aangesproken. Dus dat is momenteel het probleem: kan ik iets met het thema? Dat Johnny Rahaket liefst zestig koorleden meeneemt, moet wel heel veel geld hebben gekost. Ik vind het nu nog absurder en idioter dat die man niet eerst even normaal over zijn begroting nadenkt. Het is mij allemaal veel te veel van hup we gaan eens even op Bali kijken, we smijten er al het geld tegenaan, we stoppen alles in het koor en… o ja, nu we anderhalf jaar verder zijn, gut laten we Frans Lopulalan eens voor het script vragen, helaas is er geen geld, we moesten namelijk een half vliegtuig afhuren, begrijpt u wel? Ik vind dit zo verschrikkelijk idioot van die man, dat mag je hem gerust zeggen hoor, dat ie een beetje collegialer moet zijn in plaats van als een kinderjuf maar even met een enorme groep naar Bali te vliegen – weet je wat dat kost, Z.? En weet je wat een schrijvertje kost? Nog geen zitplaats in zo’n vliegtuig. Nou, waar hebben we het dan eigenlijk over? Laat die vent maar extra subsidie aanvragen.

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Een onmogelijke love story, een sprookje of zo, zit dat er niet in? Mij spreekt dat verhaal nog steeds aan hoor. Ik voel woede naar de Hollanders die een volk, dit volk, koste wat kost wilden onderdrukken en zo trots was dat zij zich niet liet onderdrukken. Iedereen heeft zijn eigen reis en verblijf betaald, zo enthousiast waren de koorleden. Ik ook. De korting die we kregen vanwege het grote aantal werd hoofdelijk omgeslagen. En nu zeg ik, net als Tjalie tegen zijn vriendje zei: Kallem dong. Vriendje met opgeheven vuist: Ini kallem. Uit: Piekerans. Tot nu toe heeft dus iedereen er zijn eigen geld ingestoken. Het is iets van: geloven in een droom, in dit geval een mooie productie. Want mooi wordt het.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo A.,

Hierbij een artikel dat ik uit Australië ontving. Misschien heb je er iets aan. Verder wil ik je zeggen dat ik voor het eerst over de puputan hoorde, of liever las in het boek Liebe Und Tod auf Bali van Vicky Baum. Ik vind het nog steeds een mooi, ingetogen geschreven boek. Het fragment staat op de laatste pagina ‘s. Het is vertaald en heet dan Liefde en dood op Bali. Vast overbodige info voor jou, maar ik geef het toch maar voor alle zekerheid. Verder ga ik op Bali dichter/schrijver Nyoman Wijaya ontmoeten die over de puputan heeft geschreven. Hebben we dus de Indonesische invalshoek. Ik ga dat fragment in het Nederlands vertalen. Ik heb achteraf gezien het grote geluk gehad een deel HBS en helemaal SMA te hebben gedaan in Indonesië. Daarna heb ik cursussen Bahasa Indonesia gedaan. Ik heb dus the best of both worlds gehad.

Salam,

Z.

Hallo Z.,

Het enige dat ik kan verzinnen is een monoloog met scheldproza dat zo ongeveer zegt dat het die stomme Belanda’s toch allemaal niets kan schelen en dat dat hele puputan-verhaal niet eens vergeten hoeft te worden, simpel omdat het nooit gekend is, etcetera – dat is het enige dat me na een paar dagen van gepeins te binnen schiet. Het puputan-verhaal vervult me namelijk met zoveel weerzin dat ik er alleen maar over kan schelden en mopperen, maar dat schijn ik goed te kunnen – dus geen geseyck over liefde en al dat Vicky Baum- en Evita Morris-gezwam, gewoon lekker schelden, te beginnen op Multatuli met zijn Saidjah en Adinda en dan komen die Batavieren vanzelf wel aan de beurt. Wil je scheldproza? Ja? Nee? Let me know.

Groet,

A.

