Spammen

alfred birney Ik heb afgelopen nacht zitten spammen. Denk ik. Zeker weten doe ik het niet, want de betekenissen van het woord zijn niet eenduidig.

Volgens Encyclo, de online encyclopedie, is spammen het versturen van ongewenste post naar een groot aantal e-mailadressen of naar nieuwsgroepen.

Wikipedia bedoelt met een groot aantal e-mailadressen duizenden adressen, dus niet een paar honderd. Verder staat in Wikipedia dat spam kan verwijzen naar:

1. ingeblikt varkensvlees, in Nederland onder de naam Smac in de handel
2. Spam (3FM) – een radioprogramma
3. de bijnaam van de Russische voetbalclub FC Spartak Moskou
4. een televisieprogramma op Canvas
5. een inmiddels opgeheven jeugdtijdschrift
6. ongewenste elektronische post

Nou heb ik maar een stuk of 500 adressen bespammed. Dat maakt van mij een amateurspammertje. Een in de VS tot 9 (negen) jaar cel veroordeelde spammer had 2 miljard spammails op zijn naam staan. Kijk, dát is het ware spammen. En een nogal overdreven strafmaat in een land waar massamoordenaars een standbeeld krijgen.

De netiquette verbiedt spamming en in sommige landen is spammen strafbaar. Het is tegenwoordig zo, dat je eerst iemand moet mailen met de vraag of je hem of haar een spammail mag sturen. Mensen die hun boeken laten uitgeven door print on demand-uitgevers moeten zoiets doen, want die webuitgevers willen geen gedoe. Je stuurt dan mails aan, zeg, 500 mensen, je krijgt er 50 terug, die je vervolgens laat weten dat er een boek van je is gedrukt en uiteindelijk verkoop je er één.

Tussen de 500 adressen die ik heb bespammed was de helft mij bekend – vrienden, kennissen, collega’s en zo meer. De rest kende ik nauwelijks. Tijdens het spammen, geduldig per letter van het alfabet, kreeg ik om de haverklap bericht van mijn ISP dat dit en dat adres niet meer bestond. Ook ontving ik out of the office-berichten en meer van dat soort robotwerk. Toen ik klaar was met spammen heb ik de helft van mijn adressenlijst gewist. Eens per jaar een beetje spammen ruimt zo lekker op: je adressenlijst wordt overzichtelijk.

Afgelopen dag durfde ik mijn mailbox nauwelijks te openen, bang voor narrige reacties. Maar het viel mee. Opvallend is dat collega-schrijvers vrijwel allemaal overgingen tot het kopen van mijn Matchboox. Een kennis speelde met de gedachte aan een Italiaanse vertaling. Enkele very special persons lieten me fijntjes weten dat ze liever een persoonlijke mail kregen. En Michiel van Kempen plaatste op Caribisch Uitzicht een wel heel hilarische tekst. Must read!

Enfin, tot zover De Taart en de Kat, hier afgebeeld zoals het er ongeveer uitziet. Dus niet zo groot als in de vorige post. Nee, ik heb het zelf nog niet in handen gehad…

Rivier de Brantas begint te stromen

logo alfred birney weblog Op mijn bureau ligt naast mijn toetsenbord mijn manuscript, feestelijk bekrabbeld met de correcties van een uitgeversredacteur. Hij heeft een voorliefde voor accenttekens en puntkomma’s. Laat ik daar nou toevallig een bloedhekel aan hebben. Die stomme Hollanders doen eerst alle moeite om zich van trema’s en overige ‘hinderlijke’ leestekens te ontdoen (zoëven werd zo-even) en dan komen ze met á’s en ó’s aangehobbeld, na een eeuw Couperus’ eigen spelling te hebben verkracht. Mijn redacteur stelt zoiets voor:

Ik wist niet of ik bang was voor háár, voor haar verschíjning of voor de onduidelijke bóódschap die ze mij probeerde over te brengen.

Een vriendin van me schrijft zo, alsof ze praat. Erg mooi, maar ik zet alleen een accentteken als het echt moet. Dus niet als het écht móét.

Uiteraard is mijn redacteur goed in spellen. Hij weet precies wanneer je ergens vanuit gaat of ergens van uitgaat, ervanuitgaande dat Van Dale het allemaal wel weet. Maar Van Dale schrijft niets voor, Van Dale beschrijft. Er zijn bij mijn weten een slordige vijf spellingboekjes in Nederland te vinden: het groene boekje, het rode boekje, het blauwe boekje, het witte boekje en het groen-geile boekie. Ik schrijf ze zonder hoofdletters neer, want anders moet ik steeds de shifttoets indrukken en dáár heb ík nú géén zín in. Schrijvers moeten kunnen spellen, maar een dicteewedstrijd winnen zou werkelijk een afgang voor een schrijver zijn. Spellen is namelijk voor apen, het is nadoen. Spellen is voor de brave burger, het is doen zoals het moet. Spellen is niet creatief. Aan de kijkcijfers van het Nationale Dictee kun je wel ongeveer aflezen hoeveel oncreatieve mensen Nederland rijk is. Nog méér dan het aantal mensen dat een boek probeert te schrijven.

Toch ben ik blij met mijn redacteur. Wanneer je een manuscript vijf keer hebt herschreven, ga je blinde vlekken ontwikkelen. Door het verplaatsen van tekst ontstaan bijvoorbeeld gemakkelijk doublures. Het lastigs is te bepalen welke Maleise of Indische of Indonesische uitdrukkingen wel of niet in een woordenlijstje achterin moet worden opgenomen. Iedereen heeft weleens (moet dit woordje los geschreven of aan elkaar?) van ‘tempo doeloe’ gehoord, maar niet iedereen weet wat dat precies betekent. Volgens Van Dale zou een ‘toean besar’ een titel zijn die ‘de inheemse bevolking van het voormalige Nederlands-Indië aan de gouverneur-generaal gaf, ook wel informeel door de Europeanen gebruikt.’

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Reden waarom ik ‘toean besar’ in mijn woordenlijst heb opgenomen, waar het volgens mijn redacteur niet hoeft te staan omdat het in de Van Dale staat. En omdat het zus en zo in de Van Dale staat denkt mijn redacteur opeens dat een van mijn romanhelden gouverneur-generaal was.

Natuurlijk is er ook gedoe rond het begrip ‘Indo’. Volgens de meeste spellingboekjes moet Indo met kleine letter worden geschreven: indo. Indo’s vormen namelijk geen volk maar een groep. Zoals eskimo’s en zigeuners. Sinds zigeuners de volkenrechtelijke status van Roma en Sinti hebben gekregen, moeten die groepen met een hoofdletter worden geschreven.

Harry Mulisch had maling aan hoofdletters in zijn roman De aanslag. Duitsers en overige volken krijgen een kleine letter. Dat was zijn keus. En Indo met een hoofdletter is mijn keus. Simpel. Overigens staat het proza van Mulisch vol met puntkomma’s, hij was gek op die broekrok uit onze leestekengarderobe.

