Ik ben een televisiehater en daar heb ik een goede reden voor. Vijfennegentig procent van het programma-aanbod bedient de niet-avontuurlijk kijker. Een halve eeuw van Amerikaanse dominantie heeft de televisiekijker murw gemaakt en gehersenspoeld. Afgelopen nacht had ik het geluk een Koreaanse remake van een Amerikaanse remake van een Franse remake te ontdekken. Ik had wel behoefte aan wat afleiding, want mijn pc had kuren en het nationale voetbalelftal had een slechte avond en vloog uit het toernooi. Welke voetbaltrainer laat dan ook een B-team opdraven zodra de volgende ronde is gehaald, zodat het A-team liefst een volle week kan gaan rusten? Zelfs vrouwen mochten komen overnachten. Een voetbaltoernooi dient in volkomen afzondering benaderd te worden, spelers zijn monniken, ze hebben geen recht op een gewoon leven en waarom zouden ze dat willen? Enfin, mijn naam is Meneer B. en ik heb een geweldige smaak. Voor werkelijk fraaie cinema moet je naar China, Japan en Korea. De film was uit 2003 en speelde in het achttiende-eeuwse Korea. Alleen de kostuums en de subtiele mimiek van de spelers waren al een genot om naar te kijken. Erotische scènes waren niet expliciet en dus een verademing. Maar dan: op driekwart van de film breekt het beeld horizontaal, de spelers worden onthoofd, hun voeten en de ondertiteling komen in de lucht te hangen en hun rompen dansen onderin. De storing in de uitzending duurde zeker een kwartier. Waarom is de film niet teruggespoeld tot waar het misging? Waarom is schoonheid gedoemd te sterven?
Tagarchief: televisie
Tumble
Binnen de digitale revolutie heeft het internet een ontwikkeling doorgemaakt die het adjectief stormachtig naar de taalprullenbak voor anachronismen verwijst. Wat een website is, kan niet zomaar meer omschreven worden als een vlag ergens in cyberspace. Het weblog is momenteel misschien wel het populairst onder actieve internetgebruikers, maar het fenomeen tumbleblog is in opkomst. Men neemt de tijd niet meer om met liefde en toewijding zoiets als een eigen virtueel dagboek te onderhouden, liever kleddert men maar wat als graffiti op het web, waarbij de codes alt+c en alt+v geheimtaal zijn voor stelen. Feitelijk is het tumbleblog een cynische variant op het weblog in zijn origineelste vorm.: een soort stream of consciousness. Maar de taal is nu teruggebracht tot wat quotes en oneliners en daarmee ondergeschikt gemaakt aan beeld en geluid. Tumblelogs zijn nauwelijks bezoekersvriendelijk en wellicht alleen goed, of zelfs gemaakt voor big brother-clubs die profielen verzamelen van mensen die zich al dan niet onder pseudoniem tonen op het internet. In een eventueel nóg nieuwere vorm dan tumbling zou je elke vorige posting door een volgende kunnen overschrijven. Het archief, voer voor zoekrobots en regeringen, verliest zo zijn betekenis, de dingen gaan voorbij, zoals het leven is. Je bent terug bij af, bij de eenvoudige webpagina, die nu en dan verandert. Kijk je nog verder terug, dan zie je schrijvers achter typmachines zitten en lezers zonder een flikkerende televisie op de achtergrond wegkruipen op de bank met een boek in de hand. Ik heb soms heimwee naar die tijd.
Telefictie
Televisie is het leukst als het live gaat, maar dat durft men zelden aan, er kan veel fout gaan. Ook voorgebakken uitzendingen zijn zelden vlekkeloos, je ziet het al aankomen wanneer je je gaat melden op de plaats van afspraak. In mijn geval was dat heden middag om 16:45 uur bij Toko Toet aan de Beeklaan numero 376A te Den Haag. Met mijn geweldige timing kwam ik precies om kwart voor vijf aan fietsen. Dan moet, vind ik, de televisieploeg van de betreffende lokale zender natuurlijk meteen een shot nemen van hoe de schrijver aan komt fietsen op zijn blauwe Union en in zijn linnen jasje. Ik bedoel: als je zo te werk gaat, dan bespaar je tijd en kun je weer snel naar huis, of lekker naar de zee. (Ja, ik was liever naar de zee gegaan.)
