De televisie en de dood

hat logo meneer b Mijn naam is Meneer B. en een rusteloosheid dreef me vanavond mijn huis uit, de fluwelen verregende straten door. De nieuwe straatlantaarns geven een fel wit licht waarbij de mens zich veiliger moet voelen, maar de televisie houdt ze nog altijd binnen in dit saaie land. Mijn gitaarkoffer voelde loodzwaar aan, het is decennia geleden dat ik regelmatig met een gitaar over straat ging, ik zal het wel ontwend zijn. Uit luiheid had ik mijn gitaar afgelopen kerst thuis gelaten toen ik bij een vriend ging dineren. Ik vertelde hem wél dat ik een nieuwe gitaar had, met een rinkelende klank, en ik beloofde hem het instrument te komen tonen. Dat was vanavond. Het was zo stil in mijn huis, maar in zijn huis was het nog stiller. Mijn vriend opende de voordeur op een manier die ik niet van hem kende. Ik bleef met mijn gitaarkoffer tussen mijn voeten staan terwijl hij het doodsbericht bracht van een goede vriendin, een vrouw die ik heb gekend. Ik wist dat ze ziek was. Tachtig is een mooie leeftijd. Hoe ouder je wordt, hoe minder doodsberichten je shockeren. En hoe meer je praat over lichamelijke ongemakken, die je vergezellen naar de dood. Dingen die je als adolescent helemaal niet horen wilt. Gelukkig wist ik mijn vriend op te beuren met mijn gitaar. Zijn vrouw zette zelfs de televisie uit. Ik haat de televisie. De televisie houdt de mensen thuis. De televisie lijkt de werkelijkheid te tonen, maar het biedt pulpfictie van het allerlaagste niveau. Maar ik dwaal af.

Facebook slaat op hol

facebook slaat op hol Toen Google zijn eigen social site in bèta vrijgaf (alleen op uitnodiging aan te melden), was Mark Zuckenberg, een van de eersten die een profiel aanmaakte. Mark Zuckenberg is de grote baas van Facebook, ook wel de vader van deze social networking site genoemd, al wordt daar aan getwijfeld sinds twee vroegere vriendjes van hem een rechtszaak wonnen, wegens het stelen van hun idee. Nou is stelen op het internet meer gebruik dan uitzondering. Zo stal Microsoft het idee van ICQ en vertimmerde het tot MSN. Google steelt inhoud (content) van alle sites die de robot tegenkomt en slaat die op op de eigen servers. Dat noemen ze cash. Als je iets van je site afhaalt, dan kunnen gebruikers nog jarenlang de inhoud uit Google’s cash halen, en anders is er wel de WayBackTimeMachine, die de inhoud mogelijk nog langer bewaart. Ook browsers stelen van elkaar. Opera is zo’n beetje de voorloper van alles wat een moderne browser te bieden heeft, zoals tabs, en toch de minst gebruikte. Nogal zuur. Tweakers en geeks zijn over het algemeen de volgende mening toegedaan:

Beter goed gejat dan slecht verzonnen.

Schaamteloosheid heeft het afgelopen decennium veel van haar betekenis ingeboet. Het vervelende is dat dit soort kreten door velen vrolijk in het vaandel wordt geschreven. Het laat zich raden dat dat niet de meest creatieven zijn van onze aardkloot. Het doorsnee publiek volgt de internetpolitiek niet, weet vaak niet eens wat een browser is, laat staan dat men op de hoogte is van wie wat nou eigenlijk heeft uitgevonden. Wat bijvoorbeeld cookies zijn en doen, daar heeft men geen idee van, en over de opheffing van het briefgeheim met de intrede van e-mail wordt niet eens gediscussieerd. Het zij zo, tijden veranderen niet, de mens blijft al net zo onverschillig als weleer.

Mark Zuckenberg is aldoor bezig zijn troetelkind, dat miljarden dollars waard is, op te pompen. Zelf schrijft hij geen regel code meer, dat laat ie aan anderen over. Onlangs heeft Facebook functies van Google+ overgenomen, die lijken op de zogenaamde circles waarmee Google+ werkt. Ook van Twitter is gejat. Op de zogenaamde voorpagina van Facebook, waar je alle updates van je contacten voorbij ziet komen, is in de rechtercolumn een soort Twitterfeed ingebouwd. Je ziet nu niet alleen meer de updates van je contacten verschijnen maar ook wat je contacten links en rechts bij deze gene aan commentaar achterlaten. Beschik je over veel contacten, dan is de dubbele nieuwsstroom niet bij te houden. Je wordt dan gedwongen circles te maken, of bepaalde personen gewoonweg uit te sluiten van verschijning op je voorpagina.

