Roem

Google Alerts stuurt me al bijna een week geen berichten meer over onze nationale heldin buytengaets: Tanja. Dat betekent dat haar roem een week of twee heeft geduurd. Als dat geen record is! Zelfs het gezegde Roem is vergankelijk is hier niet van toepassing. Misschien deze slotzin uit Yukio Mishima‘s Een zeeman door de zee verstoten (Gogo no eiko – 1963): Roem, zoals iedereen weet, heeft een bittere smaak.


iaito

Google’s blues in G

hat logo meneer b Ik kan me niet herinneren ooit middelpunt te zijn geweest van vaderdag. Afgelopen avond riep ik voor de lol naar boven wat of mijn zoon zo in gedachten had als cadeau voor vaderdag. Hij nam het helaas serieus en vroeg me wat ik wilde hebben. Nu had ik een probleem, want ik wil nooit iets hebben. Ik heb moeite cadeaus voor mezelf verzinnen. Nou ja, ik kan het wel, maar dan wordt het allemaal nogal prijzig. Een zeewaardig jacht lijkt me wel wat. Een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee is ook niet te versmaden. Er moet dan wel een laptop bij die op zonne-energie draait. Een wat goedkoper cadeau kan ook wel: een penthouse met uitzicht op zee. Mijn zoon kan dat (nog) niet betalen, dus ik moest naar het low budget segment. Set snaren? Mwah, mijn gitaar is net bespannen met nieuwe snaren. Ze zijn nog niet eens fatsoenlijk op spanning. Een mondharmonica leek me wel aardig. Ik riep mijn bestelling naar boven. Antwoord: je hebt al een mondharmonica. Reply: ja, maar dat is een A, ik heb een G nodig. Volgde een uiteenzetting over het type dat ik bespeel: de blues harp. Goed, begrepen. Maar waar moest hij die dan kopen? Ik zei daar of daar of daar. Waarop ik moest gaan uitleggen hoe hij daar of daar of daar kon komen. Mijn zoon is wat dromerig. Hij moet naar de stad maar komt dan bij de zee uit. Zoiets. Ten leste heb ik hem maar naar Google Maps verwezen. Altijd maar Google, zei hij verveeld. Dat wordt dus een blues in G. Got it?

Telefictie

logo alfred birney Televisie is het leukst als het live gaat, maar dat durft men zelden aan, er kan veel fout gaan. Ook voorgebakken uitzendingen zijn zelden vlekkeloos, je ziet het al aankomen wanneer je je gaat melden op de plaats van afspraak. In mijn geval was dat heden middag om 16:45 uur bij Toko Toet aan de Beeklaan numero 376A te Den Haag. Met mijn geweldige timing kwam ik precies om kwart voor vijf aan fietsen. Dan moet, vind ik, de televisieploeg van de betreffende lokale zender natuurlijk meteen een shot nemen van hoe de schrijver aan komt fietsen op zijn blauwe Union en in zijn linnen jasje. Ik bedoel: als je zo te werk gaat, dan bespaar je tijd en kun je weer snel naar huis, of lekker naar de zee. (Ja, ik was liever naar de zee gegaan.)

Er stond natuurlijk helemaal geen filmploeg op me te wachten. Die televisielui werken net als uitgevers. Dit wil zeggen dat zij zichzelf een ruime vrijheid veroorloven in het overschrijden van tijdslimieten. Meantime moet jij natuurlijk wél op tijd zijn, anders kunnen zij de tijdlimiet niet overschrijden. Is that clear? Onthoud dit nou goed voor later, voor als u ook eens op de televisie moet. Enfin, ik sta daar zo’n beetje te hangen in de deuropening. Zegt een ander, hangende tegen een muurtje verderop (het was lekker warm buiten): ‘Zeg, ben je van TV West?’ Ik zeg: ‘Ja, maar voor heel even.’ De man kijkt me aan alsof hij kiespijn heeft en inderdaad, wanneer we aan de praat zijn geraakt blijkt hij onder een enorme kiespijn gebukt te gaan. Mijn gsm gaat af en de joviale meid die mij enkele malen eerder in de week van mijn fiets belde (ja dat kan, wordt straks duidelijk) meldde dat het team later zou komen.