Er stond natuurlijk helemaal geen filmploeg op me te wachten. Die televisielui werken net als uitgevers. Dit wil zeggen dat zij zichzelf een ruime vrijheid veroorloven in het overschrijden van tijdslimieten. Meantime moet jij natuurlijk wél op tijd zijn, anders kunnen zij de tijdlimiet niet overschrijden. Is that clear? Onthoud dit nou goed voor later, voor als u ook eens op de televisie moet. Enfin, ik sta daar zo’n beetje te hangen in de deuropening. Zegt een ander, hangende tegen een muurtje verderop (het was lekker warm buiten): ‘Zeg, ben je van TV West?’ Ik zeg: ‘Ja, maar voor heel even.’ De man kijkt me aan alsof hij kiespijn heeft en inderdaad, wanneer we aan de praat zijn geraakt blijkt hij onder een enorme kiespijn gebukt te gaan. Mijn gsm gaat af en de joviale meid die mij enkele malen eerder in de week van mijn fiets belde (ja dat kan, wordt straks duidelijk) meldde dat het team later zou komen.
‘O, maar waar ben jij dan?’ vraag ik.
‘Ik zit op kantoor,’ zegt ze.
‘O, dus wij zien elkaar helemaal niet!’ roep ik eh… teleurgesteld uit.
‘Nee!’
‘Ja, maar ik kom voor jou! Je denkt toch niet dat ik hier voor die sukkels met dat cameraatje ben gekomen.’
‘Ja nee ja eh ha ha ha! Zeg, maar ze komen er aan hoor, over een kwartiertje zijn ze er!’
‘Nou, dat wordt dan drie kwartier.’
‘Nee hoor, ze rijden net weg.’
‘Weet je het zeker? Rijden ze net weg?’
‘Ja, ze zeiden dat ze net weg reden.’
‘Ja, kijk, dat bedoel ik dus: ze zeiden dat…’
‘Okay, ja maar…’
‘Hoorde jij dat ze de wagen startten dan?’
‘Nee, het is een fluisterstille wagen.’
‘En waar stonden ze toen ze wegreden? Stonden ze in de parkeergarage, reden ze net de parkeergarage uit of tuften ze net de weg op?’
‘Ik neem aan dat ze net de weg op reden.’
‘Nou, dat wordt dan veertig minuten, maar dat maakt niet uit joh. Waar moeten ze vandaan komen?’
‘Van de Pasar Malam, daar hebben ze net met Siem Boon gesproken.’
‘O, ik dacht dat ze hier zouden beginnen en dan naar de Pasar Malam zouden gaan. Het is dus andersom! Wise people, het eten is veel beter hier.’
De man met kiespijn stelt me voor aan een man zonder kiespijn maar met zorgen aan zijn hoofd. Toko Toet is namelijk van hem. Hij zit nog net niet tegen een burn out aan, maar hij is wel erg capeh, moe dus, erg moe, hij is zo verschrikkelijk moe, hij zou wel eh… niet moe willen zijn. Ik geef hem een aantal tips, maar in korte vakanties gelooft hij niet. Het lijkt hem het beste om maar te gaan sporten. Dat vind ik ook en eh, zeg nu ik jou toch spreek: Toko Toet lag vroeger toch aan de Leyweg, is het niet zo? Ik moet dat weten, anders kraam ik straks allerlei onzin uit op de televisie. En je weet hoe Indische mensen zijn: die pakken dan pen en papier en sturen je ellenlange epistels met hoe het volgens hun ooit was. In koloniaal handschrift, je weet wel: met veel krullen en tierelantijnen.
Terwijl de vermoeide man me vertelt hoe het allemaal zat, gaat mijn gsm weer af.
‘Halloooooooooooo!’
‘Hey, hi there, hallo, hoe gaat ie achter je peeceetje?’
‘O goed hoor, zeg je begrijpt het wel hè?’
‘Yo ya hoor ik begrijp het, zeg hoe lang moet jij nog (hoe oud ben je, wat ga je vanavond doen, heb je een vriend, gaat ie vreemd die klootzak, hey ben je lekker) eigenlijk?’
‘Pffffff ik zit hier nog de hele avond joh, teevee hè? Maar ze komen eraan hoor, over een kwartiertje.’
‘Okay, over een kwartiertje, maar dat zei je net ook al (baby).’
‘Ja, ik bedoel ze komen over tien minuten, echt, tien minuten, nou goed laten het er elf zijn dan.’
‘All right (baby), don’t worry (baby), ik sta hier lekker te keuvelen met (een paar lekkere babes, ben je nou jaloers?) eh…’
‘Nou joh, anders neem je toch alvast wat.’