Dag A.,

Sorry dat ik je nu pas antwoord. Bedankt voor je antwoord. En nogmaals, de schrijvers waren niet een sluitpost. Ik heb gedacht en gehandeld vanuit mijn Indisch-zijn: gotong royong, samen sterk. Ik ben lekker een dagje op familiebezoek geweest. Ik vertrek 5 februari naar Bali via Hong Kong en ben 25 februari terug. En oh zaligheid, ik ga ook een paar dagen naar Surabaya, waar ik ben geboren. Ik heb goed nagedacht over je voorstel en ik denk dat “scheldproza”, zoals jij dit noemt, niet zal passen met de rest van de inhoud van het boekje. Het zou er geen recht aan doen en aan de andere auteurs ook niet. Dus met heel veel spijt moet ik je bedanken voor je moeite tot nu toe. Mocht zich ooit weer iets voordoen, mag ik dan terugkomen? En dan wel met zoveel mogelijk informatie. Ik heb hier echt van geleerd. Dank je voor je duidelijkheid hierin.

Salam manis,

Z.

Zeg F.,

Nou heb ik die Z. waerachtig een schitterend voorstel gedaan, gratis en voor niets, en nu vindt ze mijn idee te eh… kasar! Wat moeten die Batavieren nou met een sprookje of een liefdesverhaal? Dat is voer voor neokoloniale sentimenten. Gescheld, gemopper en gekanker, dat is het enige wat bij dit project past.

Nah,

A.

Hoe gewaagd is Inez Hollanders aanstaande boek?

De Nederlands-Amerikaanse schrijfster Inez Hollander mailde me dat haar boek Silenced Voices, Uncovering a Family’s Colonial History net in Amerika is verschenen. In het voorjaar verschijnt het in het Nederlands bij uitgeverij Atlas, onder de titel Verstilde stemmen, verzwegen levens.

Inez Hollanders voorzaten waren indertijd de Franckens, die de plantage Kali Djompo beheerden, vlakbij de plantages van de Birnies, mijn voorzaten. Tijdens Hollanders onderzoek een jaar of wat terug mailde ze me over de “martelgang” van haar boek. Ze schreef het eerst in het Nederlands, het boek werd aanvankelijk geaccepteerd door Veen, maar die uitgever trok zich op het laatste moment om onduidelijke redenen terug. Op de zestigjarige herdenking van de Japanse capitulatie schreef Hollander een indringend stuk over de revolutie in Soerabaja. De NRC wilde het hebben, het stuk werd geredigeerd maar een week voor publicatie in de prullenbak geworpen. Een vriendin van Hollander wist te vertellen dat de NRC het stuk “te riskant” vond. Hollander heeft toen haar boekmanuscript ook maar helemaal weggelegd. Ze raakte verbitterd en begon te twijfelen aan de vrijheid van meningsuiting in Nederland.

Een Amerikaanse historicus, die Nederlands kon lezen, vroeg haar herhaaldelijk naar het manuscript en wist het op de tafel van Geert Mak te krijgen er een uitgever voor te vinden. Inez Hollander kreeg contact met Geert Mak toen hij ergens een essay van haar las. Via hem kwam het Met die man hebben Indo’s nog een appeltje te schillen (hij noemde Indo’s Indiërs in zijn bestseller De eeuw van mijn vader), wie weet deed hij daarom zijn best om het manuscript bij uitgeverij Atlas uitgegeven te krijgen terecht. Hollander moest de boel wel zelf terugvertalen naar het Nederlands. Hierdoor is het boek volgens de schrijfster zelf genuanceerder geworden.

Hollander denkt dat de vooroordelen van Amsterdam en hoe men binnen de grachtengordel tegen de Nederlandse koloniale geschiedenis aan kijkt, nog altijd een grote rol spelen. Een redacteur, die waarschijnlijk van toeten noch blazen wist, schreef “foute toon” in de kantlijn bij de volgende zin in Hollanders inleiding:

‘Strikt genomen vertel ik in dit boek het verhaal van onze rubber- en koffieplantage Kali Djompo (1899-1957), en mijn familieleden die daar woonden en werkten. Mijn Indische familieleden waren kolonisten die uiteindelijk zelf gekoloniseerd werden (door de Japanners) en verdreven werden (door de Indonesiërs). Als berooide bannelingen arriveerden ze in Nederland, een land dat nog steeds niet voldoende hun bijdrage, hun pijn en hun verlies onderkend heeft.’

