Yournael van Cyberney: Kopi Birnie Tubruk
Mijn voorouders hadden hun familiehuis aan de Brink nr zoveel in Deventer en koesterden een haat-liefdeverhouding met de makelaars in koffie aan de Amsterdamse grachten. Geen idee waar de familie Heyn uithing rond de eeuwwisseling. In elk geval heeft Albert Heyn thans in zijn Perla-serie een koffie met smaaktype 4 onder de naam Java Gunung Blau. De koffie smaakt bijzonder, om niet te zeggen uitstekend, maar er deugt iets niet aan de informatie op de verpakking, aan de prijs en niet in de laatste plaats aan de benaming.
Albert Heyn meldt op de verpakking dat deze koffie afkomstig is van het Idjen Plateau op de uiterste oostpunt van Java. Dat klopt. En dat hun inkopers de van oudsher Hollandse plantage Gunung Blau opnieuw hebben ontdekt. Nou, dat werd dan eens tijd, maar dan moet je niet gemakshalve spreken over een Hollandse plantage. Mijn oudoom David, die het destijds onherbergzame Idjen Plateau in cultuur bracht, was namelijk geen Hollander maar een Indo, dus de plantage was Indisch, nogal een verschil met wat je Hollands noemt.
De koffie smaakt dan ook Indisch, licht gepeperd, en zijn aroma kan moeilijk ‘rond’ genoemd worden, zoals op het pak staat. Ik zou een aroma met smaaktype 4 vierkant noemen, net als de Birnies, die waren ook vierkant, kijk maar naar Carel Birnie, de oprichter van het Nederlands Dans Theater. Die man overleefde 12 gemeentebesturen eer hij zijn theater in het Haagse mocht neerpoten en dat kon hij omdat hij vierkant was. De ronding in de architectuur van het theater moet dan ook worden gezien als een tegemoetkoming aan die gemeenteambtenaren die koffie met een rond aroma drinken. Maar vierkante mensen zelf drinken vierkante koffie, meneer Albert Heyn.
De eerste uit het vierkante ondernemersgeslacht Birnie was ooit begonnen met het vervaardigen van dweilen en zeildoek. Zijn zoon liet de fabriek uitgroeien tot de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek. In 1848 kreeg de fabriek het moeilijk en de directeur verzoop zich met een steen aan zijn voet in een meer, waarop de orders weer begonnen binnen te stromen. Maar zijn zoon George, mijn overgrootvader, had er geen zin in om in de voetsporen van zijn vader te treden. Met het diploma van de bestuursacademie te Delft op zak zeilde hij op 12 oktober 1852 uit met de ‘Gertrude’ voor een carrière bij het Binnenlands Bestuur op Java. Hij baalde er vast van dat hij niet ergens in de Vorstenlanden was geplaatst.
Met het onherbergzame Djember onder zijn toezicht kreeg hij als controleur op zekere dag bezoek van de resident van Besoeki. De resident zag dat er grote schade was aangericht door arbeiders, die in grote getale in de schaduw van vernielde bomen zaten en hij, de resident, beklaagde zich over die ‘zwarte apen’ bij de controleur, die deze opmerking niet bijzonder gepast vond. Die avond schreef George Birnie in zijn als ambtenaar bij te houden dagboek dat er sedert het bezoek van den resident geen apen meer in de gouvernementstuinen te zien waren.
Geinig, zo’n overgrootvader. Niet voor het bestuur, want die achtte het hoogstgewenst de controleur over te plaatsen naar een nog onherbergzamer district, met een verhoging van het traktement, dat wel. Maar nee, George Birnie zag er een verbanning in, nam ontslag en trok de planterslaarzen aan. Zeven jaar na zijn uitzeilen begon hij met het planten van tabak en tweemaal zeven jaar later was hij rijk, een gevierd man die meteen die vlieg van een Busken Huet op zijn huid kreeg. Deze om poen bedelende criticus zat namelijk chronisch omhoog zat met zijn noodlijdende krant. En hij, de rijke planter, spekte die conservatieve krant dan maar, al walgden Busken Huet en zijn vrouw van het idee dat deze George Birnie met een zogenoemde inlandse vrouw was gehuwd.
Inzet was het tegengaan van het opheffen van het Cultuurstelsel. Die strijd verloren ze, maar de eerstgeborene uit George en zijn Oost-Javaanse vrouw – David – zou wel raad weten met de nieuwe Agrarische Wet. Van vader George leerde David hoe een sigaartje te roken met lui bij wie landbouwvergunningen moesten worden versierd, hoe je ze met whisky dronken voerde en bewoog de ganzenveer in Oost-Indische inkt te dopen. Later liet David op zijn beurt zijn vader zien dat koffie een grotere toekomst had dan die zware tabak uit Djember, die het zou gaan verliezen van de lichtere tabak uit Deli. De stoere Indo schrok niet terug van de kou en de mist op het vulkanische Idjen Plateau, waarvan Albert Heyn een plaatje op de verpakking van zijn koffie Gunung Blau heeft afgedrukt.