‘Welja joh, mooi weer toch?’
‘Ja, nou ik zit hier wel te puffen achter die pc maar ik mag niet klagen hoor, voor hetzelfde geld eh…’
‘Nou?’
‘Eh, o niks joh, ha ha ha! Het is goed joh, hey en zij is ook aardig hoor, echt ze is heel aardig, sorry dat ik er niet bij kan zijn, maar ze is echt aardig hoor.’
‘En wie zijn er nog meer bij dan?’
‘Nou zij dus, en dan de cameraman en Wim Willems.’
‘Okay, en wat doet Wim Willems?’
‘Wim Willems doet de presentatie.’
‘En zij dan?’
‘Zij voert de regie.’
‘En jij?’
‘Ik? Ik bel de hele dag in het rond, wel leuk hoor, ik had net nog een boer aan de lijn die ik niet, dus helemaal niet verstond, ha ha!’
‘Zat ie op de tractor of zo? Zoals ik steeds op de fiets zat als je belde?’
‘Nou, het was wél een soort tractorgeluid maar dat kwam toch écht uit zijn mond, ha ha.’
‘Hey, leuk baantje heb je (baby, zeg ik kap er nou mee hoor, melig gedoe, leidt toch nergens toe, je bent ook veel te jong voor me joh, ik wil trouwens onderhand wel het klooster in, er schijnen aardige in Thailand te staan, met massagekamers en zo, huh huh), echt, leuk baantje heb je, hey keep going hè, toedeloe!’
‘Joehoe! Toedels!’
Drie kwartier na het afgesproken tijdstip komt een busje aangereden. Iemand van de crew slingert zonder te kijken het portier open en een fietser weet het nog maar net te ontwijken. De fietser heeft geen zin om te stoppen om zijn verhaal te gaan halen, hij is wijs en ongetwijfeld blij dat hij nog leeft. Het drietal dat uit het busje komt gestrompeld, ziet eruit alsof ze door de gehaktmolen van de AIVD gehaald is, en anders wel onder een stapel flauwgevallen bejaarde Indo’s uit Australië op de Pasar Malam Besar vandaan heeft moeten kruipen. Moet dát mij komen interviewen? Is ick soo ende diep gesonck?
Nu komt het, let vooral op, in het bijzonder als u wel eens, of vaak, of altijd, televisie kijkt. Ik ga niet zeggen dat de televisie liegt, ik zeg alleen dat de dingen die u op de buis ziet niet altijd de dingen zijn zoals ze zijn. Dat wist u ongetwijfeld al en daarom kijkt u televisie, gewoon omdat u van fictie houdt. Okay, dus u begrijpt dat het mogelijk is dat straks op de televisie de presentator op MIJN fiets aan komt rijden terwijl IK in de toko zit te wachten. Dat shotje moest trouwens één of twee keer over. Wim Willems deed mijn fietsslot niet handig genoeg op slot, het was hem, kortom, aan te zien dat hij al een jaar of twintig niet op een fiets had gezeten. Zijn introbabbel was ook niet al te sterk, uitgeknepen als ie al was van een rondje over de Pasar Malam Besar. Ik vond zijn tweede opkomst sterk genoeg, voor zo ver ik dat kon beoordelen, ik zat namelijk binnen, maar wel dicht bij de open deur. Bij het mislukte shot was ik nog blijven zitten toen hij de toko binnenkwam en wij elkaar begroetten, maar nu dacht ik: kom ik sta eens op, dan maken we er even een real nice entrance van en dan kan die regisseur niet meer zeuren.
Ze bleek geen zeur en ondanks haar vermoeidheid was ze nog alert genoeg om de presentator tijdig af te kappen (regisseurs denken in blokjes, professoren als Wim Willems in colleges) en de boel zo te organiseren dat de sateh kambing op driekwart van de opnametijd werd geserveerd door een levensecht Indisch meisje uit het begin van de vorige eeuw (geen idee hoe ze dat voor elkaar kregen bij Toko Toet) enzovoort. Waar het nou eigenlijk allemaal over ging, dat ben ik onderhand al bijna vergeten. Ja, dat moet. Anders zie je later jezelf terug en zeg je aldoor: ‘Ja, nee hoor, laten ze dít staan en hebben ze dát eruit geknipt!’ Overigens wist ik niet eens waar het allemaal over zou gaan toen ik op de fiets aan was komen rijden. Die joviale meid aan de telefoon had gezegd dat ik één van mijn onvolprezen columns mee moest nemen, wat ik had gedaan, maar ter plekke zei de presentator dat het over mijn boeken moest gaan. Ik had dus mijn boeken mee moeten nemen. Maar als ik mijn boeken mee had genomen, dan zouden ze natuurlijk hebben gevraagd waarom ik mijn gitaar niet had meegenomen.
