Lezing Indische Genealogische Vereniging

birney twin Afgelopen zondagmiddag hield ik een lezing voor de Indische Genealogische Vereniging. Plaats van handeling was Bronbeek in Arnhem, een oord dat ik jarenlang angstvallig had vermeden. Ten eerste is Arnhem altijd een spookstad voor me geweest, gezien mijn jeugdervaringen daar in een afschuwelijk tehuis dat de naam Welkom droeg. Ik wijdde er een hoofdstuk aan in Het verloren lied. Verder is het zo, dat Bronbeek de herinneringen conserveert aan de oorlog in Indonesië, waar mijn vader als een idioot heeft huisgehouden. Ik schreef daar onder meer over in De onschuld van een vis.

Gelukkig bevond ik me in goed gezelschap en ook het tijdstip van de lezing – drie uur in de middag – was wel te doen. Werkgroep Indische Letteren bijvoorbeeld houdt er bijeenkomsten die ‘s morgens om tien uur beginnen, zodat je om zes uur je bed uit moet. Een dergelijk tropenritme heb ik alleen in Indonesië, niet in Holland.

Ik vertoonde fragmenten uit de film De Birnies en lichtte toe wat voor invloed die film heeft gehad op mijn rivierentrilogie. In de pauze stond ik even buiten een sigaretje te roken, toen een jongeman op me afkwam. Hij stelde zich voor als de zoon van Alfred Birnie, mijn neef en naamgenoot die quasi model heeft gestaan voor mijn dubbelganger in Rivier de IJssel. Wat bleek? In een andere zaal te Bronbeek werd de verjaardag van een ver familielid van me gevierd. Ik haastte me naar de zaal om er met een van de hoofdrolspelers uit de film kennis te maken. Ik had hem nooit eerder in levenden lijve gezien. Ik vroeg hem, en enkele anderen, of ze zin hadden het tweede deel van mijn lezing bij te wonen. Ze weifelden. En ze kwamen niet.

Jammer. Het was een goede middag, met een aandachtig publiek. Ook de rijsttafel als afsluting was niet slecht. Niet slecht betekent niet: goed. Het betekent dat het ermee doorgaat. Al die sajoers en vlees- en tempegerechten bovenop een bord rijst gekwakt, dat is toch hoogst ordinair?

Rivier de IJssel

Alfred Birney Rivier de IJssel
Rivier de IJssel
Novelle
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2010
Hardcover, ingenaaid, met flappen, 112 blz
Cover Sabrina Luthjens
Bestel: online of bij de reguliere boekhandel.
ISBN 978-90-6265-650-9
Prijs: €16,50

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniale geschiedenis aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet.

Rivier de IJssel is Alfred Birney’s follow up van het geroemde Rivier de Lossie, maar kan ook zelfstandig, of in omgekeerde volgorde gelezen worden.

Schitterend geschreven novelle… Arnhem aan Zee.

Chapeau voor de auteur die zijn familiegeschiedenis weet te overstijgen en een universeel verhaal neerzet. Den Haag Centraal.

Birney heeft een heldere stijl van schrijven die erg plezierig aandoet. – NBD/Biblion.

Solodans van Aafke de Jong

Deze solodans van Aafke de Jong werd onlangs uitgevoerd in kunstruimte Bosch te Arnhem op 17 december 2011. De solodans is voortgekomen uit de voorstelling In the Beginning there was, uitgevoerd op Festival Nulpunt, 1 oktober 2011 aan Rivier de IJssel, onder de spoorbrug van Arnhem naar Westervoort. In die voorstelling werd onder meer gebruik gemaakt van een enorme hoeveelheid rivierklei, waaruit de dansers tevoorschijn kwamen.

Aafke de Jong maakt in deze solodans gebruik van resten klei uit die voorstelling. Het bijzondere aan deze solodans is dat zij als choreografe nu zelf als danser optreedt en zich beperkt tot een zeer klein oppervlak. De clip toont enkele fragmenten uit haar voorstelling op de muziek van Steve Reich’s Elektrisch Guitar Phase.

L’association Pasar Malam…

L’association Pasar Malam se réjouit de la ré adhésion* de

Alfred Birney!


alfred birney

Écrivain néerlandais, né en 1951 aux Pays-Bas d’une mère hollandaise et d’un père indo-néerlandais de Surabaya, descendant d’une famille de planteurs aux origines chinoise et écossaise, Alfred Birney réside à La Haye où il écrit depuis 1987 des romans (surtout), des essais, des critiques, des articles journalistiques (parfois).

Son style est à la fois narratif, expérimental, rêveur, tour à tour chaleureux et distant. En revanche dans ses essais et critiques il adopte volontiers un ton mordant, ironique, humoristique aussi.