‘O, maar waar ben jij dan?’ vraag ik.
‘Ik zit op kantoor,’ zegt ze.
‘O, dus wij zien elkaar helemaal niet!’ roep ik eh… teleurgesteld uit.
‘Nee!’
‘Ja, maar ik kom voor jou! Je denkt toch niet dat ik hier voor die sukkels met dat cameraatje ben gekomen.’
‘Ja nee ja eh ha ha ha! Zeg, maar ze komen er aan hoor, over een kwartiertje zijn ze er!’
‘Nou, dat wordt dan drie kwartier.’
‘Nee hoor, ze rijden net weg.’
‘Weet je het zeker? Rijden ze net weg?’
‘Ja, ze zeiden dat ze net weg reden.’
‘Ja, kijk, dat bedoel ik dus: ze zeiden dat…’
‘Okay, ja maar…’
‘Hoorde jij dat ze de wagen startten dan?’
‘Nee, het is een fluisterstille wagen.’
‘En waar stonden ze toen ze wegreden? Stonden ze in de parkeergarage, reden ze net de parkeergarage uit of tuften ze net de weg op?’
‘Ik neem aan dat ze net de weg op reden.’
‘Nou, dat wordt dan veertig minuten, maar dat maakt niet uit joh. Waar moeten ze vandaan komen?’
‘Van de Pasar Malam, daar hebben ze net met Siem Boon gesproken.’
‘O, ik dacht dat ze hier zouden beginnen en dan naar de Pasar Malam zouden gaan. Het is dus andersom! Wise people, het eten is veel beter hier.’

De man met kiespijn stelt me voor aan een man zonder kiespijn maar met zorgen aan zijn hoofd. Toko Toet is namelijk van hem. Hij zit nog net niet tegen een burn out aan, maar hij is wel erg capeh, moe dus, erg moe, hij is zo verschrikkelijk moe, hij zou wel eh… niet moe willen zijn. Ik geef hem een aantal tips, maar in korte vakanties gelooft hij niet. Het lijkt hem het beste om maar te gaan sporten. Dat vind ik ook en eh, zeg nu ik jou toch spreek: Toko Toet lag vroeger toch aan de Leyweg, is het niet zo? Ik moet dat weten, anders kraam ik straks allerlei onzin uit op de televisie. En je weet hoe Indische mensen zijn: die pakken dan pen en papier en sturen je ellenlange epistels met hoe het volgens hun ooit was. In koloniaal handschrift, je weet wel: met veel krullen en tierelantijnen.

Terwijl de vermoeide man me vertelt hoe het allemaal zat, gaat mijn gsm weer af.