Terug naar de toean besar of de toewan besar of de toewaan besar of de tuan besar. Een meneer in goeden doen. Naast gouverneurs-generaal waren er veel toewans besar. Dat Van Dale dat niet weet, kan ik ook niet helpen. Dit krijg je ervan als je scholieren de verkeerde boeken laat lezen. Die gaan later namelijk uitmaken hoe de volgende nieuwe spelling eruit moet gaan zien. Het bekrompen idee dat de Nederlandse geschiedenis zich alleen maar achter onze duinen heeft afgespeeld, dringt zich dan eens te meer op. De hongerwinter and all that. Zal het ooit nog wat worden met de fusie tussen onze traditionele en (post)koloniale geschiedschrijving? Ik betwijfel het, maar een serieuze schrijver heeft nog altijd een taak, ook in de huidige tijd van hypes, oppervlakkigheid en vluchtigheid. Reden waarom ik een trilogie schrijf van Rivier de Lossie – Rivier de IJssel – Rivier de Brantas. Want ja, er zijn dingen die moeten worden gezegd. Móéten, zou mijn redacteur schrijven. Ja, het moet gezegd. Het moest gezegd. Eh… het is al gezegd, maar men heeft (nog) niet geluisterd.

Rivier de Brantas moet volgende week worden ingeleverd. Er komt dan nog een rondje voor de zetproeven. In februari moet het verschijnen. Soms word ik dol van de correcties en ga ik met mijn websites spelen. Ik bewerk ze, verkracht ze, verplaats ze, jaag mijn bezoekers weg, en dan zet ik alles weer in de oorspronkelijke staat terug. Het is nu 4 minuten voor 4 in de ochtend. Ik ga de afwas maar eens doen.

Sneeuwsporen tot de nokbalk

verhaal halen Het verhaal Sneeuwsporen tot de nokbalk werd voor het eerst gepubliceerd in de Haagsche Courant van vrijdag 4 maart 2005 en heeft een poosje op dit weblog gestaan. Later is het herschreven en opgenomen in een verzamelbundel ter gelegenheid van het festival Verhaal Halen 2010, tijdens welke Alfred Birney het overigens niet ten gehore bracht (hij besloot enkele andere verhalen voor te dragen).

Vijftig schrijvers worden elk ondergebracht bij aardige mensen die hun huis ter beschikking stellen voor literair publiek dat graag hun favoriete schrijvers van dichtbij wil zien voorlezen en met hen in gesprek wil treden. De huizen lagen dit jaar in en aan de rand van het Statenkwartier in Den Haag. Aan deze editie werkten mee:

Robert Anker, Alfred Birney, Carla Bogaards, Aaf Brandt Corstius, Hugo Brandt Corstius, Jan Brokken, Bart Chabot, Paulien Cornelissen, Philip Freriks, Renske de Greef, Kees ‘t Hart, Yvonne Keuls, Jan Kuitenbrouwer, Nicolaas Matsier, Hannes Meinkema, Anil Ramdas, K. Schippers, Rob Schouten, Martin Šimek, Franca Treur, Carolina Trujillo, Hans Vandenburg, Christiaan Weijts, Rob Wijnberg, Kader Abdolah, Gerbrand Bakker, Kees van Beijnum, Roel Bentz van den Berg, Hanna Bervoets, Wim de Bie, Hassnae Bouazza, Connie Braam, Wim Brands, Jelle Brandt Corstius, Elsbeth Etty, Jerry Goossens, Bas Haring, Mensje van Keulen, Rachida Lambaret, Rik Launspach, Christine Otten, Marja Pruis, Tomas Ross, Allard Schröder, Nicolette Smabers, Carolijn Visser, Jacq Vogelaar, Frank Westerman en Joost Zwagerman.

De bundel kon worden afgehaald door bezoekers van het festival op enkele aangewezen plekken. Het is onduidelijk of er een handelseditie volgt.

Verhaal halen bij Alfred Birney

alfred birney In het weekeinde van 25 en 26 september 2010 vindt in Scheveningen en omgeving de derde editie van het tweejaarlijkse proza- en columnistenfestival Verhaal Halen plaats. Vijftig schrijvers en columnisten zullen vier keer per dag voordragen uit eigen werk in vijftig Haagse woonkamers.

De lezingen beginnen op het hele uur, de eerste om 13.00 uur, de tweede om 14:00 uur, de derde om 15:00 uur en de laatste om 16.00 uur. De auteurs lezen ongeveer 25 minuten voor. Daarna is er gelegenheid om met de schrijver van gedachten te wisselen. Elke bijeenkomst duurt maximaal 45 minuten waarna het publiek de gelegenheid heeft naar een volgende locatie te reizen. Zo gevarieerd als de schrijvers zijn, zo divers zijn ook de locaties; van hofjeswoning tot stadspaleis.

Hier is het volledige programma te vinden en alle informatie over organisatie, auteurs, wandelroutes, kaartverkoop en dergelijke.

Alfred Birney zal op zaterdag 25 september voordragen bij een gastvrouw aan de Johan van Oldenbarneveltlaan. Let op: toegangskaarten zijn verplicht.


Grotere kaart weergeven

Schrijvers displaced

Ik nam gisteren met een aantal collega schrijvers van het zomerfeuilleton Doelwit Den Haag (Den Haag Centraal) plaats op de rand van het podium op de gemoderniseerde eerste etage van de Haagse Centrale Bibliotheek tijdens de aftrap van het festival Huilen in Den Haag. Kees ’t Hart hoorde me iets mompelen over “geen tafel op het podium” en zei ironisch berustend: “Dit is onze plaats.”

haagse schrijvers openbare bibliotheek den haag 2010



We werden in sneltreinvaart bevraagd naar onze ervaringen bij het schrijven van het, deels geregisseerde, feuilleton. De algemene teneur was, tamelijk voorspelbaar, dat de literaire schrijvers wat moeite hadden met het vooraf door Tomas Ross in elkaar gedraaid plot. Veel literaire auteurs zijn gewend zonder plot te werken, en ik al helemaal. Toch vond ikzelf het wel een aardige ervaring om aan het project mee te werken. Dat probeer ik in het volgende filmpje uit te leggen.

(filmpje tijdelijk niet beschikbaar)

De filmer ondervond last van het felle tegenlicht: buiten scheen de zon, binnen was het schaduwrijk en wij schrijvers zaten met onze rug naar het raam gekeerd. Of het commentaar aan het eind van mijn babbel als een compliment is bedoeld of niet, is me niet helemaal duidelijk. Denkelijk wordt er ongeveer gezegd: “Dit was het vreselijkste slot van een aflevering die ik ooit heb meegemaakt.”

Gruwelijk was het inderdaad.

Feuilleton Doelwit Den Haag

logo den haag feuilleton Zondag 5 september begint het Haagse culturele seizoen. Tijdens het Haags UIT Festival geven theaters en andere culturele instellingen rond het Lange Voorhout en het Spuiplein gratis voorproefjes van de voorstellingen die ze komend seizoen op het programma hebben staan. De Centrale Bibliotheek pakt groots uit op het nieuwe podium op de eerste verdieping. Het evenement Huilen in Den Haag gaat er van start met onder meer de presentatie van het gebundelde feuilleton Doelwit Den Haag, en exposities rond het thema.

