Rivier de Lossie

alfred birney rivier de lossieAlfred Birney
Rivier de Lossie
Novelle
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2009
Hardcover, ingenaaid, met flappen, 104 blz
Cover Sabrina Luthjens
ISBN 978-90-6265-590-8
Prijs: €16,50
Bestel: Beslist, Cosmox (NL), Cosmox (BE), of bij de reguliere boekhandel.

Hoe komen drie benen op een wapenschild terecht en meer dan duizend jaar later op het etiket van een ketjapfles? Waardoor worden mensen soms dagenlang achtervolgd door hetzelfde lied? Waarom zijn het zo vaak onbekenden die ons heel anders naar de dingen laten kijken? Vragen uit de sfeervolle novelle Rivier de Lossie, die zich afspeelt in Schotland in de beginjaren negentig van de vorige eeuw. Een Nederlandse folkgitarist is er op zoek naar zijn Schots-Aziatische voorgeschiedenis. Tegen het decor van leisteen en voortspoedend water ontmoet hij een betoverende vrouw die hij uit een ballade uit zijn vroegere repertoire meent te herkennen. Maar wie is zij in werkelijkheid? Rond hun kortstondige samenzijn spelen thema’s die altijd actueel zijn: oorlog, migratie, afkomst, de fascinatie voor het onbekende en het noodlot.

Rivier de Lossie is Alfred Birney’s literaire comeback na een periode van columns, recensies, verhalen en artikelen schrijven naast redactiewerk en ghostwriting.

Werkelijk prachtig verteld. Caraibisch Uitzicht.

Niet meer een van de best bewaarde geheimen, maar een aangename ontdekking. De Rescensent.

Hij komt steeds dichter bij zichzelf. Den Haag Centraal nr 105.

Beluister een streamed radio-interview van 29 mei jl. op Radio Amsterdam Fm.

Rivier de Lossie is een novelle zoals alleen Alfred Birney die kan schrijven. Economisch geschreven als het is, staat er geen woord te veel. Maar wat er staat klinkt nog lang na herlezing door. Literatuurplein.nl.

Een aanrader? Ja. Indisch3.0.

Werkelijk mooi en beeldend proza. Moesson.

Subtiele vertelling. – Jan-Hendrik Bakker in AD Haagsche Courant.

Meer dan geslaagde rentree… meesterlijk… een prachtige novelle. Biblion.

Hiermee heeft Birney een eigentijdse variant op de Indische mythen en sagen geïntroduceerd, zonder te vervallen in voor de hand liggende parallellen met Indonesië. Archipel Magazine.


ernst jansz speelt op presentatie alfred birney amsterdam 2009

Foto: Ernst Jansz staat klaar om The Ferryman’s Daughter van Donovan te vertolken op Alfred Birney’s presentatie van Rivier de Lossie. Amsterdam: boekhandel Schreurs en De Groot, 29 mei 2009.

L’association Pasar Malam…

L’association Pasar Malam se réjouit de la ré adhésion* de

Alfred Birney!


alfred birney

Écrivain néerlandais, né en 1951 aux Pays-Bas d’une mère hollandaise et d’un père indo-néerlandais de Surabaya, descendant d’une famille de planteurs aux origines chinoise et écossaise, Alfred Birney réside à La Haye où il écrit depuis 1987 des romans (surtout), des essais, des critiques, des articles journalistiques (parfois).

Son style est à la fois narratif, expérimental, rêveur, tour à tour chaleureux et distant. En revanche dans ses essais et critiques il adopte volontiers un ton mordant, ironique, humoristique aussi.

Ses thèmes récurrents : la solitude, l’amour, et la musique ; le racisme, l’histoire coloniale et postcoloniale.

Citons quelques ouvrages liés a l’Indonésie :

- Vogels rond een Vrouw, In de Knipscheer, 1991, traduit en indonésien Lalu Ada Burung, Galang Press, 2002 (Des oiseaux autour d’une femme).

- De Onschuld van een Vis, In de Knipscheer, 1995, traduit en indonésien Ikan Tanpa Salah, Galag Press, 2004 (L’innocence d’un poisson).

La trilogie des rivières:

- Rivier de Lossie, In de Knipscheer, 2009.

- Rivier de IJssel, In de Knipscheer, 2010.

- Rivier de Brantas, In de Knipscheer, 2011.