Smaaktype 4 met een rond aroma, Albert Heyn weet niet helemaal wat hij in handen heeft. Nou ja, een beetje, want deze koffie kost per pak van 250 gram fl 4,95 en dat is gemiddeld anderhalve gulden meer dan, zeg, een pak koffie van Van Nelle. De Birnie-koffie – want zo moet die eigenlijk heten – wordt geleverd in een speciale luxe verpakking en wordt niet vacuüm verpakt. Is dat een voordeel? Ik weet het niet. Als je eens even een voertuig nodig hebt om in het holst van de nacht naar de andere kant van Den Haag te crossen voor een pakje tabak bij de benzinepomp, dan kun je met zo’n vacuüm getrokken straatklinker van Van Nelle tenminste nog een gabber van zijn bromscooter af keilen.
Albert Heyn wil met een glossy verpakking de suggestie wekken dat zijn Perla Gourmet Java Gunung Blau in snelfiltermaling niet anders dan zo duur kan zijn. Op de voorkant van de knisperende folie vinden we een zegel, zeggende koffiebranders sinds 1895. In het zegel een kop van een zo te zien Indisch-Chinese heer. Zou een apotheker kunnen zijn, ik zie er althans geen kop van een vierkante planter in.
Aangezien Albert Heyn niet direct laat zien onze Indische geschiedenis een beetje te kennen, het kennelijk heeft gelaten bij het doorbladeren van de Max Havelaar alleen, dan zou ik hem adviseren in het zegel de kop van mijn grootvader Willem te plakken, de man die nog geen koffieboon van een tabaksblad kon onderscheiden en voortdurend achter de vrouwen aan zat.
In het huidige Indonesië is de rupiah zo weinig waard dat zelfs bedelaars geen muntgeld van je aannemen en ik maak me sterk dat je daar momenteel niet voor een koopje je koffie haalt.
Mijn voorouders hadden hun familiehuis aan de Brink nr zoveel in Deventer en zijn ooit begonnen met het invoeren van vaste koffieprijzen. Als die daar nog gelden en Albert Heyn geen corruptie kent, dan nog hoeft een bijzondere koffie niet extra belast worden met een onduidelijke toeslag voor een onduidelijk doel. Een prijsverschil van anderhalve gulden met een redelijk goede koffie moet elders terug te vinden zijn.
Wat voor geschenken worden er geboden aan de noeste spaarder van de waardepunten aan de zijkant van het pak? Zal wel weer koffieservies zijn… Albert Heyn, luister! In de huidige tijd dient u uw overmatige winsten aan te wenden voor sponsoring van culturele projecten! Nu het Fonds voor de Letteren voor de kranten van de leerlingen van Busken Huet op de knieën dreigt te gaan en zich laat ringeloren door een staatssecretaris van cultuur, die geen onderscheid kent tussen een schrijver en een ondernemer, geef ik u in overweging om althans die enkele gesubsidieerde Indische schrijver uit de contemporaine Nederlandstalige literatuur in staat te stellen zijn verhaal over het Birnie-imperium te vertellen. Gebruik dus voor uw waardepunten de boekomslagen van Alfred Birney, zodat de liefhebber van uw vierkante koffie voor het complete oeuvre van deze schrijvende nazaat van uw geliefde planters kan gaan sparen.
Met de hartelijke groeten uit het familiehuis aan de Brink nummer zoveel, Deventer,
Alfred Birney © 2000
Voorgedragen door Maarten van Rossem alias Droogstoppel in Amsterdam, De Balie, in het kader van ‘Adieu 19e eeuw’, op dinsdag 14 november 2000, 20:00 tijdens een schrijversparade rond Multatuli’s ‘Pak van Sjaalman’, met Maria Barnas, Karel Glastra van Loon, Adriaan Jaeggi, Atte Jongstra, Mariët Meester, Wanda Reisel en Pauline Slot, terwijl die slome Cyberney verstek moest laten gaan vanwege griep dit en griep dat, jetlag dit en jetlag dat, allemaal opgelopen na een lood- en loodzwaar wereldtournee, tijdens welke hij, die dekselse Cyberney, zich in het bijzonder sterk maakte voor zijn schrijvende generatiegenoten, die weer op hun beurt verzuimden hem tijdig van aspirientjes en appelsientjes te voorzien opdat hij zich van zijn wederom loodzware taak kon gaan kwijten het podium van De Balie van enige kleur te voorzien, zodat het massaal opgekomen publiek niet direct met tomaten zou gaan gooien enz. enz., om kort te gaan: Cyberney heeft tinka’s, zoals al die blauwen, vraag maar aan Frans Lopulalan en zijn schildknaap Joro.
Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!