Een flink aantal Haagse auteurs heeft vanaf de eerste week van juni samen een feuilleton geschreven in de Weekkrant Den Haag Centraal. Doelwit Den Haag gaat over een aanslagpoging tijdens de tweede Afghanistanconferentie in Den Haag en speelt zich af op tal van plekken in de Hofstad. Het feuilleton was de opmaat naar Huilen in Den Haag, een nieuw evenement met ‘leed met een knipoog’ als uitgangspunt. Het feuilleton wordt vandaag afgesloten met een optreden van een aantal deelnemende schrijvers en de presentatie van de gebundelde afleveringen.

Op het programma van zondag 5 september: Schrijvers aan het woord, 15.00 – 16.00 uur. Presentatie bundel 16.20 uur

Deelnemende schrijvers
De Haagse schrijvers die samen met Tomas Ross, de bedenker van de verhaallijn, aan dit feuilleton meewerkten: Tomas Ross, Anja Sicking, Jill Stolk, Marcel Verreck, Roel Janssen, Alfred Birney, Hans Sahar, Sjaak Bral, Menno Lindeman, Christiaan Weijts, Mohana van den Kroonenberg, Victor Meijer, Kees ’t Hart en Marly van Otterloo.

Indisch Anders 2010

indisch-anders-2010 Stichting Tong Tong geeft drie bladen uit: De Pasarkrant, De Sobat en Indisch Anders. De Pasarkrant is het informatiebulletin van de Tong Tong Fair voorheen Pasar Malam Besar. De Sobat verschijnt driemaal per jaar voor donateurs. Indisch Anders is de gratis boekenkrant bij het Tong Tong Festival.

Waarom deze kranten niet in één jaarlijkse uitgave worden samengevoegd begrijp ik niet helemaal, al heb ik de ontwikkeling wel zien ontstaan. De naamsverandering van de Pasar Malam Besar in Tong Tong Fair is voor een belangrijk deel ingegeven door de wens om van het eetimago af te komen waarmee de Pasar Malam Besar jarenlang werd achtervolgd. Mij dunkt dat je dan juist een boekenkrant als Indisch Anders in de Pasarkrant stopt, om zo de aandacht te vestigen op het brede culturele aanbod van de Tong Tong Fair. Nu worden boekenlezers apart bediend, wat op zich zo slecht nog niet is, maar de Pasarkrant wordt er naar mijn smaak te mager van. Vrij Nederland werkte ooit zo: een weekkrant waarin een glossy werd geleverd en een boekenbijlage. Dat was wel handig: ik nam de boekenbijlage eruit en maakte met de rest de open haard aan. Toen Vrij Nederland later de boel ging samenvoegen ben ik de rest ook maar gaan lezen.

Indisch Anders is bedoeld voor lezers met belangstelling voor de koloniale en postkoloniale geschiedenis en literatuur. De gratis boekenkrant wordt in een oplage van liefst 50.000 exemplaren verspreid via boekwinkels, bibliotheken, theaters en musea door heel Nederland. De inhoud:

Siem Boon (hoofdredacteur) probeert voor de zoveelste maal wat ik en vele anderen ook hebben gedaan: de positie van mensen uit mengculturen toe te lichten. Een bijna hopeloze taak, maar wie weet gaat het uiteindelijk toch nog lukken… Edy Seriese (directeur IWI) gaat diep in op het boek The Inheritance of Loss, een bestseller van Kiran Desai… Rabin Baldewsingh (wethouder) schrijft een brief aan Tjalie Robinson, multiculturalist pur sang… Nicolette Smabers (schrijfster) publiceert een prozafragment uit een work in progress… Peter van Amstel (musicoloog) gaat in op boeken over Balinese dans en muziek… Sylvia Dornseiffer (directeur Amsterdams Fonds voor de Kunst), Hans Moll (redacteur NRC), Marion Bloem (schrijfster) en ik vormen een kwartet van ‘eminente veellezers’ die hun favoriete boeken van het afgelopen jaar mogen presenteren… Tineke Hellwig (wetenschapper) bespreekt een Maleise roman over Indonesische geschiedenis… Bert Paasman (wetenschapper) bekijkt kritisch de eregalerij van het Letterkundig Museum (waar Indische schrijvers ondervertegenwoordigd zijn)… Leslie Boon (publiciste) komt met een verslag rond het Monument Indië-Nederland in Amsterdam… Siem Boon schrijft een mooi In Memoriam voor Rudy Kousbroek… Eva van Geleuken (neerlandica) interviewt Pauline Slot naar aanleiding van haar boek over de eerste vrouw van Pablo Neruda: een Nederlandse met Indische wortels… Tot slot een oriëntalistische kijk van Pamela Pattynama (wetenschapper) op de film Avatar en verder aandacht voor veel nieuwe boeken…

Je zou wensen dat er geen apartheid heerste in de literaire kritiek en dat het multiculturele verleden van Nederland als vanzelfsprekend week in week uit de pers haalde. Maar nee. Daarom is Indisch Anders niet zomaar een uitgave naast de Pasarkrant en De Sobat van Tong Tong, maar een noodzaak. Of de teksten en besproken boeken ooit onder de ogen komen van het stelletje boerenkinkels dat de canon onnadenkend predikt met hun troeteldier Multatuli op de sokkel als antikoloniale schrijver (wat hij helemaal niet was), valt te hopen. Maar verwachten doe ik dat niet.

Schrappen in de leeslijst voor middelbare scholieren

Deze afschuwelijke leeslijst kreeg mijn zoon vandaag mee. De titels met een * tellen voor een half boek! Dit betekent dat kwantiteit tegenwoordig boven kwaliteit gaat (Elsschot bijvoorbeeld). Hoe dikker een boek, hoe beter. Ik heb werkelijk nooit geweten dat smaak met vraatzucht te maken heeft. Enfin, even de pen erdoorheen halen. Ik zal niet al te streng zijn.

Abdolah,K
Spijkerschrift (2000)
Het huis van de moskee (2005)

Accord, C.
De koningin van Paramaribo (1999)

Anker, R
Hajar en Daan (2004)

Appel, R.
Doorgeschoten (2003)
Misbruik wordt gestraft (2004)
Lover boy (2005)

Arends, J.
Keefman (1972)

Arion, F.M.
Dubbelspel (1973)

Bernlef, J.
Sneeuw (1973)
Hersenschimmen (1984)
Eclips (1993)
Boy (200)
Buiten is het maandag (2003)
De onzichtbare jongen (2005)

Beijnum, K. van
Dichter op de Zeedijk (1998)
De oesters van Nam Kee (2000)
De vrouw die alles had (2004)

Belcampo
Verhalen (1935)

Benali, A.
Bruiloft aan zee (1979)

Blaman, A.
Vrouw en vriend (1945)
Eenzaam avontuur (1948)
De Kruisvaarder (1950)
Op leven en dood (1954)
De verliezers (1960)

Bloem, M.
Geen gewoon Indisch meisje (1985)
Mooie meisjesmond (1997)

Bogaard, O. van den
Liefdesdood (1999)

Bomans, G.
Erik of het klein insectenboek (1939)

Boon, L.P.
De voorstad groeit (1942)
De Kapellekensbaan (1953)
De bende van Jan de Lichte (1953)
Menuet (1974)

Bordewijk, F.
Fantastische vertellingen (1919)
Blokken, Knorrende beesten, Bint (1931)
Rood Paleis (1936)
De wingerdrank (1937)
Karakter (1938)
Bloesemtak (1955)