*Alfred Birney a été membre de Pasar Malam en 2006


Collection du Banian/Association Pasar Malam

Johanna Lederer
14 rue du Cardinal Lemoine – 75005 Paris
Téléphone : 01 56 24 94 53
afi.pasar-malam@wanadoo.fr

http://pasarmalam.free.fr

Brief van De Contrabas

Geachte heer Birney,

Beste Alfred,

Laat ik je maar tutoyeren, ook al hebben we elkaar maar één keer ontmoet, vroeger, in Nijmegen. Jij was te gast bij het Literair Café in het inmiddels verdwenen O42 en ik was mederedacteur van een, tsja, literair tijdschrift(je) dat Tristan heette.

Niet lang na je optreden zou je in het laatste nummer van dat blad publiceren, een kort verhaal denk ik, en een medewerker schreef een ‘essay’ over je werk, dat toen uit twee romans bestond. Tristan verdween (gelukkig) en ik verloor je, ergens eind jaren negentig, in literaire zin uit het oog.

de contrabas literair magazine

Daar is onlangs verandering in gekomen. Ik las je drie meest recente novelles (Rivier de Lossie, Rivier de IJssel en Rivier de Brantas), allemaal verschenen bij In De Knipscheer en het boek Yournael van Cyberneylees verder op De Contrabas.

Trilogie


Rivier de Lossie     rivier de ijssel     rivier de brantas

Met het onlangs verschenen boek Rivier de Brantas voltooit Alfred Birney een trilogie waarin de echo van de koloniale geschiedenis van Nederland doorklinkt: een zeer interessante episode die in de vergetelheid dreigt te raken. Voor Alfred Birney, een Nederlandse schrijver van gemengde afkomst, spelen drie landen een rol in zijn zoektocht naar sporen uit het verleden: Schotland in Rivier de Lossie (2009), Nederland in Rivier de IJssel (2010) en Indonesië in Rivier de Brantas (2011).

Alfred Birney is als chroniqueur van Nederlands-Indië uitstekend in staat om in deze drie novellen drie werelden (de Schots-Nederlandse, de Chinees-Nederlandse en Indonesisch-Nederlandse) naadloos met elkaar te verbinden. De trilogie begint omstreeks 1750 en eindigt 250 jaar later. Als in een film proef je de sfeer en de plekken die worden beschreven, met zelfs een uitstapje naar de 9e eeuw toen de Scoten en de Picten elkaar bevochten. Iedere novelle is te lezen als een afgerond verhaal.

Rivier de Lossie

Hoe komen drie benen op een wapenschild terecht en meer dan duizend jaar later op het etiket van een ketjapfles? Waardoor worden mensen soms dagenlang achtervolgd door hetzelfde lied? Waarom zijn het zo vaak onbekenden die ons heel anders naar de dingen laten kijken? Vragen uit de sfeervolle novelle Rivier de Lossie, die zich afspeelt in Schotland in de beginjaren negentig van de vorige eeuw. Een Nederlandse folkgitarist is er op zoek naar zijn Schots-Aziatische voorgeschiedenis. Tegen het decor van leisteen en voortspoedend water ontmoet hij een betoverende vrouw die hij uit een ballade uit zijn vroegere repertoire meent te herkennen. Maar wie is zij in werkelijkheid? Rond hun kortstondige samenzijn spelen thema’s die altijd actueel zijn: oorlog, migratie, afkomst, de fascinatie voor het onbekende en het noodlot. Bestel de betoverende novelle Rivier de Lossie!

Rivier de IJssel

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniale geschiedenis aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet. Bestel de schitterende novelle Rivier de IJssel zonder verzendkosten!

Rivier de Brantas

Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis de revue via de sporen en de portretten van een roemruchte en kleurrijke plantersfamilie, terwijl je de intrigerende belevenissen van de hoofdpersoon, een reizende gitarist, op de voet volgt. Bestel de magische novelle Rivier de Brantas zonder verzendkosten!

Een duizelingwekkend gesprek

tekening van kafka Ik had vier dagen geleden een interviewer over de vloer die me met het stellen van enkele simpele vragen dwong af te dalen in gebieden van mijn herinnering waar ik liever niet meer kwam. De interviewer had een duik in mijn hele oeuvre genomen en er de belangrijkste persoonlijke motieven uit gehaald. Ik ben een schrijver die die motieven in dienst van zijn boeken stelt en het liefst met distantie over zijn romanhelden praat. Ditmaal had ik geen verweer en er ontspon zich een uiterst persoonlijk gesprek. Ik verbaasde me over wat er allemaal bij me naar boven kwam en op het moment van dit schrijven verbaas ik me zelfs over wat ik allemaal al geschreven heb.