‘Halloooooooooooo!’
‘Hey, hi there, hallo, hoe gaat ie achter je peeceetje?’
‘O goed hoor, zeg je begrijpt het wel hè?’
‘Yo ya hoor ik begrijp het, zeg hoe lang moet jij nog (hoe oud ben je, wat ga je vanavond doen, heb je een vriend, gaat ie vreemd die klootzak, hey ben je lekker) eigenlijk?’
‘Pffffff ik zit hier nog de hele avond joh, teevee hè? Maar ze komen eraan hoor, over een kwartiertje.’
‘Okay, over een kwartiertje, maar dat zei je net ook al (baby).’
‘Ja, ik bedoel ze komen over tien minuten, echt, tien minuten, nou goed laten het er elf zijn dan.’
‘All right (baby), don’t worry (baby), ik sta hier lekker te keuvelen met (een paar lekkere babes, ben je nou jaloers?) eh…’
‘Nou joh, anders neem je toch alvast wat.’
‘Welja joh, mooi weer toch?’
‘Ja, nou ik zit hier wel te puffen achter die pc maar ik mag niet klagen hoor, voor hetzelfde geld eh…’
‘Nou?’
‘Eh, o niks joh, ha ha ha! Het is goed joh, hey en zij is ook aardig hoor, echt ze is heel aardig, sorry dat ik er niet bij kan zijn, maar ze is echt aardig hoor.’
‘En wie zijn er nog meer bij dan?’
‘Nou zij dus, en dan de cameraman en Wim Willems.’
‘Okay, en wat doet Wim Willems?’
‘Wim Willems doet de presentatie.’
‘En zij dan?’
‘Zij voert de regie.’
‘En jij?’
‘Ik? Ik bel de hele dag in het rond, wel leuk hoor, ik had net nog een boer aan de lijn die ik niet, dus helemaal niet verstond, ha ha!’
‘Zat ie op de tractor of zo? Zoals ik steeds op de fiets zat als je belde?’
‘Nou, het was wél een soort tractorgeluid maar dat kwam toch écht uit zijn mond, ha ha.’
‘Hey, leuk baantje heb je (baby, zeg ik kap er nou mee hoor, melig gedoe, leidt toch nergens toe, je bent ook veel te jong voor me joh, ik wil trouwens onderhand wel het klooster in, er schijnen aardige in Thailand te staan, met massagekamers en zo, huh huh), echt, leuk baantje heb je, hey keep going hè, toedeloe!’
‘Joehoe! Toedels!’

Drie kwartier na het afgesproken tijdstip komt een busje aangereden. Iemand van de crew slingert zonder te kijken het portier open en een fietser weet het nog maar net te ontwijken. De fietser heeft geen zin om te stoppen om zijn verhaal te gaan halen, hij is wijs en ongetwijfeld blij dat hij nog leeft. Het drietal dat uit het busje komt gestrompeld, ziet eruit alsof ze door de gehaktmolen van de AIVD gehaald is, en anders wel onder een stapel flauwgevallen bejaarde Indo’s uit Australië op de Pasar Malam Besar vandaan heeft moeten kruipen. Moet dát mij komen interviewen? Is ick soo ende diep gesonck?

Nu komt het, let vooral op, in het bijzonder als u wel eens, of vaak, of altijd, televisie kijkt. Ik ga niet zeggen dat de televisie liegt, ik zeg alleen dat de dingen die u op de buis ziet niet altijd de dingen zijn zoals ze zijn. Dat wist u ongetwijfeld al en daarom kijkt u televisie, gewoon omdat u van fictie houdt. Okay, dus u begrijpt dat het mogelijk is dat straks op de televisie de presentator op MIJN fiets aan komt rijden terwijl IK in de toko zit te wachten. Dat shotje moest trouwens één of twee keer over. Wim Willems deed mijn fietsslot niet handig genoeg op slot, het was hem, kortom, aan te zien dat hij al een jaar of twintig niet op een fiets had gezeten. Zijn introbabbel was ook niet al te sterk, uitgeknepen als ie al was van een rondje over de Pasar Malam Besar. Ik vond zijn tweede opkomst sterk genoeg, voor zo ver ik dat kon beoordelen, ik zat namelijk binnen, maar wel dicht bij de open deur. Bij het mislukte shot was ik nog blijven zitten toen hij de toko binnenkwam en wij elkaar begroetten, maar nu dacht ik: kom ik sta eens op, dan maken we er even een real nice entrance van en dan kan die regisseur niet meer zeuren.

