Yournael van Cyberney: De CPNB en de VOC
Je zal het toch maar in je hoofd halen om bij het wakker worden direct de radio aan te zetten. Ik heb een oude buizenradio naast mijn bed staan, maar die is bedoeld voor mijmeringen bij het zachte gele licht van de zenderplaat in de nacht. Wat deed mij onlangs besluiten om bij het ontwaken toch de radio aan te zetten? Een voorgevoel?
De nieuwslezer meldde dat het boekenweekgeschenk voor de boekenweek van 2001 zal worden geschreven door Salman Rushdie. Deze schrijver werd ooit wereldberoemd toen hij vanwege zijn boek De Duivelsverzen door het Iraanse bewind vogelvrij werd verklaard en jarenlang moest onderduiken. De nieuwslezer liet weten dat het voor het eerst in onze geschiedenis is dat het boekenweekgeschenk door een buitenlander wordt geschreven. Voor wie het nog niet verbaasde.
Nou, rejoice maar dan?
Een woordvoerder van de CPNB verklaarde on the record dat het ‘natuurlijk niet de bedoeling is dat we de komende tien jaar alleen nog maar buitenlanders het boekenweekgeschenk laten schrijven. Maar als niemand minder dan Salman Rushdie als ambassadeur van het boek wil optreden, dan laten we die kans natuurlijk niet lopen.’
Ho! Wacht even. Heeft Salman Rushdie soms de GSM gepakt en zich persoonlijk bij de CPNB gemeld? Het schrijven van het boekenweekgeschenk geschiedt immers op uitnodiging, dus de vraag is eerder of Salman Rushdie die kans niet heeft willen laten lopen.
De boekenweek van 2001 krijgt als thema ‘het land van herkomst’. Gut. De zoveelste afgezaagde verwijzing naar een titel of zinsnede uit de Indische Letteren. Ditmaal krijgt E. du Perron de knipoog, die in de canon overigens een andere strofe zong dan Multatuli met zijn ‘gordel van smaragd’ en Couperus met zijn ‘stille kracht’.
Du Perrons boektitel wordt door de CPNB voor een bedenkelijk oogmerk gebruikt. Kansen missen wordt in Nederland onderhand bijna fenomenaal, zou je denken. Zo had de CPNB eens de kans om een Indische schrijver uit te nodigen voor het boekenweekgeschenk. Dat was in 1992, toen de boekenweek in het teken stond van Nederlands-Indië. Dus vroegen ze voor die gelegenheid maar eens een door en door Nederlandse schrijver als A.F.Th. van der Heijden.
Tja, een jaar eerder had deze celebrity van het Grachtengordelgenootschap zich nog enorm opgewonden omdat hem de AKO-literatuurprijs was onthouden. De schrijver kreeg ruimschoots de gelegenheid van de pers zijn gal daarover te spuwen. AKO kreeg een slechte naam, niet onterecht overigens, want die club had niet eens alle boeken in de schappen die ze op hun shortlist hadden staan. Nou, de CPNB zou deze boekhandelketen wel eens laten zien wat zij onder goede literatuur verstonden en boden Van der Heijden in 1992 een inhaalslag.
Hoe genereus toch. De schrijver trok zich overigens weinig aan van het boekenweekthema en schreef iets over weerborstels en Einsteins relativiteitstheorie, als ik het me goed herinner. Het had natuurlijk erger gekund: iets met palmbomen en Soerabaja Johnny of zo.
Om de boekenweek toch een Indisch tintje te geven, nodigde de CPNB een zwik schrijvers uit die ‘iets met Indië of Indonesië hebben’. Het boekenbal zou worden opgesierd met een Pasar Malam Look. Een oude droom van E. du Perron, namelijk het oprichten van een tijdschrift genaamd ‘Nusantara’ werd van stal gehaald en heel schrijvend Indisch Nederland mocht zich eens fijn in een nulnummer gaan uitleven.
Nou, bedankt. Het was ons een genoegen.