Er gaat geen kwartaal voorbij of Facebook komt wel weer met een gestolen noviteit. Dan moet je je instellingen weer aanpassen. Dat kost tijd. Met 100 contacten gaat het allemaal nog wel, maar gebruik je Facebook in de eerste plaats om te netwerken en beschik je over een paar duizend contacten, dan wordt het een dagtaak. Mensen met veel contacten – vooral artiesten, kunstenaars, uitgevers en schrijvers – worden overigens aangespoord om een fanpage te maken. Je kunt van je gewone page met één muisclick een fanpage maken, maar dan raak je verschillende functies kwijt. Je kan dan geen berichten meer plaatsten op de walls van anderen en je kunt geen gebruik meer maken van de berichtendienst (e-mail via Facebook). En je hebt geen vrienden meer, alleen nog fans, velen tegen wil en dank uiteraard.

Sinds de invoering van genoemde nieuwe functies kamp ik met het volgende probleem: ik kan nauwelijks meer reageren op berichten van anderen, zelfs niet op mijn eigen wall. Dat is nogal frustrerend, ik ben namelijk een communicatief wezen, ook op Facebook. Ook worden veel van mijn postings weggehaald door de robotmoderator. Er zijn mensen die er totaal geen last van hebben en het bijzonder geestig vinden dat ik niet meer op hen kan reageren. Die zitten kennelijk niet op Facebook om er met anderen te communiceren.

Misschien hebben ze ook wel gelijk. Als je de nieuwsupdates en de semi-tweets voorbij ziet flitsen, dan voel je je alsof je verdwaald bent in een metropool. Je ziet opeens hoe het gesteld is met de mensen in de huidige tijd. Men roept wat rond, kalkt wat op de muur, laat elkaar een liedje horen, wijst een ander op een schilderij, een hoogst enkele keer op een boek, men steekt links en rechts een duim op en reblogt dat het een lieve lust is. Fascinerend. Werkelijk. Er zijn er bij die tegelijkertijd televisie kijken, een boek lezen en half aanhoren wat hun huisgenoten te vertellen hebben. Men noemt dit multitasking, maar multiconsumptioning lijkt me een betere term. Weinig opbeurend idee als je aan een boek werkt. Dit terzijde. Als je dag in dag uit lijdzaam moet toezien hoe je reacties op anderen simpelweg worden geweigerd door de robotmoderator, dan begint dat meer dan hinderlijk te worden. Het lijkt wel alsof je voor een tijdje op de een of andere zwarte lijst staat. Nou, dan vertrek je maar weer voor een poosje.

Tip: ben je nog niet op Facebook? Begin er niet aan.

P/S LinkedIn heeft onlangs ook al ongevraagd zijn privacy settings gewijzigd. Fijn zo. Ik was er al weg.

Spoken in de gang

Ze zeggen dat een mens niet kan besluiten een ander te gaan haten, zoals je ook niet kan besluiten een ander te gaan liefhebben. Maar volgens mijn moeder was mijn tweelingbroer geen mens, en ik trouwens ook niet, we waren van een andere planeet.

Ik heb het ogenblik gezien waarop mijn tweelingbroer besloot mijn vader te gaan haten. Het gebeurde in de gang van nummer 1394 aan een onafzienbare naoorlogse laan vol eenvormige, vreugdeloze portiekwoningen. Ik zag het gebeuren vanuit de jongensslaapkamer. De gang was een hel waar je steeds doorheen moest om ergens te komen: de keuken, de woonkamer, de douche, een van de andere slaapkamers of de voordeur… Bij het vallen van de avond werd de gang vanuit de duistere hoeken beloerd door de Wielewiel. Niemand van ons had ooit de Wielewiel gezien, maar we wisten dat het spook zich voortbewoog op razendsnelle wielen terwijl het spook zelf ook een wiel was. Toch was de Wielewiel te ontwijken. Als je hard genoeg liep en sprongetjes maakte, kon je vanuit de slaapkamer de wc bereiken zonder door de Wielewiel gegrepen te worden.