Ze bleek geen zeur en ondanks haar vermoeidheid was ze nog alert genoeg om de presentator tijdig af te kappen (regisseurs denken in blokjes, professoren als Wim Willems in colleges) en de boel zo te organiseren dat de sateh kambing op driekwart van de opnametijd werd geserveerd door een levensecht Indisch meisje uit het begin van de vorige eeuw (geen idee hoe ze dat voor elkaar kregen bij Toko Toet) enzovoort. Waar het nou eigenlijk allemaal over ging, dat ben ik onderhand al bijna vergeten. Ja, dat moet. Anders zie je later jezelf terug en zeg je aldoor: ‘Ja, nee hoor, laten ze dít staan en hebben ze dát eruit geknipt!’ Overigens wist ik niet eens waar het allemaal over zou gaan toen ik op de fiets aan was komen rijden. Die joviale meid aan de telefoon had gezegd dat ik één van mijn onvolprezen columns mee moest nemen, wat ik had gedaan, maar ter plekke zei de presentator dat het over mijn boeken moest gaan. Ik had dus mijn boeken mee moeten nemen. Maar als ik mijn boeken mee had genomen, dan zouden ze natuurlijk hebben gevraagd waarom ik mijn gitaar niet had meegenomen.

Enfin, uitzending aanstaande dinsdag. De boel gaat Google Video op, u hoort wel wanneer. Ik ga nu schrijven. Off line. The real stuff.

Ook slechte kunst houdt de zee niet tegen

otterness Na mijn vorig bericht herinnerde ik me dat de klimaatverandering in eerste instantie grote gevolgen zou krijgen voor de grote kunst van de grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness. Van de weeromstuit ben ik me maar even in beide schrikbeelden gaan verdiepen. Het zit zo: de Sprookjesbeelden van de grote Tom Otterness vormen thans als voorportaal van het museum een permanente gratis buitententoonstelling. Maar er is een groot probleem: klimaatverandering. Voor de Sprookjesbeelden van de grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness is in 2004 een speciaal terras aan de boulevard geschapen. De bronzen sculpturen verbeelden voornamelijk beroemde sprookjesfiguren als Gulliver, Hans & Grietje en Pinokkio, maar ook iemand die een haring in zijn keel laat glijden. De grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness heeft dus een referentiekader dat in elk geval de grote lectuur van de Donald Duck ontstijgt.

Helaas is de plek bij Beelden aan Zee één van de zwakke schakels in de kustwering bij Scheveningen. Eén springtij bij nieuwe maan en de huizenmarkt van heel Den Haag ligt op zijn gat en vele inwoners liggen in plastic zakken vanwege te weinig kisten om de verdronkenen in te verpakken. Voor dit gevaar is weer eens een buitenlandse architect aangetrokken – architecten schijnen wij zelf namelijk niet te hebben – en in het plan van De Sola-Morales moet een verharde zeewering worden aangelegd. Dat had een Scheveningse visser natuurlijk niet kunnen bedenken, en ook de piekeraar van de grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness niet, in wie wij stellig de grote Gulliver moeten herkennen. Het plan moet tussen 2008 en eind 2010 zijn gerealiseerd. Dus ná 2007, het jaar waarin Nederland volgens het Pentagon onder water zal lopen. De grote Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness zal helaas niet op zijn oude plek kunnen rekenen, waar uiteraard nieuwbouw zal verrijzen. Zelfs kan hem nog niet verteld worden wat er in de tussentijd met zijn beelden moet gebeuren. Mij dunkt is de beste oplossing die infantiele blikzooi op het vliegtuig naar Amerika te zetten. Er is vast wel een regeling voor kunstobjecten die ergens een land worden uitgezet .

Het licht van de maan

mitorai light of the moon Een groot voordeel van de weeromslag is dat er veel meer zuurstof in de lucht zit. Als een mens moet kiezen tussen een leven in een zonovergoten bakpan vol koolmonoxide of een leven in een winderige betonnen hel vol zuurstof, dan hij maar beter voor de hel kiezen. Ik kwam bijna geen fietser tegen gisteren, de softies hadden de auto genomen, bang voor een druppeltje regen, te slap om tegen de wind in te beuken. Nou moet ik niet stoer gaan doen, want toen ik op de boulevard de wind vol tegen kreeg, dacht ik heel even aan afstappen, ha! Ik keek om me heen en genoot van Igor Mitoraj’s Light of the Moon, ik vind dat beeld toevallig mooi, hoe zeer tegenstanders (kunstkenners) mij ook op andere gedachten hebben geprobeerd te brengen. Die Igor Mitoraj heeft als peuter het bombardement van Dresden meegemaakt, dus wie weet is hij daarom zo gepreoccupeerd met beschadiging. De beschadiging van het klassieke beeld, veel meer hoef je niet achter zijn werk te zoeken, denk ik.