Ses thèmes récurrents : la solitude, l’amour, et la musique ; le racisme, l’histoire coloniale et postcoloniale.

Citons quelques ouvrages liés a l’Indonésie :

- Vogels rond een Vrouw, In de Knipscheer, 1991, traduit en indonésien Lalu Ada Burung, Galang Press, 2002 (Des oiseaux autour d’une femme).

- De Onschuld van een Vis, In de Knipscheer, 1995, traduit en indonésien Ikan Tanpa Salah, Galag Press, 2004 (L’innocence d’un poisson).

La trilogie des rivières:

- Rivier de Lossie, In de Knipscheer, 2009.

- Rivier de IJssel, In de Knipscheer, 2010.

- Rivier de Brantas, In de Knipscheer, 2011.

*Alfred Birney a été membre de Pasar Malam en 2006


Collection du Banian/Association Pasar Malam

Johanna Lederer
14 rue du Cardinal Lemoine – 75005 Paris
Téléphone : 01 56 24 94 53
afi.pasar-malam@wanadoo.fr

http://pasarmalam.free.fr

Brief van De Contrabas

Geachte heer Birney,

Beste Alfred,

Laat ik je maar tutoyeren, ook al hebben we elkaar maar één keer ontmoet, vroeger, in Nijmegen. Jij was te gast bij het Literair Café in het inmiddels verdwenen O42 en ik was mederedacteur van een, tsja, literair tijdschrift(je) dat Tristan heette.

Niet lang na je optreden zou je in het laatste nummer van dat blad publiceren, een kort verhaal denk ik, en een medewerker schreef een ‘essay’ over je werk, dat toen uit twee romans bestond. Tristan verdween (gelukkig) en ik verloor je, ergens eind jaren negentig, in literaire zin uit het oog.

de contrabas literair magazine

Daar is onlangs verandering in gekomen. Ik las je drie meest recente novelles (Rivier de Lossie, Rivier de IJssel en Rivier de Brantas), allemaal verschenen bij In De Knipscheer en het boek Yournael van Cyberneylees verder op De Contrabas.

Trilogie


Rivier de Lossie     rivier de ijssel     rivier de brantas

Met het onlangs verschenen boek Rivier de Brantas voltooit Alfred Birney een trilogie waarin de echo van de koloniale geschiedenis van Nederland doorklinkt: een zeer interessante episode die in de vergetelheid dreigt te raken. Voor Alfred Birney, een Nederlandse schrijver van gemengde afkomst, spelen drie landen een rol in zijn zoektocht naar sporen uit het verleden: Schotland in Rivier de Lossie (2009), Nederland in Rivier de IJssel (2010) en Indonesië in Rivier de Brantas (2011).

Alfred Birney is als chroniqueur van Nederlands-Indië uitstekend in staat om in deze drie novellen drie werelden (de Schots-Nederlandse, de Chinees-Nederlandse en Indonesisch-Nederlandse) naadloos met elkaar te verbinden. De trilogie begint omstreeks 1750 en eindigt 250 jaar later. Als in een film proef je de sfeer en de plekken die worden beschreven, met zelfs een uitstapje naar de 9e eeuw toen de Scoten en de Picten elkaar bevochten. Iedere novelle is te lezen als een afgerond verhaal.

Rivier de Lossie

Hoe komen drie benen op een wapenschild terecht en meer dan duizend jaar later op het etiket van een ketjapfles? Waardoor worden mensen soms dagenlang achtervolgd door hetzelfde lied? Waarom zijn het zo vaak onbekenden die ons heel anders naar de dingen laten kijken? Vragen uit de sfeervolle novelle Rivier de Lossie, die zich afspeelt in Schotland in de beginjaren negentig van de vorige eeuw. Een Nederlandse folkgitarist is er op zoek naar zijn Schots-Aziatische voorgeschiedenis. Tegen het decor van leisteen en voortspoedend water ontmoet hij een betoverende vrouw die hij uit een ballade uit zijn vroegere repertoire meent te herkennen. Maar wie is zij in werkelijkheid? Rond hun kortstondige samenzijn spelen thema’s die altijd actueel zijn: oorlog, migratie, afkomst, de fascinatie voor het onbekende en het noodlot. Bestel de betoverende novelle Rivier de Lossie!

Rivier de IJssel

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniale geschiedenis aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet. Bestel de schitterende novelle Rivier de IJssel zonder verzendkosten!

Rivier de Brantas

Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis de revue via de sporen en de portretten van een roemruchte en kleurrijke plantersfamilie, terwijl je de intrigerende belevenissen van de hoofdpersoon, een reizende gitarist, op de voet volgt. Bestel de magische novelle Rivier de Brantas zonder verzendkosten!

