Schoonheid verdient een prijs

east lente Geliefde, Zeer gewaardeerde, Geachte, Waarde Lezer…

De Tegel 2011 is een prestigieuze jaarprijs voor journalistieke producties die dit jaar in april zal worden uitgereikt.

Genomineerd is onder meer Marjolein van Asdonck’s (foto links) interview met Alfred Birney in het aprilnummer van 2011 van Moesson – Het Indisch Maandblad, dat moet nu moet zien op te boksen tegen de grote kranten…

Het interview is hier te lezen. Het is een interview geworden, waarin Alfred Birney (schrijver van een inmiddels omvangrijk oeuvre) meedogenloos mooi de achtergronden van zijn schrijverschap onder woorden brengt. Lees het interview en stem vervolgens via deze website.

Schoonheid verdient een prijs!

Groeten,

Frans Lopulalan

Recensie Kristalman op komst in Indisch Anders

east lente Ik ben geen liefhebber van Multatuli, maar Atte Jongstra vind ik wel amusant. Als Atte Jongstra nou met een boek over Multatuli komt, heb ik dan een probleem? Zijn boek Kristalman; Multatuli-oefeningen is vernoemd naar ‘het kristalmannetje’ uit Multatuli’s Minnebrieven, die door Jongstra ‘Max Havelaar II’ worden genoemd. Het belangrijkste boek dat zijn aandacht krijgt is niet de Max Havelaar, maar Millioenen-studieën. Dát is interessant. Multatuli en Max Havelaar zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het vervelende is dat de Max Havelaar door veel beroepslezers als de belangrijkste roman over onze Indische geschiedenis wordt aangeprezen. Multatuli zelf was de eerste die klaagde over de eenzijdige aandacht voor juist dat ene boek. Hij wilde zelfs geen schrijver zijn. Maar wat dan wel?

Lees de rest van deze recensie in Indisch Anders. Deze boekenkrant zal verschijnen ongeveer begin mei, wanneer de Tong Tong Fair weer op handen is.

Rivier de IJssel

Alfred Birney Rivier de IJssel
Rivier de IJssel
Novelle
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2010
Hardcover, ingenaaid, met flappen, 112 blz
Cover Sabrina Luthjens
Bestel: online of bij de reguliere boekhandel.
ISBN 978-90-6265-650-9
Prijs: €16,50

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniale geschiedenis aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet.

Rivier de IJssel is Alfred Birney’s follow up van het geroemde Rivier de Lossie, maar kan ook zelfstandig, of in omgekeerde volgorde gelezen worden.

Schitterend geschreven novelle… Arnhem aan Zee.

Chapeau voor de auteur die zijn familiegeschiedenis weet te overstijgen en een universeel verhaal neerzet. Den Haag Centraal.

Birney heeft een heldere stijl van schrijven die erg plezierig aandoet. – NBD/Biblion.

Werk in uitvoering


twin bros birney

We zijn weer een beetje aan het rommelen geslagen met de website. We experimenteren wat met verschillende lay outs en we testen de afwezigheid van Google’s advertenties. Wordt Google er chagrijnig van, bijvoorbeeld? Ofwel: de zoekmachine volgt ons even wat minder dan te doen gebruikelijk, nijdig omdat we even geen advertenties van deze vraatzuchtige club draaien?

Schrik vooral niet als u opeens een ander beeld krijgt van deze website. Dat kan zomaar gebeuren in real time! Dat ligt dan niet aan uw pc of mac, maar aan ons, rommelend in de motor achter deze site. Zolang u op de site van Alfred Birney bent is het goed, tenzij u helemaal niet op de site van Alfred Birney wilt zijn. Weet dan dat u met slechts één muisclick bent verwijderd van een slordige 2 miljard overige websites. Nou, succes dan maar! :-)

Update 1: we draaien momenteel een rode site maar we overwegen de kleuren te veranderen. De navigatiestructuur bevalt ons in elk geval. U ook? Laat even weten of deze layout u bevalt of dat u het helemaal niets vindt en bijvoorbeeld terugwilt naar de witte site met de rennende poema… Of was het een panter? Een kat?

