Internet als vijand van fictie

In het pré-internettijdperk was de leescultuur een oase waarin fictie kon gedijen zonder door non-fictie gebeten te worden. Verzonnen verhalen stonden model voor het leven van de mens. Thema’s herhaalden zich voortdurend. Een boek werd gedragen door de stijl van de schrijver. Non-fictie werd vaak opgediend in de vorm van essays. Thans worden essays met uiterste omzichtigheid uitgegeven. Veel uitgevers wagen zich er niet eens meer aan. Non-fictie heerst. Bekende Nederlanders krabbelen hun ervaringen haastig neer en zien hun boeken aangeprezen worden door ongeletterde presentatoren. Ik heb de opkomst van het weblog hand in hand zien samengaan met de toename van het aantal non-fictie boeken. Een bekende Nederlandse schrijver, Arnon Grunberg, verwees eens in een boek naar een weblog dat werd bijgehouden door een vrouwelijke romanfiguur. Toen zijn lezers erachter kwamen dat het weblog een verzinsel was van de schrijver zelf, voelden ze zich bedrogen. Het weblog was namelijk niet echt, het was fictie. Ik vroeg me af of er wel plaats is voor fictie op het internet. Ik blogde regelmatig onder de categorie van een verzonnen figuur, en ja: soms kreeg ik een mail van iemand die zich in iemand herkende en daar niet bijster vrolijk van werd. Had ik het in een boek gepubliceerd, dan was het om zo te zeggen een ander verhaal geweest. Hetzelfde verhaal, maar dan in papiervorm, in paperbackuitvoering met een omslag. Wezenlijk is er geen verschil. Het is de leeservaring. Die wordt gehinderd als je tegen het licht van een beeldscherm in kijkt.

19-12-2011 2:35:43

De koplamp, nieuw verhaal in Moesson

Voor het augustusnummer heeft Moesson een nieuw verhaal van me opgenomen, met de ietwat nietszeggende titel De koplamp. Hoewel de titel de lading dekt, had ik het verhaal liever De meteoriet genoemd, maar ik was te laat om de titel te laten veranderen. Dat is natuurlijk geen ramp, het kan later altijd nog, als ik mijn verhalen laat bundelen. Of ik dat werkelijk ooit ga doen, weet ik niet; het kan evengoed dat ik al mijn losse proza bewerk in een nieuw mozaïek, waarin de oorspronkelijke verhalen een heel ander geluid krijgen. Ik weet het nog niet, mijn creativiteit lijkt soms grenzeloos, wat nogal hinderlijk kan zijn.


alfred birney verhaal in moesson

Nog voordat ik het blad in mijn brievenbus had, ging het gerucht van mijn nieuwe verhaal Facebook al over, waar ik for the time being terug ben. Ik las de commentaren en vroeg me af of de mensen nog wel weten wat fictie is. Non-fictie is wat mij betreft een plaag geworden met al die boeken van bekende Nederlanders en buitenlandse hot shots uit de showbizz. Ook blogs op het internet worden vrijwel altijd letterlijk genomen: pure fictie op het internet is vrijwel onmogelijk, tenzij je sprookjes schrijft.

Ik schrijf bij voorkeur vanuit de herinnering. Zodra je dat doet, worden feiten vanzelf fictie: je giet alles immers in een verhaal. Dat sommige gebeurtenissen levensecht overkomen, wil nog niet zeggen dat ze ook precies zo zijn voorgevallen. Ik weet het: schrijvers klagen altijd over de eeuwige vraag of dat wat ze schrijven nou allemaal wel echt gebeurd is.

Vanwaar die klacht?

Nou, een serieuze schrijver zet niet alles in één keer op papier. Versie na versie is nodig om een goed verhaal te krijgen. Het lijkt wel alsof mensen aldoor minder van de kunst van het schrijven kunnen genieten. Dat ze alleen maar een verhaal willen en geen interesse hebben in hoe het is verteld. En toch: als het leest alsof het geen moeite heeft gekost, dan is het goed.

Ik ben benieuwd hoe schrijfkunst zich verder zal ontwikkelen. Mijn grootste nachtmerrie is dat op zekere dag Google met een ‘levensechte’ roman komt, geschreven door robots die ‘het materiaal’ jarenlang van websites hebben gestolen. Uiteraad bestaat er een nog grotere nachtmerrie: dat de mensen dat robotproza geweldig vinden…

Een duizelingwekkend gesprek

tekening van kafka Ik had vier dagen geleden een interviewer over de vloer die me met het stellen van enkele simpele vragen dwong af te dalen in gebieden van mijn herinnering waar ik liever niet meer kwam. De interviewer had een duik in mijn hele oeuvre genomen en er de belangrijkste persoonlijke motieven uit gehaald. Ik ben een schrijver die die motieven in dienst van zijn boeken stelt en het liefst met distantie over zijn romanhelden praat. Ditmaal had ik geen verweer en er ontspon zich een uiterst persoonlijk gesprek. Ik verbaasde me over wat er allemaal bij me naar boven kwam en op het moment van dit schrijven verbaas ik me zelfs over wat ik allemaal al geschreven heb.