Bouazza, H.
De voeten van Abdullah (1996)
Momo (1998)
Paravion (2003)

Boudier Bakker, I.
Armoede (1909)
De straat (1924)
De klop op de deur (1930)

Braak, M. ter
Het carnaval der burgers (1930)
Afscheid van domineesland (1931)
Hampton Court (1931)
Démasqué der schoonheid (1932)
Politicus zonder partij (1934)

Brakman, W.
Een winterreis (1961)
Debielen en demonen (1969)

Brink, H.M. van den
Over het water (1998)
Hart van glas (1999)

Brouwers, J.
Bezonken rood (1981)
Geheime kamers (2000)

Brouwers, M.
Havinck (1984)
De feniks (1985)
De lichtjager (1990)
Casino (2004)

Brusselmans, H.
De man die werk vond (1985) *
Heden ben ik nuchter (1986) *
Dagboek van een vermoeide egoïst (1989) *
Het mooie kotsende meisje (1992) *
Vrouwen met een IQ (1995) *

Büch, B.
De kleine blonde dood (1985) *
Het dolhuis (1987) *
De hel (1994) *

Buddingh’, C.
De avonturen van Bazip Zeehol (1969)

Burnier, A.
Een tevreden lach (1965)
Het jongensuur (1969)

Campert, R
Het leven is vurrukkulluk (1961) *
Liefdes schijnbewegingen (1963) *
Tjeempie of Liesje in Luiletterland (1963) *
Somberman’s actie (1985) *
Een liefde in Parijs (2004)
Een satijnen hart (2006)

Chabot, B.
Popcorn (1981)
Captain America (1983)
!Stand (1985)
Babylon Hotel (1988)

Claes, E.
De Witte (1920)

Claus, H.
De Metsiers (1951)
Een bruid in de morgen (1955)
Suiker (1958)
Het verdriet van België (1983)
De zwaardvis (1989)
De Geruchten (1996)

Coenen, F.
Zondagsrust (1902)

Coolen, A.
Kinderen van ons volk (1928)

Couperus, L.
Eline Vere (1889)
Noodlot (1890) *
Metamorfoze (1897) *
Psyche (1898) *
Fidessa (1899) *
Langs lijnen van geleidelijkheid (1900)

De Stille kracht (1900)
De boeken der kleine zielen (1901)
De berg van licht (1905)
Van oude menschen de dingen die voorbij gaan (1906)

Daisne, J.
De man die zijn haar kort liet knippen (1947)
De trein der traagheid (1950) *

Dantzig, R. van
Voor een verloren soldaat (1986)

Daum, P.A.
Uit de suiker in de tabak (1884)
Goena goena (1889)
Indische mensen in Holland (1890)

Debrot, C.
Mijn zuster de negerin (1935)

Deelder, J.
Gloria Satoria (1969) *
Dag en nacht geopend (1970) *
De zwarte jager (1973) *
Proza (1976) *
Moderne gedichten (1979) *
Sturm und Drang (1980) *
Moderne gedichten (1982)
Modern passé (1984) *
Drukke dagen (1988) *
De T van Vondel (1990) *
Lijf- en andere gedichten (1991) *
Jazz (1992) *
Angel eyes (1998) *

Dendermonde, M.
De wereld gaat aan vlijt ten onder (1954)

Dermoût, M.
Nog pas gisteren (1951)
De tienduizend dingen (1955)

Deyssel, L. van
Een liefde (1888)
De kleine republiek (1889)

Dis, A. van
De rat van Arras (1986) *
Zilver (1988) *
In Afrika (1990) *
Het beloofde land (1991)
Indische duinen (1994)
Palmwijn (1996) *
Dubbelliefde (1999)
Familieziek (2002)

Doolaard, A. den
De herberg met het hoefijzer (1933)

Dorrestein, R.
Buitenstaanders (1983)
Vreemde streken (1984)
Noorderzon (1986)
Een nacht om te vliegeren (1987)
Het hemelse gerecht (1990)
Ontaarde moeders (1991)
Een sterke man (1994)
Verborgen gebreken (1996)
Een hart van steen (1998)
Zonder genade (2001)
Het duister dat ons scheidt (2003)
Zolang er leven is (2004)

Dorrestijn, H.
Alle verhalen (1992) *
Gevaarlijke stroom (1992) *

Durlacher, G.
Strepen langs de hemel (1986)
Drenkeling (1987)
De zoektocht (1991)
Quarantaine (1993)
Niet verstaan (1995)

Durlacher, J.
Het geweten (1997)
De dochter (2000)
Emoticon (2004)

Eeden, F. van
De kleine Johannes (1885)
Van de koele meren des doods (1900)

Elsschot, W.
Villa des Roses (1913) *
Een ontgoocheling (1921) *
De verlossing (1921) *
Lijmen (1924) *
Kaas (1933) *
Tsjip (1934) *
Pensioen (1937) *
Het been (1938) *
De leeuwentemmer (1940) *
Het tankschip (1942) *

Het dwaallicht (1946) *

Emants, M.
Een nagelaten bekentenis (1894)
Liefdeleven (1916)

Enquist, A.
Het meesterstuk (1994)
Het geheim (1997)
De IJsdragers (2002) *
De thuiskomst (2005)

Eyk, H. van
De kleine parade (1932)
Gabriël, de geschiedenis van een mager mannetje (1935)
Avontuur met Titia (1949)

Fabricius, J.
Komedianten trokken voorbij (1931) *
Venetiaans avontuur (1931) *
Brieven uit een djatihouten kist (1979) *

Ferron, L.
De keisnijder van Fichtenwald (1976)
Karelische nachten (1989)

Friedman, C.
Tralievader (1993) *
Twee koffers vol (1994) *

Geeraerts, J.
Ik ben maar een neger (1962) *
Het verhaal van Matsombo (1966) *
Gangreen I, Black Venus (1968)
De Coltmoorden (1980)
Diamant (1982)
De trap (1984)
De zaak Alzheimer (1985) *
Het Sigmaplan (1986)
Z 17 (1991)

Gijsen, M.
Het boek van Joachim van Babylon (1947)
Klaaglied om Agnes ( 1951)
De vleespotten van Egypte (1952)
Er gebeurt nooit iets (1956)

Giphart, R.
Ik ook van jou (1992)
Giph (1993)
Phileine zegt sorry (1996)
De Voorzitter (1997) *
Ik omhels je met duizend armen (1999)
Gala (2003) *
Troost (2005) *

Glastra van Loon, K.
De passievrucht (1999)
Lisa’s adem (2000)

Graaf, H. de
Een kaart, niet het gebied (1984)
De regels van het huis (1988)
Vijf broden en drie vissen (1994)

Grunberg, A.
Blauwe maandagen (1994)
Figuranten (1997)
De heilige Antonio (1998) *
Fantoompijn (2000) *
De asielzoeker (2003)
De Joodse Messias (2004)

Haan, J.I. de
Pijpelijntjes (1904)

Haasnoot, R.
Steenkind (2002)

Haasse, H.
Oeroeg (1948) *
Het woud der verwachting (1949)
De verborgen bron (1950)
De scharlaken stad (1953)
Huurders en onderhuurders (1971)
De wegen der verbeelding (1983)
Berichten van het blauwe huis (1986)
Schaduwbeeld of het geheim van Appeltern (1989)
Heren van de thee (1992)
Transit (1994) *
Fenrir (2000)
Sleuteloog (2003)

