Yesterday when I was young
De enige plek waar ik me werkelijk lekker voel in dit huis is in de keuken. Ik zit dwars op het raam, de zwarte wok op het gasfornuis is mijn rustpunt. De jaloezieën moet ik wel sluiten wanneer ik schrijf, wil ik niet voortdurend het gevoel hebben beloerd te worden door een van overburen, allen vrouw, geen van hen gebonden. Nadat ik acht jaar terug in een vlaag van verstandsverbijstering had besloten hier te gaan wonen, bezette ik meteen dit beschutte plekje. Ook besloot ik om hier al mijn verdere boeken te gaan schrijven. Dat het er niet van gekomen is, vindt zijn oorzaak grotendeels in mijn internetverslaving. Vandaag is het weer bijzonder warm, er heerst een ozonalarm en ik heb een kleine ventilator zoemen naast mijn voeten op de vloer. Het ontwaken vandaag verliep in etappes, ik voelde me te krachteloos om op te staan. Het nummer Yesterday when I was young, in de versie van Charles Aznavour, zong aldoor in mijn hoofd. Het nummer moet al meer dan 35 jaar oud zijn, denk ik. De tekst is doorregen met sentimentele contemplatieve zinnen, waar ik ook als jongeling al zeer gevoelig voor was. Het toekomstbeeld van oud zijn en bijkans vergeten, was niet onaantrekkelijk. Oud en wijs: vooral het tweede fenomeen moest toch voldoende tegenwicht kunnen bieden aan het eerste? Misschien is My way, beroemd gezongen door Frank Sinatra, wel realistischer, hoewel nogal macho en glossy. Anyway, the time has come for me to pay for yesterday when I was young.