Het gesprek met de interviewer, die me een “getormenteerd schrijver” noemde, duurde uren. Later bedacht ik dat het wellicht mijn leerzaamste gesprek ooit was met welke journalist dan ook. Ik moest veel aan Kafka denken, ooit een van mijn grote inspirators. Kijk eens naar zijn tekening…

Maar de volgende dag duizelde het letterlijk in mijn hoofd. Ik zeg: letterlijk. Een dag later had ik nog steeds last van duizelingen. Ik ben het internet gaan afzoeken naar oorzaken van duizelingen. Gewapend met een lijstje van aandoeningen bezocht ik mijn huisarts. Mijn bloeddruk was perfect. Met een paar simpele bewegingen probeerde ik de duizeligheid weer op te wekken, maar er gebeurde niets.

Ik vertelde mijn huisarts over het interview. Hij zei dat duizelingwekkende gesprekken bestaan. En hij feliciteerde me met deze les.

Morgen komt een volgende journalist langs, maar alleen om over rivieren te praten… Rivier de Lossie, Rivier de IJssel, Rivier de Brantas. Intussen dient zich een duizelingwekkend aantal verhalen aan die ik nog vertellen moet.

John Renbourn – The South Wind / Blarney Pilgrim

Was Rivier de Lossie misschien Donovan’s inspiratiebron geweest? Had de zanger, zoals ik, wel eens het gevoel in de verkeerde tijd te leven? Mij leek dat de zanger in elk geval niet, zoals ik, het gevoel had in het verkeerde land te leven. Misschien in een verkeerde tijd, maar dat was wat anders. Donovan behoorde een volk toe, een Angelsaksische cultuur. Ikzelf behoorde geen volk toe, wortelde niet in een duidelijke cultuur, en dat kwelde me. Als ik bedacht dat Schotland de doedelzak had, Indonesië de gamelan en China de guzheng, dan scheen Nederland me zo armzalig toe.

Ik moest aan deze passage denken uit mijn novelle Rivier de Lossie (pag 22/23), toen ik op deze opname van John Renbourn stuitte.

Laatste correcties Rivier de Brantas

logo alfred birney weblog De tweede en laatste corrector van de uitgever heeft zijn werk digitaal verstuurd. Dat is weer eens wat anders dan een papieren manuscript met krabbels in rood, groen en zwart. Interessant om te zien waar de een of de ander op let. De één heeft een voorliefde voor spelling en interpunctie, de ander voor woordvolgorde en schrappen van informatie. Wat ik bijvoorbeeld nu bij de credits zie staan is het volgende:

Met dank van de auteur aan het Letterenfonds voor het verstrekken van een werkbeurs.

De corrector vindt het kennelijk duidelijk genoeg dat de auteur zijn dank uitspreekt. Maar zonder de auteur te noemen kan het net zo goed zijn dat ook uitgever en vormgever dankbaar zijn. De doorhaling kan dus weer weg, want ook correctoren moeten gecorrigeerd worden.

Ik zit nu dus op dit niveau in het laatste deel van mijn trilogie in novellen: Rivier de Lossie – Rivier de IJssel – Rivier de Brantas. Valt mee, kwestie van jezelf een weekend opsluiten, de telefoon niet opnemen, geen e-mails ophalen of verzenden, niet op Facebook verschijnen, kortom lekker asociaal zijn (een fenomeen waar elke schrijver mee moet omgaan, en de mensen rond de schrijver… die dat niet altijd waarderen). En vooral de suggesties van de corrector met een korrel zout nemen. Wat niet betekent dat ik ze niet serieus neem. Die van de eerste corrector spoken nog door mijn hoofd, althans één opmerking van hem. Misschien dat ik er toch maar iets mee ga doen. Kwestie van de eerste zin herschrijven, dat is alles.

De uitgave van Rivier de Brantas moet in februari 2011 plaatsvinden.

Rivier de Brantas begint te stromen

logo alfred birney weblog Op mijn bureau ligt naast mijn toetsenbord mijn manuscript, feestelijk bekrabbeld met de correcties van een uitgeversredacteur. Hij heeft een voorliefde voor accenttekens en puntkomma’s. Laat ik daar nou toevallig een bloedhekel aan hebben. Die stomme Hollanders doen eerst alle moeite om zich van trema’s en overige ‘hinderlijke’ leestekens te ontdoen (zoëven werd zo-even) en dan komen ze met á’s en ó’s aangehobbeld, na een eeuw Couperus’ eigen spelling te hebben verkracht. Mijn redacteur stelt zoiets voor:

Ik wist niet of ik bang was voor háár, voor haar verschíjning of voor de onduidelijke bóódschap die ze mij probeerde over te brengen.