Hamelink, J.
Het plantaardig bewind (1964)

Hart, M. ‘t
Stennen voor een ransuil (1971) *
Ik had een wapenbroeder (1973) *
Een vlucht regenwulpen (1978)
De aansprekers (1979)
De droomkoningin (1980)
De kroongetuige (1983)
De jacobsladder (1986)
Het woeden der gehele wereld (1993)
Lotte Weeda (2004)

Harten, J.
Garbo en de gebroeders Grimm (1969)

Heeresma, H.
Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972) *
Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1973) *

Heijden, A.F.Th. van der
De slag om de Blauwbrug (1983)
Vallende ouders (1984)
De Sandwich (1986)
Het leven uit een dag (1988)
Advocaat van de hanen (1990)
Weerborstels (1992) *

Heijermans, H.
Op hoop van zegen (1900)
Droomkoninkje (1924)
Vuurvlindertje (1924)

Helman, A.
Zuid-zuid-west (1926)
De stille plantage (1931)

Hemmerechts, K.
Een zuil van zout (1987)
Wit zand (1993)
Veel vrouwen en af en toe een man (1995)
Taal zonder mij (1998)
De tuin der onschuldigen (1999)
Donderdagmiddag. Half vier (2002)
De laatste keer (2004)

Hermans, W.F.
Tranen der acacia’s (1949)
Ik heb altijd gelijk (1951)
Het behouden huis (1953) *
De donkere kamer van Damokles (1958)
Nooit meer slapen (1966)
Een wonderkind of een total loss (1967)
Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
Onder professoren (1975)
Filip’s sonatine (1980) *
Homme’s hoest (1980) *
Uit talloos veel miljoenen (1981)
Geyerstein’s dynamiek (1982) *
De zegelring (1984) *
De heilige van de horlogerie (1987) *
Au pair (1989)
De laatste roker (1991) *
In de mist van het schimmenrijk (1993) *
Ruisend gruis (1995) *

Herzberg, A.
Amor fati. Zeven opstellen over Bergen-Belsen (1946)

Hillesum, E.
Het verstoorde leven (1981)
Het denkend hart van de barak (1983)

Hoekstra, H.
De zandloper (1956)

Hooft, J. ‘T
Verzameld proza (1982)

Hoornik, E.
De overlevende (1968)

Hotz, F.B.
Dood weermiddel en andere verhalen (1976)
Ernstvuurwerk (1978)
Duistere jaren (1983)

Höweler, M.
Van geluk gesproken (1982)
Dagen als gras (1989)

Jaeggi, A.
Held van beroep (1999)

Jagt, M. van der
De geschiedenis van mijn kaalheid (2002)

Japin, A.
De zwarte met het witte hart (2000)
De droom van de leeuw (2001)
Een schitterend gebrek (2003)
De grote wereld (2006) *

Jong, O. de
Opwaaiende zomerjurken (1979)
Cirkel in het gras (1985)
Hokwerda’s kind (2003)

Kellendonk, F.
Bouwval (1977)
De nietsnut (1979)
Letter en geest (1982)

Mystiek lichaam (1986)

Keulen, M. van
Bleekers zomer (1972) *
Allemaal tranen (1972)
Overspel (1982)
De ketting (1984)
Engelbert (1987)
De lach van Schreck (1991)
De rode strik (1994)

Koch, H.
Red ons, Maria Montanelli (1989)
Odessa Star (2003)

Koelemeijer, J.
Het zwijgen van Maria Zachea (2001)

Kooiman, D.A.
En romance (1973)
Montyn (1982)

Koolhaas, A.
De hond in het lege huis (1965) *
Vanwege een tere huid (1973) *

Kooten, K. van
Veertig (19820 *
Zwemmen met droog haar (1992) *
Annie (2000) *

Krabbé, T.
Het gouden ei (1984) *
De vertraging (1994) *
De grot (1997) *
Kathy’s dochter (2002)
Een goede dag voor de ezel (2005) *

Lampo, H.
Hélène Defraye (1944)
De belofte aan Rachel (1952)
Terugkeer naar Atlantis (1953)
De duivel en de maagd (1955)
De komst van Joachim Stiller (1960)
De verdwaalde caranvalsvierder (1990)
De man die van nergens kwam (1991)

Leeuw, A. van der
Ik en mijn speelman (1927)
De kleine Rudolf (1930)

Loo, T. de
De meisjes van de suikerwerkfabriek (1983)
Meander (1986)
Het rookoffer (1987) *
Isabelle (1989) *
De tweeling (1993)
Een varken in het paleis (1998)
Een bed in de hemel (2000)
De zoon uit Spanje (2004)

Looy, J. van
Jaapje (1917)

Mahieu, V.
Schat, schot, schat (zes vertellingen) (1990)

Mak, G.
Hoe god verdween uit Jorwerd (1994)
De eeuw van mijn vader (2000)

Man, H. de
Het wassende water (1925)

Martelaere, P. de
Littekens (1991)

Marugg, T.
Weekendpelgrimage (1958) *
De morgen loeit weer aan (1988) *

Matsier, N.
Gesloten huis (1994)

Meer, V. van der
Het limonadegevoel en andere verhalen (1985)
Een warme rug (1987)
De reis naar het kind (1989) *
Eilandgasten (1999)
De avondboot (2001)
Ik verbind u door (2004)

Meijsing, D.
Robinson (1976)

Michiels, I.
Het afscheid (1960) *

Minco, M.
Het bittere kruid (1957)
De andere kant (1959) *
Een leeg huis (1966)
De val (1983) *
De glazen brug (1986) *

Moor, M. de
Eerst grijs dan wit dan blauw (1991)
De virtuoos (1993)
Hertog van Egypte (1996)
Zee-Binnen (1999) *
De verdronkene (2005)

Mortier, E.
Marcel (1999)*
Mijn tweede huis (2000)
Sluitertijd (2002)

Mülisch, H.
Het zwarte licht (1956)
Het stenen bruidsbed (1959)
De zaak 40/61 (1962)
Bericht aan de rattenkoning (1966)
Twee vrouwen (1975)

De aanslag (1982)
De pupil (1987) *
De elementen (1988)
De ontdekking van de hemel (1992)
De procedure (1998)
Het theater, de brief en de waarheid (2000) *
Siegfried (2001)

Nescio
Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes (1918)

Noordervliet, N.
Het oog van de engel (1991)
Uit het paradijs (1997)
Pelican Bay (2002)

Nooteboom, C.
Philip en de anderen (1955)
De avond in Isfahan (1978)
Rituelen (1980)

Oberski, J.
Kinderjaren (1983) *

Otten, W.J.
Een man van horen zeggen (1984)
De wijde blik (1991)
Specht en zoon (2005)

Oudshoorn, J. van
Willem Mertens’ levensspiegel (1914)

Palmen, C.
I.M. (1998)

Peper, R.
Oesters (1991)
Rico’s vleugels (1993)
Russisch blauw (1995)
Dooi (1999)
Wie scheep gaat (2003)

Perron, E. du
Het land van herkomst (1935)
Schandaal in Holland (1939)
Parlando (1941)