Het gesprek met de interviewer, die me een “getormenteerd schrijver” noemde, duurde uren. Later bedacht ik dat het wellicht mijn leerzaamste gesprek ooit was met welke journalist dan ook. Ik moest veel aan Kafka denken, ooit een van mijn grote inspirators. Kijk eens naar zijn tekening…

Maar de volgende dag duizelde het letterlijk in mijn hoofd. Ik zeg: letterlijk. Een dag later had ik nog steeds last van duizelingen. Ik ben het internet gaan afzoeken naar oorzaken van duizelingen. Gewapend met een lijstje van aandoeningen bezocht ik mijn huisarts. Mijn bloeddruk was perfect. Met een paar simpele bewegingen probeerde ik de duizeligheid weer op te wekken, maar er gebeurde niets.

Ik vertelde mijn huisarts over het interview. Hij zei dat duizelingwekkende gesprekken bestaan. En hij feliciteerde me met deze les.

Morgen komt een volgende journalist langs, maar alleen om over rivieren te praten… Rivier de Lossie, Rivier de IJssel, Rivier de Brantas. Intussen dient zich een duizelingwekkend aantal verhalen aan die ik nog vertellen moet.

Belgisch publiek

ernst-jansz-antwerpen.jpg Mijn uitgever pikte me tegen de avond op voor een ritje naar Antwerpen, district Borgerhout. Theater De Roma stamt uit 1928, in Antwerpen breken ze de boel niet zo snel af als in Den Haag.

Het publiek kwam bedaard aangelopen voor een voorstelling van Ernst Jansz in het kader van zijn Bob Dylan-tournee. Iemand sprak van een typisch Dylan-publiek, maar het was niet zo dat je alleen maar oude hippies zag. Ook mensen die nog geboren moesten worden toen Dylan The Times They Are A-Changing zong waren aanwezig. Ik ving gesprekken op over antizwaartekracht en zwarte gaten, onderwerpen die Dylan volgens mij tot nog toe altijd links heeft laten liggen. Enfin, het was in elk geval geen publiek dat zich dagelijks vermaakt met televisie kijken, chatten op MSN en meer van dat. De dames zagen er goed Belgisch uit, iets tussen Amsterdam en Parijs in. Jansz betrad kalm het podium, een tikje blasé gewend als hij is aan de enorme aandacht die hem in zijn muzikantenbestaan ten deel is gevallen. Hij lichtte zijn vertalingen van Dylan’s songteksten toe en werd bijgestaan door Guus Paat, een goede slide- en hawaiian-muzikant. Opvallend was de keuze van de liedjes.

Mijn voorkeur gaat uit naar Dylan’s verhalen, zoals Tangled up in blue en Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts. Jansz heeft een voorliefde voor Dylan’s liefdesliedjes, zoals Tomorrow Is A Long Time en Just Like A Woman. Uitstapjes naar zijn eigen leven laten zien dat hij in zijn nieuwsgierigheid naar Dylan’s liefdesleven ook op zoek is naar zichzelf.

Het publiek was muisstil, zo anders dan in Nederland. Ik sprak daarover met een vrouw achter het buffet. Ze was het ermee eens dat het Belgische publiek beschaafder is dan het Nederlandse. Maar, zo zei ze, Hollanders kunnen zich meer laten gaan en enthousiasme tentoonspreiden. Dat vond ze ook wel wat hebben. Onderweg terug naar Nederland zei mijn uitgever ook zoiets. Belgen applaudisseren beschaafd, fluiten je niet uit als ze je optreden niet goed vinden. Maar een artiest terugklappen doen ze ook niet zo snel en staande ovaties krijg je toch eerder in Nederland dan in België.

Misschien zouden Nederlanders wel wat Vlaamser willen zijn en Vlamingen wat Nederlandser. Een dergelijk ideaalbeeld van elkaar, naast het gebruikelijke gezeur, is nog altijd beter dan complete bevolkingsgroepen stigmatiseren of zelfs de grens zetten.

Frankrijk zet Roma over de grens, Finland volgt… Houden ze niet van Roma-muziek of zo?

Ik ga nog even terug naar de gezellige straat waaraan het theater De Roma ligt. Het was rond middernacht. Ernst Jansz stond nog wat boeken te signeren en mijn uitgever laadde de bus met al wat een standhouder nodig heeft. Ik had het koud, had nauwelijks gegeten en zag aan de overkant een snackbar van Noord-Afrikanen. Ik stak over en ging er naar binnen. In de vitrine lagen niet alleen de gebruikelijk kip en shoarma, nee de helft was gevuld met zeebaars, sardines, garnalen, zwaardvis en wonderlijke groenten. Ik bestelde een broodje met vis en kreeg een enorme gevulde kano met de lengte van een ovalen dekschaal voorgezet. Frites erbij, saus en sla en een glas muntthee voor nog geen 5 euro. Ik vroeg aan de barjongens of ze uit Tunesië kwamen. Nee, het waren Marokkanen. Toen ze hoorden dat ik uit Den Haag kwam, vroegen ze of er Marokkanen in Den Haag zaten. Ja, zei ik, 30.000. Ze keken me verbaasd aan. Zóveel? Ik moest lachen, ze dachten dat ik ze in de maling nam. Gelukkig begonnen we niet over racisme, dat is onderhand zo’n heilloos gedoe. Intussen zag ik alleen maar Noord-Afrikanen de zaak binnenkomen. Geen Belg te bekennen.

Boekenlijst voor schrijvers in spé

Iemand vroeg me een lijst te maken van voorbeeldige boeken voor een schrijver in spé. Hier is een voorlopige.

Sei Shōnagon – Het hoofdkussenboek (Amsterdam, 1986)
Een van de oudste romans uit de wereldliteratuur (Japan, omstreeks het jaar 1000). Prachtige voorbeelden voor hoe je snapshots neerzet, korte verhalen, anekdotes en columns schrijft en hoe je nowadays zou kunnen bloggen.