Update 2: we draaien nu even de standaard layout van WordPress om deze uit te testen. Laat maar weten wat je ervan vindt… :-)

Update 3: Ziezo, we draaien weer even de oude template…

Update 4: We hebben de afgelopen dagen een nieuwe template gedraaid. Die houdt de bezoekers zo te zien lang vast, maar we vinden hem saai.

Update 5: Terug bij de versie met de Panter, of de Kat of de Poema, die alsmaar blijft rennen, totdat je ergens op clickt…

Update 6: Met ingang van 1 januari gaan we een frisse nieuwe look draaien.

Met de groeten van Birn Bros. Hier ziet u ze ze way back in time, 1955 ongeveer. Links de schrijver, rechts de webmaster. Ze geloofden dat als ze lang genoeg graafden, dat ze dan water zouden vinden. De schrijver in spé geloofde dat je dan ook vissen kon zien zwemmen, wat door de webmaster in spé als zijnde onzin werd weggewuifd.

Sura & Baya

De vernissage van de foto-expositie van Fabio-Romano del Castelletto in de Maldoror Galerie, Den Haag was gezellig rommelig. Het viel me niet mee mijn tekst aan te brengen op de scrolls. Mensen darren om je heen, spreken je aan, je legt je pen neer en verliest dan soms je concentratie.

Fabio-Romano del Castelletto had een speciale stift voor me klaargelegd waarmee ik mijn tekst – Sura & Baya – geïnspireerd op zijn fotoseries, op het fotopapier moest schrijven. Ik gebruikte een speciale handschoen om het glanzende papier niet te bevlekken.

De vernissage kon worden gevolgd via livestream.com. Kijkers vroegen me per chat wat ik schreef. Zo kwam ik ertoe het eerste deel van mijn tekst voor te lezen. Ik was er niet op voorbereid, dus vlekkeloos ging dat niet, maar voor een indruk van de tekst volstaat het hopelijk.

De beeldend kunstenaar Marian Zult maakte opnamen en toen ik eenmaal thuis was, stond er al een impressie op YouTube. Op het filmpje is ook de Chinese kalligrafist te zien, die een andere fotoserie van teksten en stempels voorzag. Verder de fotograaf die met de galeriehouder de scrolls ophangt. De Turkse schrijver Murat Tuncel, verantwoordelijk voor een derde scroll, was afwezig.

De tentoonstelling loopt tot eind november en is te bezoeken op alle zaterdagen van 13:30 – 17:30 uur. Voor een bezoek op een andere dag en een ander tijdstip, mail: maldoror.com@gmail.com

Maldoror Galerie, Wagenstraat 104B, Chinatown, Den Haag.

Teksten voor foto-installatie Fabio-Romano del Castelletto

raamvertelling Op vrijdagavond, 4 november a.s. om 19:00 uur vindt de opening plaats van de foto-expositie van Fabio-Romano del Castelletto in de Maldoror Galerie, Den Haag. Er hangen vier hedendaagse fotowerken, in de traditie van de oude Chinese schilderkunst op papieren rollen (scrolls). Deze zijn vermengd met teksten van de de Turkse schrijver Murat Tuncel, de Chinese kalligrafist Wu Park en de Indische schrijver Alfred Birney.

De laatste, Alfred Birney, zal zijn teksten tijdens de opening live op twee van de ‘scrolls’ aanbrengen. Dit is livestream te volgen.

De tentoonstelling is na de opening te bezoeken op alle zaterdagen in november van half twee tot half zes ’s middags. Verder op afspraak en tijdens Hoogtij #27! (Persbericht)

Opzet van de installatie:

De Wagenstraat in Den Haag functioneert als het ware als een sluis, via welke verschillende culturen komen en gaan. Hollanders die uit andere buurten naar het centrum komen om te shoppen, Turken die op weg gaan naar de Grote Moskee, kunstenaars die er wonen en het unieke gedeelte van het oude centrum delen met de Chinezen van China Town. En… elkaar nu ontmoeten in de intieme galerie van Stichting Maldoror.

De bedoeling van Fabio-Romano del Castelletto is om de reacties van de bezoekers van de expositie vast te leggen, terwijl die kijken naar het werk van de schrijvers uit verschillende culturen en de fotografische observaties ondergaan van wat door de zee aan onze kust aanspoelt.