Enfin, uitzending aanstaande dinsdag. De boel gaat Google Video op, u hoort wel wanneer. Ik ga nu schrijven. Off line. The real stuff.
Buzz
Gisteren was ik op een ouderwetse boekpresentatie van collega Kees Ruys, een reisverslaafde romanticus die erg goed kan schrijven over zijn belevenissen in Indonesië. De boekpresentatie was lekker ouderwets. Ze vond plaats in een knusse boekhandel die zich specialiseert in reisboeken: Reisboekhandel Stanley & Livingstone in het Haagsche. Een stapel boeken, wijn, hapjes en een signerende schrijver. Dat. Plus het weerzien met mensen van wie ik dacht dat ze al dood waren of die dachten dat ik al dood was. Een enkeling zag er nog even jong uit als weleer en later hoorde ik dat hij speciaal zijn baard liet staan om er ouder uit te zien. Ooit gehoord dit? Nee? Zet die televisie dan eens uit. Voor wie schrijfambities heeft en alvast een moderne boekpresentatie wil boeken, volgen hier enkele tips. Huur Krasnapolsky af. Laat de NOS, BBC en CNN aanrukken met hun cameraploegen. Huur een colonne mooie vrouwen in die de VIPS van de Amsterdamse Grachtengordel naar het hotel lokt. Hoe onnozeler de VIP, hoe beter voor u. Zorg voor een flitsende demo on stage (niet te lang, de mensen hebben haast), indien mogelijk met Oprah Winfrey als interviewer. Vergeet geen trailer te laten maken voor uw speciaal in het leven geroepen flashy website. Het kost wat geld, maar als je het zo aanpakt dan hoef je je geen zorgen te maken over wat er allemaal aan zin of onzin in je boek staat. Zelf heb ik liever de ouderwetse manier, dus na de borrel bezoeken wij met een stuk of 15 personen een Indonesisch restaurant aan de Grote Markt. Erg gezellig. Mooie eloquente vrouwen, keurige erudiete heren. Ik licht één van mijn tafelgenotes in dat ik op dergelijke avonden altijd wel wat verkeerds zeg. En neem me voor dat op die avond niet te doen. Het lukt, bijna… Helaas schiet ik vlak voor ons vertrek nog even uit mijn slof tegen een oudere heer, die volgens mij iets totaals verkeerd zegt. Ik vraag de welingelichte tafelgenote of ik zonet misschien wat agressief was. Ze beaamde dat ik het was, ja, agressief, en ze liet er nog wat opvoedkundige woorden achteraan komen. Die ben ik helaas weer vergeten. Al dat ik kan zeggen is dat ik weer eens helemaal mezelf was. U zult begrijpen dat het internet nog niet bijster leeft in Haagsche literaire kringen, maar dat een ouderwetse boekpresentatie natuurlijk geen zin heeft zonder buzz. So buzz this one please…***
*** Hier stond een link, die is thans dood.
Ascese en wereldse verlokking
Als ik de televisie uit mijn zoontjes kamer jat en beneden zet, dan ben ik ziek. Iets met griep of zo. Koortsig. Ik kan dan weinig anders doen dan heel stompzinnig televisie kijken. Ik had lang niet meer gekeken en verbaasde me over wat er zoal werd vertoond. Seks word je nog méér de strot door geduwd, als je snel wegzapt dan vliegen de kogels je om de oren. Verder ijdeltuiterij alom van praatprogrammaganzen. Ik moest de televisie trouwens opnieuw instellen, aangezien de plaatselijke aanbieder weer eens de boel heeft omgegooid. Marokkaanse televisie eraf, Surinaamse televisie erop, dat soort zotternij. Voor Al Jazeera moet worden betaald, laat staan voor Indonesische televisie, die zender alleen al kost 120 euro per jaar. Fijn geregeld voor ons 500.000 nazaten uit die contreie. Vanavond had ik schoon genoeg van die afgrijselijke televisie. Ik plukte Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring (2003) van Kim Ki-Duk van de plank en ben eens lekker gaan genieten. Mijn zoon mocht het eerste tafereel meekijken, het was al laat, we gaan de film volgende week samen helemaal bekijken. De film gaat over het leven. Ik bedoel over de eeuwige herhaling van het leven. Over ascese en wereldse verlokking. Ik vergat er bijna mijn fysieke lamlendigheid door. De helft van mijn zoontjes klas heeft kou gevat na de extreem vroege zomer en de intrede van de herfst, dus het zal wel niet aan mij liggen. Ik ben wel al koortsvrij, anders had ik dit niet kunnen of ook maar willen schrijven.