Even verderop, als je helling af bent en het vlakke deel van de boulevard op fietst, krijg je die afschuwelijke Sprookjesbeelden aan Zee van Tom Otterness. Ik had tot afgelopen middag altijd geweigerd om die infantiele beelden wat beter te bekijken, maar nu het zo hard waaide en ik van narigheid even niet wist waarnaar ik kijken moest, ontwaarde ik de Haringeter. Dat kwam natuurlijk doordat ik vlak voor het ontwaken een voorspellende droom had over de nieuwe haring. Ja, ik droomde dat de nieuwe haring véél lekkerder was dan die van afgelopen jaar, die waarschijnlijk de slechtste haring is sinds Hollanders besloten rauwe vis uit de zee te eten. Men had verleden jaar besloten de nieuwe haringvangst met twee weken uit te stellen vanwege het veel te koude weer. Een blunder. Net als die Sprookjesbeelden aan Zee. Maar wil het zeewater niet al te koud blijven zodat de haring wat op gewicht kan komen, moet de zon straks wel weer gaan schijnen. Het zal dan weer een gekkenhuis zijn op Scheveningen, met kilometers lange files die de lucht verzieken. Hoe zal het leven op de maan zijn over vijftig jaar?

Van den dweyl ende racefiets

hat logo meneer b Mijn tweelingbroer, met zijn hilarische cyberhumor, stuurde me een e-card met custom made racefiets. Hij ziet er nog sneller uit dan de mijne, maar ja, misschien was ik een beetje te optimistisch geweest na die testrit op mijn racefiets afgelopen zaterdagmiddag in het warme weer? Ik heb wat dweildagen achter de rug: dagen waarop men zich als een dweil voelt (wij gaan er gemakshalve vanuit dat wij, mensen, zo ongeveer wel weten hoe een dweil zich voelt: zoals hij, nog niet helemaal uitgewrongen, eruitziet. Gisteren, op de Dag van de Arbeid – stelt in Nederland weinig voor, anders dan in de rest van de wereld – voelde ik me niet op en top maar ik vond dat mijn zoon er eens uit moest, anders hangt die jongen de godganse dag maar achter zijn pc en gameconsoles. Het kostte wat meer energie, ik moest herhaaldelijk achterom kijken om te zien waar hij bleef, mijn zoon heeft namelijk de beleefdheid heel lang achter een stel zondagsfietsers aan te blijven rijden totdat hem eens een doorgang wordt gegund, terwijl ikzelf gewoon dwars door zo’n kudde heen fiets. Bij de watertoren voelde ik al dat ik Wassenaar niet zou halen, we sloegen linksaf en mijn zoon stelde vragen over teken, eekhoorns en uitlaatgassen en verbeterde twee van mijn zinnen (hij moest van mij meer dan fatsoenlijk Nederlands leren spreken en dat zal ik nu weten ook, ha!). Op de boulevard kreeg hij zijn patatje pinda. De jongen wist zich opeens niet meer te herinneren wat een golfbreker was en aangezien het vloed was moest ik met hem het zand door zeulen om hem althans een onder water liggende golfbreker te wijzen. De zee was vreemd, rusteloos door de naderende volle maan. Wonderlijk, die zonnebadende mensen dezer dagen. Ik stelde voor om bij de Egyptische visboer in onze buurt zalm te gaan halen. Ertegenover ligt een Turkse supermarkt met uitstekende groenten. Maar bij aankomst bleek die gesloten, ik was vergeten dat het dinsdag was. En toen stortte ik in. Soort deadline, die supermarkt. Het duizelde me bij de visboer. Ik werd chagrijnig, wilde naar huis. Op de radio raaskalde de één of andere deskundige over hooikoorts, astma, allergieën, pollen, fijn stof en stuifmeel in de lucht, maar hij zei niets over hartpatiënten. Die zijn er in vele soorten en maten, ik denk dat ik bij de lichtgewichten hoor. Toch vrees ik beter af te zijn met een normaal dagnachtritme, zodat ik in de ochtend met mijn oude fietsmaatjes mee kan. Maar wanneer moet ik dan schrijven met die dagelijkse herrie om me heen? Ik haat de dag. Mensen maken zulk afschuwelijk lawaai.