Murat Tuncel, die op een minimalistische manier, als op een schoolbord, een ritmische klank proza in zijn moederstaal (Turks) toevoegt aan het bijna kalligrafisch aangespoelde zeewier.

Wu Park, die zijn met indische inkt vloeiende, vluchtige poetische indrukken op foto’s van zware en concrete objecten achterlaat. Zijn observaties zijn, zoals de Chinese dichters en schilders die in het China van de 17de eeuw ze op papieren rollen uitwisselden: poëtisch en filosofisch tegelijk.

Alfred Birney reageert op dood materiaal en natuur, die symbolisch zijn voor het Indische verleden van zowel hem als Fabio-Romano del Castelletto.

Het geheel is een interactie van vier personen met verschillende cultuurhistorische achtergronden, tegen het licht van de natuur die op foto’s zijn vastgelegd.

Schrijvers vanuit de verdediging

letterenhuis Verleden week vierde het Letterenhuis zijn nieuwe onderkomen met een bescheiden feestje voor het team, schrijvers en nog zo wat lui die eromheen hangen. Het is soms wel aardig om een troep van je collega’s bijeen te zien: nieuwkomers en oudgedienden. Ik herinner me te hebben staan babbelen met Anja Sicking, Mohana van den Kroonenberg, Marian Boyer, Kester Freriks en Nicolaas Matsier. Mijn redacteur liep er ook rond en hij gaf me het advies om vooral de ruimte te nemen in mijn roman-in-wording, omdat ik toch al geserreerd kan schrijven. Alsof hij mijn gedachten las. Gepriegel in novellen, waarin geen enkele zwakke bladzijde mag staan, is een geweldige uitdaging, maar als het verhaal vraagt om een roman dan moet dat maar. Het is lang geleden dat ik aan zo’n omvangrijke klus werkte: Het verloren lied.

In het huidige politieke klimaat krijgen kunstenaars de wind van voren. Het grote publiek denkt inmiddels dat kunstenaars vele miljoenen opslurpen uit de subsidiepot zonder er daadwerkelijk iets tegenover te stellen. Ook schrijvers worden intussen gevonden door subsidiespeurders die met de verbetenheid van wolven achter hun gesubsidieerde werkplekken de jachthoorn blazen. Het jongste tijdschrift van het Nederlands Letterenfonds, een jonge fusie van het Fonds voor de Letteren en het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, slaat dan ook een verdedigende toon aan. Stukken van allerlei schrijvers moeten de onwetenden duidelijk maken waar een schrijver staat, wat een schrijver doet en wat een schrijver betekent voor het land en de taal waarin hij of zij schrijft. Het heeft iets weg van roepen in een woestijn, want welke onverlaat leest zoiets als drukwerk van het Nederlands Letterenfonds? Quotes van buitenlandse uitgevers en schrijvers staan op het omslag, dat wordt gesierd door een oude boom, die zich in tweeën splitst:

“De wereld van het woord en dus de boekenmarkt verandert volop. Veel uitgeverijen van nu produceren en gedragen zich alsof ze deel uitmaken van de ‘entertainmentindustrie’ en niet van de markt van ideeën.” – André Schiffrin.

Mwah, niet bijster fraai neergepend, tamelijk onvolledig ook, maar het is een redelijk statement.

“Ik geloof niet dat de digitale technologie de functie van de uitgever radicaal zal veranderen de komende jaren. De selectieve functie is het hart van ons vak. Ik denk dat het papieren boek en het e-book gedurende een heel lange tijd naast elkaar zullen blijven bestaan, en ik geloof niet dat het papieren boek ooit totaal zal verdwijnen.” Jean Mattern.

Hier is de tweede zin het sterkst. Die gaat over het scheiden van het kaf van het koren. Over de rest valt te discussiëren en of het papieren boek nooit zal verdwijnen, daar heb ik mijn twijfels over. Maar dat heeft natuurlijk niets te maken met de creativiteit van de schrijver.