Peskens, R.J.
Twee vorstinnen en een vorst (1975)
Mijn tante Coleta (1977)
Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse (1977) *

Pleysier, L.
De gele rivier is bevrozen (1993) *

Pointl, F.
De kip die over de soep vloog (1989)
De aanraking (1990)
Rijke mensen hebben moeilijke maten (1993)

Polet, S.
Mannekino (1968)

Pos, H.
Het doosje van Toeti (1985) *

Presser, J.
De nacht der Girondijnen (1957)

Raes, H.
De lotgevallen (1968)
Reizigers in de anti-tijd (1970)

Reisel, W.
Het blauwe uur (1988)

Reve, G.
De avonden (1947)
Werther Nieland & De ondergang van de familie Boslowitz (1949)
Tien vrolijke verhalen (1961)
Op weg naar het einde (1963)
De taal der liefde (1972)
Lieve jongens (1973)
De vierde man (1981) *
Wolf (1983)

Roland Holst, A.
Deirdre en de zonen van Usnach (1920) *

Rosenboom, Th.
De mensen thuis (1984)
Vriend van verdienste (1994)
Publieke werken (1999)
Een nieuwe man (2003)
Spitzen (2004) *

Ruebsamen, H.
Op Scheveningen (1988)

Ruyslinck, W.
De ontaarde slapers (1957) *
Wierook en tranen (1958) *
Het dal van Hinnom (1961)
Het reservaat (1964)
Golden Ophelia (1966)
Wurgtechnieken (1980
)

Sauwer, M.
Koude kermis (1983)
Een verlegen man (1994)

Schendel, A. van
Een zwerver verliefd (1904) *
Een zwerver verdwaald (1907) *
Het fregatschip Johanna Maria (1930)
De waterman (1933)
Een Hollandsch drama (1935)
De wereld een dansfeest (1938)

Schippers, K.
Waar was je nou? (2005)

Scholten, J.
Morgenster (2000) *

Siebelink, J.
Nachtschade (1975)
Weerloos (1978)
De herfst zal schitterend zijn (1980)
Met afgewend hoofd (1986)
De overkant van de rivier (1990)
Verdwaald gezin (1993)
Laatste schooldag (1994)
Vera (1997)
Margretha (1982)
Knielen op een bed violen (2005)

Slauerhoff, J.J.
Schuim en as (1930)
Het verboden rijk (1932)
Het leven op aarde (1934)

Slot, P.
Zuiderkruis (1999)
Blauwbaard (2000)
Tegenpool (2001)

Springer, F.
Bericht uit Hollandia (1962)
Schimmen rond de Parula (1966)
De gladde paal van de macht (1969)
Tabee, New York (1974)
Zaken overzee (1977)

Bougainville (1981)
Quissama (1985)
Sterremeer (1990) *
Teheran, een zwanezang (1991)
Bandoeng-Bandung (1993)
Kandy. Eenterugtocht (1998)

Steenbeek, R.
Schimmenrijk (1999)
Ballets Russes (2002)
Intensive Care (2004)

Streuvels, S.
De oogst (1900)
De vlaschaard (1907)

Teirlinck, H.
Maria Speermalie (1940)
Zelfportret of het galgemaal (1954)

Thijssen, Th.
Kees de jongen (1923)

Thomése, P.F.
Heldenjaren (1994)
Schaduwkind (2004) *

Timmermans, F.
Pallieter (1916)

Uphoff, M.
Begeerte (1997)

Vandeloo, J.
Het gevaar (1960) *
De croton en andere verhalen (1962)

Veen, A. van der
Het wilde feest (1952)

Vervoort, H.
Met stijgende verbazing (1980)
Het tekort (1988)

Vestdijk, S.
Terug tot Ina Damman (1934)
Pastorale 1943 (1948)

De kellner en de levenden (1949)
De koperen tuin (1950)
Ivoren wachters (1951)

Vianen, B.
Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972)

Voskuil, J.J.
Het bureau (verschillende delen) (vanaf 1996)

Vries, Th. de
Het meisje met het rode haar (1956) *

Vuyk, B.
Kampdagboeken (1990)

Walschap, G.
Celibaat (1934)
Zuster Virgilia (1951)

Warren, H.
Geheim dagboek (1985)

Weemoedt, L.
De ziekte van Lodesteijn (1986) *

Wielemaker, K.
Winter in Foudgum (1985)

Wieringa, T
Joe Speedboot (2005)
Ik was nooit in Isfahan (2006)
Tristan en Isolde (2006)

Winter, L. de
Zoeken naar Eileen W. (1981)
Kaplan (1986)
Hoffman’s honger (1990)
Supertex (1991)
De ruimte van Sokolov (1992)
Serenade (1995) *
De hemel van Hollywood (1997)
God’s gym (2002)

Wit, A. de
Orpheus in de dessa (1902) *

Wolkers, J.
Serpentina’s petticoat (1961)
Kort Amerikaans (1962)
Een roos van vlees (1963)
Gesponnen suiker (1963)
Terug naar Oegstgeest (1965)
Horrible Tango (1967)
Turks Fruit (1969)
De kus (1977)
Brandende liefde (1981)
Zomertijd (1986)
Zomerhitte (2005) *

Zandwijk, N.
De dag van de jas (2001)

Zijl, A. van der
Sonny Boy (2004)

Zikken, A.
De atlasvlinder (1958)
De Tanimbar-legende (1992)

Zomeren, K. van
Het verhaal (1986)
Sterkverhaal (1987)

Zwagerman, J.
Gimmick! (1989)
Vals licht (1991)
De buitenvrouw (1995)
Zes sterren (2002)

Er resteren nog zo’n 35 titels in deze treurige leeslijst. Mijn zoon hoeft er maar 20 te lezen, dus die overige 15 moet hij er zelf maar uit schrappen. Hij mag ook zelf schrijvers voorstellen, maar de namen van Edgar Caïro en Tjalie Robinson klonken de leerkracht al niet bekend in de oren. Tsja, hou dan maar op.

Nederland leest nog steeds niet

Afgelopen zomer verscheen volkomen onverwacht een goedkope herdruk van mijn beruchte bloemlezing Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren (1998). Het kostte me enig gepieker over de beweegredenen van de uitgever. Ik bedacht dat de heruitgave wel te maken zou hebben met de komende gratis verspreiding van de novelle Oeroeg (1948) van Hella S. Haasse. Indië zal dan immers weer even en vogue zijn en elke moderne uitgever speelt daar natuurlijk alvast op in.