Er lag dun geel zeil met een armzalig oranje bloemmotief onder een ruwe lange kokosloper. De kokosloper krulde om aan de uiteinden. Als je niet oppaste, struikelde je erover. De kokosloper deed pijn aan je knieën wanneer je overdag in de gang speelde. Dag en nacht was er iets mis met die gang. Alles gebeurde altijd maar in die gang.

Ik deelde met mijn tweelingbroer en ons twee jaar jongere broertje een kamer, waarin naast een enkel bed een stapelbed stond. We kibbelden over wie boven in het stapelbed mocht liggen. En we joegen elkaar de stuipen op het lijf door om de Wielewiel te roepen wanneer een van ons naar de wc moest. Jonge broer zeek wel eens in zijn broek, zo bang was hij voor de Wielewiel. We mopperden dan op hem, omdat we in zijn zeiklucht moesten slapen. Kwam Mama Helmond op ons gerucht af, dan zwegen we. Want had ze een slecht humeur, of er was een musical of film op de televisie, dan kon ze ons aangeven, zodat Soerabaja Papa ons kwam slaan en schoppen. Dan kon zij op haar beurt weer proberen hem daarvan te weerhouden, of ze speelde het, zoals haar kwijnende filmheldinnen in hun slachtofferrollen. Ze kon erg dom zijn als zijzelf het mikpunt was: hoe agressiever hij tegen haar werd, hoe meer ze hem ging stangen, totdat de man helemaal mata gelap werd.

* * *

U bent op een kwart van Alfred Birney’s verhaal Spoken in de gang. Verder lezen? Click hier voor het nemen van een abonnement of het aanvragen van een proefnummer van Archipel Magazine. Of hol naar een goede boekwinkel of kiosk. Geen idee waar in uw woonplaats? Vraag het Archipel Magazine per e-mail.

Mercurius transiterend door het achtste huis

hat logo meneer b Mijn naam is Meneer B. en Mercurius wandelt momenteel door mijn achtste huis. De astrologen van astro.nl grijpen elke transit aan om je te vertellen wat je wel en niet moet doen. Het achtste huis symboliseert onder meer seksualiteit en de dood. Mercurius is de planeet van het verstand. Dus is mij verteld dat ik niet zo over de vergankelijkheid en verloren vrienden moet piekeren. Ik moet in het hier en nu leven. Het is bijna vijftien jaar geleden dat Christina alvleesklierkanker kreeg en amper de tijd kreeg zich op haar dood voor te bereiden. Ze was mijn levensgezellin geweest, ik had haar verlaten omdat ik als kluizenaar wilde schrijven. Ze ontmoette een man, kreeg een kind, werd zwanger van een tweede en moest die nog ter wereld brengen toen ze al doodziek was. De hel. Ik haalde alternatieve medicijnen bij een aurahealer. Ik geloof dat Christina die lachend in de vuilnisbak mieterde zodra ik weer weg was. Ik moest de afgelopen dagen veel aan haar denken, ik wist niet waarom. Vanavond zette ik na een dutje op de bank de televisie aan en viel midden in een show van David Letterman. Deze grappige talkshowpresentator vertelde het publiek dat hij ooit een stand up comedian had ontslagen en eigenlijk nooit heeft begrepen waarom hij dat nou had gedaan. Als een soort goedmaker nodigde hij de moeder uit van de stand up comedian, die ongeveer tegelijk met Christina was gestorven, aan dezelfde vorm van kanker, ook vroeg in de dertig. David Letterman vertoonde een door hem afgekeurde opname van de stand up comedian. Die was zo goed, dat het hem nog meer speet dat hij hem had gedumpt. Zo hebben ze het nooit uit mijn hoofd kunnen praten dat Christina nog zou hebben geleefd als ik niet van haar was weggegaan.