Naschrift: ik zie aan de berichten op het internet dat er buikgriep heerst. Well, all right…
Klimaat
Een briljante, om niet te zeggen geniale conclusie van de Verenigde Naties (een internationaal team van wetenschappers, onder wie leden van het KNMI) luidt dat de mensheid een onmiskenbare invloed heeft op het klimaat. Ik sta werkelijk paf. Dit had de eerste de beste boerenkinkel met een half slaperig oog op televisiebeelden van eindeloze files toch niet kunnen bedenken. Quote: Het skitoerisme kan zware schade oplopen door de stijgende temperaturen. Nog maar eens: Het skitoerisme kan zware schade oplopen door de stijgende temperaturen. Nog een keer? Het skitoerisme kan zware schade oplopen… Hier wordt dus niet gezegd dat het skitoerisme debet is aan de verzieking van het milieu (uitgebreid kappen van bossen om skipistes aan te kunnen leggen), nee de boel wordt omgedraaid door dat internationaal team van wetenschappers. Enfin, men komt ergens samen, babbelt wat en keert huiswaarts met het vliegtuig, dat in de toekomst vast ook wel in zwaar weer terecht zal komen. Ooit zei Marguerite Duras dat ze toevallig geniaal was, maar dat ze er onderhand wel aan gewend was geraakt. Het klonk wat arrogant van deze briljante schrijfster, maar de boodschap was duidelijk: ook een intelligent mens leert mettertijd leven tussen de kudde suffe idioten die zich dagelijks laaft aan televisie, televisie en televisie. Ikzelf bevind me nog in de fase van worsteling, al moet ik toegeven dat ik al heel wat verdraagzamer ben dan enkele jaren geleden. Ik ben zelfs al bijna zo ver het de mensen te vergeven dat ze zo ongelooflijk stompzinnig zijn. Ze kunnen het immers niet helpen.
Onvoorwaardelijke liefde
Een documentaire over een rigide heropvoedingprogramma in een vrouwengevangenis in Sjanghai, China, toonde de televisie op zijn sterkst. Orde, tucht, discipline. Vrouwelijke gevangenisbewaarders als soldateske figuren. Binnenplaats, holle gangen, betraliede muren. De zwaarste gestrafte vrouw hing de doodstraf boven het hoofd met een uitstel van twee jaar; de lichtst gestrafte vrouw had 18 jaar opsluiting in het vooruitzicht. Met goed gedrag konden de vrouwen eventueel voor strafvermindering in aanmerking komen. De vrouw kon haar doodstraf in levenslang omgezet zien, wat mij nauwelijks een troost lijkt. Ze had haar man vergiftigd toen bleek dat hij een andere vrouw beminde. Haar crime passionel werd haar zwaarder aangerekend dan een vrouw die haar man vermoordde na langdurig mishandeld te zijn geweest. Het aangrijpendste verhaal kwam van de vrouw die 18 jaar moest zitten. Ze was verliefd geworden op een man wiens zaken wat diffuus waren. Op een dag moest hij ergens iets afgeven, maar zij was ongeduldig en deed het liever voor hem, zodat ze snel lekker bami konden gaan eten. Ze rende het gebouw in, de trap op, recht in een fuik. In de rechtszaal werd haar onschuld onderkend. Maar ze was actief geweest, dus medeschuldig. Toen haar man de rechtszaal werd binnengeloodst zag zij dat hij geboeid was. Dat betekende de doodstraf, wist ze. Ze vroeg de cipier of ze nog even zijn hand mocht vasthouden. Dat mocht. Zou ze hem geen verwijten toesnauwen voor ze hem de kogel gaven? Nee, ze wilde nog éénmaal zijn warmte voelen. Voor de herinnering.