Yasunari Kawabata – De danseres van Izu (Amsterdam, 1982)
Eerste, uiterst korte novelle van deze Nobelprijswinnaar. Zeer minimalistisch proza, uit het Japans (1926). Mooi voorbeeld voor een langer verhaal. Let op wat hij weglaat en toch laat zien.

Marguerite Duras – Zomeravond, halfelf (Rijswijk, 1993)
Franse novelle uit 1960 ongeveer. Als je een spannend verhaal wilt schrijven, neem dan drie personen, geen twee. In deze novelle een driehoeksverhouding. Tekst in o.t.t. Erg moeilijk is dat: het lukt of het lukt niet. In de huidige Nederlandse literatuur wordt het al gauw amechtig proza. Let op het minimalistisch taalgebruik.

Samuel Beckett – Verhalen en teksten zomaar (Amsterdam, 1976)
Voorbeeldig proza voor het oefenen van belevend perspectief. Teksten uit 1958 van deze Ierse Nobelprijswinnaar, maar geschreven in het Frans. Hogeschoolschrijverij, zeer goed om ook eens zo te oefenen.

Armando – De straat en het struikgewas (Amsterdam, 1988)
Hoe je een roman schrijft in fragmenten. Absolute aanrader!

Patrick Modiano – Verdaagd verdriet (Amsterdam, 1990)
Vage, ijle sfeer oproepen met eenvoudig taalgebruik. Hoe te schrijven zonder plot.

Simon Vestdijk – Het Veer (Amsterdam, 1972)
Hoe je een novelle schrijft vanuit Google Earth perspectief… Verschrikkelijk knap geschreven, echt subliem. Wereldniveau. Ik weet niet van je hier van kan leren. Het zou kunnen dienen als voorbeeld: zo goed wil ik ook ooit kunnen schrijven!

Franz Kafka – De gedaanteverwisseling (Amsterdam, 1977. Uit: Verzameld Werk)
Hoe je met een ongeloofwaardige gebeurtenis toch een overtuigend verhaal kunt schrijven.

F. van den Bosch – Het regenhuis en andere verhalen (Amsterdam, 1978)
Literair hoog boven anderen uittorenen, zo kun je óók Indische verhalen schrijven. Het hoeft niet allemaal babbelproza te zijn. Het titelverhaal is een fraai voorbeeld van hoe je een langer verhaal kunt schrijven. Let op de slotzin. Die lijkt een beginzin.

Gabriel García Márquez – Honderd jaar eenzaamheid (Amsterdam, 1972)
De kunst van het vertellen… Dit is de roman die elke schrijver wel had willen schrijven. Techniek is moeilijk te doorgronden. Veel levens- en schrijfervaring gewenst. Plus wijsheid en kennis van de geschiedenis.

Uit het leven van een schrijver

Hallo A.,

Hoe gaat het? Ga je dit jaar iets doen op de Pasar Malam, ik bedoel de Tong Tong Fair? Ik heb een vraag. Op verzoek van Johnny Rahaket, violist en koorleider van het 100-koppig Colourful City Koor in Nijmegen, ga ik een bundel samenstellen met een aantal verhalen van zes auteurs, Indisch, Indonesisch en één Nederlander voor het contrast, met als onderwerp de PUPUTAN op Bali, ruim honderd jaar geleden. Ik heb al een paar namen, waar jij er een van bent. Het is onderdeel van de voorstelling PUPUTAN in juni van dit jaar. Hij wil de bundel presenteren op de Tong Tong Fair. Dit betekent dat ik je verhaal, als je mee wilt en kunt doen, – wat ik van harte hoop! – uiterlijk 10 maart moet hebben. Wanneer je ja zegt, mail ik je de voorwaarden. Ik zeg er meteen bij dat er geen vorstelijke gage achter zit, maar vast wel eeuwige roem.

Ik hoor graag van je.

Intussen hartelijke groet van

Z.

Hallo Z.,

Dank voor je uitnodiging, al is het wat kort dag vanwege overige opdrachten. In principe wil ik wel meedoen, maar eerst wil ik de volgende dingen weten:

1. het aantal woorden van het verhaal
2. de termijn waarin het verhaal niet in een andere uitgave mag worden geplaatst
3. het honorarium
4. de namen van de andere schrijvers
5. de uitgever van de bundel
6. de omvang van de bundel
7. de verkoopprijs van de bundel

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Fijn dat je zo snel antwoordt. Ik kan je nog niet op alle vragen antwoord geven, maar wel zo snel mogelijk. Ik ben van 5 t/m 25 februari niet thuis, maar we kunnen wel mailen. Johnny Rahaket wil dit boek koppelen aan de voorstelling Puputan (waarvan het script geschreven wordt door Frans Lopulalan), omdat hij (en ik) steeds weer ontdekken dat men er nauwelijks iets van weet. Schuldgevoel van de Nederlandse kant? Verdringing? De première is op 11 juni en dan volgen er nog een paar voorstellingen in het land. Er wordt hard gewerkt voor en achter de schermen. Zo, nu weet je in elk geval weer iets meer.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo Z.,

Ik antwoord zo snel omdat de uitnodiging erg laat komt. Bij zulke projecten wordt een schrijver gewoonlijk een half jaar tot een jaar tevoren gepolst en niet anderhalve maand voor een deadline. Wordt het boek in eigen beheer uitgegeven misschien? Ik kan Frans Lopulalan wel mailen, maar wat zou hij me dan verder weten te vertellen? Het aantal woorden en de hoogte van het honorarium kun je toch wel alvast noemen? Een goed verhaal heeft tijd nodig, ik ga niets afraffelen, de thematiek is al lastig genoeg. Dus geef de eerste gegevens die een schrijver nodig heeft en niet eerst de deadline.