Nieuwe Nationalisten en de kunst van het Britse interview

logo vrij nederland Ik heb even de naam Geert Wilders in mijn searchbox getikt. Ik was namelijk nieuwsgierig of ik ooit de naam van deze man in een column heb genoemd. Jawel hoor, nota bene in de allerlaatste column die ik voor de Haagsche Courant schreef, een slordige vier jaar geleden. Veel bijzonders is het niet, ik drijf alleen een beetje de spot met hem, zoals ik met elke politicus de spot dreef, onder de voorwaarde dat ze leuk genoeg waren om te becollumniëren (dit is een, voor zover ik weet, nieuw en door mij verzonnen werkwoord). In die tijd was Geert Wilders the coming man na Pim Fortuyn en Janmaat, van wie bij nader inzien de laatste nog een doetje was vergeleken met de Nieuwe Nationalisten, om ze zo maar eens te noemen. Thans is Limbo Geert Wilders invloedrijker dan de oppositie, als je al van zoiets spreken kunt sinds het dimmen van die Rode Tomaat uit Brabant, want in tijden van crisis mort het volk en hijst men de nationale vlag.

Politici zijn in de eerste plaats amusement, vandaar dat de massamedia leven van en met politici, artiesten en reclamemakers. Nou kijk ik nauwelijks televisie, maar YouTube geeft sommige televisie-uitzendingen die je hebt gemist een tweede leven. Zoals Hard Talk met Geert Wilders van de BBC. Ik kwam erop via de website van Vrij Nederland. Dit is het adres. Getoond wordt een interview van drie jaar terug met Geert Wilders. VN plaatst twee delen op de site en vergeet het derde deel. Ben je geïnteresseerd in pure Engelse interviewtechniek, dan moet je beslist gaan kijken. Eerst filmpje numero 1, daarna 2 en dan zoeken in de thumbnails naar numero 3. Numero 3 is het leukst, maar kan natuurlijk niet op zichzelf staan.

Onze herontdekte schrijver Jo Otten – nauwelijks een Nederlander, veeleer een Europeaan – zou zich hebben doodgeschaamd voor zijn landgenoot. Nou zie ik er zelf niet Nederlands uit, en mijn naam is ook nog Angelsaksisch, maar je zal toch maar blank zijn en ergens in het buitenland moeten zeggen dat je uit Nederland komt. Als je pech hebt, dan moet je heel veel uitleggen. De tijden zijn voorbij waarin je de namen van Johan Cruyff en Vincent van Gogh als mantra’s in den vreemde kon laten schallen, wilde je ergens voorrang krijgen.

Hetze slaap- en kalmeringspillen geeft stress

valium Met ingang van 1 januari 2009 worden benzodiazepines ofwel slaap- en kalmeringsmiddelen niet meer vergoed uit het basisziekenfondspakket. Ik weet niet aan welk ongevoelig brein deze maatregel ontsproten is, maar een zenuwenlijder zal het wel niet geweest zijn. Er wordt voortaan onderscheid gemaakt tussen mensen die “gewoon gestresst” zijn en mensen die lijden aan epilepsie, angststoornissen en overige psychiatrische aandoeningen. Nou lijkt mij niet dat zware gevallen verlegen zitten om een valiumpje of slaappilletje. Deze lichte pilletjes zijn nu juist bestemd voor mensen die voor kortere of langere tijd in de stress zitten maar verder redelijk tot goed functioneren. Dus dat meisje bij mij aan de overkant dat bijna elke nacht wakker wordt, een uurtje door haar kamer gaat ijsberen, wat televisie kijkt en dan weer teruggaat naar bed. Zo iemand kan denk ik wel een slaappil gebruiken, daar gaat ze echt niet dood van.

Alsof de nieuwe overheidsmaatregel nog niet genoeg is worden huisartsen ook gemaand om vooral tegen hun patiënten ontmoedigend te gaan zeuren over benzodiazapines. Nou, dat levert onze huisartsen natuurlijk extra werkdruk op, met als gevolg dat de kalmeringsmiddelen niet meer de richting van de patiënt opgaan maar de andere kant, die van de spreektafel: richting huisarts. Ook bepaalde medicijnen voor hartpatiënten komen op de lijst te staan. Dus moet u ter voorkoming van een hartinfarct bijvoorbeeld een cholesterolverlagend middel slikken, dan kan het zijn dat uw apotheker u de volgende keer een B-middel in de maag splitst, made in China of daaromtrent, compleet met bijwerkingen als jeuk, haaruitval and what have you.