Thans heeft de CPNB na een obligate terugblik op de Griekse en Latijnse klassieken eens om zich heen gekeken en zowaar vastgesteld dat er een sterke toename is aan multiculturele uitingen in de literatuur. Die komen van immigranten en immigrantenkinderen, in Nederland met de term ‘allochtonen’ aangeduid. Immigranten bestaan maar overzee, vraag maar aan de CPNB.
Nederland telt inmiddels volop schrijvers die mengculturen vertegenwoordigen. Goddank, want die geven wat kleur aan onze polderliteratuur. En ja: ze schrijven in het Nederlands. Moet dat? Niks moet. Ik stel alleen vast dat ze het doen. Er zijn er ook die hun boeken in hun eigen taal schrijven en die via vertaalfondsen in het Nederlands uitgegeven krijgen. Mijn sympathie gaat in de eerste plaats uit naar de eerste groep, want zij verrijken in directe zin de Nederlandse literatuur en zijn een lichtend voorbeeld voor hun groepsgenoten.
De CPNB staat voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Wat is een Nederlands boek? Dat is een in het Nederlands geschreven boek. Zijn dus alle in het Nederlands gestelde boeken typisch Nederlands? Nee, niet alles is omkeerbaar. Sommige boeken zijn Indisch, andere Surinaams, Antilliaans of anderszins gemengcultureel. Dat is de kwestie ook niet.
De kwestie is dat een schrijver als Salman Rushdie zijn boeken in het Engels schrijft. Zijn moedertaal is het Kurdu, hij spreekt tevens Hindi, en zijn Engels proza is een mix van Indiaas-Engels en Brits. Interessant, ook zijn preoccupatie met mengculturen. Maar… hij schrijft niet in het Nederlands.
Waarmee de CPNB zichzelf opeens als een propagandamachine voor de Mondiale Multiculturele Literatuur opwerpt. Wat zou daarachter zitten? Culturele correctheid? Het is tegenwoordig niet cultureel correct om cultureel correct te zijn. Politieke motieven? Zijn ze wat laat mee. De fatwa over Salman Rushdie is inmiddels herroepen.
Kijk je naar wie er de laatste jaren zijn uitgenodigd om het boekenweekgeschenk te schrijven, dan tref je louter arrivés aan. Hun werk staat niet garant voor kwaliteit, lees de laatste boekenweekgeschenken er maar op na. De tijd is voorbij waarin schrijvers werden uitgenodigd om onder motto een manuscript in te leveren. Zo is Hella Haasse ooit haar carrière begonnen. Toegegeven, het is wat hinderlijk om daardoor al een halve eeuw opgescheept te moeten zitten met een tuttig Eurocentrisch romannetje genaamd ‘Oeroeg’.
De tijden veranderen, boekenlijsten niet (dit terzijde) en de CPNB e-vo-lu-eert zal ik maar zeggen. Ze maken mij niet wijs dat er tussen de tientallen namen uit ‘minderheidsgroeperingen’ geen in het Nederlands schrijvende auteur te vinden is die de mensen naar de boekhandel weet te lokken. Schaamt Nederland zich soms voor hun literatuur?
Men klaagt weleens dat Nederland geen eigen cultuur heeft. Een eeuw of vier geleden werd met de oprichting van de VOC de eerste multinational geboren. Met een beetje fantasie kun je zeggen dat de Hollanders de toon hebben gezet van de huidige hysterie van winstbejag. En toch staat inmiddels het Nederlandse Handelshuis moervast met de heipalen in de klei haar eigen koloniale verleden te vergeten. Dat is knap.
De macht van het getal zal stellig heersen in het huis van de CPNB. Nog even en ook zij gaan de beursgang maken. Boeken hoeven niet gelezen, ze moeten verkocht worden. Daarvoor heb je, als spiering, een grote vis nodig. En de lekkerste heeft natuurlijk de schaduw van een fatwa boven zijn zwemwater hangen.
Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!



1 Reactie