Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Yournael Jacatra I – Een neus voor vliegen

De witte Jumbo van Singapore Airlines met het getal 1000 op zijn kop heeft een gaatje in zijn neus, veroorzaakt door een onduidelijke vogel met kamikazeneigingen. Ik ben terug op Schiphol, ditmaal om in oostelijke richting te vliegen. KLM zette me eerder niet op het gewenste vliegtuig naar Amerika omdat het bijna volle maan was en zijn zusje North West Airlines vloog niet op tijd terug naar Nederland omdat de piloot niet uit zijn nest kon komen.
     
Singapore Airlines blijkt nu ook last van kuren te hebben, maar verslaat KLM/NorthWest toch met klantenbinding. Hun baliepersoneel van mooie, fijngebouwde blonde meisjes biedt ons passagiers consumptiebonnen aan plus een snelcursus vliegtuigneuskunde. De meisjes in de lucht zijn ook mooi en fijngebouwd, maar bruin. Eigenaardig, die apartheid. Vinden de imagebuilders van Singapore Airlines die sarongs niet passen bij blanke meisjes?
     
Ik eet nootjes en drink cola van mijn consumptiebonnen aan een bar waar je toevallig mag roken in Schiphols huichelachtig rookvrije en schone labyrint. De barkeeper doet zijn best om zijn homoseksuele geaardheid met een soap act te etaleren en zegt dat er niks boven cybersex gaat. Leest hij Cyberney dan-nie? Zijn humor heeft een bittere ondertoon, misschien is hij eenzaam thuis, waar-ie aldoor over spreekt: zijn pc, zijn kabelmodem, zijn webcam.
     
Ik ga naar een land waar eenzaamheid niet lijkt te bestaan, ik ben er al 12 jaar niet meer geweest sinds ik er een bezoek bracht aan het graf van mijn peranakan-Chinese grootmoeder. Ik herinner me dat ik daar in Indonesië nooit alleen was. Eenzaamheid voelt anders daar, minder alleen. Toch is het leven er oneindig harder dan hier in Nederland.

Na het urenlange gehang aan de bar ga ik eens kijken naar hoe het met de neus van de witte Jumbo is gesteld. Een nieuwe neus was niet voorradig op het vliegveld en is ijlings uit de fabriek gekomen. Toch niet uit een speelgoedfabriek? De glanzende witte snoet scharniert als een deur op de toet van de plane en moet de radargevoelige elektronica beschermen.
     
De mecaniciens krijgen hem niet dicht. Is er al een rol plakband onderweg?
     
Ik sta aan de gate en monster mijn medepassagiers. Fronsen zij hun wenkbrauwen vanwege het nerveuse gestuntel van twee inderhaast opgetrommelde mecaniciens van Lufthansa, of vanwege de vertraging? Ik zal mijn aansluitende vlucht in Singapore missen, dat is zeker. De chauffeur van de secretaris van de Nederlandse ambassade zal mij in Jakarta tevergeefs opwachten.
     
We mogen al instappen. Nou dank u, gaat u gerust voor. De passagiers slenteren wat weifelend naar de slurf. Een klein groepje blijft bezorgd staan. Wie onderweg is, is onderweg en moet zich oefenen in niet daar willen zijn waar hij of zij niet is, nietwaar? Ach overgrootmoeder, was ik maar een wijze Chinees, een oude uit een antieke dynastie. Zet me met een penseel en rijstpapier aan de goudvissenvijver en laat mij luisteren naar het zingen van de hofdames van mijn heer, die me morgen de strot zal laten afsnijden omdat een haartje van mijn penseel in de inkt op het perkament is achtergebleven.
     
Zal ik ditmaal sterven, voorouders? Je moet toch ééns neerstorten. Hoe vaker je vliegt, hoe groter de kans, zeg mij maar dat het niet zo is.
     
Ik ga als een der laatsten aan boord. Wie bang is voor vliegen die toont moed door te vliegen. Wie niet bang is voor vliegen, die toont niets bijzonders door te vliegen.
     
Mijn stoel staat helemaal achterin, een plek van niks omdat je er je leuning maar half naar achteren zetten. Slapen wordt dan nóg lastiger dan het al is in zo’n ding. Nou blijft de staart meestal wel heel na een crash, dus jouw lijk kunnen ze er dan als eerste uithalen. Scheelt toch weer tijd, je ligt dan eerder in je kist, prettig voor je nabestaanden want die hebben het als iedereen druk-druk-druk of cultiveren een burned out, in elk geval tonen ze de wereld dat ze hier niet zijn om alleen maar boter-kaas-en-eieren te spelen.
     
Ik zit naast de nooduitgang. Prettig. Minder prettig is het dat het boordpersoneel die dikke deur niet dicht kan krijgen. De vliegtuigtrap is te ver omhooggeschoten en houdt de deur in de tang. Het ongetwijfeld intelligente personeel probeert nu trekkend en rukkend de loodzware deur over het trapbordes te trekken. Verkieslijker lijkt het me om het grondpersoneel de trap onder die deur te laten zakken, maar dat zal nog wel bezig zijn met het onontbeerlijke reukorgaan aan de andere kant.
     
