Vreemde dag
Gisteren was vreemd. Was het de wind? Ik fietste in een rechte lijn naar de zee, er stond geen maat op de windrichting. Rukwinden uit onverwachte richtingen deden me soms slingeren, terwijl auto’s hard voorbij stoven. Automobilisten lijken altijd haast te hebben met harde wind en regen, wat nogal ongerijmd is, je zit immers droog in zo’n blik op wielen. Ik ben geen autohater meer, wél vind ik het buitengewoon dom dat er mensen zijn die zomaar in zo’n ding stappen om zomaar een eindje te gaan rijden en zomaar dat ding met de neus in de richting van de zee zetten om zomaar een poosje dom naar de hoge golven te kijken zonder ook maar even dat koekblik te verlaten. Waarom blijven ze niet thuis en kijken ze niet via een webcam naar de zee? Zelfde resultaat, met bijkomend voordeel van de koelkast binnen handbereik. Maar daar wou ik het niet over hebben. Gisteren kon ik niet schrijven, ik kreeg geen zin uit mijn pen. Gitaarspelen ging ook al niet. Ik was bij vrienden en kennissen en wilde ze een luitstuk laten horen uit de renaissance, maar ik was de noten helemaal kwijt, terwijl ik dat stuk al enkele jaren kon dromen. Misschien kwam het doordat we onverwachts van locatie A naar B moesten verhuizen, toen bleek dat de butagasfles leeg was waarmee onze Roemeense gastheer zijn maaltijden bereidt. Hij had geen reserve butagasfles, zoals Ome Willem die vroeger altijd had. Ik zou over Ome Willem moeten gaan schrijven.