Ik moest aan al deze zotte maatregelen denken toen mijn buurvrouw gisteravond met een hartaanval per ambulance werd afgevoerd. Haar man was zo overstuur dat hij wel een kalmeringsmiddeltje had kunnen gebruiken. Maar voor zoiets moet eerst een psychiatrisch rapport voorhanden zijn, waarin staat dat hij een gevaar vormt voor de samenleving, met schoenen gooit naar de koningin en hatemails stuurt naar eh… schrijvers van boeken zoals ik die schrijf en niemand anders. Ik ben benieuwd wanneer men in Nederland het roken op straat gaat verbieden, terwijl het blowen gewoon gedoogd blijft.

Het schijnt dat de landen om ons heen, zoals Frankrijk en Duitsland, helemaal niets maar dan ook niets van ons land begrijpen. Maakt ons dat tot een intelligent volk? Nee, we snappen het zelf ook niet. We doen maar wat. Dat was de boodschap altijd van Willem Frederik Hermans. Ik vond het een armzalige boodschap, mijn gedachten zweefden op een zogezegd hoger niveau. Dat het ordinaire nog ordinairder zou worden dan het al was, dat hadden mijn angstigste dromen nooit durven voorspellen. Dat kwam natuurlijk door die lekkere slaappillen die ik slikte in tijden van nachtmerries.

Hoe gewaagd is Inez Hollanders aanstaande boek?

De Nederlands-Amerikaanse schrijfster Inez Hollander mailde me dat haar boek Silenced Voices, Uncovering a Family’s Colonial History net in Amerika is verschenen. In het voorjaar verschijnt het in het Nederlands bij uitgeverij Atlas, onder de titel Verstilde stemmen, verzwegen levens.

Inez Hollanders voorzaten waren indertijd de Franckens, die de plantage Kali Djompo beheerden, vlakbij de plantages van de Birnies, mijn voorzaten. Tijdens Hollanders onderzoek een jaar of wat terug mailde ze me over de “martelgang” van haar boek. Ze schreef het eerst in het Nederlands, het boek werd aanvankelijk geaccepteerd door Veen, maar die uitgever trok zich op het laatste moment om onduidelijke redenen terug. Op de zestigjarige herdenking van de Japanse capitulatie schreef Hollander een indringend stuk over de revolutie in Soerabaja. De NRC wilde het hebben, het stuk werd geredigeerd maar een week voor publicatie in de prullenbak geworpen. Een vriendin van Hollander wist te vertellen dat de NRC het stuk “te riskant” vond. Hollander heeft toen haar boekmanuscript ook maar helemaal weggelegd. Ze raakte verbitterd en begon te twijfelen aan de vrijheid van meningsuiting in Nederland.

Een Amerikaanse historicus, die Nederlands kon lezen, vroeg haar herhaaldelijk naar het manuscript en wist het op de tafel van Geert Mak te krijgen er een uitgever voor te vinden. Inez Hollander kreeg contact met Geert Mak toen hij ergens een essay van haar las. Via hem kwam het Met die man hebben Indo’s nog een appeltje te schillen (hij noemde Indo’s Indiërs in zijn bestseller De eeuw van mijn vader), wie weet deed hij daarom zijn best om het manuscript bij uitgeverij Atlas uitgegeven te krijgen terecht. Hollander moest de boel wel zelf terugvertalen naar het Nederlands. Hierdoor is het boek volgens de schrijfster zelf genuanceerder geworden.

Hollander denkt dat de vooroordelen van Amsterdam en hoe men binnen de grachtengordel tegen de Nederlandse koloniale geschiedenis aan kijkt, nog altijd een grote rol spelen. Een redacteur, die waarschijnlijk van toeten noch blazen wist, schreef “foute toon” in de kantlijn bij de volgende zin in Hollanders inleiding:

‘Strikt genomen vertel ik in dit boek het verhaal van onze rubber- en koffieplantage Kali Djompo (1899-1957), en mijn familieleden die daar woonden en werkten. Mijn Indische familieleden waren kolonisten die uiteindelijk zelf gekoloniseerd werden (door de Japanners) en verdreven werden (door de Indonesiërs). Als berooide bannelingen arriveerden ze in Nederland, een land dat nog steeds niet voldoende hun bijdrage, hun pijn en hun verlies onderkend heeft.’

Hollander herinnerde me aan een e-mail van me, waarin ik schreef:

‘Wie ook maar de joodse en Indische episodes in de Tweede Wereldoorlog naast elkaar durft te zetten op wat voor manier dan ook, wordt niet gehoord in Nederland.’