De mooiste quotes staan binnen in het blad. Arnon Grünberg vraagt zelden direct subsidie aan, maar is collegiaal en slim genoeg om zijn broeders en zusters niet af te vallen, zoals Boudewijn Büch gewoon was te doen. Ook grijpt Arnon Grünberg weer eens zijn kans om Nederland met Duitsland te vergelijken. Dat lijkt een olijke hobby van hem. Op zijn weblog liet hij eens weten dat Duitsers Nederlanders in beleefdheid verre overtreffen. Nou is dat natuurlijk al zo sinds de VOC, sla er de scheepsjournalen van Duitse lieden maar op na. Maar toch een enorme sneer voor de goede verstaander.

Iemand als Cees Nooteboom verbaasde zich eens over het respect die de Amerikanen voor schrijvers tonen: in New York rolden ze een rode loper voor hem uit toen hij eens een literaire prijs kwam ophalen. Hopelijk is hij niet door dat ene voorval zo verschrikkelijk naast zijn schoenen gaan lopen, maar dit terzijde. Gauw terug naar Arnon Grünberg:

“Dit kabinet is in het zadel geholpen door kiezers die zich er niet voor schamen dat ze meer van hun auto houden dan van Goethe. Een Nederlands verschijnsel trouwens, soortgelijke geluiden hoor je zelden in Duitsland. Dat zo veel Nederlanders deze voorkeur hebben, valt te betreuren, maar het is de realiteit. Om Brecht te parafraseren: je kunt het volk wel afschaffen, al zal dat ook in 2011 niet zonder bloedvergieten gaan.”

Nogal gammel geformuleerd, maar de parafrase mag er zijn.

De mooiste quote komt van Marjolijn Februari:

“Nederland hecht een groot belang, een publiek belang, aan schrijvers. Het enige probleem is dat niemand ze wil betalen.”

Uiteindelijk kom je uit op het begrip kwaliteit. Wat is kwaliteit? Wie bepaalt het? Het vervelende is, dat kwaliteit een beleving veroorzaakt die direct met taalgevoel verband houdt. En gevoel is een fenomeen zo ongrijpbaar voor de meeste mensen, dat ze het verwarren met emotie.

vrijdag 23 september 2011

De koplamp, nieuw verhaal in Moesson

Voor het augustusnummer heeft Moesson een nieuw verhaal van me opgenomen, met de ietwat nietszeggende titel De koplamp. Hoewel de titel de lading dekt, had ik het verhaal liever De meteoriet genoemd, maar ik was te laat om de titel te laten veranderen. Dat is natuurlijk geen ramp, het kan later altijd nog, als ik mijn verhalen laat bundelen. Of ik dat werkelijk ooit ga doen, weet ik niet; het kan evengoed dat ik al mijn losse proza bewerk in een nieuw mozaïek, waarin de oorspronkelijke verhalen een heel ander geluid krijgen. Ik weet het nog niet, mijn creativiteit lijkt soms grenzeloos, wat nogal hinderlijk kan zijn.


alfred birney verhaal in moesson

Nog voordat ik het blad in mijn brievenbus had, ging het gerucht van mijn nieuwe verhaal Facebook al over, waar ik for the time being terug ben. Ik las de commentaren en vroeg me af of de mensen nog wel weten wat fictie is. Non-fictie is wat mij betreft een plaag geworden met al die boeken van bekende Nederlanders en buitenlandse hot shots uit de showbizz. Ook blogs op het internet worden vrijwel altijd letterlijk genomen: pure fictie op het internet is vrijwel onmogelijk, tenzij je sprookjes schrijft.

Ik schrijf bij voorkeur vanuit de herinnering. Zodra je dat doet, worden feiten vanzelf fictie: je giet alles immers in een verhaal. Dat sommige gebeurtenissen levensecht overkomen, wil nog niet zeggen dat ze ook precies zo zijn voorgevallen. Ik weet het: schrijvers klagen altijd over de eeuwige vraag of dat wat ze schrijven nou allemaal wel echt gebeurd is.

Vanwaar die klacht?

Nou, een serieuze schrijver zet niet alles in één keer op papier. Versie na versie is nodig om een goed verhaal te krijgen. Het lijkt wel alsof mensen aldoor minder van de kunst van het schrijven kunnen genieten. Dat ze alleen maar een verhaal willen en geen interesse hebben in hoe het is verteld. En toch: als het leest alsof het geen moeite heeft gekost, dan is het goed.

