Vervreemd

hat logo meneer b Bloggen werpt me terug in mijn oude schrijfritme, ik weet niet of dat wel goed voor me is. In de jaren waarin ik het ene na het andere boek schreef, kampte ik met slapeloosheid, paniekaanvallen, hartritmestoornissen en dwangmatig gedrag op huishoudelijk niveau (herhaaldelijk kijken of het gas wel goed was uitgedraaid, dat soort huisvrouwenneurosen). Er waren winters waarin ik de dag helemaal niet zag. De nacht is goed voor schrijven, maar je moet om vier uur kunnen stoppen, zodat je uiterlijk om 12 uur in de middag op kunt staan. Alleen dan krijg je nog voldoende daglicht om zelfs de winterperiode redelijk door te komen, dat wil zeggen zonder al te diepe depressies. Ik had mezelf voorgenomen om vanmiddag tijdig naar de stad te gaan, maar het was al vier uur toen ik in het centrum arriveerde. Toch was het goed voor me. Ik zag dat de nieuwe architectuur in de aldoor metamorfoserende stad dezelfde vervreemding bij de mensen teweegbrengt als het dolen in cyberspace achter je laptop. Ik zag dat de mensen evenmin deel uitmaakten van hun omgeving als de surfer op het internet. Ik zag mensen ongeïnteresseerd langs stapels boeken lopen van schrijvers van wie ik nooit had gehoord. Ik vond geen trui, waarvoor ik naar de stad was gereisd. Ik zag twee jeugdige meisjes schielijk een sigaret opsteken, hun gezichten onder de jeugdpuistjes. Zij hebben hun dromen voor zich. Ik heb ze achter me. Er is geen verschil. Het beste is om ze helemaal niet te hebben.