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Het idee van een boekje is pas een week geleden geboren. We zaten met de gedachte dat we iets moesten doen om wat kennis over de puputan te verspreiden. Het zijn toch zeer tragische en bittere momenten in de geschiedenis van Indonesië en ik denk ook een beetje van Nederland. Vandaar mijn vrij late verzoek. Het aantal woorden heeft een ruime marge: 2000 -3000. Het honorarium: dat kunnen wij niet geven. Behalve natuurlijk een aantal boeken voor elke auteur. Wij hopen dat de auteurs deze gelegenheid willen aanpakken als een vorm van PR. In elk geval schrijft Paula Gomes een verhaal, en Carola Eijsenring, een beginnend schrijfster die al verschillende prijzen won in Brabant. Verder zal mijn opdrachtgever Johnny Rahaket overleggen met Frans Lopulalan om een fragment van zijn script in het boek op te nemen. De Indonesische auteur die wij hebben benaderd is Agus Sarjono, een grote naam in de Indonesische literaire wereld en daarbuiten. Heeft in opdracht van de Universiteit Leiden en de Heinrich Böll Stichting gewerkt en verbleef daarvoor twee keer acht maanden in respectievelijk Nederland en Duitsland. Hij gaat deze verhalen ook vertalen in het Indonesisch en wij gaan praten over publicatie, in en na overleg met de auteurs. Hij is onder meer redacteur van het literaire tijdschrift Horizon. Ik meen uit je mail op te maken dat je “not amused’ ofwel een beetje geïrriteerd bent. Terecht, ik ben niet duidelijk genoeg geweest, waarvoor mijn excuses. Ik ken jou als een gedegen werker en je zult zeker niets afraffelen, dat hoort niet bij jou. Maar de tijd is inderdaad krap en hoe dit komt heb ik hierboven uitgelegd. Als je, na dit gelezen te hebben, denkt dat je het onder deze omstandigheden niet kunt of wilt, even goede vrienden. Ik hoop alleen dat je aan me denkt als overenthousiast voor de goede zaak: een beetje eerherstel voor de Balinees.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo Z.,

Nou, dat “not amused” is natuurlijk iets dat door gaat klinken in mijn mails omdat ik wel vaker vage uitnodigingen krijg met summiere informatie. Te vaak heb ik iets geschreven en er niets voor betaald gekregen, zelfs geen boek opgestuurd gekregen en ga zo maar door, ook voor buitenlandse contacten. Deze gang van zaken wordt met de tijd ook “normaler”: men krijgt een idee, men stuurt even een mailtje en dan ziet men wel weer. Nou blijk jij ook al aan die rare mode mee te gaan doen. “Het idee voor het boekje is een week geleden geboren.” Wat is dat nou, Z.? Ik ben toch geen beginner of zo? Als jij het niet was geweest, dan had je mail allang weggemieterd ja, maar ik vind jou toevallig aardig. Kijk, die vragen van me zijn doodsimpel en de antwoorden daarop horen gewoon in een uitnodiging, zelfs al heb je er geen antwoord op. Dus: uitgever, aantal woorden, eventueel honorarium, oplage etc. Of: wij kunnen u helaas geen honorarium bieden, het idee is pril etc. Dan kan ik direct bepalen of ik er mijn energie in moet gaan stoppen. Maar dat weet je nu wel. Het heeft trouwens niets met Indo’s te maken, de hele wereld werkt zo en dat bevalt me in het geheel niet, amen. Schrijvers als sluitpost van de begroting, dat zit me tot hier, dat moet zo niet doorgaan, dat is een schande. Maar goed, ik blijf in principe, uit sympathie voor jou, nog een klein beetje beschikbaar. Rest mij nog één vraag: wordt het een “boekje” (zo’n stapeltje ingelijmd papier met een kris erop die door het hart van de een of andere Balinees gestoken wordt) of wordt het een serieuze uitgave? Dus: wordt het gewoon een aardige gelegenheidsuitgave dat tijdens en na de voorstellingen wordt uitgedeeld of verkocht, of wordt er een ISBN-nummer aan vastgeplakt en staat er de naam van een uitgever op? Laat me dat nog even weten. Waarom kwamen jullie hier trouwens niet drie jaar eerder mee? Deze zaak is in 1906 al ruimschoots herdacht, een van mijn uitgevers is met de heruitgave gekomen van een boek over die rare actie van die stomme Belanda’s. Beetje mosterd na de maaltijd.

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Natuurlijk heb je gelijk. Ik ín mijn enthousiasme spring ik erin, ja, gaan we doen. Laat ik even voorop stellen dat ik niets betaald krijg voor dit project, zal ik maar zeggen. Ik ga nu proberen je het verhaal te vertellen vanaf het begin.

