Zon
Hoe zit dat nou met die zon als vitaminefactor? Ik zie waarachtig door de wolken de zon niet meer. Ooit heb ik me laten vertellen dat een mens minimaal 65 zonnedagen per jaar nodig heeft. Zonder zon geen geluk. Titels van popsongs spreken voor zich. Ain’t no sunshine when she’s gone (zon en liefde). Here comes the sun (zon na een lange eenzame winter). Sunny (de perfecte geliefde). Sundown brengt ellende. Sunrise brengt geluk. Maan en sterren worden ook bezongen, maar minder vaak dan de zon. Een wielerpet overigens beschermt een renner tegen de zon, maar een hoofddoekje heeft tegenwoordig een symbolische functie. In de jaren vijftig droeg zo’n beetje elke Hollandse huisvrouw een hoofddoekje (misschien iets voor een aflevering in Stadskind van Wim Willems?), maar die had een praktische functie. Een praktisch kledingstuk is niets om je aan te ergeren. Een hoofddoek op zich dus ook niet, tenzij zo’n hoofddeksel kennelijk ergens symbool voor staat. Sinds de islam tot volksvijand numero 1 is verklaard, is het hoofddoekje mikpunt geworden van kritiek. Thans worden islamitische vrouwen gemaand om wat vaker in de zon te gaan zitten, of hun mannen verzocht hun vrouwen eens wat vaker naar buiten te sturen. Krijgt een islamitische vrouw mét hoofddoek op het strand ook genoeg vitaminen? Niks over gelezen. Jonge autochtone meisjes die er uren liggen te zonnen wordt aangeraden het wat rustiger aan te doen en zich veelvuldig met zonnebrandolie in te smeren. Is een hoofddoekje niks voor ze? En liefde bij de maan?
Haagsche Courant, woensdag 17 juli 2002