Een vriendin van me schrijft zo, alsof ze praat. Erg mooi, maar ik zet alleen een accentteken als het echt moet. Dus niet als het écht móét.

Uiteraard is mijn redacteur goed in spellen. Hij weet precies wanneer je ergens vanuit gaat of ergens van uitgaat, ervanuitgaande dat Van Dale het allemaal wel weet. Maar Van Dale schrijft niets voor, Van Dale beschrijft. Er zijn bij mijn weten een slordige vijf spellingboekjes in Nederland te vinden: het groene boekje, het rode boekje, het blauwe boekje, het witte boekje en het groen-geile boekie. Ik schrijf ze zonder hoofdletters neer, want anders moet ik steeds de shifttoets indrukken en dáár heb ík nú géén zín in. Schrijvers moeten kunnen spellen, maar een dicteewedstrijd winnen zou werkelijk een afgang voor een schrijver zijn. Spellen is namelijk voor apen, het is nadoen. Spellen is voor de brave burger, het is doen zoals het moet. Spellen is niet creatief. Aan de kijkcijfers van het Nationale Dictee kun je wel ongeveer aflezen hoeveel oncreatieve mensen Nederland rijk is. Nog méér dan het aantal mensen dat een boek probeert te schrijven.

Toch ben ik blij met mijn redacteur. Wanneer je een manuscript vijf keer hebt herschreven, ga je blinde vlekken ontwikkelen. Door het verplaatsen van tekst ontstaan bijvoorbeeld gemakkelijk doublures. Het lastigs is te bepalen welke Maleise of Indische of Indonesische uitdrukkingen wel of niet in een woordenlijstje achterin moet worden opgenomen. Iedereen heeft weleens (moet dit woordje los geschreven of aan elkaar?) van ‘tempo doeloe’ gehoord, maar niet iedereen weet wat dat precies betekent. Volgens Van Dale zou een ‘toean besar’ een titel zijn die ‘de inheemse bevolking van het voormalige Nederlands-Indië aan de gouverneur-generaal gaf, ook wel informeel door de Europeanen gebruikt.’

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Reden waarom ik ‘toean besar’ in mijn woordenlijst heb opgenomen, waar het volgens mijn redacteur niet hoeft te staan omdat het in de Van Dale staat. En omdat het zus en zo in de Van Dale staat denkt mijn redacteur opeens dat een van mijn romanhelden gouverneur-generaal was.

Natuurlijk is er ook gedoe rond het begrip ‘Indo’. Volgens de meeste spellingboekjes moet Indo met kleine letter worden geschreven: indo. Indo’s vormen namelijk geen volk maar een groep. Zoals eskimo’s en zigeuners. Sinds zigeuners de volkenrechtelijke status van Roma en Sinti hebben gekregen, moeten die groepen met een hoofdletter worden geschreven.

Harry Mulisch had maling aan hoofdletters in zijn roman De aanslag. Duitsers en overige volken krijgen een kleine letter. Dat was zijn keus. En Indo met een hoofdletter is mijn keus. Simpel. Overigens staat het proza van Mulisch vol met puntkomma’s, hij was gek op die broekrok uit onze leestekengarderobe.

Terug naar de toean besar of de toewan besar of de toewaan besar of de tuan besar. Een meneer in goeden doen. Naast gouverneurs-generaal waren er veel toewans besar. Dat Van Dale dat niet weet, kan ik ook niet helpen. Dit krijg je ervan als je scholieren de verkeerde boeken laat lezen. Die gaan later namelijk uitmaken hoe de volgende nieuwe spelling eruit moet gaan zien. Het bekrompen idee dat de Nederlandse geschiedenis zich alleen maar achter onze duinen heeft afgespeeld, dringt zich dan eens te meer op. De hongerwinter and all that. Zal het ooit nog wat worden met de fusie tussen onze traditionele en (post)koloniale geschiedschrijving? Ik betwijfel het, maar een serieuze schrijver heeft nog altijd een taak, ook in de huidige tijd van hypes, oppervlakkigheid en vluchtigheid. Reden waarom ik een trilogie schrijf van Rivier de Lossie – Rivier de IJssel – Rivier de Brantas. Want ja, er zijn dingen die moeten worden gezegd. Móéten, zou mijn redacteur schrijven. Ja, het moet gezegd. Het moest gezegd. Eh… het is al gezegd, maar men heeft (nog) niet geluisterd.