1. Johnny Rahaket zei zo’n anderhalf jaar geleden in een gesprek tegen mij: Eigenlijk gaat een bepaalde vorm van puputan nog steeds door, anno nu. Ik wil er iets mee doen. Uitgangspunt was zijn vader, KNIL-man, je moet doden als het moet, want je bent militair. Ik heb Johnny ooit geïnterviewd en het is een bitter verhaal. Hij stelde zijn koor voor om naar Bali te gaan en les te nemen in kecak, in de opmaat naar de puputan-voorstelling. Dat was in juni/juli vorig jaar. Zo’n zestig koorleden zijn gegaan. Ik was erbij als tolk. Ik heb het zien groeien. De lessen zijn allemaal gefilmd, zodat de bewegingen en ‘commando ‘s’ etcetera goed waren. Praktisch niemand had nog ooit van de puputan gehoord. Er is een puputan kerkhof op Bali, maar die is van recente datum, van 1947. Terug in Nederland heeft Johnny Frans Lopulalan benaderd om het script te schrijven. Als je ziet wat het koor nu doet en kan ben je sprakeloos. Het is een groot project en ik heb begrepen dat de TV belangstelling heeft. Mijn rol in het geheel is op de achtergrond meekijken, meelezen, meedenken.

2. Het boek. Om de draad met het publiek nog een beetje vast te houden, leek het een goed idee een boek(je) samen te stellen over de puputan. Johnny gaf mij de vrije hand in het benaderen van auteurs. Omdat ik Indische ben, and proud to be one, wilde ik aanvankelijk alleen Indische auteurs. Maar al pratende leek het ook spannend er een Nederlandse en een Indonesische auteur bij te halen. Ik had iemand in gedachten omdat hij een prettige schrijfstijl heeft, al is hij meer een Midden-Oosten kenner. Maar na een gesprek met Frans kwam ik op Ewald van Vugt die twee jaar geleden een boek over de puputan heeft geschreven. Zijn uitgever In de Knipscheer heb ik gepolst en die heeft er wel oren naar. Wanneer het te lang gaat duren, wil Johnny het in eigen beheer uitgeven. Gebonden met een hard kaft, of gelijmd met een gelamineerde kaft, dat weet ik nog niet.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo Z.,

Dat boek van Ewald van Vugt was een heruitgave, het was al eerder in 1986/87 uitgebracht. Ik heb me het lazarus lopen zoeken maar ik heb het waarschijnlijk uitgeleend en zoals je weet komen geleende boeken nooit retour. Beroerd geschreven vond ik het, niet om doorheen te komen, maar Ewald VanVugt is wel dé kenner bij uitstek over Puputan 1906, hij heeft er ook lezingen over gegeven. Ik ben nu dat boek van Edita Morris aan het lezen, Poepoetan, want mijn kennis van de Balinese geschiedenis is slecht, ik heb me altijd verdiept in de Javaanse zooi, dat vond ik al meer dan genoeg. Ik ben nu aan het kijken of ik inderdaad iets zinnigs of iets moois over Puputan zou kunnen schrijven. Technisch kan ik dat wel, maar je moet ook een drive hebben, een wil om het te doen, en die ontbreekt nog bij mij, niet omdat ik niet betaald krijg maar omdat ik helemaal niets heb met Puputan, het verhaal heeft me eenvoudigweg nooit aangesproken. Dus dat is momenteel het probleem: kan ik iets met het thema? Dat Johnny Rahaket liefst zestig koorleden meeneemt, moet wel heel veel geld hebben gekost. Ik vind het nu nog absurder en idioter dat die man niet eerst even normaal over zijn begroting nadenkt. Het is mij allemaal veel te veel van hup we gaan eens even op Bali kijken, we smijten er al het geld tegenaan, we stoppen alles in het koor en… o ja, nu we anderhalf jaar verder zijn, gut laten we Frans Lopulalan eens voor het script vragen, helaas is er geen geld, we moesten namelijk een half vliegtuig afhuren, begrijpt u wel? Ik vind dit zo verschrikkelijk idioot van die man, dat mag je hem gerust zeggen hoor, dat ie een beetje collegialer moet zijn in plaats van als een kinderjuf maar even met een enorme groep naar Bali te vliegen – weet je wat dat kost, Z.? En weet je wat een schrijvertje kost? Nog geen zitplaats in zo’n vliegtuig. Nou, waar hebben we het dan eigenlijk over? Laat die vent maar extra subsidie aanvragen.

Hartelijke groet,

A.

Hallo A.,

Een onmogelijke love story, een sprookje of zo, zit dat er niet in? Mij spreekt dat verhaal nog steeds aan hoor. Ik voel woede naar de Hollanders die een volk, dit volk, koste wat kost wilden onderdrukken en zo trots was dat zij zich niet liet onderdrukken. Iedereen heeft zijn eigen reis en verblijf betaald, zo enthousiast waren de koorleden. Ik ook. De korting die we kregen vanwege het grote aantal werd hoofdelijk omgeslagen. En nu zeg ik, net als Tjalie tegen zijn vriendje zei: Kallem dong. Vriendje met opgeheven vuist: Ini kallem. Uit: Piekerans. Tot nu toe heeft dus iedereen er zijn eigen geld ingestoken. Het is iets van: geloven in een droom, in dit geval een mooie productie. Want mooi wordt het.

Hartelijke groet,

Z.

