Postkoloniaal naschrift

alfred birney pelikan vulpen Op het moment van dit schrijven vindt er een Oeroeg-hype plaats in de Modderpoel van West-Europa. De filmversie van het boek wordt op de televisie uitgezonden. Er vinden talloze lezingenavonden plaats met medewerking van wetenschappers die onnadenkend de literaire canon dichtmetselen tegen aanvallen van buitenaf. Als klap op de vuurpijl doedelzakt er een speciale voorleestrein op het traject Amsterdam – Den Haag vol BN’ers die geen idee hebben van de koloniale onnozelheid waarvan Oeroeg doortrokken is. Het hele circus schijnt bedoeld om een discussie aan te wakkeren. Maar obligaat gezemel houdt geen miljoen door de CPNB verspreide exemplaren van het beroerdste boek rond de vrijheidsstrijd van Indonesië tegen. Welk thema moet de discussie eigenlijk dienen? De tragiek in tijden van oorlog of het ‘tragische’ einde van Neerlands koloniale heerschappij?

De ‘tragiek’ volgens Hella Haasse in Oeroeg werd al in juni 1948 door Tjalie Robinson als volstrekt onwaarachtig afgedaan. Dat diens nog altijd actuele, scherpe kritiek de CPNB na zestig jaar nóg niet heeft gehaald is pijnlijk. En verwarrend, vooral voor Indo’s, die zich nauwelijks in dat boek herkennen. Nou is verwarring wel zo ongeveer synoniem aan Neerlands oorlogsjaren. Duurde die oorlog nou van 1940 tot 1945, tot 1949 of tot 1963, toen de VN Nieuw-Guinea aan Indonesië overdroeg?

Ik leerde ooit een ernstige snoet trekken bij deprimerend klokgelui op elke 4e meiavond. Mijn Nederlandse moeder vierde de 5e mei: de Duitse capitulatie in Nederland. Mijn Indo-vader vierde de 15e augustus: de Japanse capitulatie in Nederlands-Indië. Ik ben nooit bij die herdenking rond het Indisch Monument in Den Haag geweest. Ik houd niet van oude Indo’s in uniformen die als malloten nog altijd salueren voor Vorstin en Vaderland. En zij houden niet van mij: een ‘linkse Indo’ in hun ogen.

Er is nog altijd gedoe over de onafhankelijkheidsdatum van Indonesië. De Indonesiërs houden het op 17 augustus 1945, toen Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uitriepen. Zestig jaar na dato accepteerde onze minister van Buitenlandse Zaken in naam van Nederland ‘politiek en moreel’ alsnog de datum van 17 augustus 1945 als de dag van de onafhankelijkheid. Politieke onzin natuurlijk, want het gaat om een onafhankelijkheidsverklaring. Tussen die verklaring en de feitelijke soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, ligt een poel van bloed, zweet en tranen.

Dat in geschiedenisboeken nog altijd eufemistisch over de Politionele Acties wordt gesproken is een ontkenning van de vieze oorlog die Nederland overzee voerde. Voor Indo’s was het een lange oorlog. Zij maken sindsdien een spagaat tussen beide landen en worden daar onderhand stram en stijf van. Elke oorlog eindigt op papier. En wordt uiteindelijk fictie. Oeroeg is pulpfictie. Dat de kritiek van Tjalie Robinson nooit gehoord werd is veel tragischer dan dat verhaal zelf.

© 2009 Alfred Birney – gastcolumn voor De Republikein winternr 2009/10 retroblogged 31 juli 2011