Ik ben benieuwd hoe schrijfkunst zich verder zal ontwikkelen. Mijn grootste nachtmerrie is dat op zekere dag Google met een ‘levensechte’ roman komt, geschreven door robots die ‘het materiaal’ jarenlang van websites hebben gestolen. Uiteraad bestaat er een nog grotere nachtmerrie: dat de mensen dat robotproza geweldig vinden…

Een duizelingwekkend gesprek

tekening van kafka Ik had vier dagen geleden een interviewer over de vloer die me met het stellen van enkele simpele vragen dwong af te dalen in gebieden van mijn herinnering waar ik liever niet meer kwam. De interviewer had een duik in mijn hele oeuvre genomen en er de belangrijkste persoonlijke motieven uit gehaald. Ik ben een schrijver die die motieven in dienst van zijn boeken stelt en het liefst met distantie over zijn romanhelden praat. Ditmaal had ik geen verweer en er ontspon zich een uiterst persoonlijk gesprek. Ik verbaasde me over wat er allemaal bij me naar boven kwam en op het moment van dit schrijven verbaas ik me zelfs over wat ik allemaal al geschreven heb.

Het gesprek met de interviewer, die me een “getormenteerd schrijver” noemde, duurde uren. Later bedacht ik dat het wellicht mijn leerzaamste gesprek ooit was met welke journalist dan ook. Ik moest veel aan Kafka denken, ooit een van mijn grote inspirators. Kijk eens naar zijn tekening…

Maar de volgende dag duizelde het letterlijk in mijn hoofd. Ik zeg: letterlijk. Een dag later had ik nog steeds last van duizelingen. Ik ben het internet gaan afzoeken naar oorzaken van duizelingen. Gewapend met een lijstje van aandoeningen bezocht ik mijn huisarts. Mijn bloeddruk was perfect. Met een paar simpele bewegingen probeerde ik de duizeligheid weer op te wekken, maar er gebeurde niets.

Ik vertelde mijn huisarts over het interview. Hij zei dat duizelingwekkende gesprekken bestaan. En hij feliciteerde me met deze les.

Morgen komt een volgende journalist langs, maar alleen om over rivieren te praten… Rivier de Lossie, Rivier de IJssel, Rivier de Brantas. Intussen dient zich een duizelingwekkend aantal verhalen aan die ik nog vertellen moet.

Laatste correcties Rivier de Brantas

logo alfred birney weblog De tweede en laatste corrector van de uitgever heeft zijn werk digitaal verstuurd. Dat is weer eens wat anders dan een papieren manuscript met krabbels in rood, groen en zwart. Interessant om te zien waar de een of de ander op let. De één heeft een voorliefde voor spelling en interpunctie, de ander voor woordvolgorde en schrappen van informatie. Wat ik bijvoorbeeld nu bij de credits zie staan is het volgende:

Met dank van de auteur aan het Letterenfonds voor het verstrekken van een werkbeurs.

De corrector vindt het kennelijk duidelijk genoeg dat de auteur zijn dank uitspreekt. Maar zonder de auteur te noemen kan het net zo goed zijn dat ook uitgever en vormgever dankbaar zijn. De doorhaling kan dus weer weg, want ook correctoren moeten gecorrigeerd worden.

Ik zit nu dus op dit niveau in het laatste deel van mijn trilogie in novellen: Rivier de Lossie – Rivier de IJssel – Rivier de Brantas. Valt mee, kwestie van jezelf een weekend opsluiten, de telefoon niet opnemen, geen e-mails ophalen of verzenden, niet op Facebook verschijnen, kortom lekker asociaal zijn (een fenomeen waar elke schrijver mee moet omgaan, en de mensen rond de schrijver… die dat niet altijd waarderen). En vooral de suggesties van de corrector met een korrel zout nemen. Wat niet betekent dat ik ze niet serieus neem. Die van de eerste corrector spoken nog door mijn hoofd, althans één opmerking van hem. Misschien dat ik er toch maar iets mee ga doen. Kwestie van de eerste zin herschrijven, dat is alles.

De uitgave van Rivier de Brantas moet in februari 2011 plaatsvinden.