Hallo A.,

Hierbij een artikel dat ik uit Australië ontving. Misschien heb je er iets aan. Verder wil ik je zeggen dat ik voor het eerst over de puputan hoorde, of liever las in het boek Liebe Und Tod auf Bali van Vicky Baum. Ik vind het nog steeds een mooi, ingetogen geschreven boek. Het fragment staat op de laatste pagina ‘s. Het is vertaald en heet dan Liefde en dood op Bali. Vast overbodige info voor jou, maar ik geef het toch maar voor alle zekerheid. Verder ga ik op Bali dichter/schrijver Nyoman Wijaya ontmoeten die over de puputan heeft geschreven. Hebben we dus de Indonesische invalshoek. Ik ga dat fragment in het Nederlands vertalen. Ik heb achteraf gezien het grote geluk gehad een deel HBS en helemaal SMA te hebben gedaan in Indonesië. Daarna heb ik cursussen Bahasa Indonesia gedaan. Ik heb dus the best of both worlds gehad.

Salam,

Z.

Hallo Z.,

Het enige dat ik kan verzinnen is een monoloog met scheldproza dat zo ongeveer zegt dat het die stomme Belanda’s toch allemaal niets kan schelen en dat dat hele puputan-verhaal niet eens vergeten hoeft te worden, simpel omdat het nooit gekend is, etcetera – dat is het enige dat me na een paar dagen van gepeins te binnen schiet. Het puputan-verhaal vervult me namelijk met zoveel weerzin dat ik er alleen maar over kan schelden en mopperen, maar dat schijn ik goed te kunnen – dus geen geseyck over liefde en al dat Vicky Baum- en Evita Morris-gezwam, gewoon lekker schelden, te beginnen op Multatuli met zijn Saidjah en Adinda en dan komen die Batavieren vanzelf wel aan de beurt. Wil je scheldproza? Ja? Nee? Let me know.

Groet,

A.

Dag A.,

Sorry dat ik je nu pas antwoord. Bedankt voor je antwoord. En nogmaals, de schrijvers waren niet een sluitpost. Ik heb gedacht en gehandeld vanuit mijn Indisch-zijn: gotong royong, samen sterk. Ik ben lekker een dagje op familiebezoek geweest. Ik vertrek 5 februari naar Bali via Hong Kong en ben 25 februari terug. En oh zaligheid, ik ga ook een paar dagen naar Surabaya, waar ik ben geboren. Ik heb goed nagedacht over je voorstel en ik denk dat “scheldproza”, zoals jij dit noemt, niet zal passen met de rest van de inhoud van het boekje. Het zou er geen recht aan doen en aan de andere auteurs ook niet. Dus met heel veel spijt moet ik je bedanken voor je moeite tot nu toe. Mocht zich ooit weer iets voordoen, mag ik dan terugkomen? En dan wel met zoveel mogelijk informatie. Ik heb hier echt van geleerd. Dank je voor je duidelijkheid hierin.

Salam manis,

Z.

Zeg F.,

Nou heb ik die Z. waerachtig een schitterend voorstel gedaan, gratis en voor niets, en nu vindt ze mijn idee te eh… kasar! Wat moeten die Batavieren nou met een sprookje of een liefdesverhaal? Dat is voer voor neokoloniale sentimenten. Gescheld, gemopper en gekanker, dat is het enige wat bij dit project past.

Nah,

A.

I Ching geeft nr 47 (de uitputting)

op de vraag wat ik met mijn officiële weblog moet doen, aangezien dat zich ongebreideld uitdijend monster me al te lang in de weg zit. Laatst haalde ik postings weg uit het jaar 2000. Een hele zwik krantencolumns uit de periode 2002 – 2005 heeft zichzelf nu wel overleefd. Na een eenvoudige filtering zullen ongetwijfeld enige tientallen verhalen bewaard blijven. Uit een blogserie in de periode 2005 – 2007 kan zelfs nog wel een roman verrijzen. Maar dan moet de boel eerst offline en op papier bekeken worden. Ziehier het dilemma van de bloggende schrijver: hij heeft de neiging om wat hij op het web heeft gezet als gepubliceerd te beschouwen.

Wat gaf het Boek der Veranderingen op mijn vraag of ik de heleboel maar offline moest halen? Hexagram 47 met de 1e en 6e lijnen bewegend van yin naar yang. De 1e lijn zegt, volgens de interpretatie van Alfred Huang, die de jongste vertaling van het oude Chinese orakel maakte, dat “wie in een treurige situatie zit (uitputting), op zoek moet gaan naar verlichting en wijsheid.” De 6e lijn zegt, in de beroemde vertaling van Richard Wilhelm: “Men leeft onder de druk van banden, die gemakkelijk verbroken kunnen worden. Het einde van de benauwenis is in zicht, maar men kan nog niet tot een besluit komen. Nog onder de indruk van de vroegere toestand meent men reden tot berouw te zullen hebben, wanneer men zich beweegt. Maar zodra men tot inzicht komt, deze geestelijke houding aflegt en een resoluut besluit neemt, gelukt het, de druk te boven te komen.” Welaan, de jaarwisseling zou een goed moment kunnen zijn.

Superieur Indisch proza van Theodor Holman

tjon Oorlog houdt niet op wanneer ergens de vrede wordt getekend. De herinnering blijft getroffenen voor de rest van hun leven achtervolgen, dat is bekend. Minder bekend is het relaas van hun kinderen. Ouders met een oorlogsverleden kunnen een gedrag vertonen of gewoonten ontwikkelen met verregaande, vaak desastreuze gevolgen voor hun kinderen. Dat is het uitgangspunt van Theodor Holmans jongste roman Tjon.

