Uit mijn humeur
Mijn naam is Meneer B. en één van mijn hinderlijkste eigenschappen is mijn receptief vermogen. Vooral ikzelf heb er last van. Was ik gisteren nog volkomen in balans na mijn bezoek aan de cardioloog, die mij achteraf gezien weinig wijzer maakte met het obligate zinnetje ‘je moet naar je lichaam luisteren’, vandaag werd die verstoord door iemand die ooit werkster heette, daarna hulp in de huishouding, thans interieurverzorgster en over enkele jaren wellicht apartment manager heet. Mijn thuishulp belde een kwartier te vroeg aan en verstoorde zodoende mijn ontbijt, dat ik graag alleen nuttig, zonder enig verbale begeleiding, ongeacht van wie. Ik had al speciaal voor haar mijn rooster gewijzigd, opdat zij morgen een of ander huwelijksfeest kon bijwonen, en nu bleef ze ook nog drie kwartier bij mij aan tafel zitten, klagend over haar mobiele telefoon, die ze bij haar vorige cliënt had laten liggen. Ik verdacht haar van opzet en voorzag een vroegtijdig vertrek. Ik ontvluchtte mijn huis en fietste naar de zonnige boulevard. Ik voelde me niet zo optimaal als gisteren, lichtelijk misantropisch ook. In de haven kocht ik een gestoomde makreel van een lekker viswijf, zo’n klassiek type met haren onder de visolie, een liederlijk schort om en van vet druipende vingers die onze bankbiljetten zo fraai bijkleuren. Na thuiskomst verraste mijn thuishulp me inderdaad met een buitengewoon vroegtijdige aftocht. Ik kan dingen voorvoelen, maar gebeuren ze eenmaal, dan ben ik danig uit mijn humeur. Het is als het luisteren naar je lichaam: niemand hoort je.


