Hendrix volgens Nguyên Lê

Van alle kunstvormen is de muziek stellig de minst aanstootgevende bij al dan niet geslaagde pogingen tot etnische kruisbestuiving. In de wereldmuziek brengt het experimenteren in muzikale oases zoveel vormen voort, dat het onderhand heel lastig wordt voor de muziekhandel om al die cd’s keurig per genre aan de consument aan te bieden. Jazz- en popmuziek voeren er het hoogste woord, maar zetten toch schuchtere stappen in de richting van bijvoorbeeld zeer complexe Indiase of Afrikaanse ritmes, waarbij de drie- en vierkwartsmaat verbleken tot infantiele soldatenmarsjes en boerenwalsjes.

Fusion kan heel spannend zijn. Op het podium van de world jazz stapt een gitarist rond die luistert naar de naam Nguyên Lê. Hij is geboren in Parijs in 1959 uit Vietnamese ouders. Bezig baasje. Eerst drummen leren, dan gitaar en basgitaar, studies in Visual Arts en filosofie, met een thesis over exotisme. Laat ik zeggen dat, wanneer je naar zijn muziek luistert, de man weet waarmee hij bezig is. Niet alleen speelt hij vanuit een gevoel, nee, er zit altijd een idee achter. Of een regelrechte zoektocht naar zijn Vietnamese roots, zoals op de zeer intrigerende cd Tales from Vietnam (ACT, 1996). Daarin komt hij met uitstekende muzikanten tot een synthese tussen jazz en traditionele folksongs, met de mooie stem van de zangeres Huong Thanh. Tussen 1997 en 2000 komt hij zwervend van de Amerikaanse fusion bij de Noord-Afrikaanse Funk-Raï terecht en steekt ten slotte met een Spaans-Algerijns-Vietnamees-Italiaans-Turks-Noors-Amerikaans-Frans gezelschap de macroculturele woestijn over.

Thans is hij met de cd Purple (2002) terug bij zijn grote held, zijn jeugdliefde: de legendarische Jimi Hendrix. Wiens held is dat eigenlijk niet, zou je kunnen zeggen, maar Nguyên Lê beperkt zich niet tot minimaal gevarieer op Hendrix’ composities, zoals Steve Ray Vaughan dat deed. Hij gebruikt ze als standards voor zijn crossing border jazz en laat enkele nummers zelfs vertolken door een zanger in het Bambara uit Mali. Met welk idee?

Aan het einde van Jimi Hendrix’ korte leven werd het al duidelijk dat de gitaargod een andere weg in zou slaan, hij bezocht niet voor niets Miles Davis als zijn mentor. Of Jimi Hendrix een terugkeer naar Afrika koesterde valt niet op te maken uit de tekst van Voodoo Child. Mogelijk heeft Nguyên Lê dat wel als een aanname gebruikt, wellicht uit een persoonlijk verlangen naar het land van zijn ouders: Vietnam.

Hendrix droeg zijn Machine Gun op oudejaarsnacht 1969-1970 op aan de soldaten in Vietnam, met wie hij begaan was. Was het juist díe oorlog die Nguyên Lê’s ouders had doen vluchten naar Parijs? Wie zich nergens op de wereld helemaal thuis voelt, zoekt misschien dit soort verbanden in het noodlot als rechtvaardiging voor migratie uit een opgedrongen zelfverdediging in het land van aankomst. De muziek loopt in dit alles niet voor op de literatuur. Dat lijkt maar zo. Kwestie van zoeken.

Haagsche Courant, vrijdag 17 januari 2003