De gelijknamige held is een jongen van 12. We volgen zijn geschiedenis tot zijn 14e jaar, maar zien hem nauwelijks groter en volwassener worden, eerder kleiner en kinderlijker. Het boek is geschreven in de van Theodor Holman bekende hilarische schrijfstijl, wat de lectuur snel, licht en soms buitengewoon amusant maakt maar toch nergens de diepe tragiek wegneemt die het gezin achtervolgt vanaf de Japanse bezetting in Nederlands-Indië tot het burgerleven in Amsterdam.

Bijzonder, als een statement bijna, is dat de ervaringen van de ouders in de Japanse kampen tijdens WO-II via hun zonen tot ons komen. De ouders hebben een heden, hun zonen een verleden. De verhalen worden, verwrongen en vol verzinsels, doorgegeven via Joost, de vier jaar oudere broer van Tjon. Joost heeft een voorsprong in kennis ten opzichte van Tjon, maar is al zo verknipt in zijn gedrag dat hij zijn broertje bijna alleen maar kan pesten met de gruwelijke verhalen die hij van zijn ouders kent. De vader zit dan al in een inrichting, terwijl de moeder vruchteloos probeert de ontwikkeling van haar telgen te sturen. Ze is een liefhebbende maar tegelijk onbereikbare moeder in de beleving van Tjon, door wiens ogen wij het hele verhaal volgen.

Het speelt in de jaren zestig ten tijde van The Beatles en The Rolling Stones. De cultuur die tussen beide Indische broers heerst – de manier van met elkaar omgaan, de onderlinge codes, manipulaties, chantages en overlevingsstrategieën – is levensecht neergezet. Theodor Holman is van huis uit journalist, columnist en scenarioschrijver en dat kun je zien aan de korte hoofdstukken en de veelheid aan dialogen. Wie het boek leest zou gemakkelijk kunnen denken: dat kan ik ook. Vergeet het. Deze schrijver heeft een buitengewone subtiele manier van vertellen, met bijna muzikale herhalingen, een uitstekende timing en veel gevoel voor drama. Hij is een vakman die precies weet wat hij doet, zoals ook zijn held Tjon precies weet wat hij doet wanneer hij in de tuin zijn eigen “Jappenkamp” bouwt en er met zijn schoolvriendjes scenario’s probeert te bedenken om wraak te kunnen nemen op “de vijand”, die zijn vader uiteindelijk ten onder heeft doen gaan.

Tjons puberteit breekt aan en Theodor Holman voert Truusje op als onbereikbare liefde, die zich in rap tempo tot een aantrekkelijke jonge vrouw ontwikkelt. Tjons eerste feestje, bij Truusje, schitterend beschreven, loopt ellendig af voor de jongen, die inmiddels psychisch werkelijk ziek begint te worden. Broer Joost zit intussen om min of meer onduidelijke redenen voor 3 maanden in de gevangenis en het is juist bij afwezigheid van zijn grootste treiterkous dat het voor Tjon werkelijk mis zal gaan. Tjons moeder heeft kennis gekregen aan een andere man, in wie Tjon, hunkerend naar zijn moeder, een vijand ziet. De jongen komt terecht bij een psychiater, ontwikkelt militaristische waanideeën en treedt regelmatig in dialoog met zijn overleden vader. Hoe ellendig alles ook is, Tjon heeft een toekomst, een ideaal, en dat is een medaille krijgen van de koningin. De oorlogsgekte is zijn kop niet meer uit te krijgen, al slaat hij die zelf nog zo hard tegen de muur. Ik ga niet vertellen hoe het verhaal afloopt. Ga het boek zelf maar lezen. Anders mis je een absoluut hoogtepunt in de literatuur van de naoorlogse Indische generatie.

Eerder gepubliceerd in: Indisch Anders, 2e jrg. – nr 01 – april 2007

Vakantielectuur

hat logo meneer b Mijn zoon wilde een paar boeken meenemen naar Parijs, maar mij leek dat één boek wel voldoende was. Zijn grootmoeder had me gesmeekt de jongen niet méér mee te geven dan een kleine rugzak met alleen de hoogstnoodzakelijke spullen. Ze vond zelfs één onderbroek per twee dagen wel genoeg, maar dat ging me wat ver. Sokken en ondergoed dienen elke dag te worden verschoond, wij houden er geen oude Hollandse gewoontes op na. Maar goed, ik wilde wel op het gewicht van de rugzak letten, dus liet ik mijn zoon één boek kiezen uit de volgende vertaalde titels: Samuel Beckett – Verhalen zomaar; Craig Strete – Doodsriten; Patrick Süskind – Het parfum; J.D. Salinger – De vanger in het koren; João Guimarães Rosa – Het uur en ogenblik van Augusto Matraga; en dan nog twee verzamelbundels: De toppen van Latijns-Amerika (met verhalen van Marquez, Llosa, Bastos etc.) en Reis om de wereld in 80 verhalen (een ratjetoe van schrijvers als Nabokov, Borges, Greene, waartussen heel verrassend een ultrakort verhaal van nota bene de dichter W.B. Yeats!). Mijn zoon houdt van Craig Strete, maar toen ik hem vertelde dat Süskinds roman in Frankrijk speelde leek hem dat ook wel wat. Salinger moest snel afhaken, net als Rosa en de twee verzamelbundels. Nou had ik mijn zoon een half jaar terug eens een bladzijde voorgelezen uit één van die zwartgallige tragikomische verhalen van Samuel Beckett. Die schrijver werd het dus. Mijn zoon heeft een zwak voor onschuldige randfiguren, voor wie de maatschappij te hard is. Een kijkje in de hoofden van dergelijke figuren kan zijn beeld wat verruimen. Het is wel nogal een sprong: van Donald Duck naar Samuel Beckett.