Rivier de Brantas moet volgende week worden ingeleverd. Er komt dan nog een rondje voor de zetproeven. In februari moet het verschijnen. Soms word ik dol van de correcties en ga ik met mijn websites spelen. Ik bewerk ze, verkracht ze, verplaats ze, jaag mijn bezoekers weg, en dan zet ik alles weer in de oorspronkelijke staat terug. Het is nu 4 minuten voor 4 in de ochtend. Ik ga de afwas maar eens doen.

Voorpublicatie Rivier de Brantas

Deze brug speelt een rol in de komende novelle Rivier de Brantas van Alfred Birney. Voor een mooier beeld moet je het herfstnummer van kwartaalmagazine Archipel Magazine kopen, waarin de eerste drie hoofdstukken van het boek staan afgedrukt.

brug-over-rivier-de-brantas.jpg

Rivier de Brantas is de derde en laatste novelle in de rivierenreeks van Alfred Birney. Het verhaal speelt op Java. De novelle is de follow-up van Rivier de Lossie (2009) en Rivier de IJssel (2010).

In het drieluik wordt onder meer een beeld getoond van de onterecht weggestopte Nederlandse koloniale geschiedenis van 1850 – 1950 én van de postkoloniale geschiedenis van 1950 – 2000 in zowel Nederland als Indonesië.

De hoofdpersoon is een gitarist die beroepshalve op plekken komt die hem dwingen zich rekenschap te geven van zijn eigen identiteit via de geschiedenis van zijn voorouders.

Rivier de Brantas verschijnt in februari 2011.

Schrijven aan een boek

Schrijven aan een boek kan merkwaardig associatief gedrag veroorzaken. Zo luister ik deze dagen aldoor naar de onderstaande aria van Händel, het Ombra mai fù uit de opera Serse (Xerxes) (1738), vertolkt door de Japanse countertenor Yoshikazu Mera. Tegelijk leg ik de laatste hand aan het derde en laatste deel van mijn novellenreeks. Het eerste, Rivier de Lossie (2009), speelt in Schotland. Het tweede, Rivier de IJssel (2010), speelt in Nederland en het deel-in-wording (2011, lente) speelt op Java.




Dit derde deel is een quasi roadshow, met terugblikken op onder andere de oorlog die Nederland in Indonesië voerde nadat het land zelf was bevrijd van de Duitsers. Een oorlog die eufemistisch de Politionele Acties worden genoemd, door Ad van Liempt gebombardeerd tot Een mooi woord voor oorlog. Ik ga daar niet diep op in, ook niet op de Japanse bezetting die enkele jaren eerder plaatsvond. Wél op de liefde die een familielid van me opvatte voor een Japanse officier. Zeg maar een verhaal zoals Il portiere di notte (1973) van Liliana Cavani (The Nightporter), maar dan zonder een weerzien. Ik beschreef het al eens in het verhaal Zonder gezicht, gepubliceerd in de verzamelbundel Vertrouwd en Vreemd (2000), maar bewerk het nu in een andere context.

Er is veel geschreven over zogeheten “troostmeisjes” maar weinig tot niets over meisjes die eenvoudig een liefdesaffaire hadden met Japanse officieren. Mijn vader haatte Japanners en alles wat met Japans te maken had. Veel Indische mensen en Indo’s haatten Japanners. Ik ben opgegroeid in een milieu waarin de haat jegens Japanners nog sterker was dan de huidige weerzin van Hollanders jegens Marokkanen op alle denkbare niveaus, tot aan de landelijke politiek toe.

De haat die mijn vader koesterde tegen de Japanners heb ik niet overgenomen. Mijn broer evenmin. Hij nam ooit luitlessen bij een Japanse leraar, in een tijd waarin de vader van een vriend van me met een hakbijl een piano van Japans fabrikaat te lijf ging, die zijn dochter in alle onschuld had aangeschaft.

Japanners kunnen gek zijn op Europese kunst en cultuur. En andersom, Europeanen kunnen dol zijn op Japanse kunst en cultuur. Literatuur, gevechtskunst, muziek, schilderkunst, beeldende kunst, architectuur… Kunstenaars staan veelal boven het ordinaire geweld van alledag of proberen gedachtes aan oorlog te bezweren door zich in de kunstuitingen van de (voormalige) tegenpartij in te leven. Yoshikazu Mera is zo iemand. Zijn stem klinkt hemels. Cross-over artiesten geven me altijd hoop op een fatsoenlijker wereld. Altijd.