Ze vroeg me of ze dat citaat in haar boek mocht opnemen. Dat vond ik goed, maar ik waarschuwde haar nog maar eens op de gevoeligheid die in Nederland hangt ten gevolge van een diepgeworteld schuldgevoel ten opzichte van joden, die hier tijdens WO-II zonder noemenswaardige problemen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Een vergelijking tussen joden en Indische mensen loopt altijd verkeerd af en wel in het nadeel van Indische mensen.

Ik zag eens een televisiedocumentaire waarin een verslaggeefster van joodse komaf net zo lang met een cameraman op een pasar malam in de provincie Indische mensen afzocht totdat ze er eentje vond – Emmy Verhoeff – die wel wilde verklaren dat het leed van Indische mensen wel degelijk vergelijkbaar was dat van joodse mensen. Nou, dat hebben we geweten. Die uitspraak is uit zijn verband gelicht en zwaar aangezet op de Nederlandse televisie uitgezonden. Het is wel vaker voorgekomen dat beide groepen tegenover elkaar werden geplaatst en uitgespeeld in het kader van Neerlands kampioenschap slachtofferschap. Ditmaal was het een reactie op het in het leven roepen van de Stichting Het Gebaar. (N.B. De onlangs door mij besproken biografie van Tjalie Robinson van de hand van Wim Willems is onder meer door de Stichting Het Gebaar gefinancierd – het staat niet voorin het boek vermeld, wat niet erg netjes is, maar dat doet aan het feit niets af dat met de middelen van Het Gebaar in elk geval werk gedaan wordt dat anders was blijven liggen.)

Zoals een goed schrijver of publicist betaamt, kent ook Inez Hollander haar eigenwijze kanten. Ze bedankt me voor mijn waarschuwingen, ze weet precies waar ik het over heb, ze zal ongetwijfeld “over een mijnenveld lopen, maar als genoeg mensen dit gaan zeggen en hebben gezegd dan moet het toch een keer aankomen bij die botte Batavieren. Misschien ben ik een idealist, of een naïeveling, maar de stilte, de taboesfeer zoals die in mijn familie rondom het onderwerp Indië geheerst heeft, moet op een gegeven moment doorbroken worden, hoe dan ook. Soms moet men provoceren om gehoord te worden en misschien betekent dit dat ook dit boek doodgezwegen gaat worden in Nederland, maar dan staat daar nog altijd de Amerikaanse markt tegenover en hoe men hier op dit boek gaat reageren. In zekere zin is dat interessanter dan de voorspellingen die we (nu al ) kunnen doen over de receptie van het boek in Nederland.”

Dus zinnen als “in Nederland is het nog steeds taboe om het lijden van de joden te vergelijken met de ellende van de Europeanen, Indo-Europeanen en romusha’s die het slachtoffer werden van de Japanners” blijven gewoon in haar boek staan. Inez Hollander is een verbeten schrijfster, geboren in 1965, de woede straalt soms van haar e-mails: “Je wil niet weten hoeveel Indo’s hier in Californië zitten, weggekeken uit Nederlands destijds, en niettemin hebben ze een misplaatste nostalgie inzake Nederland, koningshuis etc., daarbij voorbijgaand aan het feit dat het een Indische diaspora is geweest waarbij de Indo’s die nu in Californië wonen, twee keer hun vaderland verloren hebben, maar niks geen bittere gevoelens koesteren.”

De ontvangst van het boek is in Amerika tot dusver positief. De aandacht waait al over naar Australië, waar een kleine groep Indo’s actief bezig is met de koloniale geschiedenis. We zullen zien hoe het het boek hier in Nederland zal vergaan, straks in de lente.