Zoeken naar Nieuw-Voordorp?

logo alfred birney weblog Soms komen er e-mails binnen van mensen die zoeken naar feiten en/of verhalen rond Huize Nieuw-Voordorp, ooit een weeshuis, later een gezinsvervangend tehuis voor kinderen uit getroebleerde gezinnen. Ze komen van mensen die mijn boeken Bewegingen van heimwee en/of Het verloren lied hebben gelezen of erover hebben gehoord of via een zoekmachine mijn website vonden. Huize Nieuw-Voordorp vormt een belangrijk decor in beide boeken, de verhalen en verhaallijnen zijn goeddeels fictief. De romanfiguren zijn allemaal ontsproten aan mijn fantasie. Toch bieden de boeken veel herkenbare details, ze geven een realistisch beeld van het leven in Nieuw-Voordorp in de jaren zestig. De laatste tijd kloppen ook nazaten van oud-bewoners bij mij aan. Ze krijgen altijd antwoord, al heb ik dit hoofdstuk uit mijn leven intussen achter me gelaten. Onlangs werden mijn broer en ik benaderd door ex-leidinggevenden die een reünie wensen volgend jaar op Hemelvaartsdag, ooit de traditionele jaarlijkse sportdag en jaarlijkse reünie van ex-pupillen. De laatste reünie die ik bezocht vond plaats ergens halverwege de jaren tachtig in de zaal van de katholieke kerk naast het oude terrein, waar inmiddels prijzige architectonische vluggertjes van flatgebouwen de omgeving deprimeren. Er was ook nog een reünie voor (oud-) Voorschotenaren in 2004 in 2004, die bezocht werd door enkele ex-pupillen van Nieuw-Voordorp. Mijn broer heeft nu een forum gelanceerd waar je oproepen kunt plaatsen, berichten achterlaten, herinneringen uitwisselen enzovoort. Als iedereen met een website en een binding met Nieuw-Voordorp een link plaatst, komt het tehuis wellicht virtueel weer tot leven en volgt er wie weet nog een reünie. Click hier.

Naschrift:

Op de reünie is mij veel gevraagd naar de boeken die ik schreef over Nieuw-Voordorp en of en waar ze nog verkrijgbaar zijn. Het gaat om drie titels, het is fictie (autobiografisch proza), ik zet mijn auteursnaam er even bij, omdat die makkelijk verkeerd gespeld wordt:

Alfred Birney: Tamara’s lunapark (1987)
Alfred Birney: Bewegingen van heimwee (1989)
Alfred Birney: Het verloren lied (2000)

Tamara’s lunapark telt acht hoofdstukken, waarvan er één in Nieuw-Voordorp speelt (scène van een nachtelijk bezoek van een paar jongens aan een paar meisjes in de meisjesvleugel). Bewegingen van heimwee speelt veelal in Nieuw-Voordorp, één hoofdstuk gaat zelfs over de reünie van eind jaren tachtig. Het verloren lied is over het algemeen als mijn beste werk bestempeld en speelt in drie tehuizen: Nieuw-Voordorp in Voorschoten, Welkom in Arnhem en Dalvey in Scheveningen.

Bovenstaande titels verschenen bij Uitgeverij Knipscheer. Die is per e-mail te bereiken via indeknipscheer@planet.nl . Van de eerste twee boeken zijn er nog enkele restexemplaren direct bij de uitgeverij te bestellen. Zet in de subject line van je e-mail: “boeken van birney” (zonder aanhalingstekens). Vraag in je mail naar de titel(s) die je wenst, naar de prijs en levertijd. De uitgever is over het algemeen snel met antwoorden op e-mails, telefoneren is niet aan te raden.

Het derde boek, Het verloren lied, volgens velen het mooist van alles dat ik ooit schreef, is nog gewoon verkrijgbaar via de bekende kanalen als Bol.Com, Azur, Plantage Books, Noord Nederlandse Boekhandel etc. Bij een zoekactie typ je in onder auteur: Birney, Alfred. Omdat het boek al acht jaar oud is, hebben de internetwinkels het boek niet altijd in voorraad.. Gevolg is dat zodra er een exemplaar is verkocht er een nieuwe bestelling bij de uitgever wordt geplaatst. Hier gaat 48 uur overheen. Is het boek dus niet verkrijgbaar, probeer het dan na 48 uur opnieuw. Wie alleen in de traditionele boekhandel koopt, die moet het boek laten bestellen. Kies een goede boekhandel,. Geen AKO of BRUNA, die verkopen alleen actueel werk.

Wie de oudere titels tweedehands wil hebben, gaat www.antiqbook.nl. Tik in bij schrijver achternaam: birney, alfred. Niet: birney, want dan krijg je de zooi van naamgenoten erbij. Ook niet: alfred birney, want dan krijg je: not found.

Voor wie wil lezen maar niet wil kopen, ga naar de plaatselijke bibliotheek en vraag er de boeken te laten van de KB: http://www.kb.nl/

Okay, nough said? Als je nog vragen hebt, ga naar mijn website www.alfredbirney.com en stuur me een mailtje. O, eh, geen verzoeknummers, ik schrijf niet meer over Nieuw-Voordorp, drie boeken is wel genoeg en beter dan Het verloren lied kan ik het nooit meer.

De reünie was geweldig, fare thee well NV-ers.

Alfred