Wat is nou gezond?

logo alfred birney Een test onder Nederlandse kinderen zegt dat ze te dik zijn, maar toch tevreden met zichzelf. Ze snoepen veel en bewegen weinig. Wat de test niet zegt is dat kinderen meer binnen dan buiten spelen tegenwoordig. Ik ga nu even uit van mijn eigen waarneming. Hoe zou het anders kunnen dat kinderen behalve hun overgewicht ook nog te maken hebben met pesten, muisarmen en ademhalingsproblemen. Wie wordt gepest, die blijft binnen. Wie binnen blijft, die pakt een muis en surft naar cybercontacten. Die kunnen je ook pesten, maar die click je sneller weg dan die vervelende treiterkous bij je in de klas. Enfin, de test is het begin van een landelijke gezondheidscampagne waar zo’n 1000 basisscholen aan meedoen. Fijn. Hoe snel lees je over “ademhalingsproblemen” heen. Mijn zoon klaagde afgelopen zondag over de lucht en dan fietsten we nog door de duinen met een fris briesje uit zee. Gisteren stond ik met dat rare warme weer voor april voor een dilemma. Fietsen voor mijn gezondheid of thuisblijven voor mijn gezondheid? Fietsen schijnt volgende de jongste onderzoeken ongezonder dan autorijden. Maar auto’s zijn juist voor het grootste deel debet aan de luchtverontreiniging. De antirooklobby danst hysterisch de horlepiep bij het idee aan rookvrije cafés, maar is te corrupt om de auto-industrie aan te pakken. Het is 800.000 jaar vliegen met het Amerikaanse ruimteveer voor een enkele reis naar de Planeet 581 C. En dan moet je nog maar zien of je daar wat lekkerder adem kunt halen dan hier bij ons.

Vreemde dag

hat logo meneer b Gisteren was vreemd. Was het de wind? Ik fietste in een rechte lijn naar de zee, er stond geen maat op de windrichting. Rukwinden uit onverwachte richtingen deden me soms slingeren, terwijl auto’s hard voorbij stoven. Automobilisten lijken altijd haast te hebben met harde wind en regen, wat nogal ongerijmd is, je zit immers droog in zo’n blik op wielen. Ik ben geen autohater meer, wél vind ik het buitengewoon dom dat er mensen zijn die zomaar in zo’n ding stappen om zomaar een eindje te gaan rijden en zomaar dat ding met de neus in de richting van de zee zetten om zomaar een poosje dom naar de hoge golven te kijken zonder ook maar even dat koekblik te verlaten. Waarom blijven ze niet thuis en kijken ze niet via een webcam naar de zee? Zelfde resultaat, met bijkomend voordeel van de koelkast binnen handbereik. Maar daar wou ik het niet over hebben. Gisteren kon ik niet schrijven, ik kreeg geen zin uit mijn pen. Gitaarspelen ging ook al niet. Ik was bij vrienden en kennissen en wilde ze een luitstuk laten horen uit de renaissance, maar ik was de noten helemaal kwijt, terwijl ik dat stuk al enkele jaren kon dromen. Misschien kwam het doordat we onverwachts van locatie A naar B moesten verhuizen, toen bleek dat de butagasfles leeg was waarmee onze Roemeense gastheer zijn maaltijden bereidt. Hij had geen reserve butagasfles, zoals Ome Willem die vroeger altijd had. Ik zou over Ome Willem moeten gaan schrijven.