Hollander herinnerde me aan een e-mail van me, waarin ik schreef:

‘Wie ook maar de joodse en Indische episodes in de Tweede Wereldoorlog naast elkaar durft te zetten op wat voor manier dan ook, wordt niet gehoord in Nederland.’

Ze vroeg me of ze dat citaat in haar boek mocht opnemen. Dat vond ik goed, maar ik waarschuwde haar nog maar eens op de gevoeligheid die in Nederland hangt ten gevolge van een diepgeworteld schuldgevoel ten opzichte van joden, die hier tijdens WO-II zonder noemenswaardige problemen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Een vergelijking tussen joden en Indische mensen loopt altijd verkeerd af en wel in het nadeel van Indische mensen.

Ik zag eens een televisiedocumentaire waarin een verslaggeefster van joodse komaf net zo lang met een cameraman op een pasar malam in de provincie Indische mensen afzocht totdat ze er eentje vond – Emmy Verhoeff – die wel wilde verklaren dat het leed van Indische mensen wel degelijk vergelijkbaar was dat van joodse mensen. Nou, dat hebben we geweten. Die uitspraak is uit zijn verband gelicht en zwaar aangezet op de Nederlandse televisie uitgezonden. Het is wel vaker voorgekomen dat beide groepen tegenover elkaar werden geplaatst en uitgespeeld in het kader van Neerlands kampioenschap slachtofferschap. Ditmaal was het een reactie op het in het leven roepen van de Stichting Het Gebaar. (N.B. De onlangs door mij besproken biografie van Tjalie Robinson van de hand van Wim Willems is onder meer door de Stichting Het Gebaar gefinancierd – het staat niet voorin het boek vermeld, wat niet erg netjes is, maar dat doet aan het feit niets af dat met de middelen van Het Gebaar in elk geval werk gedaan wordt dat anders was blijven liggen.)

Zoals een goed schrijver of publicist betaamt, kent ook Inez Hollander haar eigenwijze kanten. Ze bedankt me voor mijn waarschuwingen, ze weet precies waar ik het over heb, ze zal ongetwijfeld “over een mijnenveld lopen, maar als genoeg mensen dit gaan zeggen en hebben gezegd dan moet het toch een keer aankomen bij die botte Batavieren. Misschien ben ik een idealist, of een naïeveling, maar de stilte, de taboesfeer zoals die in mijn familie rondom het onderwerp Indië geheerst heeft, moet op een gegeven moment doorbroken worden, hoe dan ook. Soms moet men provoceren om gehoord te worden en misschien betekent dit dat ook dit boek doodgezwegen gaat worden in Nederland, maar dan staat daar nog altijd de Amerikaanse markt tegenover en hoe men hier op dit boek gaat reageren. In zekere zin is dat interessanter dan de voorspellingen die we (nu al ) kunnen doen over de receptie van het boek in Nederland.”

Dus zinnen als “in Nederland is het nog steeds taboe om het lijden van de joden te vergelijken met de ellende van de Europeanen, Indo-Europeanen en romusha’s die het slachtoffer werden van de Japanners” blijven gewoon in haar boek staan. Inez Hollander is een verbeten schrijfster, geboren in 1965, de woede straalt soms van haar e-mails: “Je wil niet weten hoeveel Indo’s hier in Californië zitten, weggekeken uit Nederlands destijds, en niettemin hebben ze een misplaatste nostalgie inzake Nederland, koningshuis etc., daarbij voorbijgaand aan het feit dat het een Indische diaspora is geweest waarbij de Indo’s die nu in Californië wonen, twee keer hun vaderland verloren hebben, maar niks geen bittere gevoelens koesteren.”

De ontvangst van het boek is in Amerika tot dusver positief. De aandacht waait al over naar Australië, waar een kleine groep Indo’s actief bezig is met de koloniale geschiedenis. We zullen zien hoe het het boek hier in Nederland zal vergaan, straks in de lente.