Ik had Oeroeg aanvankelijk buiten de opzet van mijn bloemlezing gehouden. Dat het er tóch in kwam, gebeurde op hevig aandringen van een redacteur wiens referentiekader weinig breder was dan de leeslijst die hem op de middelbare school onder de neus was geschoven. De bloemlezing wierp zoveel stof op dat ik me genoodzaakt zag een verweerschrift op te stellen in mijn postmodern Indisch jaarboek Yournael van Cyberney (2001). Naar aanleiding van een minder vleiende terzijde van me over Oeroeg werd ik door Hella Haasse en haar paladijn Rudy Kousbroek ter verantwoording geroepen op een podium in het toenmalig Indisch Huis aan de Javastraat te Den Haag. Dat was in 2002, ruim een halve eeuw na de verschijning van Oeroeg.

debat birney kousbroek haasse

Tijdens dat debat, of kruisverhoor, wierp de schrijfster mij voor de voeten dat ik haar een “trut” had genoemd in Yournael van Cyberney. Onzin, hoe treiterig ook Kousbroek, altijd in voor een rel, met zijn vinger op de gewraakte passage (p. 10) wees. Ik had gesproken over “dat tuttig Eurocentrisch romannetje Oeroeg”. Maar, zo redeneerde Haasse, als ik haar boek zo noemde, dan noemde ik haar óók zo: een trut, wat volgens haar hetzelfde was als een tut. Dat de schrijfster, overigens dol op dictees, weinig gevoel voor nuances had, dat was Tjalie Robinson ooit al opgevallen in zijn stuk Nogmaals Oeroeg, gepubliceerd in Oriëntatie, Jakarta, juni 1948.

Nog even en Nederland Leest editie numero 4 gaat van start. De Stichting CPNB, flink onder de loep genomen in Yournael van Cyberney, heeft voor de gelegenheid dus maar weer eens Oeroeg uit de kast gehaald. Deze koloniale troonopvolger van Orpheus in de Desa (1900) van Augusta de Wit is werkelijk niet van de Hollandse dijken af te meppen. Het boek, dat aan zijn 47e druk toe is en allang op elke Hollandse zolder ligt te verstoffen, vormt waarlijk het onomstotelijke bewijs dat de CPNB tot de minst fijnzinnigste leesclub ter wereld kan worden gerekend. Toch vrees ik dat aanstonds gans het Bataafse Koninkrijk de gratis distributie van Haasses beroerde klassieker even hard zal toejuichen als een doelpunt van Oranje tijdens een WK of EK, al is het vanuit buitenspelpositie gescoord.

Oeroeg verhaalt over de vriendschap tussen de ik-figuur, een Hollandse zoon van een administrateur op een theeonderneming in het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog, en een Indonesische jongen. De Hollandse zoon gaat in Delft studeren en het tweetal groeit uit elkaar. Eenmaal terug in Nederlands-Indië, waar het koloniale tijdperk ten einde loopt, blijkt hun verwijdering een onoverbrugbare kloof geworden. Indo’s spelen een bijrol, zoals in de meeste boeken van blanke auteurs.

Belangrijk om te weten is dat het manuscript van Oeroeg onder motto was ingestuurd voor het Boekenweekgeschenk. Nederland, amper bekomen van de Duitse bezetting, vocht als een idioot overzee voor behoud van de kolonie. Indië was hot, het verhaal kwam als een geschenk uit de hemel vallen. Hella Haasse heeft haar eersteling tot op hoge leeftijd verdedigd tegen aanvallen van vooral Indo’s die het maar een boek van niks vonden. De bekendste was Tjalie Robinson, volgens Wim Willems in de vooraankondiging van zijn biografie “de enige echte Indo-schrijver van Nederland”, een stempel dat je nooit meer van het internet af krijgt en impliciet voor de niet-kenner uiteraard een diskwalificatie vormt voor de talloze overige zogenoemde echte Indo-schrijvers.

Het boek heet intussen Tjalie Robinson; biografie van een Indo-schrijver (2008). Een interessante vraag bij de biografie van een schrijver is altijd in hoeverre deze werkelijk invloed heeft gehad op de Nederlandse literatuur. Biograaf Wim Willems wijdt één bladzijde aan Tjalie Robinsons aanval op Hella Haasses Oeroeg en schrijft onder meer:

Het kwam erop neer dat de criticus (=Tjalie Robinson – AB) alles wat hij las door en door vals vond. Dat ging ook op voor het karakter van de jeugdvriendschap tussen Oeroeg en de Hollandse ikfiguur, met zijn kleinerende opmerkingen over inlanders, die Tjalie als pure laster ervoer. Hij had genoeg Indonesische kameraden gehad, schreef hij, en hoewel er in de vooroorlogse koloniale wereld nooit echte broederschappen ontstonden, ook niet met Indische jongens, zou er pertinent geen scheidsmuur hebben bestaan, zoals Haasse suggereerde. Dat een vroegere schoolkameraad zich in die tijd van de politionele acties ineens ontpopte als een gezworen vijand, vond hij al even ondenkbaar. (p. 222,223)

Deze tamelijk afstandelijke samenvatting van de literaire perkara tussen Tjalie Robinson en Hella Haasse is wat kort door de bocht. Je zou bijna denken dat Willems in dezelfde valkuilen trapt als Haasse en dat hij beter een biografie aan háár had kunnen wijden.

In Nogmaals Oeroeg (herdrukt in de Pasarkrant, november 1993) komt Tjalie met een genuanceerde opsomming van onjuistheden, onwaarachtigheden en onnozelheden uit het proza van Haasse. Tjalie stelt dat het onderwerp in Oeroeg door zijn (politieke) actualiteit alle interesse van de pers heeft en dat daardoor de kritiek vrij gunstig is geweest. Hetzelfde zie je overigens een halve eeuw later terug met de overdreven positieve waardering van de pers voor soms zeer middelmatige boeken van zogeheten “allochtone” auteurs. Je zou kunnen zeggen dat de pers “goed fout” is door op die manier iets te willen bedekken dat zó diep geworteld in de samenleving is dat het lijkt alsof Nederland nooit racistisch was. Maar Tjalie dook diep in Oeroeg en wees op de talloze psychologische fouten en tekortkomingen in vooral het latere leven van Oeroeg en zijn vriend:

‘We hebben je op Pasar Baroe gezien met je djongos’ en ‘Ben je weer met je Inlander uit geweest’. Zulke dingen wèrden niet gedacht en wèrden niet gezegd. Dit is ergerlijke, hatelijke en onverdiende laster. Wij hadden allemaal onze Indonesische vriendjes, ook in soortgelijke dienstverhoudingen. Maar als kameraad waren ze kameraad, afgelopen. De smeerlap, die zoiets gezegd zou hebben, zelfs voor de grap, zou of van de aangesprokene, of van diens Indonesische vriend een pak ransel hebben opgelopen. Ja, we vochten gemakkelijk en veel in die tijd. Zeer zeker was er geen sprake van broederschap, daar waren we (aan beide zijden) te nuchter en te eerlijk voor. Maar er was pertinent ook geen scheidsmuur, waar Hella ons aan wil doen geloven.’

Misschien zou Tjalie beter zijn begrepen als hij had geschreven dat de schrijfster een politieke scheidsmuur verwarde met een koloniale, die veel ingewikkelder lag. En die een veel grotere tragiek kende. Díe tragiek kende Tjalie Robinson als geen ander en Hella Haasse kende die domweg niet. Dat proef je uit de verdere woorden van Tjalies polemische stuk Nogmaals Oeroeg:

Ik ben in de bersiaptijd ook vrienden van vroeger tegen het lijf gelopen […]. En op het moment dat je mekaar herkent, dan heb je spijt van je ‘vijands-uniform’ en hij van z’n rood-witte badge. Je zegt ‘Hallo John!’ en ‘Hallo Tjalie!’ en je geeft mekaar verlegen een hand. Dat is duizendmaal gebeurd hier. Zij in hun groep en ik in mijn groep zouden elkaar niet herkend hebben en verbitterd met elkaar zijn slaags geraakt, ja. Maar in de besloten confrontatie is dat pertinent niet mogelijk. Als er ooit vriendschap geweest is, verstaan? Zelfs toen ik mijn oog minachtend monsterend liet gaan over de neergehurkte krijgsgevangenen en alleen snipers zag, toen nog ontdekte mijn oude oog in een halfnaakte met gebogen hoofd zittende peloppor de schoolkameraad van mijn broertje, Wadjah. We hebben elkaar gesproken ‘net als toen’ en dat was ‘rot, rot en nog eens rot’.

