Verloop
Het verloop is groot bij het kamerverhuurbedrijf, dat mij ongewild op gezette tijden aan de vergankelijkheid herinnert. De studente met de bril in de kamer boven de tuinkamer, het meisje bij wie ik nooit een jongen zag, alleen een vriendin, is vertrokken. Ik stel me voor dat ze buitenlandse was en hier voor een jaar kwam studeren. Voordat zij kwam, woonde er enkele jaren een meisje, dat niets anders deed dan studeren. Ze kookte nooit, haalde haar eten bij de pizzaboeren en toko’s in de omgeving en nam elke avond op een vast tijdstip een douche. Ze had de jaloezieën van de badruimte naar binnen gedraaid, zodat je haar altijd gemakkelijk kon begluren. Er is weinig gewoners dan iemand onder de douche te zien gaan en zich even laten zien afdrogen en kleden. Het meisje was lang, heel lang, alleen. Pas tegen het einde van haar studie scheen ze zich open te stellen voor een vriend. Die kwam. Eén, twee, drie keer. En weg was ze. Is een degelijk en saai leven, zoveel mogelijk gepland, de weg naar het geluk? De studente die zojuist vertrokken is, was de schoonheid zelve niet. Haar weg zal niet over rozen gaan. Haar opvolgster is een mooi blond meisje met een mooi lijf. Ik zag hoe ze zich omkleedde in de badruimte, waar vreemd genoeg een verhoogd bed is ingebouwd, wat ik nu pas zag. Ze trok een jurkje aan en ging op bed liggen. In de woonkamer rookte haar vriend zijn laatste sigaret.