Een duizelingwekkend gesprek

tekening van kafka Ik had vier dagen geleden een interviewer over de vloer die me met het stellen van enkele simpele vragen dwong af te dalen in gebieden van mijn herinnering waar ik liever niet meer kwam. De interviewer had een duik in mijn hele oeuvre genomen en er de belangrijkste persoonlijke motieven uit gehaald. Ik ben een schrijver die die motieven in dienst van zijn boeken stelt en het liefst met distantie over zijn romanhelden praat. Ditmaal had ik geen verweer en er ontspon zich een uiterst persoonlijk gesprek. Ik verbaasde me over wat er allemaal bij me naar boven kwam en op het moment van dit schrijven verbaas ik me zelfs over wat ik allemaal al geschreven heb.

Het gesprek met de interviewer, die me een “getormenteerd schrijver” noemde, duurde uren. Later bedacht ik dat het wellicht mijn leerzaamste gesprek ooit was met welke journalist dan ook. Ik moest veel aan Kafka denken, ooit een van mijn grote inspirators. Kijk eens naar zijn tekening…

Maar de volgende dag duizelde het letterlijk in mijn hoofd. Ik zeg: letterlijk. Een dag later had ik nog steeds last van duizelingen. Ik ben het internet gaan afzoeken naar oorzaken van duizelingen. Gewapend met een lijstje van aandoeningen bezocht ik mijn huisarts. Mijn bloeddruk was perfect. Met een paar simpele bewegingen probeerde ik de duizeligheid weer op te wekken, maar er gebeurde niets.

Ik vertelde mijn huisarts over het interview. Hij zei dat duizelingwekkende gesprekken bestaan. En hij feliciteerde me met deze les.

Morgen komt een volgende journalist langs, maar alleen om over rivieren te praten… Rivier de Lossie, Rivier de IJssel, Rivier de Brantas. Intussen dient zich een duizelingwekkend aantal verhalen aan die ik nog vertellen moet.

Laatste correcties Rivier de Brantas

logo alfred birney weblog De tweede en laatste corrector van de uitgever heeft zijn werk digitaal verstuurd. Dat is weer eens wat anders dan een papieren manuscript met krabbels in rood, groen en zwart. Interessant om te zien waar de een of de ander op let. De één heeft een voorliefde voor spelling en interpunctie, de ander voor woordvolgorde en schrappen van informatie. Wat ik bijvoorbeeld nu bij de credits zie staan is het volgende:

Met dank van de auteur aan het Letterenfonds voor het verstrekken van een werkbeurs.

De corrector vindt het kennelijk duidelijk genoeg dat de auteur zijn dank uitspreekt. Maar zonder de auteur te noemen kan het net zo goed zijn dat ook uitgever en vormgever dankbaar zijn. De doorhaling kan dus weer weg, want ook correctoren moeten gecorrigeerd worden.

Ik zit nu dus op dit niveau in het laatste deel van mijn trilogie in novellen: Rivier de Lossie – Rivier de IJssel – Rivier de Brantas. Valt mee, kwestie van jezelf een weekend opsluiten, de telefoon niet opnemen, geen e-mails ophalen of verzenden, niet op Facebook verschijnen, kortom lekker asociaal zijn (een fenomeen waar elke schrijver mee moet omgaan, en de mensen rond de schrijver… die dat niet altijd waarderen). En vooral de suggesties van de corrector met een korrel zout nemen. Wat niet betekent dat ik ze niet serieus neem. Die van de eerste corrector spoken nog door mijn hoofd, althans één opmerking van hem. Misschien dat ik er toch maar iets mee ga doen. Kwestie van de eerste zin herschrijven, dat is alles.

De uitgave van Rivier de Brantas moet in februari 2011 plaatsvinden.

Rivier de Brantas begint te stromen

logo alfred birney weblog Op mijn bureau ligt naast mijn toetsenbord mijn manuscript, feestelijk bekrabbeld met de correcties van een uitgeversredacteur. Hij heeft een voorliefde voor accenttekens en puntkomma’s. Laat ik daar nou toevallig een bloedhekel aan hebben. Die stomme Hollanders doen eerst alle moeite om zich van trema’s en overige ‘hinderlijke’ leestekens te ontdoen (zoëven werd zo-even) en dan komen ze met á’s en ó’s aangehobbeld, na een eeuw Couperus’ eigen spelling te hebben verkracht. Mijn redacteur stelt zoiets voor:

Ik wist niet of ik bang was voor háár, voor haar verschíjning of voor de onduidelijke bóódschap die ze mij probeerde over te brengen.

Een vriendin van me schrijft zo, alsof ze praat. Erg mooi, maar ik zet alleen een accentteken als het echt moet. Dus niet als het écht móét.