Zomaar een film

hat logo meneer b De laatste tijd kijk ik tenminste één film per week uit op de televisie. Dat is veel voor mijn doen. Meestal doe ik het om bij te komen van de een of andere afspraak. The mind clearen. De programmamakers moeten zoveel mogelijk kijkers trekken, dus echt goede films zijn zeldzaam. Meestal zijn ze oud voor het grote publiek, zoals Panic (2000) van Henry Bromell. De film gaat over een huurmoordenaar. Ik schreef ooit een verhaal over een huurmoordenaar, dus het thema sprak me aan. Gaat het in mijn verhaal over fictie en werkelijkheid en vrouw versus man, in deze film gaat het tussen vader en zoon. De vader is namelijk de opdrachtgever, een control freak met duistere kanten. De moeder is the godmother maar blijft vrijwel buiten beeld. De zoon komt in gewetensconflict en gaat bij een psychiater te rade. Omdat zijn vader erachter komt, zet hij uitgerekend de psychiater van zijn zoon op de lijst van veroordeelden. De zoon raakt in een uiterst lastig parket. In flashbacks krijgen we te zien hoe vroeg de vader al is begonnen zijn zoon te leren schieten. Eerst op eekhoorns. Wanneer nu zijn eigen zoontje, pas zes, thuiskomt met het verhaal dat hij iets ergs heeft gedaan, samen met zijn grootvader – een eekhoorn doorgeschoten – neemt de huurmoordenaar een besluit. Het is moeilijk om geen begrip voor de vadermoord aan het slot van de film te krijgen.

Schrijf een pizza

logo alfred birney Toen ik debuteerde werd het aantal schrijvende mensen in Nederland geschat op 20.000. Eind vorige eeuw was het aantal vertienvoudigd: 200.000. Nou had ik vanavond de televisie aan laten staan na een uitzending over de Olympische Spelen in China. Ik stond wat met vis, rijst en komkommer in de keuken te freaken toen ik iets over Idols voor schrijven hoorde. De verslaggever zei dat er momenteel 1.000.000 Nederlanders aan zoiets als een roman of verhalenbundel bezig zijn. Eén miljoen! Hoe komen ze aan dat getal? Worden webloggers meegeteld? Dat moet haast wel. Veel webloggers dromen van een boekuitgave. Elk mens heeft een verhaal, right? Een groepje wedstrijdvee mag zijn opwachting maken voor de televisiecamera. Well, you can’t judge a book by the cover. Evenwel… de jury… Kwam dat vee dáár de stallen voor uit? Een kandidaat vertelde dat hij energie kreeg van schrijven. Hoe kan dat nou? Je wordt er hartstikke moe van, man! Werk dag en nacht aan een roman, een jaarlang, en je bent zo mager als een lat. Plus volkomen vervreemd van de wereld. Een wereld die nauwelijks begrijpt waar je het eigenlijk over hebt. Maar je schrijft tenminste goed. Daar gaat het om. Helaas, wat ik uit die monden hoorde komen stelde teleur. En hoopvol tegelijk. Er verschijnt al genoeg rotzooi, dat moet maar eens afgelopen zijn. Uitgevers worden dagelijks overladen met manuscripten. Ze klagen over het enorme aanbod. Waarom dan toch een wedstrijd uitschrijven? Het heeft iets weg van een pizza bestellen. Customized. Got it?

Met zoveel woorden

logo alfred birney Ik had vandaag een aangenaam onderhoud met een hoofdredacteur van een krantenkatern. Hij wilde me polsen over vlagerige bijdragen van mijn hand. Als u niet weet wat vlagerig betekent, en waar dat rare woord vandaan komt, leest u dan even de voorgaande twee logs van dit b-log. We hadden afgesproken in de tuin van een bekend etablissement dat soms gebruikt wordt als televisiestudio in tijden van verkiezingen of kabinetscrises. De wind was niet zo vlagerig meer als gisteren en de zon speelde tikkertje met de wolken, dus mijn jas ging aan en uit, u kent dat wel. We spraken over fietsen en ik deed alsof ik nog altijd driemaal per week fietste, terwijl ik toch weinig meer doe dan een beetje suf boodschappen doen, wat gitaarspelen en nu en dan wat in een manuscript krassen. Daarom is nu en dan een recensie schrijven wel iets voor mij. Ik moet dan immers aan het werk. De laatste recensie die ik voor een krant schreef dateert geloof ik al van vijf jaar terug. Vandaar dat mijn mond openviel van verbazing bij het horen van het aantal woorden dat wordt besteed aan een ‘signalement’ dan wel een ‘bespreking’. Een signalement telt 150 woorden en een bespreking 450. Vijf jaar geleden bedankte ik nog voor een stuk onder de 1000 woorden. Ik moet onderhand wel met de tijd mee, de vermindering van het aantal woorden komt voort uit de wisselwerking tussen de oude en de nieuwe media. Ik doe aan beide mee, in spagaat.