Turkoois

hat logo meneer b Het extreme zachte weer is een zegen voor wie regelmatig op de fiets moet klimmen. Maar de jongste cijfers van een of ander onderzoeksbureau laten zien dat fietsers harder worden getroffen door uitlaatgassen dan automobilisten. Voor zo ver ik me kan herinneren kwam men ooit met het ironische nieuws dat automobilisten het ergst werden blootgesteld aan vergiftiging, via de airco van je automobiel die zich voedt met de uitlaatgassen van de auto waar jij achter hangt. Nu blijkt dat fietsers althans in de stad het meest te lijden hebben onder de terreur van automobiliteit. Is het dan eigenlijk wel gezond om te revalideren op een fiets? En wat wordt nou met de stad bedoeld? Houdt Den Haag op bij de duinen en kan ik daar nog vertrouwen op de lucht, of is die frisheid daar suggestie? De wind was krachtig aan de boulevard vandaag en mijn mobiel ging af net toen ik de top van de Scheveningse Slag had bereikt en uitkeek over zee. Ik kreeg de manager aan de lijn van het Thuiszorg Syndicaat. Ze vertelde me dat ik de afgelopen weken geen thuiszorg meer had ontvangen. Dat klopte. En dat de thuiszorg hervat kon worden. Ho! Even nadenken! Kunt u mij volgende week misschien terugbellen? Dan heb ik mijn agenda bij de hand. Ja hoor, Meneer B. Ik wilde haar ook nog vragen of ze had gelezen dat Chick Corea opeens zo nodig Mozart moet komen spelen in Holland. Die pianist was al verdacht vanwege zijn geflirt met L. Ron Hubbard’s geschrift Return to tomorrow (daarom heette zijn band begin jaren zeventig Return to Forever), en nu gaat ie ook nog die vreselijke tutmuziek komen brengen met een hoop kauwgom erdoorheen. En we zijn al zo doodgegooid met die eeuwige Mozart, die men niet eens een fatsoenlijk graf heeft gegeven. Zet een klassieke radiozender aan en je hoort Mozart, terwijl je je wezenloos zoekt naar Pärt, Górecki of Schnittke. Ik had dit even willen aansnijden bij de manager van het Thuiszorg Syndicaat, maar er was al opgehangen. De bewolking boven zee liet een breuk zien in ragfijn turkoois.

Nieuwjaarsrondje

hat logo meneer b Na een solitaire oudejaarsavond was ik wat vroeger naar bed gegaan om op tijd te kunnen zijn als toeschouwer van de 39e nieuwjaarsduik in Scheveningen (als grap begonnen in 1965). Maar er was ruzie op straat, mensen werden emotioneel en schreeuwden elkaar allerlei verwensingen naar het hoofd. Opgestaan, appelflap gegeten, een slaappil met een blikje cola naar binnen gespoeld. Halfelf werd ik wakker, maar het regende als een godsgericht. Ik heb me lekker omgedraaid en sliep een gat in de dag. De zon scheen toen ik op mijn fiets stapte, ik zag veel joggers en renners, veel lachende gezichten. Een stroom van bezoekers verliet juist het Huis van Bewaring toen ik er langs fietste, het fietspad in de duinen werd ingepikt door automobilisten die ook alle asfalt claimen wanneer ze wandelen. Ik sloeg linksaf richting boulevard en kreeg de wind vol van voren. Mijn hartslag bleef rustig, ik denk dat ik in het voorjaar wel op de racefiets kan. In mijn klim omhoog op de Scheveningse Slag werd ik door een windvlaag bijna van mijn fiets gerukt. Ik liep het laatste stuk omhoog. De zee was wild. Het enige dat herinnerde aan de nieuwjaarsduik waren een enorme tent en touringcars uit diverse landen. Eén kitesurfer waagde zich op zee. Fietsend over de boulevard met de zon en de wind op mijn snoet prevelde ik mijn eigen mantra op de beat van Thug Mansion van 2PAC: cycling for peace in my heart, cycling for peace in my heart, cycling for peace…