Uiteraard is mijn redacteur goed in spellen. Hij weet precies wanneer je ergens vanuit gaat of ergens van uitgaat, ervanuitgaande dat Van Dale het allemaal wel weet. Maar Van Dale schrijft niets voor, Van Dale beschrijft. Er zijn bij mijn weten een slordige vijf spellingboekjes in Nederland te vinden: het groene boekje, het rode boekje, het blauwe boekje, het witte boekje en het groen-geile boekie. Ik schrijf ze zonder hoofdletters neer, want anders moet ik steeds de shifttoets indrukken en dáár heb ík nú géén zín in. Schrijvers moeten kunnen spellen, maar een dicteewedstrijd winnen zou werkelijk een afgang voor een schrijver zijn. Spellen is namelijk voor apen, het is nadoen. Spellen is voor de brave burger, het is doen zoals het moet. Spellen is niet creatief. Aan de kijkcijfers van het Nationale Dictee kun je wel ongeveer aflezen hoeveel oncreatieve mensen Nederland rijk is. Nog méér dan het aantal mensen dat een boek probeert te schrijven.

Toch ben ik blij met mijn redacteur. Wanneer je een manuscript vijf keer hebt herschreven, ga je blinde vlekken ontwikkelen. Door het verplaatsen van tekst ontstaan bijvoorbeeld gemakkelijk doublures. Het lastigs is te bepalen welke Maleise of Indische of Indonesische uitdrukkingen wel of niet in een woordenlijstje achterin moet worden opgenomen. Iedereen heeft weleens (moet dit woordje los geschreven of aan elkaar?) van ‘tempo doeloe’ gehoord, maar niet iedereen weet wat dat precies betekent. Volgens Van Dale zou een ‘toean besar’ een titel zijn die ‘de inheemse bevolking van het voormalige Nederlands-Indië aan de gouverneur-generaal gaf, ook wel informeel door de Europeanen gebruikt.’

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Reden waarom ik ‘toean besar’ in mijn woordenlijst heb opgenomen, waar het volgens mijn redacteur niet hoeft te staan omdat het in de Van Dale staat. En omdat het zus en zo in de Van Dale staat denkt mijn redacteur opeens dat een van mijn romanhelden gouverneur-generaal was.

Natuurlijk is er ook gedoe rond het begrip ‘Indo’. Volgens de meeste spellingboekjes moet Indo met kleine letter worden geschreven: indo. Indo’s vormen namelijk geen volk maar een groep. Zoals eskimo’s en zigeuners. Sinds zigeuners de volkenrechtelijke status van Roma en Sinti hebben gekregen, moeten die groepen met een hoofdletter worden geschreven.

Harry Mulisch had maling aan hoofdletters in zijn roman De aanslag. Duitsers en overige volken krijgen een kleine letter. Dat was zijn keus. En Indo met een hoofdletter is mijn keus. Simpel. Overigens staat het proza van Mulisch vol met puntkomma’s, hij was gek op die broekrok uit onze leestekengarderobe.

Terug naar de toean besar of de toewan besar of de toewaan besar of de tuan besar. Een meneer in goeden doen. Naast gouverneurs-generaal waren er veel toewans besar. Dat Van Dale dat niet weet, kan ik ook niet helpen. Dit krijg je ervan als je scholieren de verkeerde boeken laat lezen. Die gaan later namelijk uitmaken hoe de volgende nieuwe spelling eruit moet gaan zien. Het bekrompen idee dat de Nederlandse geschiedenis zich alleen maar achter onze duinen heeft afgespeeld, dringt zich dan eens te meer op. De hongerwinter and all that. Zal het ooit nog wat worden met de fusie tussen onze traditionele en (post)koloniale geschiedschrijving? Ik betwijfel het, maar een serieuze schrijver heeft nog altijd een taak, ook in de huidige tijd van hypes, oppervlakkigheid en vluchtigheid. Reden waarom ik een trilogie schrijf van Rivier de Lossie – Rivier de IJssel – Rivier de Brantas. Want ja, er zijn dingen die moeten worden gezegd. Móéten, zou mijn redacteur schrijven. Ja, het moet gezegd. Het moest gezegd. Eh… het is al gezegd, maar men heeft (nog) niet geluisterd.

Rivier de Brantas moet volgende week worden ingeleverd. Er komt dan nog een rondje voor de zetproeven. In februari moet het verschijnen. Soms word ik dol van de correcties en ga ik met mijn websites spelen. Ik bewerk ze, verkracht ze, verplaats ze, jaag mijn bezoekers weg, en dan zet ik alles weer in de oorspronkelijke staat terug. Het is nu 4 minuten voor 4 in de ochtend. Ik ga de afwas maar eens doen.