Traagheid als uitdrukking van eeuwige herhaling
Ik moet me heel erg vervelen wil ik de televisie aanzetten. Het kan niet zijn omdat ik mijn zoon mis, die weer naar zijn moeder is, want dat gaat al jaren zo. Misschien heb ik de smaak van de beweging te pakken en wil ik eigenlijk niets anders dan fietsen. Ik koos een SF-film uit, een genre dat me in het geheel niet aanstaat. Een of andere variatie op het Frankensteinmotief, met veel trucage en zo meer. Ik keek de film uit, nieuwsgierig naar wat het grote publiek nou eigenlijk mooi of spannend vindt. Zappend viel ik daarna in een nagesynchroniseerde Koreaanse film op de ARD. De film had een zeer traag tempo vergeleken met het SF-geweld dat ik eerder zag, een tempo vergelijkbaar met Kawabata’s roman, die ik in de namiddag uit had gelezen. In het drama raakt een leerling op een school van een boeddhistische monnik verstrikt in de verleidingen van het leven zodra er een vrouw in de afgelegen tempel komt. Hij vlucht en verwordt door jaloezie uiteindelijk tot moordenaar. Na zijn straf keert hij terug naar de tempel. De episoden zijn verdeeld over vier seizoenen, met fraai gestileerd camerawerk. Net als in Kawabata’s boek gebeurt er nauwelijks iets aan de oppervlakte van het verhaal. Daaronder speelt zich echter het leven af, zoals het was, zoals het is en zoals het altijd zal zijn zolang er mensen op aarde wonen. Wie dat met eenvoudige middelen onuitwisbaar kan tonen is een groot kunstenaar. Zulke werken halen zelden de televisie.
Film
De film als kunstvorm bevalt me nauwelijks. Wil ik ervan genieten, dan moet aan verschillende voorwaarden worden voldaan. 1. Ik moet me mateloos vervelen. 2. De film mag geen geweld bevatten. 3. Seksscènes mogen niet voor de hand liggen. 4. Er moet minstens één acteur zijn in wiens rol ik me echt in kan leven. 5. Het script mag niet ingewikkeld zijn, zoals in een literair werk. Liefst een klein aantal personages. Een film van gisteren op de televisie was nog maar enkele jaren jong (oud dus voor de gemiddelde filmkijker) en gebaseerd op een bestseller, getiteld De passievrucht, van een vroegtijdig overleden schrijver-journalist. Een vader weet pas van zijn onvruchtbaarheid wanneer zijn zoon al 13 is, zijn vrouw al 9 jaar dood is en zijn vriendin een kind van hem wil. Van wie is zijn zoon dan in hemelsnaam? Verbeten gaat de vader achter de waarheid aan, om uit te vinden dat zijn zoon van zijn vader is… Nogal tragisch in onze cultuur, zeer lachwekkend in andere culturen. Ik leefde vooral mee met de vriendin, wier hoop op een kind voorgoed vervlogen was. Mijn log van gisteren heeft als titel een zin uit een nummer van Neil Young: A man needs a maid (1972). Het nummer kent een mooie interlude, waarin wordt gezongen: A while ago somewhere / I don’t know when / I was watching a movie with a friend / I fell in love with the actress / She was playing a part that I could understand.
Alleen
Het is te warm vandaag om een stukje te gaan fietsen. Mijn zoon is van een dagje bij zijn moeder teruggekomen en ik ben aan huis gebonden. Het is niet zo dat ik hem niet alleen kan laten, veeleer wil ik dat niet. Hij is wat eenzelvig. Ik zag dat al op de dag van zijn geboorte in de horoscoop die ik trok. Zon in het 12e huis. Dat zegt wel iets. Ikzelf heb Uranus in het 12e huis. Uranus is ook mijn apexplaneet, via welke vele invloeden (energieën) lopen. Met Uranus in het 12e huis is men graag alleen. Met Zon in het 12e huis is men al dan niet graag alleen. Evenwel kan een mens met Zon in het 12e huis in zijn latere leven een staat van zijn bereiken die aan verlichting grenst. Mijn zoon ziet aura’s, zijn hele leven al. Zijn moeder en ik kwamen er, onafhankelijk van elkaar, achter toen hij een jaar of vijf was. Mijn zoon is nu dertien. Toen ik zijn televisie uit zijn kamer naar beneden haalde om het Wereldkampioenschap voetbal en de Tour de France te kunnen volgen, ging hij eindelijk het internet op. Dat was een wens van me. Games met consoles aangesloten op een televisie doen je communiceren met cartoonfiguren, als je van communiceren kunt spreken. Nu mijn zoon lol zit te trappen op een forum, heeft hij althans contact met echte mensen, waar ze zich dan ook mogen bevinden. Maar waarom zijn wij stervelingen zo vervloekt alleen?