Enige doorgewinterde luchtreizigers naast me beginnen te verhalen over de spannendste vliegreis uit hun logboek. Noodlanding op Timboektoe. Duizend verschroeide pinguïns na een tussenstopje op de Zuilpool. Vechtende krokodil en haai op de startbaan van Surabaya. Dat soort dingen.
     
‘Volgens mij staat het vliegtuig scheef.’
     
‘O ja?’
     
‘Ja, kijk maar, zie je die lijn? Ze hebben het vliegtuig helemaal verkeerd geladen.’
     
De take off is de onzekerste die ik ooit heb meegemaakt. Het lijk wel alsof deze Jumbo een ego heeft en helemaal de lucht niet in wil. Er staat een stevige wind, het toestel trekt zo traag en hortend op, dat ik bijna echt begin te bidden voor mijn nabestaanden.
     
‘Komt dat ding nog omhoog of hoe zit dat?’
     
‘Het is die lading, ze hebben het schip veel te erg volgestouwd.’
     
‘Het schip, hè?’
     
‘Straks wordt de lucht ijler en dan vliegen we.’
     
Die profetie wordt bewaarheid. We komen te vliegen. Zal me een lekkere landing worden met zo’n scheef geladen toestel. Enfin, dat is een zorg van 12 uur later.
     
Elke stoelleuning heeft een monitor in de rug, waarop je speelfilms kunt zien, Nintendo kunt spelen én de vluchtroute kunt volgen. Kan de KLM niet aan tippen. Bovendien wordt er champagne geschonken, wat ik niet lust, en aero-rijsttafel geserveerd, wat niet te vreten is. Nou hoef je je neus maar op te halen of een stewardess komt je vragen of je misschien iets anders wilt eten. Maar de sarongs en condé’s die ze dragen geven je ook weer het gevoel in een reclamespot te zitten en je zou toch weer bijna heimwee krijgen naar die tof-horkerige Hollandse KLM-meiden.
     
Ik zal 12 uur lang muziekzenders afzappen, van jazz via klassiek naar Asian Pop, terwijl ik me kinderlijk verbaas over de landen die we bijna hautain overvliegen.

Iemand in Tajikistan ziet in de heldere nacht een vliegtuig overkomen. Ze kan niet slapen, maakt haar zusje wakker en zegt: ‘Kijk, een vliegtuig! Waar zou dat heengaan?’
     
‘O,’ zegt het zusje slaperig, ‘naar Singapore.’
     
‘Hoe weet je dat?’
     
‘Nou, dat denk ik zo.’
     
‘Misschien zit de man van je dromen wel in dat vliegtuig en gaat-ie je zomaar voorbij.’
     
‘Ja… een schrijver.’

birney in vliegtuig

‘Ja, die Cyberney, die bruine desperado op klompen uit dat land waar alles kan en mag en waar ze penalty’s missen bij het voetbal omdat ze in de kleedkamer cocaïne snuiven.’
     
‘Stortte hij maar neer, dan kwam hij met de staart in onze tuin terecht en dan konden we hem oplappen en dan mochten we met hem mee naar Holland, waar het leven zo goed is en waar ze je niet meteen voor je kop schieten als je eens met de postbode neukt.’

Blij dat ik er even vandaan ben.
     
De landing op Singapore is een harde, het toestel lijkt even op één schaats te rijden.
     
Smokkelen de Singaporezen misschien een paar stuurse Hollandse BSE-koeien mee voor hun dierentuin?
     
Fijn dat het grondpersoneel te Singapore alles zo heeft geregeld dat je direct een alternatieve vlucht naar Jakarta kunt nemen. Aangenaam ook te ontdekken dat het land, waar men je kop bijkans in de strop legt als je een sigarettenpeuk op straat gooit, een rookkamer heeft op zijn luchthaven. Fransen, Duitsers, Zweden, Hollanders en vooral Singaporezen paffen er dat het een lust is. Zelfs mannen in uniform, die zodra ze de rookkamer hebben verlaten weer je grootste vijanden zijn en je vele Singaporese dollars laten dokken als ze je betrappen met een peuk op de wc.
     
De plees bieden de bezoeker liefst drie manieren om de kont te reinigen. Dat kan hier met wc-papier, met een klassiek mandi-emmertje én met een kraanslangetje.
     
Dames en heren architecten in Negri Belanda! Houdt bij het ontwerpen van uw sociale woningbouwprojecten voortaan niet alleen rekening met de behoeften van onze mohammedanen, die de wc niet naast de keuken willen! Denkt u ook aan het kraanslangetje, waarmee u de zwijgzaamste minderheid van Nederland gelukkig kunt maken! En leert u eens uw kont te spoelen, verdomme nog aan toe! Onze ouders uit de Gordel van Smaragd zijn hier niet alleen gekomen om jullie enkel saté te leren vreten en Tjalie Robinson te leren lezen! Neemt u eens iets over van andermans pleecultuur: kijk eens naar de multiple choice die de Singaporees u biedt bij het verblijf op de vrolijke vierkante meter!
     
Ziezo. Cyberney heeft gesproken, geschreeuwd. Nog één peuk en dan het volgende toestel in naar Jakarta. Een kleinere Boeing. Smooth flight.
     

* * *

Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!