Tjalie maakte dus onderscheid tussen kameraadschap en broederschap en tussen soorten van scheidsmuren. Dat onderscheid vond hij niet terug in Oeroeg. En ik ook niet. In Oeroeg hangt vriendschap kortom af van politieke omstandigheden zoals men die in het Westen kent. Tjalie schrijft:

Als je dan aan het slot van deze levensbeschrijving van twee jeugdvrienden leest: ‘(Zijn) diepte peilde ik nooit. Is het te laat?’, dan pas realiseer je je het gevaar van dit boek: als zelfs een Hollandse jongen, zo innig samen opgegroeid met een Indonesische jongen, niets dan onpeilbare diepte peilt en wanhopig uitroept: ‘Is het te laat?’, hoe dan alle andere Hollanders en Indonesiërs? Ja, als het werkelijk zo is, schei dan maar uit met peilen.

Nou Tjalie, ze zijn nog altijd bezig met peilen. En zij die uitgepeild zijn, hebben dat niet gedaan omdat ze het hebben begrepen, maar omdat er inmiddels andere “doelgroepen” rondlopen die zo nodig gepeild moeten worden. We leven hier in het laagland ver beneden de zeespiegel. Het peilen zit ze in het bloed, de Batavieren. Of de CPNB ooit jou nog aan de beurt laat komen, zou ik niet weten. De CPNB is simpelweg niet te peilen, Tjalie.

* * *

Ik kreeg veel e-mails van mensen die op een of andere manier niet de hand weten te leggen op het herfstnummer van Archipel Magazine. Opvallend veel mails waren afkomstig uit het buitenland. Daarom heb ik besloten het artikel online te zetten, op gevaar af van zure blikken van Archipel Magazines hoofdredacteur. Enfin, doe er uw voordeel mee. For the sake of the Indo, zal ik maar zeggen.

Bronnen: Alfred Birney: Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren (1998, herdruk 2009); Alfred Birney: Yournael van Cyberney (2001); Siem Boons weblog Fotografie & Schrijverij (met de volledige tekst van Tjalies nogmaals oeroeg en de volledige achtergrondgeschiedenis van Kousbroek & Haasse versus Tjalie Robinson zaliger); Hella S. Haasse: Oeroeg (1948); Tjalie Robinson: Nogmaals Oeroeg. Oriëntatie, Jakarta, juni 1948; herdrukt in de Pasarkrant, november 1993; Wim Willems: Tjalie Robinson; biografie van een Indo-schrijver (2008); Augusta de Wit: Orpheus in de desa (1900).


© 2009 Alfred Birney
Archipel Magazine, herfst 2009

Kill Oeroeg!

Gut, de Oude Media beginnen wakker te worden. Of ze vallen nog net niet in slaap. Hoogstwaarschijnlijk is het laatste het geval. De Volkskrant van vandaag, donderdag 5 november 2009, kopt op pagina 33 in de rubriek Media & Mensen onder de kolom Weekbladen:


Tuttige romannetjes en gestileerde bullshit

In de rubriek worden de grote weekbladen in vogelvlucht bekeken: Vrij Nederland, Elsevier, HP/De Tijd en De Groene Amsterdammer. Quote: ‘Prikkelender is het stuk over Oeroeg, het boek van Hella Haasse, dat de CPNB deze weken cadeau doet in de campagne Nederland Leest. De Groene vat de ‘aanhoudende controverse’ samen die sinds het verschijnen in 1948 bestaat: het werkje is volgens critici uit Indische kring ‘een tuttig eurocentrisch romannetje’.

Deze diskwalificatie is afkomstig uit mijn Yournael van Cyberney, die in 2000 als e-zine het web bestormde en in 2001 in boekvorm werd uitgegeven. Ik blogde al eerder dat Hella Haasse en Rudy Kousbroek een speciaal debat wensten over deze gewraakte passage. En dat ze die kregen. En dat Hella Haasse mij voor de voeten wierp dat ik haar ‘een trut’ had genoemd. Over lezen gesproken.

Nederland Leest Niet. Zo luidt mijn pamflet tegen die stompzinnige CPNB. Het staat afgedrukt in het herfstnummer van Archipel Magazine. Lizzy van Leeuwen is ermee aan de gang gegaan en is verantwoordelijk voor het anti-Oeroeg-stuk in De Groene Amsterdammer. Mijn diskwalificatie begint onderhand een runnin’ gag te worden. Kijk maar op de cover van De Groene Amsterdammer van deze week (6 november 2009):


Oeroeg
Indo’s en totoks over Haasses ‘tuttig eurocentrisch romannetje’

Lizzy van Leeuwen, Our Lady in Amsterdam (vrij naar Graham Greene), is geweldig op dreef in haar stuk Indo’s versus totoks; Er bestaan geen Oeroegs. Haar stuk over de al zestigjarige durende discussie over het ‘foute’ (Tjalie Robinsons diskwalificatie) Oeroeg is een must read voor iedereen die werkelijk wil weten hoe de vork in de steel zit rond de idiote canonisering van de Nederlandstalige letteren en het koloniale gejammer van mensen als Rudy Kousbroek en Hella Haasse. Als de runnin’ gag ‘eurocentrisch romannetje’ echt blijft rondzingen, dan zal de actie van de CPNB, die nooit luisterde naar de stemmen uit Indo-kringen, uiteindelijk de dood betekenen van Oeroeg. Ja, een langzame, zoals van die andere abjecte novelle Orpheus in de desa van Augusta de Wit, een boek dat ruim tachtig jaar op de leeslijsten van de middelbare scholen mocht prijken, waarmee de Indo vanzelfsprekenderwijs als een subversieve figuur met leesgif bij de onbevooroordeelde jonge lezers werd geïnjecteerd.

Oeroeg zet op geen enkele manier aan tot werkelijk nadenken, getuige de meer dan tachtig onnozele en lovende recensies in het huidige tijdsgewricht, eenvoudig omdat de hoofdfiguur niet nadenkt, en zijn schepper Hella Haasse dat na meer dan zestig jaar ook nog altijd niet heeft geleerd. Als veelgelezen schrijvers al niet nadenken, hoe kunnen hun toegewijde lezers dat dan ooit leren? Hier bewijst de kritiek, de goed doorwrochte stukken, haar waarde. Lezen dus, De Groene Amsterdammer van deze week.

De CPNB zal ongetwijfeld verklaren dat ze een discussie heeft willen uitlokken. Vergeet het. Ze wilden gewoon weer eens de aandacht op zichzelf vestigen en hebben daarbij zeer onnadenkend en onwetend in de koloniale leestrommel getast. Zoals te doen gebruikelijk bij die schimmige club van boekhandelaren en overige maffiosi.